Het scherpt je eigen denken om samen met Biesta de ideeën van filosofen als Hannah Arendt en Emmanuel Levinas te verkennen.
In 2018 verscheen de Nederlandse vertaling van The Rediscovery of Teaching (2017) van onderwijswetenschapper Gert Biesta, De terugkeer van het lesgeven. Het motto is van de Franse onderwijspedagoog Philippe Meirieu: ‘Een leerling-subject is in staat in de wereld te zijn, zonder zichzelf in het centrum van de wereld te willen plaatsen.’ Om deze volwassen, niet egocentrische levenshouding door leerlingen te kunnen bereiken zijn de leraar en zijn lespraktijk van belang. Dit boek is een pleidooi voor het herontdekken en herwinnen van het lesgeven en de leraar. Daarmee rijst direct de vraag: zijn we het lesgeven dan kwijtgeraakt?
De afgelopen decennia, waarin een wereldwijde onderwijscompetitie woedde en veel docenten verstrikt raakten in het web van de meetindustrie, werd de rol van de leraar gereduceerd tot een van de variabelen in het totale onderwijsproces. Zijn taak werd vaak geminimaliseerd tot een onderwijsbegeleider die het leren van zijn leerling faciliteert en controleert. Het lesgeven was effectief als de leraar de gewenste opbrengsten produceerde. En die opbrengsten moesten te allen tijde beter en hoger worden.
Onderwijs werd steeds meer een controlerend proces, waarbij de leerlingen als objecten werden voorzien van kennis en vaardigheden ten behoeve van deze gewenste leeropbrengsten. Voor die leeropbrengsten lag de verantwoordelijkheid bij de leraar. De leerling werd niet beschouwd als een denkend, willend en handelend subject dat ook een aandeel had in dit onderwijsproces. De existentiële dimensie – wat doet er echt toe in opvoeding en onderwijs en wat is daarin de opdracht voor opvoeders en leraren? – raakte steeds verder op de achtergrond.
Niet voor niets voelde de beroepsgroep zich juist in deze tijd erg aangesproken door de vernieuwende taal over onderwijs van Biesta. Zijn beroemde drieslag, kwalificatie, socialisatie en subjectificatie, bewerkstelligde een doorbraak in het denken over onderwijs. Goed onderwijs, volgens Biesta, is meer dan alleen kwalificatie en vindt plaats op het snijvlak van al deze drie domeinen, waarbinnen een betekenisvol evenwicht gerealiseerd zou moeten worden. Indien onderwijs en opvoeding weer beschouwd worden vanuit een existentieel perspectief is de leraar geen variabele meer, maar de belangrijkste schakel. De vraag is dan hoe lesgeven ertoe doet en waardoor lesgeven ertoe doet. Deze onderwijspedagogische opdracht staat in De terugkeer van het lesgeven centraal.
In 5 hoofdstukken en een epiloog neemt Biesta zijn lezer mee in boeiende, meanderende, soms wat mystieke verkenningen rond belangrijke termen en concepten uit de onderwijsfilosofie: uniciteit, volwassen vrijheid, subjectvorming, emancipatie, democratie, lesgeven en leren. Zo laat Biesta zien dat de concepten ‘lesgeven’ en ‘leren’ geen onlosmakelijke twee-eenheid zijn, zoals we vaak denken, en dat niet alles in het onderwijs om leren zou moeten draaien. Juist door het leren buiten het klaslokaal te houden ontstaan er nieuwe openingen en raken we de kern van de pedagogische opdracht: lesgeven is een kwalitatieve ontmoeting tussen de leraar en de jonge mens, waarbij het verlangen in het kind gewekt wordt om op een volwassen manier in de wereld te staan.
Wereld verwijst bij Biesta naar de natuurlijke en sociale wereld en volwassenheid is synoniem voor een verantwoordelijke manier van leven in relatie tot de andere mens en het andere. Vanuit de optiek van Biesta staat een te groot accent op leren deze volwassenheid juist in de weg. Leren ziet hij als een van de manieren om existentiële mogelijkheden in het onderwijsproces te scheppen.
De leerling zelf staat dus niet centraal. De ontmoeting met de ander en het andere stimuleert het verlangen naar volwassen vrijheid in het kind. Niet door als leraar en opvoeder het kind op moraliserende toon te vertellen wat wenselijk is voor zijn eigen leven en dat van anderen met wie hij de planeet deelt, wel door de afweging van wat wenselijk is in het bestaan van deze jonge mens tot ‘een levendige vraag’ te laten worden. Dit kind kan zo een relatie vormen met zijn eigen verlangens, waardoor hij zich dan niet meer laat sturen maar die hij zelf aanstuurt. Daarmee bevrijden de opvoeder en de leraar het kind uit de netten van zijn eigen verlangens en worden opvoeding en onderwijs tot een emancipatorisch proces.
Het scherpt als lezer enorm je denken om de theorieën van Hannah Arendt en Emmanuel Levinas, die ten grondslag liggen aan de subject-vorming bij Biesta, samen met hem te verkennen. Deze twintigste-eeuwse filosofen hebben met elkaar gemeen dat subjectvorming niet in je eigen handen ligt. Maar waar bij Arendt eigen initiatieven moeten worden opgepikt door anderen, zodat ik als subject in de wereld kan verschijnen, ligt bij Levinas de oorsprong hiervan juist buiten mij en komt deze tot mij door het appel dat de ander op mij doet.
Overal in De terugkeer van het lesgeven resoneert de fundamentele invloed van Levinas op het denken van Biesta. Onderwijs als een roep, als een uitnodiging van de ander om mijn volwassen vrijheid te tonen. Toch dient niet alles wat in potentie bij sommige kinderen aanwezig is, ontwikkeld te worden om tot deze volwassen manier van leven te kunnen komen. Een onontkoombare vraag is dan welke talenten wel ontwikkeld dienen te worden om goed leven en goed samenleven mogelijk te maken in een samenleving waar economische en ecologische crises ons dagelijks leven bedreigen. Criminaliteit is immers ook een talent en vraagt om onderbreking; ook dat is de onderwijspedagogische opdracht.
Een goed verstaander begrijpt dat het lezen van het werk van Biesta geen sinecure is. Wie houdt van een intellectuele uitdaging en nader wil kennismaken met het gedachtegoed van Arendt, Meirieu, Paulo Freire, Jacques Rancière en met name Levinas, zal niet teleurgesteld worden. Door het lezen van dit boek zal de beroepsgroep de bedoeling van onderwijs verder omarmen en zich deze niet meer laten afnemen door welke vernieuwing dan ook die haar naar een zijlijn in het onderwijsproces manoeuvreert.
De leraar en het lesgeven doen ertoe voor ons bestaan als zelfstandig individu in de wereld én met de wereld. Alleen door een oprechte ontmoeting waarin de leraar het kind verleidt om lesstof te doordenken zal het kind ‘in staat zijn in de wereld te zijn, zonder zichzelf in het centrum van de wereld te willen plaatsen.’ Daarmee is het lezen van De terugkeer van het lesgeven een prachtige exercitie, die concentratie vergt, maar die de lezer beloont met een intense verrijking van zijn gedachten over taal en onderwijs.