Mijn vader kende het boek en dacht dat het een dikke, moeilijk verteerbare pil was. Het is wel dik, maar het las zeer gemakkelijk weg (zeker vergeleken met "Under the Volcano" van Malcolm Lowry, welke ik ook lees momenteel) en staat bomvol grappige anekdotes, voornamelijk over Nederlands-Indië:
"Zodra hij op dat land gekomen was, liet mijn vader 's avonds deuren en ramen open en ging in de voorgalerij zitten lezen. Men kwam hem waarschuwen dit niet te doen, met het oog op de ,,slechte mensen''. - O, voor mensen ben ik nooit bang, zei hij; alleen voor tijgers en slangen. - Maar soms zag hij schaduwen in de tuin en schoot er dan met een pistool overheen; ook kocht hij enige honden, die de landerijen afliepen en, omdat zij niet zo erg goed gevoed werden, de kippen van de ,,opgezetenen'' opvraten. Af en toe werd er een vergiftigd, maar mijn vader liet aankondigen dat hij voor iedere vergiftigde hond er twee in de plaats zou kopen. Het waren beesten zonder enig ras en dus spotgoedkoop: op het laatst had hij er er vier-en-twintig, waarna men ophield ze te vergiftigen."
Zoiets als hierboven vind ik ontzettend geestig, en zo zijn er nog tientallen (misschien wel honderden) korte leuke anekdotes te bespeuren.
Dat is eigenlijk ook precies waarom ik dit boek wilde lezen, ik miste nog een gevoel voor dat deel van de Nederlandse geschiedenis. "Max Havelaar" had dit al enigszins ingekleurd, maar ik was nog niet verzadigd. Je zou "Het land van herkomst" kunnen lezen als ware het geschreven door een kleinzoon van een van de figuren in dat boek.
Het boek wordt enigszins getemperd door de overpeinzingen in Europa, die grotendeels blootleggen hoe lamlendig Arthur is geworden. Gelukkig worden de hoofdstukken goed afgewisseld tussen Indië en Parijs/België.