“Warhammer is zelfs voor de meeste nerds een beetje te nerdy. Een bordspel met fantasyminatuurtjes die je zelf moet beschilderen? Op een bord dat je ook nog eens in elkaar moet knutselen? Ikben toch geen nerd? Ja, oké, wel, maar ook weer niet ZO'N nerd!” (p.332-333)
Dit citaat is in een notendop de voornaamste reden waarom ik twijfel tussen drie en vier sterren voor dit boek. (Ik geef het vier sterren, want het is vermakelijk en ik denk dat het leuk is als meer mensen dit boek lezen.) Namelijk, dat ik bij het grootste gedeelte van het boek dacht: ik ben wel een nerd, maar ik ben niet ZO'N nerd.
Guzman en Van Domburg zijn nerds, een bepaald soort nerds, en dat etaleren ze met dit boek. Want het boek gaat vooral over hun eigen liefde voor bepaalde dingen die als nerdy beschouwd kunnen worden: strips, superheldenfilms, bordspellen, fantasy- en sciencefictionboeken, computerspellen, en plekken waar je die dingen allemaal kunt vinden (van filmlocaties tot comic book conventions). Ze kunnen ook moeilijk anders, want nerd zijn is zo gevarieerd, dat je wel een selectiecriterium moet uitkiezen om een focus te behouden.
En ergens vraag ik me af of er veel nerds zijn die in dezelfde mate van dezelfde dingen houden als de schrijvers. Zo voel ik me wel aangesproken door de term nerd, maar heb totaal andere associaties met de term. Het staat voor mij niet alleen voor een voorliefde van bepaalde genres in de popcultuur (fantasy, manga, computerspellen) maar ook voor een verregaande focus op hobby's interesses --- en dan doel ik in het bijzonder op wetenschappelijke of historische interesses. De klassieke nerd, die duikt in biologische specialisatie, bijvoorbeeld (zoals mijn vriendin, die ik een nerd vond voordat ik haar liefde voor bord- en kaartspellen kende); of in mijn eigen geval een gecombineerde leeslijst kent van vooral non-fictie (geschiedenis, populaire wetenschap) en fantasy.
De schrijvers' focus op hun eigen liefdes is tegelijkertijd zo nauw, dat ik regelmatig ongeïnteresseerd doorlas over manga's en superheldenstrips, en zo breed, dat dingen die ik wel degelijk interessant vond (bordspellen dus), te kort en afgeraffeld leken. Hoofdstukjes van 15 bladzijden doen geen recht aan alle aspecten, zeker niet als ze slechts éénmaal in het boek aan de orde komen. In het hoofdstuk over bordspellen zeggen Guzman en Van Domburg dat “als we zeeën van tijd hadden … dan deden we ons hele leven niets anders dan bordspellen spelen.” (p.157) Maar dat zou je niet afleiden aan de aandacht die ze besteden aan het onderwerp. Helaas wordt veel van hun tekst gespendeerd aan het zeggen dat er meer is dan Monopoly en schaken (het is waar, daar niet van, maar komt overbodig uitgebreid aan bod). De resterende 8 bladzijden hebben ze het vooral over Game of Thrones het bordspel, Battlestar Galactica en Dungeons and Dragons. Geen woord over combinaties van thematiek (waar een spel over gaat) of mechanisme (hoe een spel werkt) en dat er een wereld aan variaties bestaat op het gebied van beide, zodat er voor iedereen wel iets te vinden is waarmee hij of zij zich kan vermaken.
Je zou het niet zeggen, als je Nerds! leest over bordspellen, maar er is meer op de markt dan alleen maar een fantasy-element: Dungeons and Dragons, Battlestar Galactica, Game of Thrones, Magic the Gathering (en ze noemen in het voorbijgaan Gloomhaven, omdat dat bovenaan elke Bordspellenlijst staat), je zou bijna vergeten dat er een enorme Euro-markt is die draait om het opbouwen van je eigen wijngaard, industriële complex, of vogelcollectie. Het hele concept van Euro versus Ameritrash (waarbij respectievelijk verfijnde mechanisme of de beleving van thema centraal staan) en de recente versmelting van beide in steeds diepgaandere, complexere spellen komt niet aan de orde. En laat ik nou een nerd zijn die liever diepgaander had gelezen over minder, dan oppervlakkiger en breder over meer.
Het zou goed kunnen zijn dat ik de grote uitzondering ben, dat mijn soort nerd in de minderheid is en dat de meest nerds zich wel herkennen in deze brede uiteenzetting van comics en de conventions waar ze naartoe kunnen om zich te verlekkeren aan alles wat er allemaal te verzamelen en consumeren is in de wereld rondom computerspellen, films en strips. Daar pik ik ook wel elementen van mee, met een rij Funko-poppetjes van personages in nerd-categorieën als Harry Potter en Community. (Zou Mary Poppins ook nerdy zijn, dan?) Maar in alles blijft toch een beetje de twijfel hangen voor wie dit boek nou precies bedoeld is en wie het geheel bevredigend of een feest van (h)erkenning zal zijn.
Misschien is het vooral bedoeld voor mensen die zelf geen nerd zijn, die graag willen lezen over de gekke dingen die die maffe nerds leuk vinden. In hun dankwoord zeggen de auteurs het volgende “Maar ook willen we de niet-nerd bedanken. We hopen dat we je innerlijke nerd hebben doen ontwaken.” (p.340) En hoewel het met veel humor geschreven is, betwijfel ik of dit boek werkelijk zal slagen in het aanspreken van mensen die niet al geïnteresseerd zijn in de onderwerpen die ze beschrijven. Ik zou als zelfbenoemde nerd tot de kerndoelgroep moeten behoren, maar wat ze schreven over alles wat me niet al interesseerde, heeft me geen moment zo geprikkeld, dat ik er meer over zou willen weten.
Het was, in bordspeltermen, geen deur die leidde naar een nieuw te verkennen kamer, maar eerder een eindbaas die anticlimactisch verslagen is met het lezen van de laatste bladzijden. Mijn nerdy vriendin zal beamen dat dat niet betekent dat ik me gedurende het spelen (of in dit geval lezen) niet grondig vermaakt heb (want het is wel degelijk een leuk boek om te lezen), maar het zorgt er wel voor dat ik uiteindelijk niet geïnspireerd verder zal gaan maar juist met een onbestemd gevoel aan tafel blijf zitten.