Jan Lampo, zoon van de magisch-realistische Hugo, is een historicus die vooral geïnteresseerd is in zijn (en ook mijn) thuisstad, Antwerpen. Met de regelmaat van de klok verschijnen er van Lampo naslagwerkjes die telkens een bepaald aspect, tijdvak of wijk van de stad behandelen. Je vindt ze in de meeste boekenhandels van de stad, oudere titels vaak in uitverkoop.
In Gelukkige Stad focust Lampo in op wat het favoriet tijdsgewricht van menig sinjoor is: het einde van de 15de en het merendeel van de 16de eeuw. Het is de periode waarin Antwerpen één van de grootste metropolen van Europa was, maar ook de periode waarin godsdienstoorlogen en andere Europese twisten onze contreien in een definitieve, nooit echt gladgestreken plooi legden.
Het is de periode van de door sommige politici nog altijd betreurde splitsing der Nederlanden, het ontstaan ook van de cultuur- en mentaliteitsverschillen tussen Nederland en het achtergebleven deel in het zuiden dat heden ten dage doorgaans Vlaanderen genoemd wordt, wat historisch natuurlijk klinkklare nonsens is.
Lampo vertelt alles in detail, uitvoerig en met bronvermeldingen. Maar dit boek heeft – net als al zijn andere boeken – te kampen met een probleem: Lampo is een droogstoppel, t.t.z. hij schrijft als een droogstoppel. Ik ken de man niet en twijfel er niet aan dat hij boeiend kan vertellen, maar wat schrijft hij toch saai. Het boek is bijzonder informatief, een geschenk als je een historisch feit wil checken, maar gortdroog.
Op de achterflap van Gelukkige Stad staat dat Lampo in dit boek “vertelt wat er gebeurde tussen het eind van Michael Pye’s Aan de rand van de wereld en de eerste bladzijde van Geert Maks bestseller De levens van Jan Six”. De Brit Pye en de Noord-Nederlander Mak zijn twee historische auteurs die telkens wél boeiend weten te schrijven, en daarmee dan ook een groot publiek weten te bereiken, wat over Lampo niet gezegd kan worden.
Het toeval wil (?) dat het recentste, pas verschenen boek van die Michael Pye over dezelfde gloriejaren van Antwerpen gaat. Misschien haalde Pye hier zelfs wel een beetje mosterd. Ik ben alleszins benieuwd hoe kruidig zijn verhaal zal zijn. Ik hoop te zullen smullen.
Een zeer leesbaar overzichtswerk over de bloei van Antwerpen van het einde van de vijftiende eeuw tot de Val in 1585, dat uiteindelijk te veel in overzicht-modus blijft om echt waardevol te zijn. Zeker in de eerste hoofdstukken voelen de korte alinea’s – soms maar een paar zinnen – meer als een opsomming van historische weetjes dan als een coherent verhaal. Lampo behandelt alles, van de schilderkunst tot de opkomst van het humanisme tot de politieke achtergrond van de Opstand. De rode draad blijft echter zoek.