Agosto 1975. Turbando la tranquilla, secolare vita rurale di un paesino della pianura olandese, un piccolo aereo si schianta su un campo di mais dietro la casa di Aloïs e Alice Krüzen. A bordo c’è un russo in fuga dall’Unione Sovietica. Agonizzante ma vivo, il pilota è accudito dai Krüzen, ma non appena si rimette in piedi se ne va con Alice per mano: Aloïs e il figlio Paul, di otto anni, restano soli. Passa il tempo ma Paul, ormai cinquantenne, è ancora tormentato dal ricordo di quel russo caduto dal cielo che gli ha portato via la madre. La sua esistenza si sta consumando tra la casa in cui vive con il padre, la stalla adibita a magazzino per il suo commercio di cimeli militari, il bar del posto di nuova gestione cinese e il bordello del sinistro Steggink appena oltre il confine tedesco. Qui, ad aspettarlo, ci sono sempre le consolazioni dell’amore a pagamento della «materna Rita», che come lui porta al collo una medaglietta della santa sua omonima, patrona delle cause perse. Unico vero amico di Paul è Hedwiges, un’altra anima grigia che per vivere manda avanti l’anacronistica drogheria di famiglia e che una volta all’anno lo accompagna in vacanza in un qualche paradiso della prostituzione. E quando Hedwiges e Rita, gli unici punti fermi di Paul, gli vengono tolti, il precario equilibrio si spezza e la rabbia esplode. Con la sensualità della sua prosa, e uno sguardo amaro ma capace di totale empatia, Tommy Wieringa ci sprofonda nella provincia degli ultimi, dove la modernità arriva sotto forma di nuovissimi smartphone e di cinesi senza radici che oggi gestiscono un bar e domani chissà, dove la forza dei desideri indotti è inversamente proporzionale alla possibilità di realizzarli. Il luogo dove cova il rancore del nostro vivere contemporaneo.
Tommy Wieringa (born 20 May 1967 in Goor, Overijssel) is a Dutch writer. He received the Ferdinand Bordewijk Prijs in 2006 for his novel Joe Speedboat.
This is the fourth book I read by the Dutch writer Tommy Wieringa (° 1967) and I notice that there is a remarkable gap between his literary capabilities and the story lines he develops. As far as the first is concerned, it is beyond doubt: Wieringa definitely is a literary grandmaster in the Dutch language area; his writing style is unparalleled, very effective in the creation of atmosphere and also very inventive in the use of a specific vocabulary (perhaps even a little too much). But then the story lines: I have the impression that he roughly knows what he wants to write about, but that he does not care much about balancing the paths he walks on during the novel, sometimes they shift completely out of the picture or come to an abrupt end. That was so in These Are the Names and The Death of Murat Idrissi, and here in "The Blessed Rita" he does it again.
This novel focuses on a 50-year-old man, Paul Krüzen, who leads a fairly desolate life with his old father, in the east of the Netherlands, near the border with Germany. This peripheral location immediately symbolizes the relatively secluded existence of the main character and his immediate surroundings: villagers are leaving the place ("there’s a wolf but no ATM anymore"), and they are replaced by Chinese, Russians, Poles, etc. Even the local priest is a Brazilian. In a sense, the village has been overtaken by the modern, globalized world. But in Paul's eyes that only reinforces his isolation. Only the hooker Rita, in a club on the German side of the border, still offers him some consolation; but she's also foreign (Philippine).
Wieringa tells the story in a complex sequence of flashbacks that also makes clear the personal tragedy behind Paul (especially the loss of his mother). As the novel progresses, the desolateness and gloom increase. Wieringa ably creates the image of a disappearing world, in which individuals who do not adapt are doomed to perish, and he does so in a stylistically beautiful way. Saint Rita, patroness of the hopeless, is both a reference to the older whore as well as to Paul and even more to his friend Hedwiges. Around the latter there is a dramatic development at the end that suddenly sets the pace for the story. But then it suddenly breaks off. So again I have my doubts: Wieringa surely offers literary fireworks, but a rather lingering story. (2.5 stars)
Addendum: the English translation of this Dutch book carries the title 'Blessed Rita', and that is a better choice than the original Dutch one ('Saint-Rita'), because it corresponds more with the multi-layered meaning of the Rita-character!
‘De heilige Rita’ wordt in de kritieken enorm bejubeld en ik had dan ook erg uitgekeken naar dit boek. Nu ben ik gewoon blij dat ik het uit heb, dat ik volgehouden heb en niet halverwege toch gestopt ben.
Het heeft tot over de helft van het boek geduurd vooraleer ik me een beetje betrokken voelde en ik vroeg me constant af waaraan dat toch lag. Zeker niet aan Wieringa’s stijl want hij schrijft prachtige zinnen en beschrijft het landschap wondermooi. Ik wijt het toch aan het feit dat het leven van de hoofdpersonages écht veel te ver verwijderd is van het mijne – ik dacht op bepaalde momenten ook dat het hier een door en door Hollands boek is en dat er daardoor zo’n afstand bleef. Mocht de setting het Vlaamse polderland of de Westhoek geweest zijn, dan had ik waarschijnlijk sneller een soort verbondenheid gevoeld met de uitzichtloosheid en de verlatenheid.
Het duurt ook te lang naar mijn zin vooraleer duidelijk wordt waarnaar het verhaal eigenlijk evolueert. Ik kreeg in de eerste helft absoluut geen voeling met het hoofdpersonage – en ik denk dat ‘De heilige Rita’ nu juist het soort boek is waarvoor deze voeling cruciaal is. Vanaf de tweede helft werd het iets beter en nu het boek uit is moet ik toegeven dat mijn sympathie voor het hoofdpersonage zeer langzaam maar toch zeker gegroeid is. Wieringa schetst op een zeer menselijke manier met veel mededogen het leven van twee ‘hopeloze’ mannen.
Ik begrijp de lovende kritieken en kan mij echt voorstellen dat sommige lezers dit boek enorm appreciëren maar mij heeft het toch moeite gekost om het uit te lezen.
*ENGLISH REVIEW BELOW* Paul Krüzen leidt samen met zijn bejaarde vader een teruggetrokken leven in de oude familieboerderij in het Twentse grensgebied. Om hem heen trekken mensen weggen, verdwijnen winkels. De achterblijvers zijn de mensen die het niet gelukt is om zich los te worstelen, de mensen die niet geslaagd zijn in het leven.
Krüzen blikt terug op zijn leven: hoe zijn vader zijn moeder ontmoette, hoe een gevluchte Rus die met zijn vliegtuigje in hun maïsveld neerstortte hun levens voorgoed heeft veranderd. Krüzen, die handelt in militaire curiosa, heeft weinig vrienden. Hij heeft geen vriendin, maar gaat regelmatig naar een hoerentent vlak over de grens. En eens per jaar gaat hij met zijn enige goede vriend Hedwiges naar een Aziatisch land. Niet voor de zon, maar voor de seks.
De eenzaamheid, de verwaarlozing, de troosteloosheid, het spat overal van de pagina's. Zelfmoord als thema komt regelmatig voorbij: Hedwiges die het nut er niet meer van inziet en het er over heeft, Krüzen die vertelt hoe eenzame boeren zich hebben verhangen aan de zolderbalken. Krüzen realiseert zich ook nadrukkelijk dat zijn wereld steeds kleiner en leger wordt naarmate hij ouder wordt. De winkels waar hij kwam verdwijnen, de kerk is op zondag steeds leger, zijn vrienden trekken weg. Er blijft weinig over. Ergens zegt Paul Krüzen in het boek dat hij zich opeens een fout realiseert: hij heeft geen kinderen en kinderen bieden een blik op de toekomst. Als je geen kinderen hebt kan je alleen maar terugkijken en leef je in het verleden.
Dit boek heeft overal hele lovende recensies gekregen. Toch kostte het mij moeite. Het duurde zeker tot hoofdstuk 15 voor ik er een beetje inkwam. Ik voel totaal geen klik met de hoofdpersoon wiens leven bestaat uit bier drinken in de plaatselijk kroeg, uitstapjes naar een hoerentent over de grens en het verzorgen/converseren met zijn vader. Ik heb mij zitten afvragen hoe dat komt. Vooral omdat 'Boven is het stil' van Gerbrand Bakker wat betreft thematiek erg op dit boek lijkt en dat vond ik echt prachtig.
Dit boek raakt mij nauwelijks, hoewel Tommy Wieringa prachtig kan schrijven. Dat is vooral merkbaar in het tweede deel van het boek dat ik in één ruk heb uitgelezen. Maar het staat ver van mij af. Wellicht bestaat er zoiets als een echt mannenboek (ik durf het bijna niet te zeggen...). In dit boek komen geen echte vrouwen voor, alleen karikaturen. Bovendien, de meeste vrouwen zijn hoeren (letterlijk en figuurlijk). Zou dat het dan zijn? Ook ten nadele van het boek: het duurt erg lang voor ik in het verhaal kom. En dan zit ik erin en dan is het opeens -patsboem- afgelopen. Een beetje een vreemd abrupt einde.
Ik twijfel een beetje tussen een 7 en een 7,5 (3 of 4 sterren)
*ENGLISH* Paul Krüzen, together with his elderly father, leads a quiet life in the old family farm in the borderland in the east of the Netherlands. Around him people leave for other parts of the country, stores disappear. The stragglers are the people who have failed to escape this life on the sidelines, the people who have not succeeded in life.
Krüzen looks back on his life: how his father met his mother, how a Russian refugee who crashed into their cornfield with his little plane changed their lives forever. Krüzen, who is a dealer in military curiosities, has few friends. He does not have a girlfriend, but regularly visits a whorehouse just across the border in Germany. And once a year he travels to an Asian country with his only good friend Hedwiges. Not for the sun, but for sex.
The loneliness, the neglect, the desolation: the pages are filled with it. Suicide is a regularly passing theme: Hedwiges is talking about it, because he no longer sees the point in living for a while, Krüzen talks about lonely farmers who hung themselves on the attic beams. Krüzen also realizes that his world is becoming smaller and smaller as he gets older. The shops where he used to come disappear, the church is almost empty on Sunday, his friends are leaving. Little remains. Somewhere Paul Krüzen suddenly realizes a mistake: he has no children and children offer a view of the future. If you do not have children, you can only look back and live in the past. He should have had a family, he realizes.
This book has received very favorable reviews. Yet it was difficult for me. It certainly took me up to chapter 15 before I got intoo the story. I feel no click with the protagonist whose life consists of drinking beer in the local pub, trips to a whore house across the border and taking care of / conversing with his father. I have been wondering why that is. Especially because Gerbrand Bakker's 'Boven is het stil' is very similar to this book and I really liked that.
This book hardly touches me, although Tommy Wieringa can write beautifully. This is especially noticeable in the second part of the book that I have read in one go. But it is far away from me. Perhaps there is such a thing as a real men's book (I hardly dare to say it out loud ...). There are no real women in this book, only caricatures. In addition, most women are whores (literally and figuratively). Would that be it? Also to the detriment of the book: it takes a long time before I get into the story. And then when i finally did get into the story, it suddenly finishes... A bit of a strange abrupt end.
Je merkt aan alle details dat er een Nederlandse schrijver aan het woord is. Het gaat weer over die verdraaid eenzame, oudere en stugge Nederlandse mannen. Deed me qua sfeer wat denken aan ‘Boven is het stil’ van Gerbrand Bakker. Ook hier voel je de moedeloze sfeer van dingen die gebeuren en die soms gelaten worden ondergaan. Ik leefde enorm mee met de hoofdpersoon. Dat kereltje dat op jonge leeftijd door zijn mama in de steek wordt gelaten en daar de rest van zijn leven de gevolgen van draagt, onder meer in de relatie met zijn vader. De roman beschrijft de wereld als dorp, heeft het over de vele vreemde culturen die in een onooglijk Nederlandse dorpje zijn neergestreken, en de positieve maar ook negatieve gevolgen van dien. De moderne tijd, zeg maar. Alleen het einde vond ik een beetje te abrupt en te onaf. Maar graag gelezen.
Ik ben enorm fan van Tommy Wieringa. In kroegen proclameer ik dat de beste man veels te groots is voor Nederland. Internationale allure!
En da's ook waar hoor! Echt! Joe Speedboot is nog altijd één van de meest verrassende en indrukwekkende boeken die ik van een Nederlander las, Dit zijn de namen was - op zijn eigen speciale manier - bijna net zo goed.
De Heilige Rita begint alsof Wieringa probleemloos deze overwinningstocht vervolgt. Prachtige, echt prachtige zinnen, heerlijke woorden, een prachtige schets van een achtergesteld en sociaal-claustrofobisch provinciaal dorp, aimabele personages die op overtuigende wijze met elkaar praten, en een set schaakstukken waar geen slechte wedstrijd mee te spelen valt.
Maar toch begon het gaandeweg te knagen. Bijna elke pagina dacht ik wel een keer: hoe lang heeft Wieringa hiervoor in het synoniemenboek zitten bladeren om een oostelijk-provinciale term hiervoor te vinden?
Het blijft voor mij bovendien onduidelijk waar het verhaal nou echt naartoe gaat. Ja, een wereld die voorbijgaat, de vermeende onbetrouwbaarheid van Chinezen (toch?) en Russen (toch?), een ondankbare vader, een gemiste moeder, wraak, verlies, je weet zelf. De Heilige Rita probeert zoveel thema's te benoemen en te behandelen, dat geen enkele écht goed uit de verf komt. Dan kun je zeggen: het hoeft ook allemaal niet zo expliciet, maar ik hou van afgeronde en uitgewerkte eenheden, én ik hou van schrijvers die keuzes durven maken. Nu lijkt het net alsof één thema niet voldoende was, en Wieringa voor de zekerheid daarom maar heel het arsenaal aan mogelijkheden erin jankt.
En dat einde he? Da's geen einde hoor. Het zal wel heel kunstzinnig en intrigerend zijn, maar je kunt niet opeens de postmoderne verwarringsjoker uitspelen als je nog bezig bent met Rummikub (zeg maar).
Dus: zeer mooie taal, zeer mooie personages, zeer mooie ideeën. Maar door gekunsteldheid, besluiteloosheid en onvolledigheid geen topwerk.
Een boek waarin alle zekerheden van hoofdpersonage Paul één voor één wegvallen tijdens zijn leven, alles wat hem vertrouwd en eigen is, omgeving, mensen, ... En hoe je dat angstig en eenzaam achterlaat. Sterk boek, goede taal, prachtige beschrijvingen, een steeds beklemmender gevoel van eenzaamheid maakt zich van je meester, een gevoel versnelling en gevaar zoals bij de steeds kleiner wordende wentelingen in een draaikolk.
Nu ik aan de nieuwste van Wieringa & Nirwana - ben begonnen kijk ik nog even wat ik van dit boek vond. Het formaat (286 pagina's) is perfect, de dialogen, observaties en metaforen zijn beter dan ooit en toch had ik moeite met dit boek.
Waarschijnlijk lag dit aan de naargeestigheid van de decors en de personages. Wieringa schetst een treurigheid die groter is dan in zijn vorige boeken.
Tegelijkertijd zet Wieringa deze treurige decors en personages zo overtuigend neer dat ik als lezer toch een band kreeg met de twee anti-helden in het boek:
Paul, de bijna-50'er die oude uniformen verkoopt, regelmatig prostituee Rita bezoekt (vandaar Heilige Rita) en samen met zijn vader in een oude boerderij woont en Hedwiges, zijn alleenwonende vriend die de kruidenierszaak van zijn overleden ouders voortzet en nog minder vrienden en uitstraling heeft dan Paul.
Un quadro della vita nei paesini di campagna nel nuovo millennio: solitudine, piccole botteghe che chiudono, ristoranti cinesi anonimi, bordelli di confine, prostitute che vengono da paesi lontani per racimolare soldi per i figli rimasti a casa... il mondo cambia e c'è chi resta indietro. Infinitamente malinconico, meravigliosamente scritto, superconsigliato.
Vannak regények, amelyeknek nem cselekményük van, hanem csak történnek bennük a dolgok. A cselekmény ugyanis konstrukció: ok-okozati viszonyba rendezett események láncolata, ami elvisz minket (legalábbis az írói szándék szerint) valamiféle végső katarzisig. Csakhogy az emberi élet nem így néz ki, inkább hasonlít céltalan totyorgáshoz, amit fontosnak tűnő események szakítanak meg. A fontos események közti űr pedig talán jobban megragadja a létezés esszenciáját, mint maguk a drámai jelenetek.
No most Paul életében aztán van űr rogyásig. Egyedül ápolja apját valami Isten háta mögötti holland tanyán. (Közbevetés: úgy látszik, ahogy van Európának Kelet-Európája, úgy Hollandiának is van Kelet-Hollandiája. Ahol szürke minden, ahol a jövő kilátástalan, ahol dübög az ember fülében az unalom, ahol a külvilágra nyitott egyetlen ajtó a lepukkant kínai étterem. Ez a térképről lemaradt Hollandia. Mondjuk igaz, hogy az itteniek – magyar sorstársaikkal ellentétben – meg tudnak fizetni egy kéthetes thaiföldi relaxnyaralást, ahol - nyilván puszta jó szándékból - az ottani prostituáltakat is részesítik a benelux GDP-ből. Hiába, a jóléti államokban a nyomor is jóléti, úgy látszik.) Barátai alig vannak, és akik vannak, azok se biztos, hogy a barátai, testi melegségben pedig csak a közeli bordélyban részesül (no meg Thaiföldön). Mondhatni, Paullal nem történik semmi. Amikor pedig mégis, mintha az is csak azért történne, hogy aláhúzza: Paullal általában nem történik semmi.
Wieringa nagyon jól adja át a holland „ossie”-k életérzését: hogy mellettük mintha elment volna az élet, őket meg se látogatta. Amit kaptak a változásból – a román meg a bolgár vendégmunkásokat -, azt se látták szívesen, de attól még érzik a makacs, kellemetlen érzetet, ami a vereség ízéhez hasonlatos. Maradni nem akarnak, elmenni nem tudnak, ez az ő tragédiájuk. Még ha legalább látványos tragédia lenne! De nem. A tragédiából is a sivár, a lapos jutott nekik.
3,5* Een fenomenaal boek dat ik niet zo graag gelezen heb. Een dorp waar binnen de muren enkel nog zuurstofarme lucht hangt en waar geen jong leven nog wil beginnen. Platgeslagen frustraties van wezens die nooit puberen mochten. Zo treffend neergezet dat het beklemmend is, je schrikt er harder van als de zon ergens binnenvalt dan als er lijken gevonden worden.
In het voorjaar van 2017, kort voor de verkiezingen, schreef Joris Luyendijk een artikel in het online tijdschrift De Correspondent waarin hij betoogde dat mensen uit de Linkse Bubbel (de lezers van De Correspondent dus) geen flauw idee hebben wat de PVV stemmers en Geert Wilders beweegt. De redactie van DC besloot daarop de reactiemogelijkheid te openen voor iedereen (dus niet alleen voor DC leden zoals normaal) met daarbij de oproep aan mensen die overwegen op Geert Wilders te gaan stemmen om hun argumenten toe te lichten. Het resultaat was een kakofonie van meningen, DC leden die hun abonnement opzegden en een heerlijke en uiterst actuele mix van mensen die volledig langs elkaar heen praatten.
Uit meerdere reacties bleek dat mensen volop profiteren van de mogelijkheden van een geïntegreerd vrijdenkend Europa en een geglobaliseerde wereldhandel terwijl ze tegelijkertijd geweldig bang zijn voor andersdenkenden en "vreemden" die niet tot de eigen groep behoren. Onderwerp genoeg lijkt mij voor fraaie sociologische studies en een rijke bron voor prachtige literatuur. Tommy Wieringa maakt er optimaal gebruik van in zijn nieuwste boek "De heilige Rita".
Paul Krüzen geniet volop van de vrijheid die hij heeft een geglobaliseerde wereld. Zijn internationale internethandel in "militaria" bloeit, hij gaat regelmatig een weekje op stap naar een ver (seks)paradijs voor een all-inclusive, de prostituees die hij bezoekt komen uit alle mogelijke landen, de verpleegster die zijn vader verzorgt komt uit de Filipijnen, een Pool verzorgt zijn beveiligingsinstallatie thuis en zelfs de pastor uit de kerk waar hij nog regelmatig naar toe gaat komt uit Mexico. Tegelijkertijd regeert de angst in het leven van Paul en die angst neemt naarmate het verhaal vordert schizofrene trekken aan. Hij is doodsbang om ver van huis te zijn. hij geeft kapitalen uit aan de beveiliging van zijn eigendommen en hij is ervan overtuigd dat alles wat misgaat in zijn leven de schuld is van een "Rus".
In moreel opzicht is er in zijn leven al net zo'n spagaat tussen goed willen doen en amoreel handelen. Hij heeft geen enkel probleem met zijn bezoekjes aan prostituees en en Thaise massagesalons maar tegelijkertijd verlangt hij naar liefde en een stabiele relatie. Hij zit er niet mee dat zijn "militaria" bijzonder in trek zijn bij neo-nazi's overal op de wereld maar hij walgt van de mensen die de spulletjes thuis bij hem komen ophalen, hij verstuurt ze liever via internet.
Ik denk dat Tommy Wieringa in dit boek een geweldig tijdbeeld schetst waarover je heerlijk kunt nadenken en vooral ook napraten met vrienden en in leesclubs. Er is een geweldig open einde dat smeekt om erover na te denken hoe dit verhaal jou persoonlijk raakt. Wat mij betreft een van zijn beste boeken.
Dit is een van mijn leeshoogtepunten van 2017. De Heilige Rita speelt zich af in Mariënveen, in het oosten van het land maar het had zich ook in het noordoosten van Groningen kunnen afspelen. (Het zouden dan alleen geen katholieken maar waarschijnlijk communisten zijn geweest.) Mooi beeldend schetst Wieringa het landschap en de personages. Minitieus beschrijft hij kleine gebeurtenissen in de levens van mensen die niet los komen van hun geboortegrond maar in een soort triestheid tussen het verval blijven leven. Toch is De Heilige Rita geen triest boek. Droge humor en gelaten nuchterheid geven dit boek de juiste mate van lichtheid die echter ook juist de onontkomelijke levensloop van de personages onderstreept. Een knappe roman en een lust om te lezen.
Dit boek is nuchter, duister, oer-Hollands, cynisch, schrijnend, bij tijden ook tragikomedisch. Het geeft een blik in de eenzame wereld van een oer-Hollandse man, boerenzoon, verlaten door zijn moeder en vastgekluisterd in een symbiotische relatie met zijn vader. Enerzijds vloekend op het eeuwig kind-zijn, anderzijds onkundig hier iets aan te veranderen. Een angstig persoon ook, met een opvallend zelfbewustzijn. Heel knappe roman.
? Leeskring Zoetermeer 25/3/24 🤔Ik vond het zeker een prettig leesbaar boek, beklemmend vanwege de eenzaamheid en uitzichtloosheid bij de hoofdpersonen in een krimpregio in het Oosten van het land, met een paar bijzondere hoofdstukken en een beetje spanning richting het einde naast de mooie symboliek/ metaforen die ik al wel verwachtte bij Wieringa. Maar ik was zeker niet zo enthousiast en geboeid als bij Joe Speedboot, dat mij meer aansprak en ook het boekenweekgeschenk Een mooie jonge vrouw heb ik met meer plezier gelezen... =>Misschien later nog Dit zijn de namen. MW24/3/24 In mijn leeskring hebben we weer verschillende stukjes voorgelezen. Ik las zelf wat over het jagen (hazen) en een stukje over de beschermheilige van de hopeloze gevallen, de heilige Rita dus ;-) Na deze stukjes waardeerden we als leeskring het boek nog meer. Dit is dus zo'n boek dat je 2 keer moet lezen! MW 25/3/24
Tommy Wieringa’s roman ‘De heilige Rita’, gepubliceerd 24 oktober 2017, speelt zich af in de fictieve Twentse plaats Mariënveen. Hoofdpersoon is de vijftigjarige vrijgezel Paul Krüzen die met zijn vader in een oude boerderij woont. Paul heeft een vriendenkring, vooral in het middenstandscircuit. Zelf heeft hij een handel in militaire spullen uit de eerste en tweede wereldoorlog. Er zijn invloeden van buiten, zoals mensen uit het oosten van Europa en Chinezen, die in de horeca stappen. En het neerstorten van een Russisch sproeivliegtuigje, waarmee in Pauls jeugd een Rus is ontsnapt uit zijn land in de tijd van de Koude Oorlog, heeft invloed op het gezin. Langzamerhand ontstaat een verschil in houding tussen de mensen van buiten, die hun ambities achterna gaan en niet blijven hangen in de economische krimpregio die Twente aan het worden is. Pauls vriend Hedwiges is een voorbeeld van een autochtoon die een zekere gelatenheid ontwikkelt voor de situatie c.q. de neergang waarin zijn kruidenierswinkeltje is beland. Wieringa tekent in prachtige taal subtiel en scherp de ontwikkeling van het dorp, het lot van de generatie van de ouder geworden mensen van middelbare leeftijd die zich niet ontwikkelt, de mate waarin het geloof met traditie en rituelen een rol speelt in zo’n gemeenschap. Ook het thema mantelzorg is aan de orde van de dag, op een vrij vanzelfsprekende manier, in de prachtig uitgewerkte vader-zoonrelatie. Paul voelt een vorm van vriendschap met Hedwiges, of is het alleen lotsverbondenheid? Ten opzichte van het gevoel van sociale verstikking geeft Wieringa de drang naar vrijheid vorm, onder meer in de scene over de jonge Rus die wil ontsnappen. Ik citeer: “Het werd augustus 1975 en Anton Rubin vloog boven helgeel koolzaad en zonnebloemen, vaalblauwe cichorei en graanvelden zover het oog reikte. … Hij had het weidse land onder zich lief, maar groter nog dan zijn liefde voor zijn geboortegrond was zijn verlangen naar vrijheid van het soort waarvan je neusgaten opengingen en je wilde rennen als een paard in het veld. … In de namiddag van 21 augustus zat hij voor de hangar op een stoel in het hoge gras, rookte een sigaret en dronk zichzelf moed in. … Wie hem zag zitten, de piloot met zijn vuile broek en hemd en olievegen in zijn hals, zag een man die uitrustte van gedane arbeid; hij hield een beker in zijn hand en zat met de stoel op twee poten tegen de hangar geleund. De zon had de hele dag met volle kracht op de gebarsten aarde gebrand, hij rook het gras en de bloemen, de zweem van afgewerkte olie uit de hangar, en huilde zonder geluid.” Het geheel ademt weemoed en melancholie, ontdaan van sentimentaliteit. Het is fraai proza, waarin de thema’s en de gebeurtenissen een hecht weefsel vormen. Ik beaam wat achterop het boek staat: ‘De heilige Rita’ is een betoverend memento voor de achterblijvers en een ode aan de mens die zichzelf wil overstijgen. JM
Goed geschreven. Eigenlijk briljant geschreven. Ik kan alleen niet zo goed tegen die jaren 50 leefstijl. Is dat juist de essentie van het boek. Maar tenenkrommend. En op iedere bladzijde..... aardappels. Gekookte aardappels. God straft. Vroeg of laat. God straft van der Wal ;).
Mijn eerste boek van Wieringa. En het zal niet het laatste zijn...
Setting van dit verhaal is Mariënveen, een Nederlands dorp niet ver van de Duitse grens. Hoofdpersonage is de vrijgezel Paul Krüzen die op 50-jarige leeftijd nog steeds bij zijn vader woont. Om hen heen verandert het dorp sneller dan Paul eigenlijk wil. Hij is een eenzaat die naar prostituees gaat, niet in staat liefde te voelen. En daar zal zijn moeder wel voor iets tussen zitten. Hij heeft 1 vriend, al net zo vastgeroest als Paul zelf. De heilige Rita is de patrones van de hopeloze gevallen ... én de favoriete prostituée van Paul heet ook Rita, alweer een hopeloze situatie.
Het einde is nogal dramatisch maar alweer een goed boek gelezen....
Uit de Volkskrant :
Het decor is een slaperig, tegen de Duitse grens aangekleefd Nederlands dorp waar geleidelijk de halve wereld aanspoelt, van Russen tot Roemenen en van Chinezen tot Bulgaren en Polen, wat de hiërarchie tussen de stugge dorpelingen overhoopgooit. Een troosteloze streek. 'Dat was de stand van zaken in dit deel van het land: wel een wolf maar geen pinautomaat. Die hadden ze uit het dorp weggehaald. Te weinig transacties.' Het landschap drukt zwaar op de hoofdpersonages. De auteur geeft dit in wezen provincialistische verhaal met sprekend gemak een universele en, opnieuw, een catastrofale dimensie.
Zijn moeder ging ervandoor met een avontuurlijke Rus
Wieringa leidt ons binnen in het leven van Paul Krüzen, een slome vrijgezel die in de veengrond is blijven steken en nooit geleerd heeft om voluit te dromen, al is hij 'een man die een gelukkige van een ongelukkige dag wist te onderscheiden'.
Zijn nering in militaire artefacten en soldatenkostuums levert hem een goeie duit op. Maar met de vrouwen lukte het nooit. Bovendien ging zijn moeder ervandoor met een avontuurlijke Rus, die bijna de dood vond in de nabije akkers en vervolgens schoorvoetend in huis werd opgenomen. 'Zijn naam was Arthur Rubin en hij was uit het Rijk van het Kwaad ontsnapt in een sproeivliegtuigje.'
Wieringa verkneukelt zich in De heilige Rita in raak getroffen taferelen
Paul blijft vanaf zijn 8ste alleen met zijn vader achter. Ze zijn op elkaar aangewezen en Paul zal de zieke man later plichtsbewust verzorgen. De avonden slijten Paul en zijn kompaan, de kruidenier Hedwiges Geerdink, in een Chinees eethuis annex biljartcafé of net over de grens, in Club Pascha, het bordeel van de lepe ex-klasgenoot Laurens Steggink. Daar valt Paul geregeld in de armen van de goedige prostituee Rita. 'Wie meende dat liefde waar je voor betaalde niet kon bestaan, kende hun vurige harten niet.'
De knullige loomheid van een verdord afgelegen Drentsch dorpje tot leven geroepen op papier. Wieringa is een sterke stillist die me helemaal heeft meegezogen in zijn vertelling van het treurige bestaan van Paul Krüger en zijn "lotgenoot" Hedwige.
The Blessed Rita is a book of constant wanting - wanting to be elsewhere, wanting to be someone else, or with someone else, or without someone else. It's so full of want that the feeling of dead-end village desolation really radiates from its pages.
Paul Kruzen lives in a dead-end village. He has one friend, a few girls he visits in a local brothel, and a newly acquired enemy. He also takes care of his father, who never seems to be happy enough with his son's achievements, even though he himself has not been the dream man able to keep a wife from abandoning her family and running off with a stranger. As I said - this is a book about a dead-end village. Things in such places rarely see positive developments. It usually goes from low to lower.
Wieringa's writing is engaging and detailed. It captures both the historical decline of a village once full of life down towards its dead-endedness in our modern age. Wieringa works brilliantly with the stillness of life and does a great job at describing the emotional state of his characters and how they have generally given up on life by describing the world around them - the blandness of the local chipper, the menial work of packing and processing online orders, the decay of houses, and how ambulances and the police take hours before they arrive on the spot. Even their menu, which in the case of one of the families is 5 meals with potatoes, one for each day of the work week. The only things coming into this village are Eastern European criminals, Asian fast-food restaurant owners, and Soviet pilots on the run from the communist regime.
And this is where the book becomes a bit tricky - the subtle (and often not so subtle) racism that works its way through the story. While many of the characters seem to be stuck where they are with one eye on the world outside their village, the outside world that enters their village always brings something bad. There are Bulgarians and Romanians ready to rob anyone, why not throw in Romani people from these countries as well. Russians are responsible for women trafficking (and indeed seduction of good housewives). And while these stereotypes do feel rather strongly racist, isn't it possible that they bring a different level of character development and storyline? I felt this racism, uncomfortable as it may be for me as a Bulgarian, raised a very interesting theme: that these people could never really be happy anywhere. That the outside world seems enticing, but everything that comes from it is just as bad as where they are. That no matter where you are and where you go, you bring your unhappiness with you and the outside world just amplifies it. Unless you stand up to it, shed a bright light on it, and face it on your own. Which is exactly what Paul Kruzen is ready to do.
Dit is het eerste boek op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs dat ik met tegenzin gelezen heb. Het is absoluut geen slecht boek, maar de thematiek alsook de personages spreken mij persoonlijk niet erg aan. Daarnaast bleef ik na de laatste pgaina met veel vragen achter. Mijn complete recensie lees je op Boekvinder.be.
Sainte Rita » (De heilige Rita), de Tommy Wieringa, traduit du néerlandais par Isabelle Rosselin, Editions Stock:
Un seul fils et son père vivent ensemble dans une maison, dans un village néerlandais à l'est près de la frontière avec l'Allemagne. L'auteur néerlandais Tommy Wieringa (1967) de Sainte Rita est par hasard aussi de cette région qu'il décrit avec en même temps une certaine aversion ainsi qu'une tendresse coloré par la nostalgie.
Le roman commence en effet avec un avion d'un pilot russe qui veut s'enfuir de l'autre côté du Rideau en fer en 1975 par les airs. Malheureusement, son avion écrase dans un champs de maïs d'Aloïs Krüzen, ce qui cause le bouleversement de la famille de ce dernier. Paul Krüzen perd sa mère qui s'enfuit, et reste seul - à 8 ans - chez son père. 40 ans plus tard, l'histoire de Paul, Hedwiges, Rita et les autres villageois dont le roman parle, se déroule.
Hedwiges, le seul ami de Paul, est une figure locale. Il est un peu le fou du village et n'est pas très sympathique. Il est assez infantile selon Paul, mais tous les deux sont célibataires et vont de temps en temps en Asie pour quelques jours de fête. Ils ne se sont jamais parvenus à avoir une relation durable avec une femme. Ils fréquentent le même bar à prostituées proche de leur village, où une certaine Rita est leur même favorite. Mais Hedwiges commettra une erreur lourde de conséquences. En même temps, Rita est aussi la sainte qui est appelé à l’aide pour la cause désespérée que certains personnages dans le village en ont besoin.
Ce roman esquisse le tableau d'un village isolé et abandonné de tous ceux qui en ont marre qu'il n'y a plus rien pour rester. Le père et le fils ont toujours refusé les changements qui ont eu lieu dans le village, et ne se sont jamais adaptés aux nouveaux villageois immigrés et qui ont installé une certaine économie "chinoise", soit asiatique qu'ils ont amenée. De cette façon, l’auteur a pu décrire le métaphore de la vielle Europe rurale en déclin, où il y a un fossé entre ceux qui ont pu rattraper le temps et qu'ils se sont habitués et ceux qui ne pouvaient pas faire face aux coutumes et traditions perdus et ne pouvaient pas s’adapter.
Une vraie empathie et un regard d’anthropologue de l’écrivain caractérisent son style d’écriture. Tandis que Houellebecq dans son dernier roman Sérotonine est son vrai cynique et ironique dans son esquisse de l’état des lieux de la France et la vieille Europe lui aussi, là le ton de Wieringa est aussi sombre mais plus doux et doté de l'humour. Le langage de l’écrivain est à savourer lentement par ceux qui aiment les métaphores et l’imagerie, et l’atmosphère de l’isolement social qu’il a créé de sa manière propre à lui.
Avec les remerciements à NetGalley et les Editions Stock pour avoir donné l’accès à cette traduction en français.
Een mooie roman die me terugbracht naar de streek van mijn jonge jaren. De jaren waarin het graan plaatsmaakte voor de snijmais, de zandwegen geasfalteerd werden en kruisingen veranderden in rotondes. En waar de dorpen hun authentieke karakter verloren en werden 'verrijkt' met pseudosaksische boerderettes. Kottink werd Shu Dynasty en de bakker verdween. In dit achtergebleven gebied hebben de kneuzen wel een heilige nodig om in het leven overeind te blijven en te leren omgaan met de onverbiddelijke veranderingen van de moderne tijd. Maar zelfs de Heilige Rita kan niet voorkomen dat de neergang doorzet. Tommy Wieringa maakt de spanningen, teleurstellingen, eenzaamheid en angsten voelbaar. Hij laat alle zintuigen meedoen. Je hoort de bijl in het eikenhout, je ruikt de dauw op de weilanden, je voelt de zomerse lome warmte en je proeft de dagelijkse aardappelen drijvend in de jus. En hij is trefzeker en humoristisch in zijn karakteriseringen. Met dit alles snijdt hij nogal wat aan. Vader-zoon relaties; een moeder die aan dit leven ontsnapt door weg te gaan met haar Rus, symbool van vrijheid die zelf het zielsdodende Rusland ontvluchtte in zijn oude vliegtuig; culturen die botsen; seksualiteit en tot slot de paranoïde angst die de hoofdpersoon langzaam in beslag neemt. Een boek dat nog lang blijft nazinderen.
Weer opgepakt na een paar maanden en ik vind het nu veel mooier. Spannend, broeierig, grappig - de lege grensstreek waar van alles gebeurt wat bizar troosteloos en ook teder is. Het verhaal van de Russische piloot zo duidelijk Joe Speedboat: vliegen naar een beter leven; moedig zijn en dan neerstorten.
Bijzondere beeldtaal en intense natuurbeschrijvingen. Als je ervoor open staat en het landschap kent, dan voel en ruik je het:
‘Hedwiges opende zijn raam een eindje om koele avondlucht binnen te laten. Een diepblauw waas steeg boven de bomen op. Op de velden lag dunne nevel. Ze reden door de verlaten grensstreek, soms flakkerde het verlichte raam van een boerderij achter de bomen op, als morse.’
Dit is het verhaal van een eenzaam leven, maar zo mooi verteld! Beklijvend ook. Paul is niet gelukkig, ook niet ongelukkig, denk ik. Wel alleen. Hij heeft alleen ‘tijd’. Hij denkt in termen van leef-tijd. “Ze waren zo oud als bomen, die broers, en even vriendelijk. Zij hadden aan de tijd zitten morrelen, die twee, en hem uiteindelijk onklaar gemaakt”. Het woord ‘tijd’ komt haast op elke pagina minstens 1 keer voor. Zou de schrijver dat zo bedoeld hebben? Of ook: “binnenkort bereikten ook mensen de leeftijd van bomen, maar dan zonder de wijsheid van hun zwijgzaamheid”. Paul heeft niemand meer. Hij krijgt aan het eind van het boek zelfs geen einde...