Op zondag 13 mei 1984 speelde Johan Cruijff zijn laatste competitiewedstrijd ooit. Hij nam afscheid in een shirt van Feyenoord, waarmee hij in het seizoen 1983/84 de landstitel en de KNVB-beker won. Een seizoen eerder had de leiding van Ajax besloten dat hij moest vertrekken. Cruijff was niet langer welkom bij de club van zijn jeugd, waar zijn moeder kleedkamers had schoongemaakt, hijzelf grote successen had beleefd en waar zijn zoontje Jordi aanvoerder was van het eerste e-juniorenelftal. In Het laatste seizoen wordt dit bewogen jaar gereconstrueerd. Over Cruijffs dominantie als voetballer, de rol van zijn entourage en de media, en het voortdurend zoeken naar oplossingen. Of hoe de beste Nederlandse voetballer ooit nog één keer liet zien wat het betekent om de speler Johan Cruijff te zijn.
Een ode aan ‘s lands grootste voetballer vind je hier niet en ook gaat bepaald niet alle aandacht uit naar het laatste seizoen bij Feyenoord. Geïnspireerd op Amerikaanse sportliteratuur komt de opzet overeen met de documentaire serie ‘Last Dance’ over Michael Jordan.
Het seizoen bij Feyenoord staat symbool voor de manier waarop Cruijff altijd de confrontatie zocht en vond. De onwetende lezer zal bijna denken dat Cruijff vooral zichzelf fantastisch vond, terwijl zijn team- en clubgenoten zich vooral stoorden aan het onophoudelijk gezeur en betweterigheid.
Een minpunt vond ik de vele herhalingen. Zowel qua inhoud als typisch woordgebruik.
Leuk opgezet door niet alleen het seizoen bij Feyenoord te beschrijven maar ook het verleden. Op die manier krijg je een totaalbeeld van wat Cruijff er toe bewogen heeft om voor Feyenoord te gaan spelen. Als Feyenoord fan geeft het boek mij een beeld van dat kampioensjaar dat ik niet kende. Ik heb het jaar weliswaar meegemaakt, maar was nog te jong om echt te zien hoe het seizoen verliep. Ik had al het uitgebreide boek van Auke Kok gelezen, dus veel van de achtergrond van Cruijff was me al bekend. Maar de details van dat voor mij belangrijke seizoen uit de carrière van Cruijff maken dit boek zeer het lezen waard. Het leest ook makkelijk en vlot weg.
Zelfstandig te lezen, maar ook meerwaardige aanvulling op de biografie van Cruyff door Auke Kok, mede door de iets zakelijkere toon. Het gaat over het laatste voetbaljaar van Cruyff bij Feyenoord, dat in overzichtelijke hoofdstukken wordt verteld, afgewisseld met hoofdstukken over de persoon Cruyff, Ajax en de rol van zijn schoonvader. Van den Boogaard heeft met deze sportbiografie zich niet met een Jantje van Leiden ervan afgemaakt. Dat is een prettig verschil met talloze andere voetbalbiogafieën.
De hoofdpersoon, de anekdotes en de geschiedenis zijn talrijk, dat maakt dit een boek dat je moeiteloos en met plezier doorleest. Helaas gaat de schrijver soms irritant vluchtig heen over verhaalelementen die belangrijk lijken of waarvan je meer wil weten. Ook zijn irritante stijltrucje met het woord “Tsja” irriteerde op een gegeven moment.
Over mijn eerste kampioenschap. Cruijff was voor mij gewoon een speler die ons kampioen maakte maar als jonkie had ik geen idee van zijn historie. Mooi inkijkje in bizar seizoen. Soms beetje langdradig.
Eén van de beste boeken over Cruijff die ik ooit heb gelezen. Het gaat om niet alleen zijn laatste seizoen bij Feyenoord maar ook om zijn hele leven. Een soort mini-biografie met het seizoen 84-85 als middelpunt. Intiem en zeer interessant om te lezen als je van Johan Cruijff houdt. 5/5.
Door het laatste seizoen te verweven met alles dat eraan vooraf ging, beslaat dat cruciale Feyenoord verhaal maar de helft van het boek. Jammer, ik had nog wel meer over seizoen 83-84 willen lezen.
'Het laatste seizoen' verscheen in hetzelfde jaar (2019) als de grote, definitieve Cruijff-biografie van Auke Kok. De gevoelsmatige vraag is dus al snel: maakt die biografie dit boek overbodig? Antwoord is wat mij betreft: nee. Het verhaal van Cruijffs laatste seizoen (bij Feyenoord!) is boeiend en wordt door Kok logischerwijs veel minder grondig belicht. Die vertelling vervlecht Van den Boogaard met scènes uit Cruijffs eerdere leven en loopbaan. Heel anders dan Kok; al is er ook overlap.
Belangrijkste reden om béide boeken te lezen: ook Van den Boogaard vertelt goed, waardoor je er doorheen gaat alsof het een roman is.
Nadeeltje: een paar hinderlijke stijlmiddeltjes, zoals veelvuldig gebruik van het woord 'tja' als tussenwerpsel en het consequent aanduiden van Wim van Hanegem als 'die Kromme' (nooit 'de Kromme', altijd 'die') en Rinus Michels als 'meneer Michels' (terwijl Cruijff helemaal niet altijd 'meneer Michels' zei).
Vraag die me tijdens het lezen ging bezighouden: waarom er een soort biografie van gemaakt? Waarom niet gewoon een boek over alléén dat laatste seizoen?
Wel wat twijfels dus, maar kiezen tussen Auke Kok en Arthur van den Boogaard is niet nodig: ik las ze allebei en heb daar geen spijt van.
Zijn laatste jaar bij Feyenoord was sensationeel en om meerdere redenen interessant. In detail wordt dit bijzondere seizoen beschreven en dat levert een ijzersterk verhaal op. Helaas wilde de auteur ook Cruijffs levensverhaal nog een keer vertellen. Die afwisselende hoofdstukken zijn wat mij betreft vooral hinderlijke onderbrekingen.