Het is de laatste kans. Na een wereldbrand heeft het schimmige conglomeraat Onyx een tropisch eiland gekoloniseerd waar de financiële elite zich verschanst. Aan luxe geen gebrek, maar wie van de vrijhaven wil genieten, dient Duvall te passeren, de poortwachter en oprichter van de geheime dienst. Vanuit zijn kantoor in een glazen torenspits beslist hij over het lot van de uitverkorenen _ of zijn het ballingen?
Samen met Victor, een briljante wetenschapper die naarstig aan een mysterieus serum werkt, en de wantrouwige archivaris Sebastian, die rondwaart in een ondergronds tunnelcomplex, bestiert Duvall het eiland en probeert hij de lokale bevolking onder de knoet te houden.
’s Avonds trekt hij zich terug in zijn afgelegen bergvilla en staart hij naar de zee. Op de kusten van zijn geest spoelen herinneringen aan als wrakhout. Ooit woonde hij in Zuid-Afrika, ooit werkte hij in The City, ooit had hij een vrouw _ wat is er van haar geworden? Krijgt hij de brokstukken van zijn verleden aan elkaar gelijmd? Volt is een grimmige parabel over de laatste stuiptrekkingen van de mensheid, opgetekend in een zinderende stijl en met wereldomspannende verhaallijnen die de lezer in een wurggreep nemen
Roderik Six (1979) is literair journalist bij het weekblad Knack. Met zijn debuut Vloed won hij prompt De Bronzen Uil. Zijn tweede roman Val werd bekroond met de driejaarlijkse Prijs voor de Letteren van de provincie West-Vlaanderen. Ook zijn romans Volt en Monster werden lovend onthaald. Roderik Six woont en werkt in Gent.
Misschien komt het deels doordat ik deze weken in moordend tempo boeken moet uitlezen voor uni, en ik ook nu weer een beetje haast had, maar ik kwam hier maar niet lekker in. Aan het begin dacht ik nog wel dat het een heel goed boek kon worden; er werd een intrigerende duistere wereld geschetst in mooie zinnen, soms heel expliciet en gewelddadig en dan weer impliciet en geheimzinnig. Maar de stijl voert wel heel erg de boventoon en ik bleef hopen op wat meer verhaal, maar dat kwam niet. Na driekwart had ik het wel een beetje gehad en werd de stijl ook wel veel van hetzelfde (hoe poëtisch ook).
Ik denk dat de thematiek heel interessant had kunnen zijn (de ineenstorting van het neoliberalisme, de ‘laatste stuiptrekkingen van de mensheid’), daarom vind ik het wel jammer dat het me niet meesleepte. Maar misschien ontdek ik morgen in college nog wat interessante lagen en stel ik m’n mening nog bij.
Enn op naar het volgende boek. (Hartstikke leuk dit vak over bureaucratie en dystopieën, maar studeren is de werkelijke dystopie (nee grapje, romans mogen lezen voor je studie blijft leuk en ik ga nu wel mijn Goodreads challenge halen, is ook wat waard))
Goed, maar niet indrukwekkend goed—en dat was nochtans wat ik had verwacht.
Roderik Six heeft ontzettend veel aandacht besteed aan zijn zinnen en de beelden die hij ermee oproept. Leuk als een auteur dat doet. Maar dan hoort die prachtig geboetseerde taal ook een verhaal te ondersteunen en daar knelt helaas het schoentje.
Eerlijk: ik had liever een boek gelezen dat minder goed was geschreven, maar waarin er onder de ruwe motorkap een beter verhaal stak. Een verhaal blijft voor mij de motor van een roman, stijl is hoogstens een fraaie carrosserie.
Wat er gebeurt op het eiland dat de verteller beschrijft—en wat er gebeurd is met de wereld en de mensheid—laat me koud. Hier en daar verhoogt een scène de spanning, maar de meeste scènes scheppen vooral een sfeer zonder dat ze het verhaal vooruit stuwen. Ik vind dat erg jammer, want met Six’ premisse, zijn setting en zijn personages was er zoveel mogelijk geweest. Dit boek had én een stilistische parel én een dijk van een vertelling kunnen zijn. Ik had gehoopt dat ik vreselijk jaloers zou zijn op dit boek.
Dat ben ik, tot mijn eigen stomme verbazing, niet.
Ik blijf op mijn honger zitten, dit boek heeft me niet overweldigd. Je zou kunnen zeggen: jamaar, deze roman puurt zijn kracht uit suggestie en sfeer. Oké, goed, maar je kunt op den duur zoveel suggereren dat er niets wezenlijks meer gebeurt.
Nog een aandachtspunt: de dialogen. Van een auteur die zijn taal zo beheerst, mag je verwachten dat ook de dialogen knetteren. Dat doen ze niet. Ik geloofde ze niet. Mensen spreken niet zoals de personages in dit boek—en ik pleit hier geenszins voor een geschreven versie van tussentaal.
Bon, ik vind het wrang om dit te moeten schrijven, ik zou een getalenteerde verteller als Roderik Six niet willen ontmoedigen. Maar iemand die zo geweldig schrijft, moet ernaar streven om het best mogelijke boek te schrijven en mag niet zomaar tevreden zijn als zijn zinnen juweeltjes zijn.
NOOT: Ik had eerst drie sterren gegeven, maar toen ik nog eens door het sublieme Wired For Story van Lisa Cron bladerde, kwam ik zodanig veel verhaaltechnieken tegen die Volt verkeerd of niet heeft toegepast dat ik zelfs drie sterren nog te veel vond. Het is met spijt in het hart, maar ik wil eerlijk blijven.
Roderik Six is een sublieme stilist die graag donkere boeken schrijft. Gitzwarte betovering in een wereld die vergaat (of vergaan is?), maar wat schuilt er achter het spervuur van taal en stijl? Flarden, flitsen, visioenen en vermoedens. Veel plot moet je niet alleszins verwachten.
Vloed en vooral Val bevielen me erg, maar dit was worstelen. De prachtzinnen slaan je om de oren, maar soms vraagt een mens zich af: waar gaat dit in godsnaam over? Wat heb ik gemist? Misschien moet ik het nog eens lezen, me nog eens onderdompelen in de donkerte. Maar nu even niet.
Of toch?
“Ik hoor de papegaaien in de bomen kraaien – een snerpend geluid, klinknagels op porselein. Ara’s zijn het, vervelende beesten die gekooid in kruiswoordraadsels thuishoren. Ze schijten de patio onder, knagen met hun snavel het houtwerk kapot, bouwen nesten onbereikbaar hoog in nokken en spouwen, en eens er eieren zijn, deinzen ze niet terug voor bezemstelen. Wanneer je hen dan te fel belaagt, zetten ze hun sikkelkauwen in je gelaat.
Af en toe ontlaad ik een tweeloop in hun richting, de kleurrijke trossen zijn een makkelijk doelwit. Bij het eerste schot schrikken ze op, bij het tweede spat er altijd eentje open – het is alsof je een regenboog aan diggelen knalt.” (p.160)
Ongetwijfeld de kleurrijkste passage in dit boek. Maar hoe kan je zoiets quoteren met sterren?
Vier is verleidelijk voor Volt, maar dan vooral voor de alliteratie. "I like it" klinkt hopeloos banaal. Wordt vervolgd, misschien.
Een boek wellicht vol betekenis en bedoeling, maar voor mij verdronk alles in te veel beeldspraak, te veel woordspel, te veel gewild laat-het-ons-vaag-houden. Of het is mijn genre niet. Dat kan ook.
Ik heb enkele jaren geleden genoten van Val, dus keek ik uit naar deze nieuwe van Roderik Six. De achterflap was veelbelovend: een dystopisch eiland, een getormenteerde bewaker en de ‘laatste stuiptrekkingen van de mensheid’. Dat kan ik wel hebben. De roman begint met een doordeweekse avond voor ons hoofdpersonage: bakken op het strand, opgehaald worden door zijn privéchauffeur en enkele vreemde creaturen afknallen vanuit de auto op weg naar zijn bergvilla. Wat die creaturen zijn, kom je pas mondjesmaat te weten en doet er eigenlijk niet zoveel toe. Een gelatenheid die door de hele roman zindert: wat je ook ontdekt, het leidt tot weinig gevoel bij Duvall, ons hoofdpersonage, en uiteindelijk ook bij jezelf. Toegegeven, hij is initieel geen personage dat sympathie uitlokt. Uitstapjes naar zijn verleden - vrouw, kind, geen kind meer, geen vrouw meer - geven hem iets meer vlees, maar als het erop aan komt wil Duvall je compassie niet. Je aandacht en interesse, die wel en daar heeft hij wat voor over: een mysterieus serum, opstandjes bij ‘inlanders’ en heel wat hevige zonneschijn.
Ik vond het een magnifiek geschreven boek, maar iets te hermetisch naar mijn smaak. Soms moest ik hele pagina’s herlezen omdat ik niet helemaal begreep wat er gebeurde. Als ik het boek een tweede keer zou lezen, zou ik vast een pak meer meehebben ervan. Liefhebbers van het mysterieuze en het dystopische kunnen het vast wel smaken.
Ik heb dit verbluffende boek herlezen. Dit was mijn leesverslag na de eerste lezing:
Verbijsterd, overdonderd en verslagen na het lezen van het nieuwe boek van Roderik Six. Na zijn vorige romans, Vloed en Val, is er nu Volt. Een duister, huiveringwekkend verhaal over een man die leeft op een oververhitte plek in een soort vreselijke klassenmaatschappij in de toekomst. Er is iets gebeurd waardoor het land nauwelijks nog leefbaar is, de zon verschroeit de aarde, de hitte is ondraaglijk.
Er is sprake van een serum dat mensen langer in leven houdt, van inlanders die in een kamp wonen, van boodschappen op papier, van wetenschappelijke experimenten met dieren. Volt bevat enkele scènes waarbij de rillingen je over het lijf lopen: gruwelijk en onvergetelijk.
Meteen in het begin, bij de geweldige openingsscène, voel je het dreigende gevaar en de spanning die de schrijver het hele boek magistraal volhoudt. Als lezer krijg je nooit 100 procent vat op de gebeurtenissen en op het geheel; de vertelling is steeds gehuld in mysterie, net zoals in Val.
Roderik Six is een meesterstilist met een duistere voorkeur voor ongedierte, vuurwapens, rampspoed en voor de donkerste spelonken van de menselijke ziel. Ik houd van zijn taal, zijn durf en zijn duisternis.
Het heetste, meest verpletterende boek van het jaar. Een boek als een post-apocalyptisch 1984. Indrukwekkend.
Hoewel heel het boek zich tot aan het eind in een waas van mystiek hult, nooit alle details van het verhaal prijsgevend, is Volt een mokerslag van een boek, drukkend en adembenemend tegelijk. Roderik Six is een meesterstylist, weet als geen ander essentiële gedachten in betoverend mooie taal te vatten.
"Angst is een nis. Een kier die zich een kathedraal waant."
"Rancune vereist een encyclopedie van zwakte."
Na Vloed en Val is Volt de derde roman van Roderik Six. Dat er nog velen mogen volgen ...
Wat heb ik opnieuw genoten van de taal die Six op papier tovert. Sommige zinnen heb ik meer dan één keer gelezen omdat die zo veel indruk maakten. ‘Kolibries vliegen niet, ze maken sprongen in de tijd’ deed me zelfs mijn vorige boek meer appreciëren. Dystopisch en hard en gruwelijk, gemaskeerd door die prachtige taal. Toch had ik af en toe moeite om het grotere plaatje te zien en bleef ik wat op mijn honger zitten over wat net niet verteld werd. Toch blijf ik fan.
Dit boek heb ik traag gelezen. De tijd die ik nodig had om tussen de zinnen, de woorden te lezen. Om intuïtiever te kunnen lezen. Volt deed me soms denken aan de films van Tarkovsky, en aan de schilderijen van Rothko in het Tate, of aan donkere comics met veel plaatjes en weinig woorden. Een plot zou dit 'ongrijpbare' gevoel te veel gaan overheersen dus ja, laat de stillistische zinnen maar komen. Dat gaat perfect samen. Je voelt de dreiging voortdurend, de onmacht om te begrijpen, de zinloosheid van een falend systeem, de angst voor het onvoorspelbare, de elite die op hetzelfde elan doorgaat, waar geen leiding lijkt te bestaan, ondanks het trage verschroeien van onze wereld. Allemaal emoties die door de hedendaagse media en politiek gevoed worden, die voor mij de tijdsgeest weerspiegelen. Dit boek bevestigt mijn donkerste toekomstbeeld. Toch is er ook licht; het hoofdpersonage is opvallend gevoelig, schept romantische beelden, is zachtaardig soms, zeker voor dieren. Maar niet wat de mens betreft: 'We hadden nooit aan land mogen komen.' Schoonheid is er ook: in de zinnen. Dat doet deugd, is voor mij het tegengewicht voor de donkere inhoud. Maar nee, Roderik Six is geen pleaser, wat best verfrissend is. Wel blij dat ik het niet tijdens de strenge quarantaine las, of tijdens mijn pms-dagen ;-).
Vermoeide adembenemende zinnen. Volslagen onverwachte tijdsprongen en - aan het krankzinnige grenzende - legubere stukken tekst die mijn geest prikkelde.
Dit is woordkunst waar je tijd voor nodig hebt. Waar je even weg van moet lopen om terug naar toe te worden gezogen. Soms moet je drie maal herlezen tot het ergens klikt en de stukken op z'n plaats vallen.
Dit hele boek zal ik opnieuw lezen, en dan misschien nog eens en nog eens. Het smaakt naar literaire freejazz en meer.
Ik was een grote fan van zijn eerdere boeken, "Vloed" en "Val", maar deze kon me minder overtuigen. Hij schrijft nog steeds post-acopalytische verhalen en de schrijfstijl is nog steeds geweldig. Maar er wordt gestaag een mysterie opgebouwd, maar er komt nooit echt iets opgehelderd, waardoor het een beetje een gimmick lijkt en je met een onvoldaan gevoel achter blijft. Het is bovendien een grimmig boek over een maatschappij die instort o.m. door klimaatproblemen en waar de rijken enkel overleven door de armen uit te buiten. Mogelijk een realistisch toekomstbeeld, maar niet opbeurend en niet echt wat ik nodig heb in de huidige omstandigheden (zowel corona als wat er in de VS gebeurt, al lijkt het daar alvast de goede kant op te gaan).
Roderik Six neemt je mee op een literaire trip door een dystopische duisternis. Het verhaal is opgezet in vage maar mooie zinnen waarbij je vaak tussen de regels moet lezen. Hierdoor voelt het soms meer als een stijloefening dan een roman. Meer dan een glimp van het plot krijg je niet, maar dat het duisters en dreigend is...dat voel je wel. Sommige lezers zullen afhaken, maar ik vind het wel lekker.
Maar eigenlijk 0 sterren. Dit boek is letterlijk alles wat ik stom vind aan Nederlandse literatuur en als ik dit boek niet moest lezen voor mijn opleiding was ik waarschijnlijk na pagina 40 gestopt. Ik heb niet vaak dat ik echt boos wordt van een boek maar man man man. Fijn dat de enige functie van vrouwen in dit boek ook weer is is haar borsten laten zien en zichzelf op de mediocre middelbare man gooien. Erg origineel.
"Ze zitten in mijn haar, kriebelen in oksels en knieholtes, kruipen langs mijn enkels omhoog. Elk apart zijn ze maar een leesteken groot, maar mijn volledige huid is met jeuk beschreven" In begin wat moeilijk in te komen maar met mooie taal geschreven.
Een erg geslaagde bevreemdende en duistere sfeersetting, her en der knappe poëtische zinsnedes, maar helaas geen verhaal en hierdoor zo'n 100 pagina's te lang.
De eerste 100 pagina's zat ik eerlijk gezegd nog bij 4*, 50 pagina's verder bij 3* en al wat volgde had me te weinig om het lijf.
Bevreemdend boek. Nooit helemaal 'mee' geweest met het verhaal, waardoor het boek ook niet echt blijft kleven. Toch doorgezet en de sfeerzetting en sierlijke taalvondsten maakten het meer dan de moeite waard.
Om te beginnen: Vloed en Valt had ik al gelezen van deze auteur en was dus meer dan benieuwd om zijn laatste “worp” Volt te lezen. Heb het nu gelezen maar… het is tegengevallen. Ik heb, laten we zeggen, heel wat ambivalente gevoelens over dit boek. Eerst en vooral, Roderik Six is een groot stilist en schrijven kan hij zeker. Hij “pent” prachtige en originele zinnen neer en het is een genot om deze te lezen. Hoe hij iets kan verwoorden, prachtig gewoon. Maar…. een boek moet ook nog iets te vertellen hebben. Dit is een boek zonder echte plot en dat hoeft ook niet altijd maar hier had het toch wat meer mogen zijn. Het is niet altijd duidelijk waar dit boek over gaat. Of heb ik iets gemist? Wat het amorele hoofdpersonage eigenlijk doet of overkomt, het wordt allemaal wel mooi verwoord maar het raakt niet echt. Soms heb ik de indruk dat het allemaal wat kunst om de kunst is. Verschillende pagina’s met een enkele zin zonder veel betekenis? Wat moeten we ermee? Of wil de auteur hier diepzinnigheid of filosofische gedachten uitdrukken? Het is een beetje als een kind dat zonder handen fietst : “kijk eens ma, wat ik allemaal kan”. Omdat ik in een milde bui ben, geef ik nog 3 sterren, enkel omdat het goed geschreven is en vlot leest maar ik ben zeker dat het boek niet zal aanspreken bij veel mensen.
Grimmig, genadeloos en donker. In het Nederlands taalgebied kent Roderik Six zijn gelijke niet qua sfeerschepping. Knap opgebouwd en uitgewerkt: Volt kruipt onder je huid terwijl je geniet van Six zijn stilistisch meesterschap.
De plot misschien net te vrijblijvend en de stijl soms iets te overheersend, maar de leestrip meer dan waard.