Thijs Glorieus, de mens van goede wil, kan geen onrecht zien en trekt zich vaak tragisch en ten koste van zijn eigen welzijn het lot aan van wie zich niet kan verweren. Als ordonnans van een kapitein ziet hij tijdens zijn legerdienst in dat het morele gezag van de betere standen is uitgehold en dat ieder zijn leven naar eigen goeddunken moet inrichten. Hij trouwt met de achterlijke Let en tracht in de stad moeizaam een onafhankelijk bestaan op te bouwen. Als hij met zijn onvoorwaardelijk geloof in de goedheid van de mens zijn tol aan het leven heeft betaald, keert hij gelouterd terug naar zijn dorp. Daar groeit hij uit tot een invloedrijke en op handen gedragen soeverein, de ontwerper van een nieuw bestaan voor de hele gemeenschap. In het leven van Lets zuster, Rosa, die in een bui van morele ellende haar man heeft neergeschoten, neemt hij een heel bijzondere plaats in. Thijs Glorieus is een held naar Walschaps hart: rechtvaardig, voluntaristisch, genereus en bij iedereen geliefd. Als de eerste in een rij van opmerkelijke figuren in Walschaps werk, een voorvader van de vrijgevochten Houtekiet en van de ondernemende Tilman Armenaas, belichaamt hij een ontroerend naïef en aansprekend mooi levensideaal, los van eender welke levensbeschouwing. Alsof de toen veelbelaagde Walschap wilde zeggen: je moet geen katholiek zijn om als een goed en edel mens door het leven te kunnen gaan. Zonder twijfel is Thijs Glorieus in vele opzichten verwant met Walschap zelf.
Een mens van goede wil, een van de markantste romans in Walschaps indrukwekkende oeuvre, is een bewogen verhaal over de keuzes die men maakt, een enthousiast en gedreven pleidooi voor zelfbeschikking.
Eén van de betere werken van Walschap, met vooral goede typering van de figuur Thijs Glorieus als een door en door goed man. Zijn oprechte ethische opstelling staat nochtans los van elke religie. Contrast met de hypocrisie van de mensen om hem heen.
Thijs Glorieus (what's in a name), de mens van goede wil uit Walschaps gelijknamige roman, is wat we vandaag een persoon met ASS - autismespectrumsyndroom ofhoeschrijfjedat - zouden noemen. Goudeerlijk, zijn woord steeds gestand doend, en be- of vergiftigd met een overontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid dat hem op de eerste bladzijde de kat doet vermoorden omdat zij de kanarie heeft opgevreten). Tegelijk is Thijs niet in staat om de gevoelens van anderen, en, erger nog, hun intenties correct in te schatten. De combinatie van al deze eigenschappen brengt hem ertoe de stervende moeder van zijn beschermelinge Let, een zwakbegaafd meisje dat hij dagelijks van school naar huis brengt en beschermt tegen de pesterijen van klasgenoten en stiefzusters, te beloven voor het kind te zorgen na haar overlijden. Dat leidt halfweg het boek tot zijn huwelijk met Let. Niet omdat hij zoveel van haar houdt, maar omdat hij, trouw aan zijn belofte, dit huwelijk als enige manier ziet om nog verder voor haar te zorgen. Tevens niettegenstaande de liefde voor hem van de veel mooiere en verstandige stiefzus Rosa, een liefde die onbeantwoord blijft, al is er op het einde van het boek in dat opzicht een lichtpuntje waar te nemen. Tussenin zoekt Thijs zich tijdens het interbellum op het Brabantse platteland - men vermoedt regio Londerzeel, Walschaps geboortestreek - en in Brussel een weg door het leven. Op zijn pad - wie zei daar Bildungsroman?* - ontmoet Thijs personages van diverse pluimage, die hem al dan niet in hun hart sluiten, al naargelang de mate waarin zij zich door Thijs' gevoel voor sociale rechtvaardigheid en/of contactuele onbeholpenheid bedreigd, ongemakkelijk, dan wel gecharmeerd voelen. Hoe dan ook loopt het voor Thijs allemaal goed af, als hij zich ontpopt tot succesvol bedrijfsleider en vervolgens mecenas voor zijn dorpsgenoten van weleer. Sommigen zeggen dat Thijs het prototype is van de Goede Mens. Zij dwalen. Er zit veel goeds in Thijs, zeker, en dat vele goede overheerst. Maar tegelijk toont hij zich niet steeds een goede burger, vriend of bondgenoot. Niet voor niets laat Walschap hem als eerste heldendaad een kat vermoorden, omdat deze een zwakkere had gedood. Het diertje had echter geen keus: het volgde zijn instinct. Zo berokkent Thijs heel de roman door kwaad aan anderen, die zich op het eerste gezicht misdragen, maar uiteindelijk ook maar slachtoffers zijn van de omstandigheden. Zo praat hij Rosa, nadat ze haar onbetrouwbare echtgenoot heeft doodgeschoten, zowat aan de galg omdat hij het niet kan laten de volledige waarheid te vertellen, die helaas zeer belastend is voor haar. Later jaagt hij de arme Let, intussen zijn echtgenote, onbedoeld de dood in nadat hij haar heeft verstoten omwille van haar vermeende ontrouw. Thijs onderzoekt niet, weegt niet af wat in een bepaalde context waar is, of wenselijk, of billijk. Hij oordeelt meteen en handelt daar ook naar, wat niet zelden leidt tot meer ellende dan nodig is. Er zijn er die zeggen dat psychologische tekening van de personages in het boek heel beperkt is. Dat is ten dele waar. Walschap wou het immers zo: wars van lange beschrijvingen, dialogen en uitweidingen wil hij de personages doen spreken langs hun daden. Wie het bovenstaande gelezen heeft, zal begrijpen dat die daden zo sprekend zijn voor het karakter van alvast het hoofdpersonage (en voor de andere personages geldt dit ook, zij het om evidente redenen in mindere mate), dat verdere uitweidingen over zijn psychologie overbodig zijn. Het werkt dus wel. Anderen (deels dezelfden, wellicht) noemen taal en setting ouderwets, en achten daardoor de roman niet meer gmerg aantrekkelijk voor De Moderne Lezer. Hierop zeg ik : ja, taal en omgeving zijn verouderd. Et alors? voeg ik er meteen aan toe. Het is even doorbijten in het begin, dat is zeker. Maar eenmaal gewend aan die ouderwetse aspecten, lees je een roman die met name sociale thema's aanraakt die al 25 eeuwen actueel zijn. Een Mens van Goede Wil gaat over ongelijkheid, uitbuiting, jaloezie, afgunst, rechteloosheid, hovaardigheid, egoisme - het lijken de 7 hoofdzonden wel. Daar tegenover zet de roman rechtvaardigheid, nederigheid, naastenliefde, gelijkheid, begrip, bekommernis, gerechtigheid. Met een grote compassie overschouwt Walschap het menselijk bedrijf, en brengt als boodschap dat de wil om Het Goede te doen een groot verschil kan maken, al verloopt dat niet altijd zonder collateral damage. Het is hoe dan ook veruit te verkiezen boven een passieve laat-maar-waaien mentaliteit, want die leidt uiteindelijk niet tot verandering in de zin van sociale rechtvaardigheid.
Een Mens van Goede Wil is, ondanks zijn wat melige titel (ik geef eerlijk toe dat dat de reden is waarom ik het boek eerder steeds opzij heb laten liggen), een sterk boek dat in korte, krachtige pennenstreken een beeld schept van het dorpsleven in het interbellum, geschreven vanuit een diepmenselijk gevoel van begrip voor en compassie met de protagonisten van het Menselijk Bedrijf. En al gaat de Roman over een brave mens, het boek is bepaald niet braaf waar het om de wijze gaat waarop de gebeurtenissen beschreven worden. Walschap schuwt het schokeffect niet - ik denk daarbij aan de kat met de verbrijzelde kop, de gewelddadige dood van Let, de vechtpartij tussen Thijs en zijn oom (of vader?) die op een bloedbad uitloopt... Ook dat maakt de roman modern genoeg om ook de huidige lezer te plezieren.
* Walschap zou deze qualificering wellicht bestreden hebben, maar ik vind ze wel toepasselijk
Thijs Glorieus is een jongen die al van kindsbeen één groot gebrek kent: hij kan niet tegen onrecht. Zijn (hopeloos naïef) verlangen om voor iedereen goed te doen en de wereld rechtvaardig te maken, bezorgt hem in dit boek van Gerard Walschap menig probleem. Het boek heeft een liefdesgeschiedenis, een moordverhaal, een boerenroman en een levensverhaal in zich en die ambitie is misschien te zwaar, want voor mij voelt het soms toch als te geforceerd hoe het verhaal zich ontwikkelt. Niet dat dit geen aangenaam boek is om te lezen, maar mijn eerste kennismaking met het werk van Walschap is niet van die aard dat ik nu meteen naar de bib spurt om meer.