Die Bas, doet zomaar een boekje open over de wereld van de scheidsrechter in het betaalde voetbal. Het boek is deels autobiografie, over Nijhuis' bakkerij, zijn woonboerderij met geitjes, en zijn jeugdige toewijding om scheidsrechter te worden. De rest is een schat aan anekdotes, opgebouwd in jaren wedstrijden fluiten. Nijhuis houdt van grappen en grollen uithalen met zijn assistenten en die vormen de bulk van het boek. Daar moet je wel een beetje van houden, want veel van de streken die worden beschreven vond ik vooral flauw en zou ik niet kunnen waarderen. "Humor van deze categorie," schrijft Nijhuis zelf op bladzijde 270, "is bovendien 'des voetbals.'" En dat verklaart wel waarom ik nooit helemaal heb kunnen aarden in de voetbalsport: op het veld vond ik het leuk zat, maar dat geouwehoer eromheen, in kantine en kleedkamer, sprak me een stuk minder aan. Hetzelfde geldt voor de verschillende onderdelen in dit boek.