Jump to ratings and reviews
Rate this book

Partisan Ruptures: Self-Management, Market Reform and the Spectre of Socialist Yugoslavia

Rate this book
Yugoslavia’s twentieth century bore witness to civil war, sharp ideological struggles and a series of ‘partisan ruptures’; revolutionary events that changed the face of Yugoslavian society, politics and culture, which were felt on a global level. This book is a comprehensive historical and political analysis of the three major ruptures; the People’s Liberation Struggle during World War II, the self-management model and the Non-Aligned Movement. In order to understand what provoked and what came out of these revolutionary ruptures, Gal Kirn examines the implications of communism and socialism’s productive relationship, the Yugoslavian ‘experiment’ of market socialism that marked the political and economic shift towards ‘post-socialism’ already in the 1960s, which crystallised new class coalitions that will later on – together with austerity politics – lead the way towards disintegration of Yugoslavia.

Filling a much-needed gap in English language literature, this book’s interrogation of the Yugoslav socialist experiment offers insights for left projects and democratic socialist discussions today, as well as historians of Yugoslavia and revolutionary movements.

Gal Kirn is an open topic fellow at TU Dresden. He was previously a researcher at the JvE Academie in Maastricht, a research fellow at ICI Berlin and a fellow at Stuttgart’s Akademie Schloss Solitude. He has edited books on neoliberalism, Althusser, Yugoslav black wave cinema and theories of post-Fordism.

224 pages, Paperback

Published December 1, 2019

2 people are currently reading
151 people want to read

About the author

Gal Kirn

16 books6 followers

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
6 (35%)
4 stars
6 (35%)
3 stars
4 (23%)
2 stars
1 (5%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 2 of 2 reviews
Profile Image for Rob M.
227 reviews107 followers
October 22, 2020
The really great thing about this history of Yugoslav socialism is that

a) it treats the Yugoslav political project as a legitimate history, rather than simply a precursor to a civil war and

b) it has a consistent theoretical structure which identifies the key moments of political juncture within this history.

The strongest section is the part on the Partisan war itself, which is thrilling and gives the reader a firm basis for understanding the character of the state and society which followed. The analysis of the way Worker Self Management morphed into Market Socialism and buckled under its own contradictions is also very good. Understanding the Yugoslav "Third Way" is interesting in and of itself, but will also deepen the readers appreciation of the contradictions within Western post-war social democracy and Eastern state socialist central planning as well.

I am giving this book five stars because of the sheer volume of interesting research and analysis but, for me, the main weakness of the text was the length to which the author went to explain his theoretical approach. There is a whole chapter dedicated to Althussar and Carl Schmitt right at the beginning which gets the book off to a clunky start. This wedge of political theory should, in my view, have been the hidden hand behind the text. We'd have been better off with a longer section on Non-Alignment, which was given cursory attention compared to the Partisan War and the economic reforms.

Still, a vital contribution to the new school of revisionist studies of actually-existing-socialism. Highly recommended.
Profile Image for csillagkohó.
143 reviews
July 14, 2025
3,5 // weer een te lange review maar moest mijn nachtelijke gedachten op een rijtje zetten

In het rariteitenkabinet van verdwenen landen neemt Joegoslavië naast de Sovjet-Unie een van de intrigerendste plekken in. Het land, ontstaan uit de succesvolle partizanenstrijd in WW2, sloeg eerst een vrij typische leninistische weg in. Weliswaar deed ze dat organischer, met veel meer volkssteun dan de sattelietregimes in Polen of de DDR.

Maar de cocktail van het wegvallen van de Sovjetsteun in 1948 (Stalin was niet erg gesteld op Tito die de onafhankelijkheid van zijn land onderlijnde op een moment dat de Cominform heel Oost-Europa in eenzelfde mal wou kneden) plus het falen van de gedwongen collectivisatie in 1950 (spiegelbeeld van de Sovjet-ervaring twintig jaar eerder) dwong de Joegoslaven om een radicaal nieuw pad te bewandelen. Op internationaal vlak werd dat vertaald in de Non-Aligned Movement: een alternatief voor de twee grote hegemonen, maar tegelijk een slimme zet die Joegoslavië uit haar isolement hielp. Op binnenlands vlak in het beruchte model van "zelfbeheer".

ZELFBEHEER
Gal Kirn maakt een overtuigend argument dat dit model in de jaren '50 en '60 een echt socialistisch alternatief vormde. De economie steunde op een sociaal contract waarin de meeste arbeiders zich konden vinden omdat de staat verbeteringen in hun leefkwaliteit teweegbracht (onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur...), omdat hun stem rechtstreeks gehoord werd via de talloze arbeidersraden (de ene al effectiever dan de andere), en wegens het massale enthousiasme voor de wederopbouw van het land.

Dat neemt niet weg dat de partij een graad van ideologische discipline oplegde aan het land en dat er geen onafhankelijke vakbonden bestonden. Het systeem leidde bovendien tot de versplintering van de arbeidersklasse tussen bedrijven en tussen republieken. Die laatste verwierven steeds meer macht: republieken beslisten zelf over belastingen, arbeidswetten... Er was verrassend weinig federale bureaucratie, enkel de leidende kerngroep rond Tito was echt een teken van centralisatie. (Dit staat in contrast met de nationalistische discoursen sinds de jaren '90 die de geschiedenis van Joegoslavië als een ononderbroken lijdensweg onder Servische tirannie zien.)

Ondanks de gebreken was zelfbeheer in die jaren méér dan een sierlijke slogan. Arbeidersraden maakten grote beslissingen over budgetten, investeringen of lonen op basis van grondige discussies, zodat de doorsnee Joegoslaaf direct kon wegen op de eigen leefomgeving. De maatschappij kende toen ook vrij weinig sociaal of etnisch conflict.

MARKTHERVORMING
Aangezien mooie liedjes niet lang duren, begonnen steeds meer problemen de kop op te steken in de jaren '60. De economische groei vertraagde, de productiviteit daalde en er was een gebrek aan sommige grondstoffen. Het is in die context dat de overheid besloot tot een soort Joegoslavische "NEP": een periode van liberalisering, muntdevaluatie, besparingen en prijsverhogingen. Tegelijk vond er op politiek vlak een nog verdere decentralisatie plaats (de groep "centralisten" rond Ranković werd in 1966 opzij geschoven ten voordele van de "federalisten" rond Edvard Kardelj).

De markthervorming van 1965 was geen onbegrijpelijke zet en ook geen sluwe kapitalistische machtsgreep. Toch wijst Kirn erop dat ze op de lange termijn vooral nefaste effecten meebracht. Met als speerpunt: het ondergraven van de solidariteitslogica van de voorbije jaren. Bedrijfsmanagers kregen nu bijvoorbeeld de beslissingsmacht om meer of minder arbeiders aan te nemen zonder raadpleging. Er vond een echte depolitisering plaats waarbij de macht verschoof naar groepen technocratische "experts", het winstmotief begon te primeren en zelfbeheer steeds meer als een leeg ordewoord klonk.

Niet alleen op politiek, maar ook op economisch vlak betekende de hervorming niet veel goeds. Het land haalde zich een hoge buitenlandse schuldenlast op de hals. De lonen stegen, maar de levenskost ook (veel meer diensten waren voorheen gratis en er kwam stevige inflatie). De bestaande ongelijkheid tussen regio's nam enorm toe. Onder impuls van dit alles verbrokkelde het sociale contract dat van Joegoslavië zo'n vijftien jaar lang een geslaagd links experiment had gemaakt.

Een van de pijnlijkste resultaten van de markthervorming was het ontstaan van een precaire onderlaag van werklozen, informele werkkrachten en gastarbeiders. Deze groepen waren politiek en economisch machteloos. In Kosovo en Macedonië schipperde het werkloosheidscijfer rond de 20%. Ook de sociale behuizing was ontoereikend. Kirn schetst de situatie van dit precariaat heel goed. Hij wijst erop dat deze mensen, veel meer dan de grote artistieke en politieke dissidenten, de echte "onzichtbare" slachtoffers van het latere Joegoslavië waren.

NATIES
Het is in dit economische slop - en niet in een of andere "eeuwige" etnische onverzoenbaarheid - dat de graduele terugkeer van radicaal nationalisme gekaderd moet worden. Hoe meer het systeem zich in dienst plaatste van het marktdogma, hoe meer ook de republieken met elkaar in concurrentie traden. In arme regio's zoals Kosovo werd de miserie vertaald in puur culturele termen (al moet het gezegd dat Kosovo en de Albanezen inderdaad óók cultureel werden achtergesteld).

Rijke regio's zoals Slovenië wouden dan weer de eigen ontwikkeling veiligstellen zonder de vruchten te delen. Het is veelzeggend dat een contract dat bedoeld was voor Slovenië, maar waarvan geld naar Servië doorsijpelde, de aanleiding vormde voor de eerste openlijke uitingen van Sloveens nationalisme sinds WW2.

De logica van verdeeldheid werd ook door actoren zoals het IMF in de hand gewerkt. Kirn gaat niet uitgebreid in op de externe spelers en focust eerder op de binnenlandse instorting, maar wijst er wel op dat het IMF expliciet een beleid aanmoedigde waarin regio's tegen elkaar werden uitgespeeld: Kosovo en Macedonië als goedkope bron van grondstoffen en arbeid, Slovenië en Kroatië als centra van kapitaalintensieve productie. De liberalisering en de terugkeer van radicaalrechts waren in die zin uiterst complementair.

DISSIDENTEN
Ook op andere manieren kwam de onvrede tot uiting. Golven van (illegale) stakingen teisterden het land. Mei '68 was heel voelbaar in Joegoslavië en leidde tot echte verwezenlijkingen: een maand na de eerste bezettingen ging de overheid onder meer akkoord om de minimumlonen te verdubbelen. Er was niet alleen een radicaalrechts of nationalistisch alternatief in de opmars. In de jaren '70 en vooral '80 was er ook sprake van een linkse tegencultuur die er terecht op wees dat de vermarkting en de macht van technocraten de genadeslag hadden gegeven aan het zelfbeheer, en die opriepen tot een linkse herbronning. Maar waar de overheid vroeger nog vrij tolerant stond tegenover critici, voerde ze in haar laatste twintig jaar een reeks repressies en zuiveringen uit: zowel tegen rechtse als linkse lastpakken.

Er zit altijd een dubbelzinnigheid in de behandeling van dissidenten. Een vurig verdediger van Joegoslavië kan erop wijzen dat dissident Franci Zavrl, opgesloten in de jaren '80, later een steenrijke mediamagnaat in Slovenië werd, of dat gearresteerde nationalisten een sleutelrol zouden spelen in de bloedbaden van de jaren '90 - en dat hun onderdrukking dus terecht was.

De analyse is niet over de volle lijn onjuist, zeker voorzover ze een kritisch licht werpt op het verheerlijken van de dissidenten als martelaars, en wat de repressie van de radicaalste nationalisten betreft. Maar in zo'n rechtvaardiging "achteraf" schuilt een statisch idee: dat de kiem van al het latere geweld al in volle hevigheid aanwezig was in die figuren. Zouden ze ooit tot in die fatale machtsposities geraakt zijn als uitgerekend de Joegoslavische repressie hen niet populair had gemaakt? Hadden de instorting en bloedbaden niet vermeden kunnen worden als de autoriteiten minder verkrampt hadden opgetreden?

De neergang van Joegoslavië lijkt op dit vlak op die van de Sovjets. De machthebbers hadden er noch de wil, noch de durf, noch het vertrouwen in hun eigen volk om het bestaande systeem te democratiseren en vonden het makkelijker om te zwelgen in een vastgeroeste autoriteitsrol en nostalgische symboliek - waardoor ze juist hun ontbindingsproces versnelden. En toen de instorting van het multi-etnische Joegoslavië eenmaal onvermijdelijk was, werd ook de bocht van links-radicalisme naar agressief etnisch chauvinisme door de kliek van Miloševič nog vlotter overbrugd dan door diens Russische tegenhangers.

WAAROM MAAR 3,5
Gal Kirn maakt een consistente analyse van de opkomst en neergang van het "zelfbeheer"-model, waar volgens mij niet veel tegen in te brengen valt. Ik blijf wel met een aantal vragen en ergernissen achter. Om te beginnen is het sterkste punt van Kirn vooral de bespreking van culturele en sociale processen. De mechanismes van zelfbeheer - hoe het eigenlijk precies werkte, hoe het er in een arbeidsraad aan toeging, etc. - en de concrete manier(en) waarop het model werd ontmanteld blijven een beetje vaag. Kirn houdt er ook van om schema's toe te voegen als hij een economische uitleg afsteekt, maar die maken het doorgaans alleen verwarrender.

Een andere ergernis betreft de nogal gratuite manier waarop filosofische en antropologische lingo doorheen het boek gesprenkeld is. Ik heb niets tegen een smakelijke mix van geschiedenis en filosofie, maar dit boek hoort zichzelf soms wat te graag praten. De passages over Althusser waren interessant; de verwijzingen naar Deleuze, Macchiavelli, Schmitt of Balibar waren te weinig uitgewerkt om helder te zijn tenzij je al een graad van specialisatie hebt in die auteurs. Ik wil nog toevoegen dat dit een boek is waarin de eindnoten echt de moeite waard zijn om te lezen (enkele van de boeiendste feiten zijn daar te vinden), maar dat er in de bibliografie een hele resem titels ontbreken die in het boek met een auteursnaam worden geciteerd.

tl,dr: Ik heb te weinig over Joegoslavië gelezen om dit boek te kunnen vergelijken (namelijk helemaal niets), maar wat mij betreft zeker het lezen waard ondanks enkele zwaktes. Er is een mate van linkse bias, maar nooit blinde en onkritische ophemeling van Joegoslavië. Kirn bekritiseert het fenomeen van "Yugo-nostalgia" ook expliciet. Doorheen het boek gaat hij effectief tegen de recente nationalistische herschrijving van de geschiedenis in. Smrt fašizmu 🫡
Displaying 1 - 2 of 2 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.