Mijn Binnenste Buiten las ik als onderdeel van een training over Professionele Identiteit van eind 2023 t/m begin 2024.
Voor mij het beste onderdeel van dit boek: De vele vragen. Vragen die je aanzetten tot reflectie (Wat zijn je drijfveren? Zijn je drijfveren in de loop van de tijd veranderd?) en vragen die je aansporen tot actie (Wat heb je gedaan om mijn doelen te bereiken? Wat heb je te doen?). Vragen om in je eentje je tanden in te zetten en vragen om in een gesprek te gebruiken.
Die focus op vragen beviel me goed, net als de focus op luisteren. De vragen hebben pas zin als er iemand is die echt luistert. Die oprechte luisteraar kan jezelf zijn, of een ander. Tips voor beter luisteren komen op meerdere plekken langs, zoals meteen aan het begin van het boek: ‘’Iemand bevragen is wat anders dan feedback geven. Met Feedback vertel je iemand wat zijn gedrag met jou doet.’’ De vragen in dit boek werken beter als je ze gebruikt om zelf tot de oplossing te komen i.p.v. feedback of advies te verwachten. De vragensteller kan dit bereiken door faciliterend, ondersteunend te zijn. ‘’Je loopt als het ware even met iemand op. Je stelt hem nieuwsgierige vragen en vraagt door’’ (pag 20).
Ook enkele van de frameworks en modellen in Mijn Binnenste Buiten kon ik waarderen. Veel van die frameworks waren voor mij handig als richtlijn: De beste frameworks uit dit boek geven structuur aan het vragen stellen. Ik bespreek er een paar.
1. HET PROFESSIONELE IDENTITEIT MODEL
Het boek ‘’Mijn Binnenste Buiten’’ kan je gebruiken om je Professionele Identiteit te onderzoeken. Daarbij hanteren de auteurs deze definitie van Professionele Identiteit: Het is ‘’datgene wat je onvervreemdbaar je kleur geeft en de verbinding vormt tussen wie je bent, het werk dat je doet en de context waarin je dat doet’’ (pag 203). Kortom: Wat maakt jou uniek op je werk?
Het Persoonlijke Identiteit (PI) model dat de auteurs gebruiken is de overkoepelende structuur van het boek: elk onderdeel heeft zijn eigen hoofdstuk.
Het PI model geeft het volgende stappenplan:
* Onderzoek je Persoonlijk Zelf: Dit omvat alles wat jou maakt tot wie je bent. Wie ben je? * Onderzoek je Professioneel Zelf: Je Professioneel Zelf is een deelverzameling van je Persoonlijk Zelf (immers, niet alles wat jou maakt tot wie je bent komt terug in je werk). Wie ben je als professional? * Onderzoek je Professioneel Frame: Samenwerking met directe collega’s: Hoe willen jullie het vak uitoefenen? * Onderzoek je Institutioneel Frame: Dit beschrijft de bredere context waarin je werkt. Wat zijn de regels, normen en waarden van je organisatie of sector? * Onderzoek je Professionele Identiteit: Verken ‘’al die aspecten van jezelf, om zo te helpen zoeken naar datgene wat jou uniek maakt’’ in je werk (pag 47).
Dit stappenplan van het PI model wordt door de auteurs verbeeld als een cirkel, onderverdeeld in 2 helften: de onderste helft gaat over het individu (met in de buitenste schil het Persoonlijk Zelf, en in de binnenste schil het Professioneel Zelf) en de bovenste helft gaat over de groep (met in de buitenste schil het Institutioneel Frame en in de binnenste schil het Professioneel Frame). Midden in de cirkel, als de roos van een dartbord, staat de Professionele Identiteit.
Zoals gezegd, dit model is de rode draad in het boek.
2. ANALYSE VAN JE PERSOONLIJKE ZELF
Onderzoek je Persoonlijk Zelf in drie dimensies:
* Materieel: Alles waar je ‘’mijn’’ voor kan zetten: Mijn lijf, mijn kleren, mijn huis, mijn etc. Maar dit onderdeel gaat ook over betrokkenheid, verantwoordelijkheid, en eigenaarschap: ‘’Waar wil jij voor zorgen en waarop ben je aanspreekbaar?’’ (pag 63). * Sociaal: Wat is je rol in je sociale omgeving. Dit gaat over je sociale intelligentie en sociale initiatief. * Spiritueel: Dit ‘’beschrijft wat jou in beweging zet; over je talenten, drijfveren en je persoonlijke ethiek als kompas’’ (pag 63). Deze drijfveren worden door de auteurs onder verdeeld in 3 groepen: ‘’zelfrealisatie (het beste uit jezelf halen), inhoudelijke nieuwsgierigheid en bijdragen aan de maatschappij’’ (pag 83).
Deze onderverdeling drijfveren doet denken aan Daniel Pinks omschrijving van intrinsieke motivatie in zijn boek ‘’Drive’’: 1. Autonomy: Our innate need to direct our own lives, our desire to be self-directed. 2. Mastery: Our innate need to learn and create new things, our urge to get better and better at what we do. 3. Purpose: Our innate need to do better by ourselves and our world, our yearning to be part of something larger than ourselves.
De onderverdeling van Daniel Pink vind ik net iets duidelijker. In Pinks overzicht kan je bijvoorbeeld de motivatie ‘’geld verdienen’’ logischer inpassen.
3. BLOKKERENDE SITUATIES
Het framework voor Blokkerende Situaties van pagina 52 vat ik zo samen:
Stap 1: Onderzoek je blokkerende situatie. Stel jezelf de volgende vragen: * Wat veroorzaakte voor jouw gevoel de blokkade? * Welke gedachten had je over de situatie, over de betrokken mensen, over je eigen capaciteiten? * Wat voelde je? * Wat deed je?
Stap 2: Schets een alternatief, met behulp van de volgende vragen: * Hoe zou de situatie er idealiter hebben uitgezien? * Wat zou je beste versie van jezelf zijn geweest? * Welke eigenschappen of vaardigheden miste je in de blokkerende situatie?
Stap 3: Zoek naar ‘’die strategieën, die beelden, gedachten, gevoelens, die maken dat je interventies tot je beschikking hebt die het zelf verbreden op het moment dat het onder druk komt te staan’’ (pag 83). En ja, weer vragen: * Wie zou een voorbeeld voor je kunnen zijn? * Hoe zou je voorbeeld handelen in zo’n blokkerende situatie?
Wat me ook beviel, was de structuur van het boek. Het PI model als rode draad werkt goed. En ook de afwisseling tussen linker- en rechter pagina’s is leuk: Doorlopende tekst op de rechterpagina’s, en op de linker pagina’s bronnen voor inspiratie: foto’s, citaten, en uiteraard, vragen.
Helaas was er ook vrij veel dat me niet beviel aan Mijn Binnenste Buiten.
Ten eerste, de schrijfstijl. Regelmatig had ik tijdens het lezen ruzie met de zinnen. Enkele voorbeelden: * ‘’Het zijn van een professional is de keuze voor een manier van werken… ‘’ (pag 31). Was niet sneller en duidelijker geweest: ‘’Als professional kies je voor een manier van werken…’’ of ‘’Een professional maakt een bewuste keuze voor een manier van werken…’’ ? * ‘’Wat in het leren het kennen van jezelf en het verkennen van je professionele identiteit waardevoller is, is het gebied van de onderzoekende en generatieve dialoog’’ (pag 87). Wat een draak van een zin. Kijk alleen al hoe de zin begint: ‘’het leren het kennen’’: vier woorden op rij waarvan er 2 werkwoorden en 2 ‘’het’’ zijn, dat kom ik niet vaak tegen. En dan het overbodige woord ‘’gebied’’. Is zoiets niet duidelijker: ‘’De onderzoekende en generatieve dialoog dragen het meeste bij aan het leren kennen van jezelf en het onderzoeken van je professionele identiteit’’ ? * Het voorbeeld op pagina 143: ‘’Je kunt wel schrijven als journalistieke waakhond, maar je wordt pas die professional als je je er een voelt, als je waarde hecht aan het gegeven dat publiek op de hoogte blijft van bepaalde nieuwsfeiten en je publiek je als zodanig herkent en erkent’’. So much to unpack here. Je wordt pas professional als je je een professional voelt? Voelen als voorwaarde voor professional zijn? En dan ‘’het gegeven dat publiek op de hoogte blijft’’. Hoezo is het een gegeven dat publiek op de hoogte blijft? Moet het niet andersom en zou dit niet logischer zijn: ‘’Je wordt professional journalistieke waakhond als je waarde hecht aan het echt op de hoogte houden van het publiek en…’’ ?
Ten tweede, definities. Concepten als ‘’identiteit’’ en ‘’zelf’’ zijn lastig te definiëren: er is geen gebrek aan uiteenlopende definities voor deze begrippen. Dus dat de auteurs zich niet vastpinnen op 1 definitie van identiteit en zich beperken tot een overzicht van elementen van identiteit (zie figuur 3.1 op pagina 39), is prima. Voor andere concepten, zoals de generatieve dialoog, had de definitie van mij wel wat scherper gemogen. En bij weer andere definities maken de auteurs het er zich wel heel makkelijk door wat gedefinieerd wordt in de definitie terug te laten komen. Twee voorbeelden: * ‘’Een sterke professional kiest ervoor om professional te zijn’’ (pag 15). * ‘’Instituties zijn een meer of minder product van institutionalisering’’ (pag 157). Tjsa.
Ik realiseer me dat ik deze twee voorbeelden een beetje uit hun context haal, maar toch, dit had toch anders gekund?
De twijfelachtigste definitie staat op pagina 179: ‘’Een crisis… komt voort uit de zoektocht die we allemaal doorlopen in ons professionele bestaan’’. Ik heb het gevoel dat hier klakkeloos een academische autoriteit wordt geciteerd zonder af te vragen of dit wel klopt. De zoektocht veroorzaakt de crisis? Volgens mij is het bij veel crises precies andersom: Een crisis veroorzaakt dat we beginnen aan een zoektocht. Enkele voorbeelden: Ruzie met je manager doet je afvragen of je nog wel past bij je werkgever, het wegvallen van een partner doet je afvragen of je nog op dezelfde manier door kan gaan, een economische crisis zorgt dat je opdrachten wegvallen en doet je onderzoeken wat je anders moet gaan doen.
Ten derde, herhalingen. Ik mag zelf graag dingen herhalen, dus ik kan hier niemand iets verwijten. Maar de auteurs van Mijn Binnenste Buiten maken het wel heel bont met de herhalingen op pagina 63 en 65: Op deze 2 bladzijden wordt dezelfde definitie van ‘’materieel zelf’’ 3 keer haalt. Dat is net iets te veel voor 2 pagina’s.
Ten vierde, bronvermelding. Voor mij is de leesbaarheid hoger als er voetnoten, die verwijzen naar de bronnen achter in het boek, gebruikt worden dan wanneer de naam en jaartal van de bron tussen haakjes achter een citaat staat. Bovendien vreemd, deze methode (naam+jaartal) wordt steeds gebruikt, behalve bij de verwijzing naar het vorige boek van de auteurs. Dan staat er ineens (Je Binnenste Buiten, pp xx-xy) i.p.v. (Ruiters et al, 2015). Bovendien zijn de auteurs wel heel genereus met verwijzingen naar hun vorige boek.
Ten vijfde, doelgroep. De auteurs lijken voornamelijk voor professionals in loondienst te schrijven. Naar mijn smaak is er weinig aandacht voor zelfstandigen, eenpitters en kleine bedrijfjes. Deze kleine zelfstandigen hebben soms een steeds veranderend institutioneel frame en minder directe collega’s om mee te sparren over hoe het professionele frame er uit ziet. Het institutioneel en professioneel frame van eenpitters kan afhankelijk van de opdrachtgever zijn en dus per opdracht verschillen.
Kortom, ik was net te vaak aan het worstelen met de schrijfstijl om het een echt goed boek te vinden. Jammer, want de vele vragen en de rode draden die door het boek lopen zijn zeker de moeite waard.
Zit ergens tussen zelfhulp- en managementboek in, maar is wel interessant. Ik heb het met anderen besproken, en dan valt er zeker waarde uit te halen. Ik denk dat ik nog iets te vroeg in mij carrière zit om het volledig te benutten.