Op 20 juli 2016 overleed Ferdinand Langen, toen de oudste nog levende schrijver van Nederland. Nick ter Wal correspondeerde sinds 2008 met hem. Hij erfde zijn Smith Corona, de elektrische schrijfmachine waar Langen altijd op had gewerkt. In de jaren vijftig van de twintigste eeuw was Ferdinand Langen een gevierd auteur. Met Simon Carmiggelt en Annie M.G. Schmidt stond hij voor uitverkochte zalen. Hoewel hij van zijn boeken meer dan honderdduizend exemplaren verkocht, verdween zijn oeuvre in de mist van de tijd. In de biografieën van Lucebert en Gerard Reve werd Langen een voetnoot. In De schrijfmachine staat Ferdinand Langen zelf centraal. Het is een meeslepende geschiedenis van de jongen uit Westernieland die alle Amsterdamse uitgevers in zijn zak had, van de zoon die zijn vader verloor, van de schrijver die de echo van de oorlog bleef horen, van de copywriter die een nationale slagzin bedacht. Nick ter Wal (1983) is antiquaar, tijdschriftredacteur en, volgens het Dagblad van het Noorden, "specialist literair erfgoed'. Op zijn blog Artistiek Bureau schreef hij onder meer over de ezelsoren van Joost Zwagerman, de groupie van Simon Vestdijk en het gestencilde debuut van Remco Campert. In 2016 stelde hij het brievenboek De kunst is mijn slagveld van Nanne Tepper samen. De schrijfmachine is zijn debuut.
REVIEW: Een wonder van beknoptheid is dit portret van de vergeten schrijver Ferdinand Langen (1918-2016, pseudoniem van Egbertus Pannekoek). In de jaren veertig en vijftig raakte hij onder meer bekend door de roman 'Jacques en Jacqueline' en door zijn enorme productie van korte verhalen voor een lange reeks tijdschriften. Langen zelf had het niet zo op biografieën. Tzum-redacteur Nick ter Wal (1983) honoreert dat door zijn keuze voor een serie thematische hoofdstukjes over Langens vader die door de nazi's werd vermoord, zijn successen als schrijver, zijn naamsverandering, Langen als versleuteld personage in literair werk van tijdgenoten, en andere invalshoeken. Amsterdamse uitgevers zagen Langen als veelbelovend talent, hij kreeg voorschotten voor boeken die vervolgens nooit geschreven werden. Ter Wal, die Nederlandse letterkunde studeerde, leerde Langen in 2008 kennen en bezocht hem meermalen. Ze correspondeerden veel en in 2016 kreeg Ter Wal een Hendrik de Vries-stipendium van de stad Groningen om dit portret te schrijven. Hij deed ook onderzoek in archieven, sprak met mensen die Langen gekend hebben. Geslaagde poging een auteur zijn plek in de Nederlandse literatuur terug te geven. Mooie dosering van ontmoetingen, brieven, Langens literaire werk, interviews, analyse en anekdotes.