Veel van de negentien verhalen in deze intrigerende bundel spelen zich af in het tussengebied dat Bernlef eens 'het anonieme deel van onze persoonlijkheid' noemde: het gebied waar ons leven even geregeerd lijkt te worden door ons lichaam. Niet geheel toevallig staat dan ook in een aantal verhalen de verhouding tussen schilder en model centraal.
Bernlef (previously J. Bernlef) is the pseudonym of Dutch writer, poet, and translator Hendrik Jan Marsman. He occasionally used the nom de plume: Henk Bernlef.
Between 1959 and 2012 Bernlef wrote a large number of novels, stories and poems. Amongst others he received the Constantijn Huygens prijs (1984), the AKO Literatuurprijs (1987) and the PC Hooftprijs (1994). His work is characterized by a sober language and an unflagging fascination with the workings of the human memory. His most famous novel is Hersenschimmen (1984) and describes the process of dementia from the point of view of the sufferer, Maarten Klein. (Source: de Volkskrant 29/10/2012)
Dat waren weer een hele hoop verhalen van deheer Bernlef, allemaal zo ongeveer over de band tussen lichaam en geest en kunst, geen van welke me echt kon boeien. De helft daarvan komt voort uit mijn persoonlijke smaak in onderwerpen (fictieve schilders die wauwelen over wat schilderen voor ze betekent hoef je me niet voor wakker te maken) de helft daarvan komt voor uit Bernlefs stijl die nog altijd droog aan blijft voelen.
Deze verhalenbundel is dertig jaar later geschreven dan de vorige verhalenbundel die ik van 'm las (Onder de Bomen), en in zekere zin merk je dat hij een volwassener schrijver is geworden in die tijd. Toch zou ik dat geen positieve ontwikkeling noemen; 'volwassener' betekent ook doffer en saaier in zijn geval.
Nu is het tijd voor wat van z'n romans en ik heb goede hoop dat ik die beter kan handlen!
Deze verhalenbundel bestaat uit twee delen. De verhalen uit het eerste deel (het begin van tranen) lagen mij het best. Bijna allemaal hadden ze een vreemd angeltje dat nog door mijn hoofd bleef spoken. De verhalen uit het tweede deel (cellojaren) zijn vaak gesitueerd in een kunstenaarsmilieu, galerijen etc, soms wat filosofischer en bijna altijd bevreemdend.