De haperende schepping is een verzameling ultrakorte verhalen, over medemensen en over thema’s die Armando bij uitstek interesseren. Zijn personages – terugkijkend, hardop denkend of met elkaar pratend – zijn buitenstaanders; beschouwers van elkaar of van zichzelf, van het verleden, de omgeving en de natuur. De thema’s zijn de vergankelijkheid en de melancholie, de macht en de onmacht, de fascinatie voor het kwaad en de schoonheid daarvan. Maar wat De haperende schepping nieuw maakt, is het haast mythische karakter van de verhalen en het bijna a-typische van de personages. In absurdistische scènes, weemoedige overpeinzingen en korte, schijnbaar onbeduidende dialogen, tekent Armando zijn medemens. Wat zo ontstaat is een verzameling observaties die door Armando’s bedrieglijk eenvoudige stijl door merg en been gaan en die het menselijk tekort des te schrijnender maken.
Erg flauwe stukjes zonder kop of staart, meestal eindigend met een losse flodder zoals ‘dat wou ik maar even zeggen’ of ‘daarom leek het me de moeite waard om te vertellen’ etc. Veelvuldig gebruik van het oubollige trucje van het direct aanspreken van de lezer: ‘begrijp dat dan toch’, ‘misschien kun je je dat een beetje voorstellen’ enz. Krachteloze zinnen als ‘Tot zover de visser, meer weet ik niet over hem, maar dit lijkt me wel genoeg’, ‘Wat ik wil zeggen is: dat het zo raar kan gaan’, ‘Mensen zijn grillig, ze doen nu weer dit, dan weer dat’
Slaapverwekkend saai! En de uitgever vond het nodig om zes bundels van dit proza uit te geven!
Armando is geen partij voor bijvoorbeeld Herman Pieter de Boer. Lees Herman Pieter de Boer!