Een met demonische krachten begaafde man (gevallen engel?) laat links en rechts opengebarsten, bloederige lichamen achter. Hij is op zoek naar twee kennelijk goedaardige soortgenoten. Op het spoor gezet door een oude indiaan en een geestverschijning krijgen de laatsten hulp van een groepje lotgenoten, die in een poging het kwaad tegen te houden zichzelf opofferen. Wat is de rol van de al eveneens gewelddadige zonnebril-sekte leden?