Scritto nel 1936, ritrovato circa cinquant'anni dopo in una valigia dimenticata, "Un carattere di donna" è l'ultimo manoscritto inedito di Bove. Parigi, gennaio 1922: Colette ritorna dal padre, il dottor Salmand, per chiedergli del denaro. Quattro anni prima se n'era andata per raggiungere Jacques, il suo amante, con il quale vive in totale indigenza materiale e morale. Jacques è un grande invalido della prima guerra mondiale. Desideroso di vendicare il fratello morto al fronte nel 1917, aveva cercato di ottenere un certificato di comodo per andare a combattere. Di fronte al rifiuto del medico, lo aveva ucciso con un colpo di pistola. Colette finirà per'ottenere l'aiuto del padre, ma malgrado i suoi sforzi accaniti e i suoi sacrifici, niente potrà infrangere la chiusura psicologica in cui Jacques si dibatte. Sullo sfondo del ricordo ossessivo dei massacri della guerra, si intessono malcelati drammi familiari e ritornano i temi classici di Bove del fallimento e della mediocrità, dell'incomunicabilità e della solitudine.
Emmanuel Bove, born in Paris as Emmanuel Bobovnikoff in 1898, died in his native city on Friday 13 July 1945, the night on which all of France prepared for the large-scale celebration of the first 'quatorze juillet' since World War II. He would probably have taken no part in the festivities. Bove was known as a man of few words, a shy and discreet observer. His novels and novellas were populated by awkward figures, 'losers' who were always penniless. In their banal environments, they were resigned to their hopeless fate. Bove's airy style and the humorous observations made sure that his distressing tales were modernist besides being depressing: not the style, but the themes matched the post-war atmosphere precisely.
Dopo aver letto, qualche anno fa, “I mei amici” mi ero ripromessa di leggere qualcos’altro di Emmanuel Bove. Così non mi sono fatta sfuggire l’occasione di acquistare ad una bancarella “Un carattere di donna”. Autore che faticò – come tanti altri- a trovare riconoscimenti in vita, fu introdotto da Colette negli ambienti letterari. Ammirato da Rilke, Samuel Becket, Gide e riportato alla luce da Peter Handke in anni più recenti. “Un carattere di donna” fa parte di un gruppo di tre manoscritti ritrovati in una valigia riposta sotto il letto. Era il 1979 e alla morte della moglie Louise Bove si scoprono questi tre inediti che giacevano lì dalla morte dell’autore avvenuta nel 1945. Il romanzo fu scritto nel 1936 e alla richiesta dell’editore di rimaneggiare gran parte dello scritto, Bove si arenò e lo mise da parte. D'altro canto quello fu l’anno in cui i suoi problemi di salute cominciarono a farsi seri sommandosi all’aggravarsi delle difficoltà economiche.
L’impianto della storia è semplice. È il 1922 quando Colette, dopo quattro anni di assenza e di silenzio, ritorna a Parigi e si reca dal padre. Per tutto questo tempo, ha vissuto con l’amante Jacques, reduce dalla Prima Guerra mondiale che oltre ad aver riportato serie ferite alla testa è segnato dalla colpa di un delitto. Ed è proprio l’omicidio a costringere alla fuga la coppia che si rifugia a Ginevra. Costretta dall’indigenza a rivolgersi al padre, Colette deve fare i conti anche con l’infelicità interiore di Jacques il cui tormento lo fa chiudere sempre più in se stesso non rendendosi conto di quello che la donna fa per lui… Un romanzo molto amaro che racconta di esistenze nella penombra e di conseguenze che la guerra (e tutte le guerre!) ha causato anche con modalità indirette.
Come ne “I mie amici” ritrovo l’espressione di un malessere esistenziale ed un’atmosfera che mi ricorda tantissimo Raskolnikov anche per le riflessioni sottese su castigo e perdono.
"A intervalli arrivano momenti in cui ci rendiamo conto che il tempo è andato avanti senza di noi, che noi non abbiamo progredito di pari passo, che, più deboli siamo stati malati e che il tempo ora è altra cosa."
Emmanuel Bove (1898-1945), pseudoniem voor Emmanuel Bobovnikov, was de zoon van een joods Russische immigrant en een Luxemburgs kamermeisje. Hij groeide uit tot een Franse auteur wiens werk weliswaar na de oorlog in de vergetelheid raakte, maar hij werd wel ontdekt door de Franse schrijfster Colette en bewonderd door bekende schrijvers als Rainer Maria Rilke, Samuel Beckett, André Gide en Max Jacob. Hij schreef ook nog onder de pseudoniemen Pierre Dugast en Emmanuel Valois. In 1924 debuteerde hij met Mes amis, dat toen door uitgeefster Angèle Manteau in het Nederlands werd vertaald. Na een dertigtal publicaties stierf hij al op 47-jarige leeftijd. Bove was zelf steeds in geldnood en schreef ook over de armelui uit zijn wereld, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld zijn tijdsgenoot Marcel Proust, de grote intellectueel, romanschrijver en essayist die van rijke afkomst was. Pas in 1979 werd Boves papieren erfenis gevonden in een koffer, na de dood van zijn weduwe. Uit die koffer komt ook het manuscript van Vrouwelijk karakter. Hoewel het boek hier en daar wat inconsequenties telt en er zelfs een pagina ontbreekt, zou dit boek kenmerkend zijn voor Bove: een echte Boveaanse roman wordt de lezer beloofd.
Op de eerste pagina’s wordt er ingezoomd op een Parijs hoekappartement waar de luiken van twee ramen nog open zijn en die hun licht nog werpen op het trottoir. In dat appartement maken we kennis met de familie Bénac. Die wacht op de rijke verloofde van hun dochter Dénise, ook lid van het gezelschap, met name dokter Salmand. Zijn bezoek wordt echter ontsierd door de onverwachte komst van Colette Salmand, zijn dochter die hem uit Genève komt opzoeken omdat ze in geldgebrek zit. Zo verschuift de focus naar Colette en hoe ze in haar weinig benijdenswaardige positie is beland; dit is een originele kennismaking met de hoofdpersonages die pas in tweede instantie worden voorgesteld.
Het verhaal van Colette begint als ze de jonge Jacques Leshardouin leert kennen, die in de Eerste Wereldoorlog een granaatscherf in zijn hoofd heeft gekregen. Als zijn broer in de oorlog sterft, wil hij hem wreken, maar hij krijgt de keuringsarts er niet toe hem een medisch attest uit te reiken. Uit frustratie begaat hij dan een misdaad en vlucht naar Genève. Hij vraagt Colette om hem achterna te komen zonder haar op te biechten wat er juist gebeurd is. Haar vriend blijkt een melancholische slappe jongeling te zijn die zich door haar laat onderhouden. Hij blijkt het type personage te zijn dat je als lezer veelvuldig door elkaar zou willen schudden, hoewel je ook wel ergens medelijden met het koppel voelt, en vooral dan toch met haar.
Colette doet er namelijk alles aan om het hoofd boven water te houden en toch een redelijk bestaan op te bouwen. Innerlijke demonen kwellen beide hoofdpersonages, wat Bove als een ware meester aan het papier toevertrouwt. Colette is het sterke vrouwelijke karakter uit de titel ondanks alles. Ze krijgt veel tegenslagen te verwerken, maar kruipt telkens weer uit het dal. Ook al zal ze haar dromen en illusies gaandeweg verliezen. Soms worden de emoties onderdrukt voor de schone schijn, en dan weer zijn ze heftig en benadrukken ze het Franse temperament.
‘Het is jouw schuld’ zei Colette. ‘Wat!’ riep mevrouw Salmand, die niet begreep dat het respect dat Colette haar de afgelopen maanden had betoond, voorgoed verdwenen was, en dezelfde toon bleef aanslaan van iemand die denkt dat men haar dankbaarheid verschuldigd is en haar alleen daarom al niet voor het hoofd durft te stoten. ‘Ja, het is jouw schuld’, vervolgde Colette meedogenloos.
Colette zelf is ook nog niet echt standvastig te noemen maar ze leert door vallen en opstaan. En strijden doet ze zeker.
‘Eén waarheid speelde steeds opnieuw door haar hoofd: het leven is een voortdurende strijd. De mens kan nergens van op aan.’
Dit boek etaleert ondanks zijn beknoptheid het oog voor detail van de auteur, en de gedachten en de wanhoop van mensen die toch nog alles proberen om er het beste van te maken. Bove was blijkbaar gekend om zijn personages in het ongeluk te storten. Uit het nawoord van vertaalster Mirjam de Veth blijkt uit een boeiende biografie van Bove dat hij gebeurtenissen uit zijn eigen leven verweefde in zijn werk, en dat hij zelf geen gemakkelijk leven heeft geleid.
Vrouwelijk karakter vertelt het verhaal van kunststudente Colette Salmand en Jacques Leshardouin, waar Colette stapelgek op is. Jacques heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog voor zijn land gediend en daarbij een granaatscherf door zijn hoofd gekregen. Wanneer zijn broer sneuvelt wil hij hem wreken en opnieuw voor zijn land dienen. De legerarts keurt hem hier echter niet goed voor, waarop Jacques een moord begaat. Hierop ontvlucht Jacques het land, reist af naar Genève en vraagt Colette hem achterna te komen zonder haar familie te vertellen waar ze naartoe gaat. Jacques is alleen enorm van karakter veranderd, zakt weg in zelfhaat en vindt dat Colette meer verdiend. Ze strijd echter totdat ze er zelf bijna aan ten onder gaat en weet ondanks de armoede toch haar hoofd boven water te houden. Zal ze slagen in de liefde met Jacques?
Emmanuel Bove (1898-1945), schreef onder het pseudoniem Emmanuel Bobovnikov, was de zoon van een Joods Russische immigrant en een Luxemburgs kamermeisje. Na de tweede wereldoorlog raakt zijn werk in de vergetelheid. Na het overlijden van zijn weduwe in 1979 wordt het manuscript van Vrouwelijk karakter gevonden in de koffer die zijn weduwe al die jaren heeft bewaard. In het boek ontbreekt één pagina, dit maakt het echter niet minder compleet. Al deze informatie en een biografie van Bove worden uitgebreid beschreven in het nawoord en zeker de moeite waard om te lezen.
Bove weet ondanks de vrij gewone en korte verhaallijn het leven van Colette en Jacques goed weer te geven. De onderlinge verhoudingen maar ook de beschrijving van de verschillende personages geven je een goede kijk in het leven van destijds. Hier dragen de uitgebreide beschrijving van de locaties en verschillende sferen aan ook bij. Het lijkt net alsof je naar een toneelstuk zit te kijken waarbij de wisselende scènes bijna aan te raken zijn.
“Ze kon niet verder. Jacques bleef zwijgen. Hij realiseerde zich dat hij onrechtvaardig en ondankbaar was. ‘Ik weet niet meer wat ik zeg,’ mompelde hij. Om zich te verontschuldigen bracht hij een hand naar zijn voorhoofd, alsof zijn voorhoofd zo barstensvol gedachten zat en hij niet meer wist wat hij zei. Toen voegde hij eraan toe: ‘Als jij er niet was, zou het niets uitmaken, want ik heb geen enkele moed.’ ”
Bove beschrijft in Vrouwelijk karakter ook goed hoe de verschillende personages destijds leefden. De angst, twijfel en onzekerheid spatten van de bladzijden af. Dit is natuurlijk ook typisch voor de tijd waarin Bove zelf leefde en onder welke omstandigheden hij zijn boeken heeft geschreven.
Ondanks de korte roman weet Bove in Vrouwelijk karakter op een bondige wijze op papier te zetten hoe mensen ondanks alle wanhoop en tegenslag toch nog proberen om er het beste van te maken. De vier hartjes dan ook zeker verdiend.
Nieuw in wat ik van Bove las, is dat hier een relatie centraal staat en niet een tobbende man. Colette krijgt geen grip op haar Jacques, verwond teruggekeerd uit de oorlog en getraumatiseerd. Hij is niet in staat tot liefhebben. Colette en Jacques reizen beiden in tijden van nood naar hun ouders. De verteller blijft op de achtergrond, waardoor de getroubleerde relatie nabij blijft en nergens geïroniseerd wordt. Wat ik wel jammer vind, maar het gaat hier om een gebrek van alle Bove-romans die ik las, is dat de omgeving inwisselbaar is: Nice, komen we weinig over aan de weet, Parijs, al evenmin. De maatschappelijke omstandigheden, de politieke verwikkelingen lijken op grote afstand.