Cilia kan niet werken en is idolaat van haar docent scenarioschrijven Sam. Veel droogkomische scenes over het wel en wee van Cilia, opgetekend in drie faxen aan Sam.
Wat citaten:
De ondergang zette in met een werkstuk over ‘De Dreigeteilte Bibliothek in Gütersloh’, een onderwerp dat overgebleven was omdat niemand anders het wilde.
Op de een of andere manier ontgaat mij het verband tussen de verlossing en een fulltime baan, en dat maakt mij tot een hinderlijke spelbreker. Men wil gezellig praten over verbouwingen en wintersportvakanties, en niet over huursubsidie en armoedetoeslagen. Wat heel goed is, want al die onzin houdt de economie draaiende en daardoor kunnen ze de belasting betalen waarvan mijn uitkering gefinancierd wordt.
Wat is een genuanceerd oordeel in hemelsnaam? Weet jij het? Een slap aftreksel van alle gangbare meningen van het moment?
Het voordeel van lesbisch stijldansen was dat ik, zelfs als het lesbische tegen zou vallen, in elk geval zou leren dansen.
‘Geld is de buitenste kring,’ zei Harry. ‘Dan ben je nog groen. Ik ben nu in mijn blauwe fase.’
Ja, ik citeer uit het hoofd. Het kan ook andersom geweest zijn.
Wat ik met normaal bedoel? Elke dag op tijd opstaan! Dat soort schoenen aantrekken!’ En ik wees naar zijn keurig in bruin leder geschoeide voeten die onder het bureau uitstaken. ‘De hele dag achter zo’n bureau zitten! Trouwen! Kinderen krijgen! Met z’n allen naar de stacaravan!
Wat hadden ze me op m’n kop gezeten, de gevoelslui! En wat was ik ermee opgeschoten? Niks. En maar zoeken naar iets wat de sleutel zou moeten vormen tot de doorgang naar de rest van de mensheid. Waarom eigenlijk? Wat moest ik eigenlijk met die mensen? Zo leuk waren ze niet.
En maar zoeken, zoeken, in eindeloze honger en hunkering, naar die ‘bewustwording’, alsof die als een paasei in de struiken lag.
‘Vind jij mij eigenlijk aardig?’ vroeg ik laatst aan Louise.
Ze nam me nauwkeurig op.
‘Nee,’ zei ze. ‘Je bent alles wat ik zoek, en nog mooi bovendien, maar aardig, nee, aardig ben je niet.’
Ik vind het jammer hoor, want ik ben dol op aardige mensen, maar ik ben het gewoon niet en ik zal het niet worden ook.
Hij heeft zijn leven lang aan de lopende band in een melkfabriek gestaan. In zijn vrije tijd vertaalde hij de bijbel uit het Grieks.
De hele begrafenis heeft me bijzonder opgevrolijkt.