Een schrijver belandt in het ziekenhuis en moet daar noodgedwongen de kamer delen met een man die nooit zwijgt. Hij kan niet anders dan luisteren naar een markant levensverhaal. Hij heeft geen verweer tegen een onstuitbare woordenvloed die doorspekt wordt met een uitermate onverdraagzaam gedachtegoed dat bolster is voor een gekwetst bestaan.
Deze roman werd geschreven in de taal die Vlaminck eigen is: een Vlaams volksidioom waarin burleske humor ernst omkadert.
Erik Vlaminck is een Vlaamse roman- en theaterauteur. Hij is geboren op 2 juli 1954 in Kapellen (België). Hij leidde de Antwerpse SchrijversAcademie en de Vlaamse Auteursvereniging en hij is voorzitter van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
Ik lees Erik Vlaminck graag. Hoe uniek hij altijd schrijft over gewoon volkse personen die spreken en redeneren in een even sappige volkse taal. Ook hier genoten van de monologen die de man in het ziekenhuisbed naast Vlaminck afsteekt. Een onverdraagzame klaagzang over van alles en nog wat, van het soort dat je aan de toog van het meest volkse volkscafé hoort. Telkens als Erik een tegenopwerping geeft, is de reactie altijd dezelfde: “Ge kunt mijn kloten kussen!” De man fulmineert nu echt over alles en altijd even negatief. Op het eerste gezicht lees je het relaas van een onbeleefde bullebak van een man, maar wat uit zijn levensverhaal naar voren komt is een bepaald schuldbewustzijn en een nog altijd werkend geweten. De wereld is niet helemaal verloren, laat ik met deze positieve noot eindigen.
De schrijver verblijft in het ziekenhuis, in het bed naast hem ligt een vrachtwagenchauffeur. De man zwijgt geen moment en vertelt stukken en brokken van zijn levensverhaal. Tussenin krijgen we te lezen wat er écht gebeurd is, leren we de hoofdpersonages in zijn leven kennen, ontdekken we de dramatische gebeurtenissen die de man hebben bepaald.
Een berg mens onder witte lakens is schitterend gecomponeerd, met de eenvoud en het gemak die de meester verraden. Met een stijl en een taal die zo typerend zijn voor Erik Vlaminck, en ook hier weer zijn aandacht voor de mens die het in het leven niet getroffen heeft. Wat een mooi en pakkend boek.
Ik kreeg Een berg mens onder witte lakens cadeau van Erik Vlaminck toen ik hem sprak voor de podcast 'drie boeken'.
Ik kijk altijd uit naar Erik Vlaminck zijn schrijfsels! En ook dit keer lost hij mijn verwachtingen in. Hij heeft met deze roman weer een oervlaams verhaal geschreven waarin je wordt meegesleept, waarbij je je bijwijlen ergert aan de bekrompenheid van het hoofdpersonage en er tegelijkertijd mee moet lachen. Ik kijk alvast naar de volgende van Vlaminck.
Dit is het eerste boek dat ik las van Erik Vlaminck en wat heb ik genoten van het volkse taaltje waarmee het verhaal geschreven is tot zelfs het veelvuldige terugkerende zinnetje "kus min kloten". Een schrijver belandt in het ziekenhuis voor een akkefietje, 's morgens binnen, onder verdoving en 's avonds terug naar huis maar door complicaties zal het verblijf in het ziekenhuis verlengd worden en is hij om de kosten te drukken noodgedwongen een kamer te delen, kamer 226 met een berg mens onder witte lakens die hem zijn ganse leven vanaf juli 1963 , het jaar dat hij zijn vrouw Karlien leert kennen tot februari 2019. Op pagina 11 ging ik zelf al terug in de tijd toen ik de zin "Charel, ik heb uw gat gezien, Charel, dat is een groot machien. Dit heb ik zelf nog gezongen en me waarschijnlijk aangeleerd door mijn eigen grootvader alsook begon ik mij andere liedjes te herinneren zoals Jules Cesar, dat was mij een kastaar, hij reed met zijne vélo al tegen een crèmekar. Het moment dat hij zijn toekomstige vrouw Karlien mee neemt naar de volkskermis waar enkel de botsauto's staan en de overdekte rups maar waar hij enkel een zak smoutebollen gekend als oliebollen koopt en ze samen opeet brengt ook terug herinneringen naar boven. Gans het verhaal komen we de identiteit van de verteller niet te weten tot pas op het eind. Ik heb werkelijk genoten van het verhaal en het zal zeker mijn laatste boek niet zijn dat ik ga lezen van deze auteur.
Sowieso een grote boon voor Erik Vlaminck én zijn schrijfsels. Het hoeft dus niet te verbazen dat zijn laatste nieuwe worp weer mijn meug was. De spreektaal die hij hanteert, de hilariteit en tragiek die elkaar afwisselen, de minimalistische en tegelijk virtuoze schrijfstijl. Ik ben fan. “Sommige dingen waaien altijd weer op. Het is gelijk met vettige frietpannen en rottende herfstbladeren.”
Mijn bibliotheek klasseerde dit boek onder 'psychologie', best vreemd om deze grappig, goedgeschreven roman daar een plaats te geven. Dit verhaal leest al een trein, ik heb enkele keren luidop gelachen en wil graag nog een aantal romans van Erik lezen.
Een typische Vlaminck, een zedenschets die heel wat vertelt over 'ons' Vlaanderen en de soms merkwaardige figuren die deze biotoop bevolken. Een schrijver ligt in het ziekenhuis, terwijl zijn praatzieke buurman maar blijft doordrammen over zijn leven en zijn familie, een geschiedenis vol vallen en opstaan en veel alcohol. Het verhaal wordt afgewisseld met flashbacks uit zijn huwelijk en zijn leven als eigenaar van een transportfirma, zodat we zijn hele levensverhaal leren kennen. Alle verhaallijnen vallen uiteindelijk mooi in elkaar, in dat schitterende Vlaams dat een handelsmerk is geworden van Vlaminck.
Grappige, volkse roman waarin een onbehouwen vrachtwagenchauffeur met panache de onderbuik van de Vlaamse samenleving vertolkt. Voor je zo'n sappige en straffe anekdotes aan de toog hoort, is je broek al lang versleten. Gelukkig verpakte Erik Vlaminck de klaagzang op vernuftige wijze in een handig boekje.
De ‘Brieven van Dikke Freddy’ kan ik wel smaken, maar aan ‘Een berg mens onder witte lakens’, de jongste roman van Erik Vlaminck, houd ik toch een dubbel gevoel over.
De insteek is origineel: een schrijver belandt in het ziekenhuis en moet daar, tegen heug en meug, het levensverhaal van zijn kamergenoot André aanhoren. Het begint zo:
‘Zijt gij getrouwd?’ ‘Ja.’ ‘Ziet ge uw vrouw graag?’ ‘Ik denk het wel.’ ‘Ik zie mijn vrouw graag.’ ‘Proficiat.’ ‘Dat klinkt alsof ge me niet gelooft.’ ‘Ik geloof u.’ ‘Dan is het goed. Want ik meen het, ik zie mijn vrouw graag. Als mijn vrouw er niet geweest was dan had ik nu niet in dit bed gelegen. Dan had ik mij, jaren geleden al, van kant gemaakt. Een koord aan een balk en afgelopen. Ik kom daar eerlijk voor uit.’
Na die introductie doet André, broksgewijs maar onstuitbaar, zijn familiegeschiedenis uit de doeken. “De schrijver” zwijgt en ondergaat de biecht. Wat André vertelt is niet min: transportbedrijf gehad, kind doodgereden, in de landloperskolonie Wortel beland, toch de draad van een “normaal” leven weer opgepikt. Zijn vrouw Karlien, drijvende kracht achter het bedrijf, blijkt een halve affaire gehad te hebben met een gehandicapte ex-trucker; bovendien is ze bevriend geraakt met de madam van Bar Barbados (ooit de troosteres van André in moeilijke tijden). Luc, de oudste zoon, hoereert en fraudeert. Dochter Marleen blijkt lesbisch te zijn en heeft (tot haar vaders afgrijzen) psychologie gestudeerd. En Marc, de jongste zoon? Die is aan aids gestorven. Een berg ellende dus. En dan heb ik nog niet eens de zelfmoordpoging van Luc vermeld, nog niets gezegd over het stelende kleinzoontje Pascal, en ook niets over het feit dat Karlien intussen aan Alzheimer lijdt (al is ze – volgens André – nog altijd even geil).
Het is wat veel, in één gezin, nee? Overkill. Dat ‘Een berg mens onder witte lakens’ toch genietbaar is, is te danken aan de stijl van Vlaminck: dat volksidioom waarop hij het patent lijkt te hebben wérkt. En hij is duidelijk ook een uitstekend observator. De manier waarop hij zijn hoofdpersonage neerzet blijft, ondanks alle overdrijvingen, altijd geloofwaardig. Ja, die André is een ongelooflijke drammer en betweter, maar tegelijk ook een zielenpoot die zijn complexen camoufleert met halfbakken theorieën en overcompenseert met domme stoerdoenerij. Allemaal gesopt in de zurige saus van la Flandre profonde. Dat is soms grappig, maar vooral pijnlijk herkenbaar. Is Eric Vlaminck is “een van de belangrijkste schrijvers van nu”, zoals zijn uitgeverij Vrijdag beweert? Een goede schrijver met een eigen stem, dat zeker, iemand die de vinger aan de Vlaamse pols heeft en het gesundes Volksempfinden onbarmhartig te kijk zet. Maar een van de belangrijkste? Toch een lichte overdrijving, wat mij betreft. Iets te dikwijls moeten denken aan Wannes Van de Velde: 't is Vloms 't trekt oep gin kloête.
Spoiler alert: “Ik hoor een hik, ik hoor het kraken van een bedbodem.” Oer-Vlaam André wisselt het tijdelijke voor het eeuwige. Fijntjes geeft “de schrijver” mee dat hij op dat ogenblik Joseph Roths ‘Biecht van een moordenaar’ aan het lezen is. Er is nog hoop.
De typische Erik Vlaminck stijl spat er weer vanaf. Leest als een vlotte trein en wordt mijns inziens weer eens een bestseller. Dankzij het schrijvende vrouwtje heb ik dit boek in première kunnen lezen.
De volkse baas van Lumatrans (transportbedrijf) kaapt de hoofdrol weg in een dubbele verhaallijn (het heden en het verleden). Naarmate je het boek leest komen beide verhalen bijeen en zo word je ondergedompeld in 's mans levensloop die nogal wat bochten neemt. Ze is doorspekt met ongewilde maar onvermijdelijke noodlottige feiten. Hoe deze rasechte "Vlaming" daar mee omgaat, en hoe dat ook het nageslacht beïnvloedt, willens nillens, maakt het geheel bijzonder amusant maar tegelijk druipt alles van het cynisme en de ironie.
Ik hou echt van de droge humor en de volkse sfeer die Erik oproept in zijn romans. Het geeft me zelfs een hunkering/weemoedig gevoel naar mijn eigen jeugd en afkomst.
Dit boek kreeg zo veel goeie kritieken dat ik het uiteindelijk ook maar eens las. Het leest vlot weg. In 1 dag had ik het uit. Maar het is, helaas, niet meer dan cafépraat. Als je in een café, aan de toog, zo iemand als dit hoofdpersonage bezig hoort, dan kan je snel je pint leegdrinken en wegvluchten. De schrijver van dit boek kon echter niet wegvluchten; hij deelde een kamer met deze mens. En zo krijg je het hele levensverhaal van die kamergenoot te horen. Eén gebeurtenis in diens leven mag dan wel schokkend genoemd worden, maar de rest is zo doorsnee en voorspelbaar dat het geen boeiend verhaal oplevert. Daarbij komen dan nog de oppervlakkige, niet-uitgediepte, ja zelfs karikaturale personages. Het hele verhaal deed mij niks. Vlamingen houden blijkbaar van het ge-ge en ge-gij. En Nederlanders vinden het ook zo’n “sappig” taaltje, dat Vlaams. Dirk Leyman schreef daarover in De Morgen dit: “Vraag een Nederlander naar het meest typerende taalfenomeen bij een Vlaming, en hij begint te gekscheren met de ‘ge’- en ‘gij’-vorm. ‘Schattig’, ‘sappig’ en ‘exotisch’, zo klinkt het gesproken Vlaams hen vaak in de oren. Vertaalster Els Snick vertelde onlangs in De Standaard zelfs dat Nederlandse organisatoren haar soms in de ‘ge’-vorm mailen. Er zijn natuurlijk Vlaamse auteurs die nog steeds erg kwistig omspringen met de ‘ge’-toon. Belijden ze daarmee de cultus van het volkse idioom? Griet Op de Beeck legt het boven de Moerdijk alvast geen windeieren. En ook de nu weggedeemsterde Geertrui Daem, Louis van Dievel en Erik Vlaminck (°1954) bleven er altijd aan verknocht. Sla er de openingspagina van Vlamincks nieuwste roman Een berg mens onder witte lakens maar op na. In de eerste dialoog is het al prijs.” “Zijt gij getrouwd?” “Ja.” “Ziet ge uw vrouw graag.” “Ik denk het wel.” “Proficiat.” “Dat klinkt alsof ge me niet gelooft.” “Ik geloof u.”
Bij sommige boeken vind ik het jammer dat ik ze niet in een keer uit kan lezen. Dit is zo'n boek. (Om in leven te blijven moet een mens ook eten en slapen, spijtig 😄)
Wat houd ik van de sprekende stijl en het kenmerkende Vlaams van Vlaminck. Kermissen, de verzuring in onze samenleving en de kafkaiaanse toestanden in ons land zijn hier verwerkt in een onderhoudende roman. Scherpe observaties zijn doorspekt met een scheut ironie.
Een schrijver ligt op een tweepersoonskamer in het ziekenhuis naast een camionchauffeur die hem over zijn leven vertelt. Over liefde, verdriet, vriendschap, ontrouw en andere geheimen. Maar ook over thema's als migranten, lgbtqia+ en alcoholverslaving.
'Dikke Freddy' vind ik al erg te pruimen. In 'Een berg mens onder witte lakens' verwerkt de auteur gelijkaardige wantoestanden in een heel mooie roman.
Nog geen Erik Vlaminck gelezen dus dit was wel verrassend. Een rasechte Vlaming met zijn levens verhaal, oordelen, veroordelen, gefoefel, alcohol, racisme,...doorspekt met humor. Personages die zo uit mijn eigen jeugd kunnen komen. Héél herkenbaar. "De Porsche Cayenne van onze Luc is een zogenaamde plug-inhybride. Dat is een auto die zowel op elektriciteit als op diesel rijdt. Op papier dan toch want onze Luc heeft het snoer om zijn Cayenne elektrisch op te laden aan de garagist cadeau gegeven. Hij heeft dat snoer niet nodig want hij rijdt liever op diesel. Omdat hij gelijk elke normale mens graag het geluid van een optrekkende motor hoort." Alle clichés over de 'echte' Vlaming op een bergje onder de lakens van het ziekenbed. Een aanrader.
Wie aan een boek van Erik Vlaminck begint, weet zich verzekerd van menige uren gegarandeerd puur leesplezier. Ook hier maak je weer kennis met een markant figuur die terugblikt op zijn leven. Een leven waarin hij zijn geluk zoekt en in zijn ongeluk loopt. Een leven als een glas dat altijd halfleeg is. Een leven waar je liever niets van wil weten maar dat toch verteld moet worden. Een leven van een berg mens onder witte lakens.
Een schrijver belandt in het ziekenhuis en moet daar noodgedwongen de kamer delen met een man die nooit zwijgt. Hij kan niet anders dan luisteren naar een markant levensverhaal. Hij heeft geen verweer tegen een onstuitbare woordenvloed die doorspekt wordt met een uitermate onverdraagzaam gedachtegoed dat bolster is voor een gekwetst bestaan.
Ik lees het eenvoudige en volkse taalgebruik van Vlaminck wel graag.
Vlaminck heeft een vlotte schrijfstijl waardoor je snel doorheen het boek vliegt, maar meer dan dat is het voor mij niet. Over het algemeen vind ik dat er weinig nuance in de personages zit en dat ze niet echt deftig uitgediept worden. Het lijken eerder stereotypen dan personages. Het verhaal bleef nogal eentonig tragisch met weinig afwisseling in de verhaallijn. Dat was misschien een bewuste keuze, maar dat spreekt me persoonlijk niet zo aan.
Een typische Vlaminck: een gevatte schrijfstijl, knap geportretteerde personages uit de onderlaag van de samenleving, droge humor, volkse conversaties, sappige anekdotes, ... maar toch kon dit boek mij minder bekoren dan zijn voorgaande. Het hoofdpersonage was mij daarvoor wat te rauw en ongenuanceerd.
Kreeg een band met de "verteller"... wilde zo graag weten hoe zijn leven nu verder is gegaan.. Op sommige momenten ontroerend... en veel humor tussen de regels door. Had geen moeite met de Vlaamse woorden... kon vrij snel uit het verband opmaken wat bedoeld werd. Heerlijk taalgebruik... Ga zeker meer van deze schrijver lezen...
Prachtig boek vol ingehouden woede van de hoofdpersoon. Een leven vol missers die verdoezeld moeten worden en wat goed gaat kan niet gezien worden. De schrijver die een inkijkje krijgt in het leven van zijn kamergenoot, een spraakwaterval die geen stilte aan kan.
Wederom niet teleurgesteld! Ruw, grappig en vlot leesbaar. Geweldig. Voor de liefhebbers van de schrijver. Als je allergisch bent voor wat platvloerse Vlaamse taal, lees dan wat anders en kom hier niet zeuren ;-).
Bij elk boek bevestigt hij waarom hij mijn lievelingsschrijver is en by far de beste schrijver van Vlaanderen! Wat een verhaal, wat een taal, wat een meesterwerk, wat een aanrader!
Eentje die vlot uitgelezen wordt. Mooi geschreven in toegankelijke volkse woorden. Alvast een interessante figuur die zijn verhaal brengt. Smaakt naar meer boeken van Erik Vlaminck.