De jonge Maarten groeit op in de turbulente jaren '60 en is in alles geïnteresseerd, behalve in de geschiedenis van zijn familie. Dat verandert als zijn vader sterft. Maarten vraagt zich af in hoeverre hij zijn vader, Buurt, echt gekend heeft. Gebruik makend van goed bewaarde dagboeken gaat de auteur van 'Adellijk Wild' op zoek naar het verhaal van zijn vader. In de tweede wereldoorlog heeft deze gevangen gezeten in het 'Oranje Hotel', in Scheveningen, waar hij al aantekeningen maakte over het Nederland van na de oorlog. Als Secretaris-generaal op het Ministerie van Algemene Zaken zou hij uiteindelijk een grote rol spelen bij vele politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Niet alleen het bestuur, het katholicisme, het koningshuis, of de opeenvolgende kabinetten hebben zijn leven kleur gegeven, maar ook zijn afkomst, waarin familiebanden, jacht en land een grotere rol blijken te spelen dan Maarten ooit gedacht had. Zoekend naar zijn vader moet hij ook het beeld van zichzelf bijstellen. Zoals geschoten wild moet rijpen voordat het geconsumeerd wordt, heeft de geschiedenis tijd nodig, voordat hij op papier gezet kan worden.
Biografie van de vader van de auteur, aan de hand van diens dagboeken. De vader groeide op in hetzelfde stadje in de Liemers (door de auteur overigens consequent ‘de Achterhoek’ genoemd) als ik. De locaties die hij daar beschrijft, zijn een feest der herkenning, maar daar houdt ook iedere gelijkenis op - we groeiden op in verschillende milieus en verschillende periodes. Los van de herkenbare locatie is het ook een boeiend verhaal om te lezen. De auteur realiseert zich dat hij zijn jong gestorven vader nooit echt gekend heeft, en dat hij een nogal sjabloonmatig beeld van zijn vader heeft. Aan de hand van diens dagboeken, maar ook door gesprekken met nog in leven zijnde familieleden vult hij het beeld verder in.
Boeiend inzicht in het verdwijnen van de vanzelfsprekende positie van de adel in de achterhoek. Doordat de schrijver de dagboeken van zijn vader naast zijn eigen herinneringen kan houden, ontstaat ook een veelzijdig beeld van het leven van de topambtenaar in na-oorlogs den Haag. Reflecties van de schrijver over het veranderen van de tijd, gaan niet veel verder dan het ijskast/koelkast dilemma.