Geheel tegen de regels van het klooster in wordt een nieuwe gast opgevangen door Jacob, de conciërge. Aanvankelijk stelt Jacob, zich bewust van de hiërarchie binnen de orde, zich terughoudend op. Maar gaandeweg groeit er een verstandhouding tussen de gelovige conciërge en de gast die een misdaad op zijn geweten heeft. Jacob verliest zich in de aandacht die hij krijgt en is bereid ver te gaan om de vriendschap te behouden.
Esther Gerritsen volgt het verhaal van de conciërge parallel aan het lijdensverhaal van Christus. Op de haar bekende scherpe manier ontleedt ze de relaties tussen mensen, de verwachtingen en belangen die daarbij spelen en ze stelt de vanzelfsprekendheid der dingen ter discussie.
Esther Gerritsen (1972) is a Dutch novelist, columnist and screenwriter. Since her 2000 debut with Bevoorrecht bewustzijn (Privileged Consciousness), Gerritsen has been considered one of the best authors in the Netherlands and makes regular appearances on radio programs and at international literary festivals such as Litquake and Wordfest.
Her novels Superduif (Superdove, 2010), Dorst (Craving, 2012), Roxy (2014) and De Trooster (The Comforter, 2018) were all shortlisted for the Libris Literature Prize. In 2005 she was awarded the BNG prize for her second novel Normale dagen (Ordinary Days, 2005) and in 2014 she was awarded the Frans Kellendonk prize for her body of work. Gerritsen writes a popular weekly column in the VPRO TV guide and she had the honour of writing the Dutch Book Week gift in 2016 with a print run of 700,000 copies.
She is currently making a name for herself as a screenwriter for film and TV. She wrote the scenario for Instinct (Halina Reijn, 2019), which was the opening film at the Dutch National Film Festival, was praised and lauded at international filmfestivals such as Locarno, Toronto and London and is the Dutch entry for the 2019 Oscars. She is a co-writer of the new TV series Red Light, which will premiere in 2020 featuring Maaike Neuville, Halina Reijn and Carice van Houten (Game of Thrones).
Als ik aan een boek begin, hoef ik niet persé iets te weten over het privé-leven van de schrijver. Weten in welke periode hij/zij leefde, is vaak al voldoende. Bij hedendaagse schrijvers hoef je dus niets vooraf te weten. Maar! Er is een maar. Bij het boek “De trooster” van Esther Gerritsen had ik beter wél iets geweten van haar privé-leven. Deze schrijfster is nl., na omzwervingen langs boeddhisme, e.d., teruggekeerd tot het katholieke geloof van haar jeugd. En het boek gaat over het katholieke geloof. Had ik het geweten, was ik er gewoon niet aan begonnen. Ik kende Gerritsen van het boekenweekgeschenk van 2016, “Broer”, dat ik heel goed vond.
“De trooster”, dus. (Genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs.) Flaptekst: “Geheel tegen de regels van het klooster in wordt een nieuwe gast opgevangen door Jacob, de conciërge. Aanvankelijk stelt Jacob, zich bewust van de hiërarchie binnen de orde, zich terughoudend op. Maar gaandeweg groeit er een verstandhouding tussen de gelovige conciërge en de gast die een misdaad op zijn geweten heeft. Jacob verliest zich in de aandacht die hij krijgt en is bereid ver te gaan om de vriendschap te behouden.”
Het verhaal speelt zich af in de week voor Pasen, de Goede Week. Voor mensen die niet met een of ander geloof zijn opgegroeid, kan het interessant zijn om de rituelen in de week voor Pasen eens haarfijn uitgelegd te krijgen. Maar ik, die zelf katholiek ben opgevoed, zag hier het hele circus weer opgevoerd. Knielen, bidden, kaarsjes branden, vaste stukjes tekst opzeggen, zoals “Oh Heer, wees ons, zondaars, genadig.” Daar heb je ze weer, de zondaars (wij, dus). En Jezus, die zijn leven heeft gegeven voor ons. Zonde, boete doen, ...en heel misschien: vergeving? Het hoofdpersonage, Jacob, is een eenvoudig gelovig man, die houdt van de kerkelijke rituelen, vooral van de kruisweg. “Volksdevotie”. Ik herken het maar al te goed. Het hele verhaal wordt verteld door Jacob, de ik-persoon. De tweede hoofdpersoon, Henri, is een man, die weinig weet over religie. Het klooster is voor hem een totaal andere wereld. Gefascineerd kijkt hij toe, en neemt hij zelfs deel, maar hij snapt er totaal niets van. Hij wordt dan ook helemaal niet bekeerd in het klooster. Hij gaat na zijn retraite gewoon weer zijn gang. Citaat: “Morgen,” zei ik, “lopen we met hem mee, jij en ik, de hele kruisweg. Zeg dat je met me meeloopt. We laten hem niet alleen. Hoe meer we nu bij hem zijn, hoe minder zinloos zijn lijden is geweest. Snap je dat wel? Dat het aan ons is om het goed te maken? Ik wist dat ik alles tegen Henry kon zeggen, moest zeggen. Deze vriendschap kon geen enkele schijn verdragen.” Hoezo, deze vriendschap? Ze hadden elkaar nog maar een paar dagen geleden voor het eerst ontmoet!
Vreemd dat dit boek bij zo veel mensen in de smaak valt. Maar ja, religie en het zoeken naar de zin van het leven is ook weer erg in. Verder is het een zeer simpel, rechtlijnig verhaal, dat makkelijk weg leest.
Op de cover van het boek staat een klein stukje uit het schilderij “De tuin der lusten” van Jeroen Bosch. Dat schilderij vind ik duizend keer interessanter dan “De trooster” van Gerritsen.
Duister boek waarin een onverwachte vriendschap tussen concierge Jacob (die voor de wereld gevlucht is in een klooster) en politicus Henry centraal staan. Als Henry iets doet wat alles behalve moreel te vatten is komt de vriendschap op de helling te staan. Van duister naar licht en weer naar duister. Knap geschreven !$
Jacob werkt als koster bij een klooster, waar ook leken een tijd door kunnen brengen in een retraite. Jacob heeft, net als Jutka uit de roman Vindeling van Vonne van der Meer, een lichamelijk gebrek. Een kant van zijn gezicht is scheef. De asymmetrie van zijn gezicht heeft ervoor gezorgd hem zich altijd de mindere voelt van andere mensen. Jacob is een eenzelvig mens, wantrouwig, korzelig en niet heel vriendelijk. Hij houdt zich op de achtergrond. Zelfs door de broeders voelt hij zich niet thuis. Als kind kreeg hij in een rollenspel altijd de rol van de familiehond toebedeeld; hij was daar tevreden mee, hij mocht immers meedoen. Die rol is hij zijn hele leven blijven spelen: de hond; het dier dat niet kan praten, dat zijn eten in zwijgzaamheid eet terwijl anderen zich gezellig onderhouden met elkaar, de hond die kunstjes doet, die niet eens zo moeilijk hoeven te zijn, de hond die gewoon geen mens is. Jacob is een mislukte geestelijke. Eigenlijk had hij misschien vroeger ooit ook het klooster in gewild maar die stap heeft hij niet durven zetten. Ooit heeft hij een vriendin gehad, maar eigenlijk was hij liever alleen. Seks met zijn tweeën was een stuk ingewikkelder dan in zijn eentje. Het meisje maakte het uit.
Zijn leven verandert als Henry in het klooster verschijnt. Men fluistert dat hij als minister heeft moeten aftreden: overspel, fraude? Jacob houdt zich niet zo bezig met het nieuws. Henry dringt zich een beetje op aan Jacob, tenminste zo voelt de laatste dat. Er ontstaat langzaam een zekere verstandhouding tussen de mannen. Henry gaat Jacob helpen bij zijn werk in de moestuin. Jacob raakt betrokken in Henry’s leven. Het is in de Goede Week dat Jacob Henry kan overhalen de diensten bij te wonen; iets wat hij voor die tijd niet deed omdat hij niets met het geloof heeft. Jacobs spiritualiteit wordt dieper, intenser naarmate Pasen nadert. Hij voelt de inspiratie, de Heilige Geest over zich komen naarmate hij intiemer wordt met Henry. Het lijkt zelfs een beetje op een verliefdheid. Het is geen fysieke verliefdheid, maar Jacob voelt zich door Henry meer mens. Hij gaat zich steeds steeds meer de leraar voelen, een beetje een jezus, en Henry is zijn apostel. Jacob preekt en Henry volgt. Henry zelf is geïnteresseerd in de apostel Paulus, die Jezus zelf nooit gekend heeft en die voor zijn bekering niet zo’n deugdzaam leven heeft geleid - op de een of andere wijze moest ikzelf steeds aan Augustinus denken, misschien vanwege diens Confessiones? -.
Tijdens het heidense paasvuur in het dorp gebeuren er verscheidene zaken - dionysisch (mijn term, rdv, niet van Gerritsen) - bij Henry en Jacob, die hen in een ander daglicht stellen. De mannen hebben elkaar wanhopig nodig, maar trekken daar andere consequenties uit. Spoilerwise kan ik daar niet veel over zeggen, maar het is dramatisch.
De Goede Week speelt vaker een rol in Nederlandse romans: zoals bijvoorbeeld in Het hout van Jeroen Brouwers, De weldoener van Thomese. Deze spirituele periode van inkeer en bewustwording spreekt, denk ik, ook minder religieus bevlogenen tot de verbeelding. Misschien gaat Jacob - de oud-testamentische naam draagt deze zielige zonderling niet per ongeluk - iets te ver in zijn bevlogenheid, in zijn rol van trooster van de ongelukkige, wanhopige medemens. Henry beantwoordt Jacobs behoefte messiasje te spelen niet op een wijze die Jacob zich in zijn stoutmoedige dromen had voorgesteld.
Dit is zo’n roman die zich lastig laat bespreken. Dit stukje van mij doet op geen enkele wijze recht aan de sobere taal waarvan Gerritsen zich bedient en de rijke invulling van de mannelijke hoofdrollen zoals zij die vormgeeft. Het overdonderende en anticlimactische einde zag ik niet - al te snel - aankomen (hmm, misschien geef ik hiermee iets te veel weg). In zekere zin vertolkt Jacob een jezusrol en Henry een andere. Zelf zag Henry zich graag als de apostel Paulus maar ik denk dat hij zich daarmee hogelijk overschat; ook is het mogelijk dat Henry hun relatie sowieso heel anders heeft ingekleurd. Het perspectief ligt zo exclusief bij Jacob dat het zou kunnen dat deze een totaal ander beeld van de situatie heeft dan Henry; er zou sprake kunnen zijn van een ‘onbetrouwbaar personage’, in literaire zin, bedoel ik dan. In hun meer dan menselijke kleinheid ontmoeten beide mannen elkaar maar zij lijken er niet ten volle van te profiteren. En dat is heel tragisch; het lam Gods lijkt toch voor niets te zijn gestorven.
Het is het verhaal van een achtergesteld mens, misschien vindt de grootste achterstelling plaats in zijn eigen hoofd: een groot minderwaardigheidsgevoel, net zoals de hierboven genoemde Jutka van Vonne van der Meer ook had. Een mens die zichzelf meer tekort doet dan zijn medemens dat doet, of de meeste van zijn medemensen. De broeders waarderen Jacob erg en zijn vriendelijk voor hem, zijn bezorgd om hem, stellen hun hart open voor hem, maar Jacob gelooft hen niet.
Ik kom maar weer met mijn zwaktebod - dat doe ik meestal als ik me niet in staat voel een adequaat stukje te schrijven -: lees dit boek en oordeel zelf.
Over de auteur (Wikipedia):
Gerritsen (1972) groeide op in de plaats Gendt bij Nijmegen en studeerde Dramaschrijven en Literaire vorming aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. In oktober 2014 verscheen haar roman Roxy. Gerritsen is columniste voor de VPRO Gids. In april 2015 werd bekend dat de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek Gerritsen heeft gevraagd het boekenweekgeschenk van 2016 te schrijven. In 2016 is Broer dan ook het boek dat als boekenweekgeschenk werd weggegeven.
Bibliografie:
Titel: De trooster Auteur: Esther Gerritsen Uitgever: de Geus Verschijningsdatum: januari 2019; oorspronkelijk 2018 Druk: 5e druk Aantal pagina's: 224 pagina's EAN: 9789044541717 Genomineerde Libris Literatuurprijs 2019 Categorieën: Literaire romans
Niet zelden glimlach ik tijdens mijn gebed omdat ik me zo klein voel en het me aandoenlijk voorkomt hoe hard ik mijn best doe om beter te zijn dan ik ben (20)
Jacob komt op mij over als een nederig persoon, die zich continue wegcijfert. Hij heeft nooit iets "van zijn leven willen maken", dus het kan ook niet mislukken. Met deze kerngedachte ontwikkelt zich een vriendschap met bezoeker Henry. Het contact doet hem goed.
Zo intens als mijn geluk die dag was, zo intens deed het pijn, deze aanraking die zo zeldzaam was in mijn leven en me meer bekoorde dan ik had kunnen dromen (92)
De Trooster is een compact verhaal, met weinig poespas. Toch levert het veel stof tot nadenken en dat vind ik bijzonder. Erg van genoten, jammer dat het zo kort was.
Esther Gerritsen heeft de beklemming weer prachtig beschreven: hoe mensen elkaars levens kunnen veranderen alleen maar door ergens te zijn,hoe er niets bestaat wat niets anders aanraakt.
Interessant boek met mooie gedachten en beelden (dat tegelijkertijd ook schuurt) Wat het nu echt wil zeggen, weet ik nog niet helemaal. Misschien hoeft dat ook niet, maar... je zou er goed over door kunnen filosoferen. Ook in een groep! Kan mooie gesprekken opleveren over thema's als vergeving, schuld, zingeving en wat 'goed' is en 'kwaad'. Nu nog een groep zoeken :P
Gerritsen. Sinterklaas, Kerstmis en in dit geval Pasen op é��n dag. Ondanks alle lofbetuigingen niet haar beste. Religie, je moet het snappen om te snappen. Had ik 'het wel door'? Ik zocht de hele tijd naar de 'dubbele betekenis' waardoor ik minder 'in' het verhaal zat. (bv. Broeder Jacob? Nee, ik ben de conciërge). Telkens het over Judas, het lijdensverhaal en schuld ging (en daarover ging het de hele tijd) had ik het gevoel de tweede laag niet te vatten. Hierdoor was het boek voor mij niet universeel genoeg. Maar het blijft Gerritsen. Het blijft een beetje Sinterklaas.
Mooi hoe Gerritsen op een toneelmatige manier een sfeer weet neer te zetten en een drama weet op te bouwen met een duidelijke opbouw, climax en afbouw. Haar dialogen zijn subliem. En dit keer zit er meer vlees aan de botten van het verhaal dan in haar andere boeken, die vaak bijna geheel uit dialogen bestaan.
Wat een rustgevend boek. Ik heb het gelezen als een kabbelende beek. Dit klinkt poëtischer en verhevener dan ik bedoel. Maar het las gewoon heerlijk weg. De bladzijdes zijn ook zo vorm gegeven dat er veel wit om de tekst staat, wat het ook krachtig maakt.
Het gaat over Jacob, conciërge in een klooster. Hij verteld over de komst van Henry, een politicus die niet langer werkzaam is als politicus en zijn tijdelijke intrek neemt in het klooster. Jacob wil in eerste instantie niets met hem te maken hebben maar toch ontstaat er een vriendschap. Jacob ontdekt van alles over zichzelf en lijkt tot bloei te komen. Waar ook verdriet en verwarring mee gepaard gaat.
Echt heel mooi geschreven. Geen woord te veel en te weinig. Het effect van gedachten, gedragingen en uitgesproken woorden wordt zeer on point beschreven. Alsof je kan voelen wat Jacob voelt.
Toch voel ik me niet geroepen gelijk meer te lezen van de schrijfster. Wellicht komt het door de cover, waar ik bijna een beetje naar van word. Het nodigt niet uit.
Heel veel aan dit boek is intrigerend en je leest er ook nog eens snel doorheen dus het is een grote tip voor iedereen die 2022 nog even wil afsluiten met een indrukwekkend boek.
Goed concept, goed uitgewerkt. De premisse is eenvoudig en compact als van een kort verhaal, het hoofdpersonage complex en intrigerend, komt tot leven. Knap hoor.
Zoals anderen al schreven is het opmerkelijk hoe Esther Gerritsen een voluit christelijke roman kan schrijven en toch de Libris Literatuurprijs kan winnen. Dat moet in ieder geval betekenen dat dit een goed boek is. En dat is het ook: stilistisch heel sterk, complexe karakters, een origineel verhaal over de grote dingen van het leven: goed en kwaad, zuiverheid en zonde, waarheid, vriendschap, vergeving.
Gerritsen schrijft erover maar is nergens moraliserend, ze gaat niet voor de simpele oplossingen. Integendeel - wat het boek sterk maakt is dat het de strijd die ieder mens levert met die thema's zo invoelbaar maakt. Geen mens is eendimensionaal, en Gerritsen slaagt erin dat in dit boek geloofwaardig neer te zetten én een hoger perspectief te geven. Literair en christelijk, het kan dus echt.
Makkelijk leesbaar boek over verantwoordelijkheid dat zwaar leunt op het christelijke begrip van schuld en boete.
Eén grote spoiler! Aantekeningen voor mezelf gemaakt.
Gerritsen introduceert Jacob, de lekenkoster, de inwonende conciërge van het retraitecentrum behorend bij een klooster. Jacob is geen broeder maar wordt wel gedoogd in de woonkamer van de broeders, bij de diensten en eet met hen. Zijn kamer is in het retraitecentrum, niet bij de broeders. Jacob is zo een beetje vanalles en daarmee ook net niets. Jacob zorgt voor het gebouw en verricht allelei klusjes en klussen voor het klooster maar ontvangt niet de gasten, dat doen de gastvrouw en de gastenbroeder.
Geloof Jacob is gelovig. In de kerk voelt hij de pijn van Christus als kou in de winter: “(…) gelijkerwijs ontvang ik al jaren de pijn van Christus.” Hij vindt het troostend om de gruwelijke afbeelding van de gemartelde Jezus te aanbidden: “Want niet de bespotte hoeft zich te schamen, wel zij die hem beschimpen.” “Niet hoeven twijfelen over je bestemming is een geluk dat weinig mensen is gegeven.” Als Jacob bidt: “Liet de mensen verworden tot abstracte hindernissen. Zo heb ik ze graag. (…) Ik ben een kamer vol smerige gevoelens. Met liefde ruim ik die kamer op.”
Engel? Duivel? Eén van de retraitegasten heet Henry Loman. Hij blijkt staatssecretaris te zijn. Loman klampt zich vast aan Jacob omdat die niet in alles wat hij zegt meegaat, wat de gastenbroeder wel doet. Loman is brutaal. “Ongemak leek Henry Loman volledig onbekend.” “Het is die ijdelheid, dat zelfingenomene dat ik haat.” Loman is bedreven in het voeren van gesprekken; hij daagt Jacob uit maar houdt zelf alle kaarten voor de borst. “Hij was goed in negeren wat hij niet wilde horen.” Loman schoffelt in alle vroegte de tuin van Jacob en dwingt intieme gesprekken met hem af; dringt zich op. “De man kwam met gevaarlijke geschenken.” Als op een avond de vouw en het kind van Loman voor hem komen, vindt Jacob hem bij zijn tuin. Als Loman weg is en Jacob er alleen naar de sterren kijkt, voelt hij een innerlijke vrede die lang weg is geweest; hij duidt het zelf als de aanwezigheid van God. Jacob realiseert zich dat hij daar zit wegens Loman, aan wie hij zich ergert: “Het was niet de vrouw, niet het kind, de engel was in onvermoede gedaante gekomen.” Ik vind dit een mooie gedachte. “Henry had de vreugde in me wakker gemaakt, plezier, vriendschap, nachtelijk drinken, zelfs de ruzie op straat had me geamuseerd.” Maar is Loman wel een engel, of eerder een duivel in vermomming met zijn verleidingskunsten?
Christendom In dit boek veel feitelijke informatie over het christendom en christelijke rituelen, waarbij ik de link naar de personages of het verhaal miste, anders dan het bieden van context. Enkele scenes vond ik wel treffend: de koster Jacob bereidt een ritueel voor Pasen voor waarvoor hij samen met een broeder een groot houten kruis uit een opslag moet halen. Terwijl hij met het kruis op zijn rug naar de kerk loopt, overpeinst hij de relevantie van het werk van een koster voor de rituelen. Hier dient zich de vergelijking met Jezus aan, die ook dienend was of wilde zijn aan zijn volgelingen. De overpeinzing gaat twee kanten op: wil Gerritsen de koster vergelijken met Jezus, of wil zij ons laten nadenken over of Jezus een leider of een dienaar was? Jacob doet zijn gedachten over het belang van zijn dienende rol af als hoogmoed.
Nog een sprekende scene. Jacob zet pinda’s klaar voor het samenzijn van de broeders op paaszondag. Henry Loman verleidt Jacob om in plaats daarvan met hem mee te gaan naar een heidens paasvuur in het dorp. Als Jacob en Henry op het terrein richting dorp lopen, komen ze een paar broeders tegen die de andere kant op lopen. De broeders roepen Jacob niet terug. “Maar niemand die iets zei over mijn gang de andere kant op. Ik schudde het onverwachte gevoel van teleurstelling van me af. Niet meer omkijken, Jacob.” Jacob is niet één van de broeders, verraden, net als Jezus tijdens wat we nu pasen noemen. Of toch tot dwaling verleidt door de al te wereldlijke manipulatie van Loman?
Verkracht Tijdens de heidense nacht met het paasvuur verkracht Henry Loman een vrouwelijke bezoekster van het retraitecentrum. Henry biecht zijn misdaad op aan Jacob. Als Jacob de vrouw opzoekt en vraag of hij wat voor haar kan doen, verwijt ze hem dat hij haar tot dan toe had genegeerd. “Zij was een van die mensen op wie ik was gaan staan om me beter te voelen.” Jacob schaamt zich daarvoor; en schaamt zich dat hij zo snel bezorgder lijkt om zichzelf dan om de mishandelde vrouw. Henry bekent dat hij vaker een vrouw heeft verkracht. Wat moet Jacob doen? In plaats van naar de prior te gaan, neemt Jacob het heft in eigen handen en denkt hij Jacob te kunnen helpen.
Eenzaam Jacob en Henry bekennen naar elkaar dat ze beide eenzaam zijn. Henry bestrijdt zijn eenzaamheid door anderen voor zijn karretje te spannen: Jacob, vrouwen. Jacob zoekt het gezelschap van God en de broeders en accepteert zijn eenzaamheid, zij het met enige ijdelheid en hoogmoed.
Verantwoordelijkheid Dit boek stelt de vraag over verantwoordelijkheid. Is er uiteindelijk iemand anders verantwoordelijk voor haar / zijn gedrag dan die persoon zelf? En wanneer is vergiffenis gepast? Alicia, de vrouw van Henry, vergoelijkt het wangedrag van haar man. “Ze wilde zijn gedrag niet goedpraten, maar ze zag het kind in hem dat zichzelf niet onder controle had. (…) ‘Hij kan het niet helpen.’” Kortom, ze praat het wel goed. Over haar verantwoordelijkheid ten aanzien van Henry zegt ze: “Jacob, als ik hem de vorige keer had verlaten, denk je dat hij daar een beter mens van was geworden?” Is dat vergiffenis, of gemakzucht, of opportunisme? Jacob denkt: “Even kwam vergiffenis me voor als het grootste kwaad op aarde.” “Natuurlijk kan een werkelijke ommekeer niet geruisloos verlopen.”
Trooster Henry heeft last van zijn geweten. “(…) weinigen kunnen het besef van hun eigen schuld aan.” De trooster lijkt te verwijzen naar Jacob, die door Henry voor troost wordt gebruikt. Maar ook Henry is troost voor Jacob - Henry doorbreekt zijn eenzaamheid en laat het (opnieuw) kennismaken met vriendschap en plezier in het leven. Uiteindelijk laat Gerritsen helemaal op het eind zien wat zij met de titel van haar boek bedoelt: “Met Pinksteren, toen de Grote Trooster in de vorm van de Heilige Geest op ons neerdaalde (…).”
Taoïstisch In dit boek kom ik de nodige Taoïstische gedachten tegen: - “Niet de mensen waren daardoor aanweziger dan anders, het was de ruimte tussen de mensen, het wit tussen de regels. In die ruimte is de Heer.” - “De heilige plek is niets. Ik ging zitten. Deze plek was niet het geluk, desondanks was het er mooi.” - “Vergeet alle regels. Regels zijn het probleem niet, iedereen kan zich aan regels houden.” “Zoek de waarheid en niet de regels.” - “‘(…) Ik heb een eenzaam leven.’ ‘Daar ga je niet iets aan doen?’ ‘Nee.’ Hij noemde me een idioot en ik vroeg op mijn beurt aan hem if hij eenzaam was. ‘Ja’, zei hij, ‘heel vaak.’ En wat hij daaraan deed. Dat hij daar van alles aan deed, verzekerde hij mij. ‘En werkt dat, helpt het?’ Hij grijnsde voorzichtig. Nee natuurlijk.” - Het verhaal loopt voor Jacob van de rails vanaf het moment dat hij niet alleen meer observeert maar ingrijpt in de loop van de gebeurtenissen.
Ik vind dit echt een prachtig ontroerend boek. Het gaat over Jacob, de concierge van een klooster die zich met zijn ‘scheve’ gezicht onzichtbaar heeft voor anderen en daaraan ook een deel van zijn identiteit aan ontleent en zich tegelijkertijd onmisbaar maakt met het doen van klussen. Maar dan komt hij onder de aandacht bij Henry, een van de gasten en ontdekt hij zijn weggestopte behoefte en verlangen naar menselijk contact en gezien worden. Er ontwikkelt zich een vriendschap tussen de twee mannen en Jacob lijkt de ‘oude’ kant van zijn leven op te willen geven voor een nieuw ontdekt deel van zijn persoon. Uiteindelijk ontdekt hij dat beide kanten samen mogen en kunnen gaan in hem en dat hij al die tijd al gezien werd door de broeders uit het klooster. Het verhaal loopt parallel met de vastenperiode en de aanloop naar Pasen en Pinksteren. De parallel met de lijdensweg van Jezus ligt er iets te dik bovenop naar mijn smaak, maar toch fascineert het me ook. Deels vermoedelijk omdat ik zelf uit een katholiek gezin kom ook al ben ik niet actief belijder van het geloof, anderzijds omdat ik het sowieso fascinerend vind hoe mensen omgaan met het verhaal en hoe letterlijk of symbolisch ze het interpreteren. Los van dit geloof raakt het verhaal bijna alle belangrijke thema’s. Het gaat over schuld, schaamte en spijt, over zonde en vergeving over gezien en geaccepteerd worden zoals je bent, over mens zijn. Een boek om nog een paar keer te lezen om het nog dieper tot je door te laten dringen en na te denken over wie is nou de trooster en wie wordt getroost?
Wat zoeken mensen in een klooster? Hoofdpersonage is Jacob, een conciërge met een mismaakt gezicht in een retraitecentrum. Hij repareert dingen., is een beetje simpel en is gelovig. In alles ziet hij zijn geloof bevestigd. Hij is een buitenstaander en stil man.
En dan, net voor de Paasweek begint, arriveert een nieuwe gast in het klooster. Henry Loman, een bekend politicus die op de vlucht lijkt wordt door de nieuwsgierige broeders gretig onthaald. Maar het is met de stuurse Jacob dat Henry contact legt. Tussen de 2 mannen groeit een vriendschap die vooral Jacob een andere kant van het leven doet zien. Voor het eerst van zijn leven ervaart hij vriendschap, hij geniet daar met volle teugen van ... om uiteindelijk teleurgesteld te worden.
Zeer vlot, eigenlijk triest verhaal. Vindt Jacob dan eindelijk vriendschap, blijkt die serieus op de proef te worden gesteld. Zeer graag gelezen.
Met een beetje pijn in het hart 'maar' 2 sterren. Het thema spreekt mij te weinig aan en dat is absoluut mijn eigen aandeel. Met religie heb ik niets, helaas. Daarnaast miste ik toch ook wel de verknipte personages die steevast op mijn sympathie kunnen rekenen. Misschien waren ze dit keer niet 'edgy' genoeg. My bad. Ik hoop dat er snel iets nieuws komt en dat ik weer gewoon 4 of 5 sterren kan geven.
Na 3/4 heb ik het dan toch opgegeven. Dit boek zegt mij heel weinig. De relatie tussen de hoofdpersonages intrigeert mij maar de vele uitweidingen over Jezus, fragmenten uit de kerkdienst en bijbelpassages verveelden mij mateloos. De symboliek van Pasen beschrijft Gerritsen voor mij iets té uitvoerig. Fijn voor Gerritsen dat ze zelf troost lijkt te vinden in het katholiek geloof maar ik heb weinig boodschap aan dit verhaal.
Een roman om te herlezen, niet omdat ik bij eerste lezing heel enthousiast ben maar om te te zien of een tweede keer lezen meer oplevert. Mooi taalgebruik dat wel. Inderdaad herlezen (juni 2019). Nog steeds niet enthousiast. Vooral als het over geloofskwesties gaat - en daar gaat het vaak over- schijnbare diepgang.
Intrigerend dat wel het verhaal over de gelovige Jacob en Henry Loman, die Jacob wil redden ondanks de misdaad die Loman bekent. Echter niet super boeiend. Sija: mooie, heldere stijl; geen woord teveel. Begrippen als zonde, vergeving en schuld op een lichte manier gebracht, prachtige beelden en symboliek.
"Ik breek de lichamen cel voor cel af. Er is mijn wantrouwen, mijn weerzin, mijn jaloezie. Gevoelens die de mensen bij me oproepen. Ik week die sentimenten van hen los. Dan is het alleen nog míjn jaloezie, míjn weerzin, míjn wantrouwen. Ik ben een vuile kamer vol smerige gevoelens. Met liefde ruim ik die kamer op." (44)
"Ik las de woorden van de psalm die we gingen zingen zoals altijd met twijfel, maar ik zong ze met zekerheid. Het is mijn lichaam dat gelooft, het zijn mijn stem en mijn handen." (44)
"Ik zag de mensen die me gewoonlijk zo stoorden. Nu was mijn blik open. Niet de mensen waren daardoor aanweziger dan anders, het was de ruimte tussen de mensen, het wit tussen de regels. In die ruimte is de Heer." (83)
"Ik had het al vaker gedacht, dat mijn tuinieren een aandoenlijk ritueel is dat de Heer mij gunt, als een kind dat zijn moeder mag helpen maar dat meer in de weg loopt dan iets toevoegt. 'Wat zit je nou te lachen naar die plantjes?' vroeg Henry. En ik zei voor het eerst hardop wat ik vaak heel helder had gedacht, maar nooit met een ander gedeeld omdat het zo kinderlijk klinkt: 'Mijn leven is magisch.'" (95)
"Ik zong mee, ik luisterde, ik knielde. Mijn hoofd boog steeds dieper en ik zocht en wachtte, al was het maar één woord dat kon aansluiten bij wat ik voelde. Ik wachtte vol vertrouwen op dat woord dat zeker komen zou, mijn geluk was geen misverstand, en kon niet ongelegen komen." (104)
"'Dit is volwassenheid.' Ik stond ineens stil. 'Dit', zei ik, 'is de werkelijke ontmaagding: dat je durft te dansen.'"(154)
Soms denk je dat een boek nog heel spannend wordt en dan wil je door blijven lezen, omdat je denkt dat het beste stuk nog moet komen. Dit boek werd nergens echt heel spannend en toch wilde ik heel graag het einde weten. Misschien omdat het zich afspeelt op een plek waar voor buitenstaanders hemelse dingen (kunnen) gebeuren of misschien omdat ik mij niet kon voorstellen hoe de vriendschap tussen Jacob, de conciërge, en Henry, de bijzondere gast zou verlopen. Wie zou wie troosten en wie blijft er uiteindelijk 'achter'?
Esther Gerritsen is in dit boek 'Heer en meester' in de kunst van het weglaten. Met slechts enkele bepalingen van tijd & ruimte, enkele personages, weinig figuranten en vooral weinig tekst, weet ze je te vangen in een vol en rijk verhaal. Zoals hoofdpersoon Jacob zelf zegt: "het was de ruimte tussen de mensen. Het wit tussen de regels. In die ruimte was de heer."