Jump to ratings and reviews
Rate this book

Het grote gelijk

Rate this book
Walter Holsters, briljant ingenieur, wordt na een lange en succesvolle carrière dan toch minister. Hij is blij, ook wel burgerlijk zelfgenoegzaam, al zal hij dat ontkennen. Tegelijk blikt hij met een mengeling van nostalgie en kritische beschouwing terug op het verleden. Op de geschiedenis van de voorbije halve eeuw. Op de rivaliteit met zijn jeugdvriend Olivier, die hij uit het oog is verloren. Op een jeugdliefde die hij in de knop heeft laten breken. Op zijn eigen weinig romantisch huwelijk, dat niettemin een veilige haven biedt.

Alsof het lot ermee speelt wordt de vrouw van Olivier zijn nieuwe personal assistant. Herinneringen laaien op, verlangens overvallen hem onverhoeds, zijn leven komt in een stroomversnelling terecht.

In 'Het grote gelijk' proeft Walter van de macht zonder de impact daarvan te kunnen bestendigen, integendeel: uiteindelijk zullen herinneringen aan belevenissen en ervaringen uit zijn jeugdjaren leiden tot onzekerheid, schade en verlies.

284 pages, Paperback

First published October 15, 2019

2 people are currently reading
17 people want to read

About the author

Rik Torfs

47 books7 followers
Henri Maria Dymphna André Laurent "Rik" Torfs (born 16 October 1956) is a Belgian canon law scholar and media personality. He is a former Senator for the Christian Democratic and Flemish party in the Belgian Federal Parliament and a former Rector of the Catholic University of Leuven.

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
2 (7%)
4 stars
7 (25%)
3 stars
11 (40%)
2 stars
6 (22%)
1 star
1 (3%)
Displaying 1 - 3 of 3 reviews
Profile Image for Herman D'Hollander.
73 reviews2 followers
November 14, 2019
Als de eerste paragraaf van een roman je dadelijk ‘pakt’, dan is het hele boek goed. Dit is een handige regel om in de winkel zonder voorkennis een boek te kopen. Meestal word je niet teleurgesteld. Maar ook een matig tot ondermaats verhaal kan worden ingeleid door een veelbelovende aanzet. Dat is het geval met deze debuutroman, die kraakt aan meer dan één kant.

Het begint als volgt: “Eindelijk. Jaren heeft het mij gekost, jaren van uitsloverij, trouweloos gekonkel, aanwezigheid op recepties en begrafenissen van mensen die mij niets konden schelen. Jaren van geveinsde domheid en weloverwogen zelfvernedering. Maar nu ben ik het: minister.

Ha! Dit wordt een satirisch verhaal over politiek en politici in Vlaanderen, denk je dan, daar lust ik wel pap van! Tenslotte was de auteur zelf even politicus, en ironie is zijn handelsmerk. Maar na enkele weinig relevante hoofdstukken lees je over het politieke bedrijf niets meer en blijkt het eerder te gaan over de rivaliteit tussen de hoofdfiguur Walter Horstens (‘hrstns’) en zijn jeugdvriend (hoewel!) Olivier. Of liever: over de relatie tussen Walter en zijn personal assistant Ingrid, de vrouw van Olivier. Of nee: het gaat eerder over een jeugdliefde, nl. de kortstondige (twee dagen? Drie?) verliefdheid tussen Walter en Unic-kassierster Karine in 1974. Of wacht even: het blijkt integendeel te gaan over grensoverschrijdend gedrag (met Ingrid natuurlijk). Ha!, denk je dan alweer: eindelijk een interessant actueel thema! Maar in plaats van het conflict te exploreren tussen schuldvraag en bewijslast, of tussen politiek correct feminisme en het dartel spel der zinnen, of tussen gewillige overgave in situ en verbolgen verzet post factum (om Dietrich Bonhoeffer te parafraseren), gaat de auteur in een wijde boog om de problematiek heen en geeft hij het incident een oppervlakkige afloop. Er staat immers al een ander thema klaar: lijden en dood, nl. die van zijn vrouw Deirdre (‘drdr’). Hier lijkt de ik-figuur eindelijk op vertrouwd terrein gekomen en kan hij naar hartenlust contempleren over het huwelijksleven en de dood. Maar toch ook niet weer te lang, want via een onverwachte verhaalwending belandt de auteur eindelijk in het walhalla van de ouder wordende man: de futiele hoop op een liefdesaffaire met een jonge vrouw. Dat is dan Cindy Wertelaers (‘wrtlrs’: waarom altijd zoveel medeklinkers?) de dochter van Karine, die de zestiger Walter – ô toeval! – in het ziekenhuis heeft leren kennen. In de aanloop naar het rendez-vous met haar laat hij zijn “gedachten de vrije loop” en wijdt hij breedvoerig uit over alles wat hij nog kwijt wil: José Saramago, het katholicisme, de Barmhartige Samaritaan, een psalm, Theo Lefèvre, kennis, Heinrich Heine, Icarus, Breughel, een militante onderwijzeres, enz.: you name it. Om zich tot slot vast te rijden in een cliché-item van het VTM-nieuws.

Kortom: de eerste barst in het boek is de afwezigheid van een thema: een brandend ‘issue’ waar de schrijver mee worstelt en die hem tot schrijven heeft gedwongen. De ‘plot’ kabbelt rustig verder van de ene toestand in de andere, zonder dat duidelijk wordt wat de auteur nu eigenlijk wil zeggen – buiten de occasioneel interessante commentaren in de marge. Zes toestanden op zoek naar een thema, om Luigi Pirandello te parafraseren. Is dit dan een Bildungsroman, perhaps? Niet echt, want we volgen voornamelijk het ‘heden’ van een volwassen man, afgezien van de enkele flash-backs met de voorspelbare school- en klastaferelen (inclusief de typecasting van leraren en leerlingen).

Een tweede probleem betreft ‘the willing suspension of disbelief’ (Samuel Coleridge). De lezer weet dat het allemaal fictie is, maar wil het aannemen als binnen het verhaal alles ‘klopt’. Maar ook hier mangelt het.

De ik-figuur is een ingenieur met een voorliefde voor ‘technisch kunnen’ en ‘brute intelligentie’ (p. 5). Dan verwacht je toch een no-nonsense-personage bij wie ratio primeert op sentiment, en doen op denken - zeker als hij het tot minister heeft geschopt. Maar nergens wordt dat plausibel gemaakt. De hoofdfiguur verliest zich integendeel het hele verhaal door in gefilosofeer, gemijmer en gevoelens – naar het einde toe zelfs op het pathetische af. Bovendien wemelt de tekst van verwijzingen naar schrijvers, boeken en films, zodat Walter Horstens wel geloofwaardig is als literair-filosofisch geschoolde cultuurmens (en dat ook wil geweten hebben!) maar niet als positieve wetenschapper. En als onverbiddelijke vrouwenversierder al helemaal niet.

Ook bij de secretaresse Ingrid heeft de lezer vragen. Ze is bescheiden en niet zo verstandig, maar toch verbaast ze de lezer plots met haar welbespraaktheid tijdens een lange monoloog (over twee hoofdstukken gespreid) met complexe zinsconstructies, volledige dialogen en geleerde woorden (zoals ‘microkosmos’). Kortom: Ingrid spreekt, maar je hoort de auteur. Een geloofwaardig personage ‘zingt zoals het gebekt is’. Ingrid is niet zo gebekt. En je kan je haar ook niet inbeelden als een assertieve ‘Me Too’-feministe. Out of character, als je het mij vraagt.

En dan die lange tirade die Olivier afsteekt tegen Walter tijdens diens beleefdheidsbezoek. Ze hebben mekaar meer dan 20 jaar niet gezien, en Walter kent zijn secretaresse Ingrid ook nog maar pas. Toch zegt Olivier al direct zonder inleiding of psychologische voorbereiding (voor de lezer): “Toch stoort het je dat je enkel recht hebt op haar werk. Niet op haar lichaam.” En iets later: “Je kijkt door haar kleren heen, beken het gewoon. Je zou aan haar kont willen ruiken, zo zit je in elkaar.” Hoe ongeloofwaardig is dat? Welke genodigde zou zoiets aanhoren zonder meteen woedend en met slaande deuren te vertrekken? Maar deze scene moet de lezer natuurlijk voorbereiden op wat komen gaat. En warempel: luttele hoofdstukken later is het zover! Tja.

Ook de relatie tussen Water en Karina is overrompelend. Nauwelijks heeft ze zijn fietsband geplakt of ze blijkt al verliefd (en hij ook), en de volgende dag (cfr. Gust, de ‘fietser van gisteren’) is hij al ‘Walter van ons Karine’. Het moet snel gaan, want het is de auteur om de afscheidsbrief te doen. Geloofwaardig?

Tijdens hun eerste serieuze gesprek laat Cindy Wertelaers weten dat ze weet dat Walter haar moeder heeft gekend: “Dat weet ik (…) Karine was mijn mama.” (p. 225). Dat is dus voor beiden duidelijk. Toch zeg ze wat later: “Je hebt haar ook gekend" (p. 226). Logisch?

Een derde punt is het beeld van de vrouw. De verteller heeft een zwak voor zwakke vrouwen, of althans vrouwen in hun zwakke, onzekere momenten. Hij heeft graag dat ze wenen, want zo kan hij ze de baas: “ik heb de indruk dat ik pas langs hun verdriet echt in hun leven binnendring.” Er wordt dan ook behoorlijk wat gesnotterd in deze roman. Maar fysiek zijn de vrouwen in deze roman niet zo fragiel. Deirdres geraamte heeft een “rustige vastheid” (hebt u hem?) die maakt “dat het niet gemakkelijk uit elkaar zou vallen”. De “kont” van een vrouw op de receptie “is disproportioneel dik. Hopelijk is de pot groot genoeg”. Karine’s “heupen waren te breed”, en Cindy is “eerder slim dan mooi”. Kortom, je denkt eerder aan de stevige vrouwen van Permeke dan aan de heerlijke “Les Parisiennes” van de Franse illustrator Edmond Kiraz. Is dit een waarheidsgetrouw portret van de Vlaamse vrouw? De vraag stellen is ze beantwoorden.

En dan dat schoonheidsvlekje! Karines moeder had een "rode pukkel" onder haar linkerneusvleugel. Geen punt: zij was tenslotte van de lagere klasse. Ingrid daarentegen heeft een ‘bruin schoonheidsvlekje’ onder haar neus. Dat is wat anders, en dat zullen we geweten hebben. Tien keer en méér doorheen het verhaal wordt het vlekje ter sprake gebracht, te pas en te onpas, ad nauseam. Het fascineert en vertedert de Walter, en windt hem op. Hij strijkt “met zijn wijsvinger zacht over haar schoonheidsvlekje”, en voelt daarbij duidelijk “de licht hobbel”. Schoonheidsvlekje? In de volksmond is dat gewoon een ‘puist’.

Ook opvallend zijn de vermeldingen van historische feiten (bvb. “Abba had het Eurovisisongfestival gewonnen…" "Richard Nixon trad af…" "The Long Hot Summer, een Amerikaanse film uit 1958…”). Schoolmeesterachtig en overbodig, want niet geïntegreerd in de plot. Dan had Rik Torfs wat kunnen leren van de Engelse auteur Jonathan Coe, die historische gebeurtenissen direct laat ingrijpen in de plot en in het leven van de personages (The Rotters' Club, Middle England).

Ten slotte nog een woord over de taal. Bij de aanvang van de roman is de stijl al dadelijk opvallend staccato. Heel wat korte zinnen. Vaak zonder bijzinnen. Enkel onderwerp en werkwoord. Of zonder werkwoord. Brute stijl. Maar dit stijlkenmerk contrasteert met de wijdlopigheid en de herhalingen van het einde. Vooral wanneer Walter in een mail aan Cindy zijn hart uitstort om zijn afscheidsbriefje aan Karine te verklaren, zijn alle stoppen doorgeslagen. In een pagina’s lange stortvloed van woorden betuigt hij zijn spijt en wroeging over een banaal briefje van 40 jaar geleden. Hij herschrijft het briefje zelfs tweemaal, terwijl hij zich (narcistisch?) verkneukelt in emotionele auto-flagellatie. Niks staccato. Wel pathetisch en tenenkrommend gênant.

Kortom: wat is ‘het punt’ van deze debuutroman? Een middel tot zelfrealisatie? Omdat een geslaagd leven het schrijven van een roman veronderstelt, volgens het Latijns-Amerikaans gezegde “Plantar un árbol, tener un hijo y escribir un libro”? Of een vehikel om de eigen ideeën en inzichten te verspreiden (de titel is tenslotte ‘Het Grote Gelijk’)? Of een manier om de naambekendheid te actualiseren (zo vlak vóór de Boekenbeurs)? Wat het ook zij: op basis van louter literaire criteria krijgt dit boek een onvoldoende. Dit neemt niet weg dat er observaties in staan die tot nadenken stemmen (zoals de idee dat niet ‘tempus fugit’, maar dat de tijd integendeel zo onmerkbaar traag voortgaat, dat je de veranderingen niet opmerkt). En je leest het tot het einde, omdat de personages toch nieuwsgierigheid opwekken en je ons eigen Vlaanderen herkent. Maar Torfs is geen Márquez, Llosa, McEwan, Flaubert of Sartre, en ook geen Elsschot, Hermans, Michiels, 't Hart of De Wispelaere. Deze auteurs (en vele andere) zijn ‘in a different league’, hun schrijftalent en scope 'beyond reach'. Misschien kunnen we de auteur aanraden wat menig examinator vroeger tot zijn zwakke studenten zei: “Kom maar eens terug in september!” Hoewel.
Profile Image for Pieter De vroe.
325 reviews33 followers
June 7, 2023
Ik hou wel van de stijl van Rik Torfs. Op twitter is hij één van de meest interessante figuren. Zit ook wel in dit boek. Niets wereldschokkend maar wel slim bij momenten en zeker graag gelezen.
Displaying 1 - 3 of 3 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.