Binnen de Waffen-SS dienden circa 25 000 Nederlanders, de grootste groep vrijwilligers van de bezette Noordwest-Europese gebieden. Zij vochten voornamelijk aan het Oostfront maar ook binnen de eigen landsgrenzen. Wie waren deze mannen? Wat maakten zij mee voor de indiensttreding, tijdens de militaire training en tijdens de oorlog aan het Oostfront?
Om een antwoord te vinden op dergelijke vragen onderzocht Evertjan van Roekel strafdossiers uit het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging en dagboeken, geschreven door Nederlandse vrijwilligers. Op basis van hun eigen beschrijvingen wordt inzicht gegeven in hun belevingswereld. Onderwerpen als sociale achtergrond, motivatie om toe te treden en verhoudingen tussen Nederlanders en Duitsers binnen de organisatie komen aan bod. Maar ook betrokkenheid bij genocide wordt door hem uitvoerig beschreven. Het resultaat is een uniek onderzoek met nog nooit eerder gepubliceerde bronnen. Op genuanceerde wijze geeft Van Roekel een persoonlijk gezicht aan de Nederlanders die aan Duitse zijde vochten.
Historische studie over Nederlandse vrijwilligers binnen de Waffen-SS, hun beweegredenen, ervaringen tijdens de oorlog zelf en hun behandeling na de oorlog
Aan de hand van dagboek fragmenten van 19 vrijwilligers (door de schrijver ego-documenten genoemd, de term wordt netjes uitgelegd) probeert Evertjan van Roekel een beeld te schetsen van deze vrijwilligers. Wat waren hun motivaties, wat hebben zij meegemaakt, in hoeverre waren zij betrokken bij oorlogsmisdaden en hoe ervaarden zij tenslotte hun internering en berechting?
Het boek heeft een wetenschappelijke inslag, met her en der grafiekjes over de samenstelling van de vrijwilligers, zoals bijvoorbeeld de gemiddelde leeftijden, de hoogst behaalde rangen enzovoorts. Ondanks het gebruik van dagboek fragmenten vormen deze de hoofdmoot - zij dienen ter ondersteuning van de door de auteur aangebrachte argumentatie. Ook bouwt het boek voort eerder uitgevoerd werk door andere historici die, gezien de tijd waarin zij hun werken schreven, het onderwerp minder objectief (durfden) te behandelen.
Nederland leverde in totaal zo’n 25.000 vrijwilligers, die grofweg over drie onderdelen werden verdeeld: allereerst het regiment Westland, onderdeel van de SS divisie Wiking, ten tweede het Nederlandse Vrijwilligerslegioen en als laatste de Landstorm.
De Nederlandse SS’ers dienden vanuit verschillende motieven, waarin opviel dat de meesten zich niet eens bij de NSB hadden aangesloten. Hoewel ideologie wel degelijk een rol van betekenis speelde, waren er ook velen die vanuit een drang naar avontuur, prestige, carrièrisme, verveling en materieel gewin lid werden. Hoewel velen ook tegen het communisme wilden vechten, bleek toch dat deze ideeën zich veelal ontwikkelden als men reeds in dienst was.
Eenmaal lid geworden bleek dat velen zich niet eens bewust waren dat zij als SS’ers in dienst zouden treden. Met name voor het Vrijwilligerslegioen bleek dat vantevoren gemaakte beloftes (zoals Nederlandse officieren, geen noodzaak tot een eed op Hitler) niet nagekomen werden. Ook werden de Nederlanders door hun Duitse officieren neerbuigend behandeld. Dit leidde er ertoe dat velen tijdens hun training al probeerden terug te keren naar Nederland.
De Nederlandse vrijwilligers speelden met name een rol aan het Oostfront (met uitzondering van de Landstorm, waarvan het de bedoeling was dat zij alleen binnen Nederlandse grenzen zouden opereren). Het Vrijwilligerslegioen rondom Leningrad, de Wiking divisie met name in de Oekraïne en de Kaukasus. Hierbij maakten zij alle facetten van de strijd tegen de Russen mee waarbij zij zich ontwikkelden tot koelbloedige moordenaars die al snel vertrouwd moesten raken met de gruwelijke blikken van de dood. Ook van de genocide op de Joden moesten zij bekend zijn geweest, hoewel alles erop wijst dat hun daadwerkelijke participatie vooral incidenteel was en niet structureel.
Na de beëindigen van de strijd werden velen opgesloten in zogenaamde interneringskampen, waar door de Nederlandse bewakers nodeloos gewelddadig werd opgetreden, niet in de laatste plaats tegen de Waffen-SS vrijwilligers, die als ‘ergste soort’ landverraders werden beschouwd. Regelmatig werd er door de wachtposten willekeurig barakken beschoten, waarbij vele doden en gewonden zijn gevallen.
Hun uiteindelijke berechting werd snel, en niet altijd evenredig uitgevoerd. Sommigen kwamen er af met een relatieve lichte straf, waarbij een andere vrijwilliger op basis van hetzelfde oordeel streng gestraft werden. Eind jaren ’40 werden de meeste straffen gereduceerd of werd er gratie verleend.
Jaren later - wanneer de SS’ers tot reflectie kwamen - overheerste toch het gevoel dat men naar eigen overtuiging had gehandeld in het belang van Nederland. Men voelde zich in ieder geval niet misleid door het nationaalsocialisme. De Holocaust, als de vrijwilligers er al van wisten, heeft voor velen geen rol gespeeld. Toch neemt dit de misdadigheid er niet van weg en velen hebben toch hun diensten beschikbaar gesteld aan een regime dat hiervoor verantwoordelijk was. De collaboratie kende velen verschillende gezichten en gradaties, maar impliciet betekent dit dat men het regime accepteerde, waardoor men het uiteindelijk toch ‘met z'n allen had gedaan’.
Evertjan van Roekel is erin geslaagd een genuanceerd(er) beeld te schrijven van de Nederlanders die dienst namen in de Waffen-SS. Hij laat zien dat het veelal ging om gewone mensen, vaak gedreven door zeer menselijke emoties in een ongewone, gewelddadige tijd die hen gebracht heeft tot afkeurenswaardige daden. Door de bijzondere rechtspleging net na de oorlog zijn deze mensen in de Nederlandse zwart-witte beeldvorming gereduceerd tot enkel het uniform van de misdadige organisatie waartoe zij behoorden. Dat er al die tijd een taboe op dit hoofdstuk uit de Vaderlandse geschiedenis heeft gelegen kan wellicht verklaard worden uit het feit dat Nederland (zowel absoluut als naar verhouding) de meeste vrijwilligers leverde. In dat opzicht is het misschien niet vreemd dat pas nu, 75 jaar na dato, Evertjan van Roekel kleur geeft aan hun verhalen die toch nog onmiskenbaar bestaat uit grauwe, donkere tinten.
Zeer uitgebreide maar prettig leesbare studie naar motieven en belevenissen van Nederlandse ss’ers. Grote rol voor literatuuronderzoek en dagboeken, aangevuld waar wenselijk en mogelijk met dataonderzoek. Schetst een levendig en genuanceerd beeld.
***1/2 een sociologisch portret van de Nederlandse Waffen SS, met vooral veel aandacht voor de achtergrond & motieven en de naoorlogse rechtspraak incl. Wantoestanden in interneringskampen.
Zoals bij elk land gelinkt aan de SS blijft het sleutelwoord "een mix". Van Der Zee leest vlotter en levendiger.
Een bijzonder stukje geschiedenis. Het geeft een mooie inkijk in de overwegingen van (jongen)mannen die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aansluiten bij de Waffen-SS. Verreweg de meeste doen dit niet omdat ze overtuigd nationaalsocialist zijn, maar om andere en persoonlijke redenen.