Jump to ratings and reviews
Rate this book

Nederland in stukken

Rate this book
In 2015 sloot de linkse Utrechtse boekhandel De Rooie Rat haar deuren. Op de valreep kocht Maarten van der Graaff er oude pamfletten, studies en tijdschriften, uit interesse in de politieke taal uit de jaren zeventig, tachtig en negentig. Van der Graaff ging op zoek naar de verhalen die we vertellen om een ingewikkelde vraag te beantwoorden: Wat is Nederland? Flarden van liedjes, historische teksten, interviews, gedichten en beleidsdocumenten komen samen in deze bundel, om in een gelaagd document de vele mogelijke antwoorden op die vraag bloot te leggen. Tegelijkertijd stuitte hij op de verbrokkelde geschiedenis van de eigen seksualiteit, die in de gedichten sloop. Zo ontstond een bundel vol onderbroken verhalen, waarin de naden tussen de stukken zichtbaar blijven.

75 pages, Paperback

First published January 16, 2020

4 people are currently reading
67 people want to read

About the author

Maarten van der Graaff

15 books20 followers
Maarten van der Graaff (1987) debuteerde in 2013 met de bundel Vluchtautogedichten bij uitgeverij Atlas Contact. In 2014 werd deze bundel met de C. Buddingh’-prijs bekroond. Dood werk, zijn tweede bundel, verscheen in 2015 en werd twee jaar later bekroond met de J.C. Bloem-poëzieprijs. In 2017 verscheen zijn debuutroman Wormen en engelen, die werd genomineerd voor de Anton Wachterprijs. In 2020 publiceerde hij de dichtbundel Nederland in stukken bij uitgeverij Pluim. Hij is redacteur en medeoprichter van het online literair tijdschrift Samplekanon.

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
13 (18%)
4 stars
46 (64%)
3 stars
10 (14%)
2 stars
2 (2%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 13 of 13 reviews
189 reviews13 followers
October 24, 2020
In “Nederland in stukken” maakt Maarten van der Graaff het de lezer niet makkelijk. Hij zet zowel de lezer als zichzelf op afstand. “Hoe bevalt dit werkboek, boleten?” klinkt het op pagina 39. Een Bommeliaans scheldwoord. Op pg 33: “In deze regels neem ik afscheid van wat vroeger karakter heette".
De lezer wordt uitgescholden en aan het werk gezet. Ik heb de belediging maar geslikt en het werk gedaan, en met onderstaand werkverslag hoop ik andere lezers wat handvatten te bieden.

Deze bundel is, op het eerste zeer toegankelijke gedicht na, sterk gefragmenteerd en daardoor lastig te genieten. Een paar dingen zullen helpen om deze bundel op waarde te kunnen schatten. Het is aan te raden om de eerste twee bundels van Van der Graaff te lezen, omdat de thematiek van “Nederland in stukken” daarin toenemend naar voren komt. Bij Maarten van der Graaff begeef je je in een gefragmenteerde, goddeloze, dode wereld waarin mensen nauwelijks nog als individuen herkenbaar zijn en waarin een mens een maatschappelijke constructie is; waar de grenzen tussen mensen, machines en beleidsplannen onduidelijk zijn geworden. Wat een mens is, is onlosmakelijk verbonden met de “mist van ambitie” van planologen en beleidsmakers, corporate structuren, ict en robotica, kortom de ontzielde commerciële, politieke en technologische structuren van de 21e eeuw. God is daarin kwijtgeraakt en al datgene wat vroeger als typisch menselijk werd gezien, eveneens. In dit amalgaam moet de mens zichzelf maar ergens terug zien te vinden.

Een aantal poëtische procédés uit de eerste en met name tweede bundel komt terug in deze bundel. De keuze voor formele vormen loopt het meest in het oog: het contract, een Word-document met aanhangsels, een Index, een gedicht waarin de zinnen zijn opgeknipt in willekeurige delen en genummerd zijn, alsof het om een catalogus gaat. Van der Graaff gebruikt nog steeds graag personificaties van grote abstracties. Maar de toon is erg versoberd en vrijwel alle lyriek is geschrapt.

Het eerste gedicht past nog bij het eerdere werk van Van der Graaff: het is een verslag, in de vorm van een contract, van een aanranding van de ik-persoon, op jonge leeftijd, door een volwassen man. De plek waar dit gebeurt wordt “het speelveld” genoemd. Alle handelingen tijdens de aanranding en de latere psychologische gevolgen van de aanranding worden in het contract beschreven als een verplichting, als onontkoombaar. Aan het einde blijkt dat er maar twee speelvelden zijn: het speelveld van de aanranding (de dagelijkse werkelijkheid) en dat van de “tekst”, de literatuur. In het eerste speelveld moet de jongen “gezond worden”, in het tweede hoeft dat niet. Van het eerste gedicht naar de volgende springen we over van het eerste naar het tweede speelveld.

De gedichten in de rest van de bundel vormen een hevig contrast met het eerste, ze bestaan uit sterk gefragmenteerde teksten, vaak halve zinnetjes of losse woorden. Uit beschrijvende teksten van de uitgeverij blijkt dat deze gedichten (deels) op een collage-achtige manier tot stand zijn gekomen. De dichter heeft een gedeelte van de inboedel van een failliete politieke boekhandel, De Rooie Rat in Utrecht, opgekocht, en heeft flink geplunderd in allerlei progressieve en toekomstgerichte documenten uit de jaren ‘70, ‘80 en ‘90. Deze teksten snijdt hij in stukken, mengt ze door elkaar, afgewisseld met zinnetjes en stukken die herkenbaar zijn als typisch Van der Graaff. Tussen alle losse flarden is het fijn af en toe een volzin te lezen als: “Door je heen praat kapot leven met waterige vocalen, kijken wezens naar de toekomst, rillen bij die aanblik”.

Fysieke werkelijkheid en tekst zijn in deze bundel niet goed te scheiden. De werkelijkheid is tekst geworden en die tekst moet dus net zo versnipperd zijn als de werkelijkheid van de 21e eeuw. Ook lichamen worden tekst. In een douchescène van een groep schooljongens klinkt het: “Onder de douche scannen boletenogen de pagina’s”. Alsof de lezer als voyeur aanwezig is. In het laatste gedicht van de bundel “bladert” een personage door de omgeving waar ze loopt en haar herinneringen; vermoedelijk ook omdat ze een chip in haar hoofd heeft.

Van de cynisch humor van Maarten van der Graaffs 1e en 2e bundel is niet veel over, dat wil zeggen het cynisme is er nog wel maar het lachen is vergaan. De bundel komt op mij over als een bittere diagnose en toekomstvoorspelling voor een zieke maatschappij. De gekwelde persoonlijkheid van de ik-persoon en de mensen tot wie deze zich verhield, gaven de eerste en tweede bundel een zekere warmte en vitaliteit. In deze bundel raakt dat personage na het eerste gedicht vrijwel geheel buiten beeld. De thematiek van seksualiteit en gender schemert af en toe nog door. Kolonialisme en racisme zijn een prominent onderdeel van het versnipperde portret van Nederland. Maar een echte persoonlijkheid met ouderwetse gevoelens en drijfveren laat zich niet meer kennen, net zoals dochter Renate in het laatste gedicht letterlijk is verdwenen onder de moderne stad, in een schemerige onderwereld.

De opbouw van de bundel suggereert dat na de aanranding de blik op de werkelijkheid definitief veranderd is. Deze is gebroken en versplinterd, het persoonlijke en intieme is buiten beeld; er is alleen nog het speelveld van de tekst, die het Nederland laat zien waarin de onzichtbaar geworden ik-persoon voortleeft en "afscheid neemt van wat vroeger karakter heette".

Af en toe komen flarden biografie, jeugdherinneringen, summiere herinneringen aan de aanranding, zelfs nog wat zwarte romantiek naar boven: “Lig en rot. Haat alles wat je tot een vreemdeling zou kunnen maken”. “Je bent de laatste dodelijke praktische grap / van iets hardnekkig romantisch / dat nog altijd tussen deze snelwegen hangt.” Maar het leeft niet meer, het is opwellend moerasgas dat nog dwaallichtjes laat oplichten, schaarse lyrische zinnen en beelden. De illusie van een eigen kern, een ziel, is dood en voorbij. Dat geldt voor elckerlyck. We zijn producten geworden, gemaakt door beleidsdocumenten, politieke strategie, commercie en robotica.

Iets over de vijf afzonderlijke gedichten:

Het eerste gedicht “Contract tussen man en jongen” vormt in de bundel een soort afscheid van wat voorafging, en een aankondiging van wat zal volgen. Behalve als anekdotisch kun je het ook overdrachtelijk lezen, als een aanranding van een volwassene op zichzelf als kind. Alle illusie en naïviteit van de kindertijd wordt in deze bundel om zeep geholpen. Hoop, geloof en liefde zijn voorbij. Nog een interpretatie: het leven is één grote aanranding.

Het tweede gedicht “Word-document Nederland”, is een soort e-mail van de ik-persoon aan de Deltametropool, een overheidsplan uit de jaren ‘90 om van de hele randstad één wereldstad te maken. De personificatie van de Deltametropool is een typische stijlvorm voor Van der Graaff. De brief is slechts het eerste stukje van het gedicht, daarna volgen nog 11 attachments die uit sterk gefragmenteerde teksten bestaan. Alsof er een bom is ontploft in een stapel beleidsdocumenten. De aanhangsels vormen samen een soort geschiedkundig portret van Nederland, vermengd met zeer summiere biografische gegevens van de ik-persoon. Als je erg je best doet valt er in elk aanhangsel een zekere thematiek te herkennen: kindertijd in het Eerste document, adolescentie in het Tweede document, studietijd in het Derde Document. Daarna sluipen er steeds meer woordjes in die verwijzen naar racisme, Suriname, kolonialisme. Seks, geloof en kerk, de beloftes van technologie. De Acte van Verlatinghe komt voorbij. De taal is tot het uiterste verknipt. Dat klinkt zo: “Nederland distributieland. Denk toch eens aan. Hergebruik./ Nieuwe tracés en halteplaatsen. Diep in mijn hart.”

In het derde gedicht, “Index”, wat “aanwijzer” betekent, legt Van der Graaff iets meer uit van waar hij mee bezig is. “Word heeft onleesbare inhoud aangetroffen” en “Kunstige refreinen van logistiek en dataverkeer (...)” en “Onder water/ denk je een stem te horen, maar het is een koude stroom,/ een massa.” Het gedicht bestaat uit 13 delen met grote stukken wit ertussen, die op willekeurige wijze over de bladspiegel verspreidt lijken, alsof er iets mis is gegaan bij het printen.
Het is wat leesbaarder dan het vorige gedicht, met enige moeite kun je er een coming of age in lezen, niet alleen van de ik-persoon maar van iedereen. “Dat alles coming of age is / op een niet-psychologische manier:/ vervellen, uitbreken, indrogen, week worden, fossiliseren in de serie”.
Gedurende de voortgang van de serie dringen ineens woorden uit de Latijnse opvultekst “Lorem ipsum” door. Eerst “ipsum”, wat “zelf” betekent. Daarna telkens het woord “dolor”, dat lijden of pijn betekent. Hier sijpelt toch nog iets door van de onzichtbaar gemaakte pijn, de aangerande jongen wellicht. Overal in dit gedicht welt vocht op, van tranen, douchewater, gesmolten sneeuw. Aan het einde van het gedicht beschrijft de ik-persoon zijn leven als onderdeel van een serie, een catalogus. Teksten, mensen en werkelijkheden worden in serie gemaakt. En daaronder ligt (zo suggereert m.i. het gedicht) versteende pijn. Een individu is als een zin in een tekst, en moet zich daarom verhouden tot zijn omgeving. De laatste regel van het gedicht luidt: “Want DOLOR bestaat in een serie, bestaat in een serie / en zet zichzelf voort.” Mensen en teksten zijn gereproduceerd leed, dat oneindig gekopieerd wordt en ingepast in alle mogelijke documenten van de wereld. Het doet denken aan “Leven, lijden, schrijven: methode” van Houellebecq, die het lijden als essentie van het zijn benoemt.

Het vierde gedicht, De Nederlandse Commune, is wat makkelijker leesbaarder dan gedicht 2 en 3. Het is een portret van de gemeenschap Nederland. In zijn eerste twee bundels zocht Van der Graaff naar het idee van gemeenschap en verbondenheid, wat o.a. tot uitdrukking kwam in het veelvuldig noemen van namen van vrienden, kennissen en medekunstenaars. In deze bundel is daarvan weinig over. “Er zijn vrienden. Ze vormden een commune voor een dag.” De Nederlandse gemeenschap is een technologische abstractie, een farce, een “een mislukte staat, een langgerekt afscheid”, die zijn eigen koloniale verleden negeert. Van andere communes hoeven we ook niet meer veel te verwachten: “De meeste bevinden zich in de eindfase van hun productiecyclus.” In het gedicht komt het thema seks en intimiteit geleidelijk opwellen. Dat levert niet veel goeds op. “Verkoop, wat reproduceer ik? Openbarsten. Het tonen van innerlijkheid slijm medicijnen.” De laatste restjes romantiek zijn verrot. Economie is de enige verbinding die overblijft. Het gedicht eindigt met een opsomming van wat je kunt doen als je “een verandering van levensvorm” wilt. Dat is niet veel. Ze (het gaat nu over een vrouw) “brandt op. Wordt wakker. Brandt op. Verzamelt.”

Met dat einde geeft de dichter een opmaat voor het vijfde en laatste gedicht, “Residuen”, dat feitelijk een verhaal is met een vrouwelijke hoofdpersoon. In het gedicht wordt een toekomstbeeld van de Nederland geschetst waarin mensen lichamelijk geïntegreerd zijn met computers. Ze “bladeren” in plaats van zich dingen te herinneren. De wereld is deels bevolkt met 'residuen', de digitale overblijfselen van gestorven mensen, die eenvoudige beroepen invullen. Het gedicht is feitelijk een stuk verhalend proza waarvan de zinnen zijn opgeknipt, ontdaan van leestekens, en genummerd onder elkaar gezet, alsof het een catalogus betreft. Om het te lezen kun je de cijfers wegdenken en de leestekens terugdenken. Dan is het een science fiction geschiedenis over een vrouw die op bezoek is in een vreemde stad om haar dochter Renate te zoeken, die vijftien jaar geleden uit haar leven verdwenen is. Haar dochter is een beroemde architecte die als laatste werk “de spelonken” heeft gebouwd, een verborgen onderaards domein in de stad, “een wereld van schaduwen, ver weg van het allesdoordringende licht”. Eerder had ze al "de corridors" gebouwd. Het gedicht beschrijft de zoektocht van de moeder en haar verblijf in de stad. Het lopende verhaal wordt af en toe onderbroken door traditioneel dichterlijke zinnen, stukken stream of consciousness of schijnbaar willekeurige tekstfragmenten. Ze heeft haar dochter aan het eind van het gedicht niet gevonden, maar verneemt wel dat die dochter uiteindelijk koos voor een wazig, duister bestaan, verborgen in de nissen van de ondergrondse domeinen.
Het gedicht geeft een beklemmend beeld van een toekomst waarin de mens een marginaal verschijnsel is geworden in zijn zelfgecreëerde wereld. Persoonlijke herinneringen zijn nauwelijks meer te onderscheiden van de virtuele wereld, die op zijn beurt niet goed meer is te onderscheiden van de fysieke wereld. De “mist van ambitie” van de Deltametropool is volledig gerealiseerd als een mist van fysiek bestaan. Ook mensenlevens zijn mistig geworden in die nevelen.
Als je het science fiction gedicht interpreteert als een vooruitblik, een intentieverklaring van de auteur, zal Van der Graaff zich in volgende werken onzichtbaar en onvindbaar houden, en is "Nederland in stukken" het begin van zijn Spelonken.

De derde bundel van Maarten van der Graaff is een radicaal en grensverleggend kunstwerk, maar niet het soort poëzie dat ik genotzuchtig kan lezen. Lezend miste ik de lyriek en "wat vroeger karakter heette", de humor en de vitaliteit van de eerste twee bundels. Ik vind deze bundel in vergelijking een nogal cerebraal en conceptueel werkstuk. De dichter doet zijn best om, na het eerste gedicht, identificatie door de lezer te verhinderen. Gelukkig is dit niet helemaal gelukt.

Het eerste gedicht is een vreemde eend in de bijt. Het breekt de bundel in twee delen, het eerste gedicht en de overige vier. Die twee delen blijven vrij radicaal gescheiden. Het trauma van de aanranding wordt vertaald naar de desintegratie van Nederland en de lezer wordt op afstand gezet, verder vernemen we er weinig meer over. Van het ontmenselijkte Nederland is in het eerste gedicht nog niets te zien.
In de eerdere bundels van Van der Graaff is er meer middenveld, een conflictgebied tussen het persoonlijke en de maatschappij, waarin die twee met elkaar botsen, waar de persoonlijke pijn nog voelbaar is. In het gedicht "Index" is dat alleen nog in veralgemeniseerde zin.

Ik lees deze bundel graag als een woedend protest tegen een ontmenselijkte, door corporate strategieën geregeerde wereldorde; maar je kunt hem ook lezen als een diagnose en acceptatie van iets onvermijdelijks, een capitulatie. Ik ben benieuwd of de volgende bundel een revolutie wordt, een terugkeer, of een verder terugtrekken in spelonken.
Profile Image for Will.
488 reviews1 follower
January 24, 2020
‘De Nederlandse commune wil graag over je coming-out horen / en niet aan de koloniën denken.’
Profile Image for Melissa.
96 reviews
Read
April 10, 2022
niet verwacht dat ik een bundel die een guided tour door het apparaat van Nederland is zo ontroerend en zo grappig zou vinden

"Zelfs het Wokeness Industrial Complex
is nog te schokkend voor dit gedicht en de VOOOOOOOLKSSSSSKRRRAAAAAAANT"
Profile Image for Aike.
432 reviews8 followers
June 2, 2025
"De Nederlandse commune wil graag over je coming-out horen
en niet aan de koloniën denken."

"en de VOOOOOLKSSSSKRRRAAAAAANT"

"Het leven is een formele vraag en verdient een formeel antwoord"

(ja nee ik kan heel veel citeren vond dit heel goed en heel grappig)
Profile Image for J.Z. Herrenberg.
Author 2 books20 followers
January 29, 2020
Ik was onder de indruk. Een rijpe en afgewogen derde bundel. Alles wordt taal en structuur. De onderkoeldheid van toon zorgt voor een verdiend pathos. Wat de bundel over Nederland zegt? Bij mij blijft een sterk gevoel achter, een bepaalde sfeer, niet geheel behaaglijk. Over een tijdje weer herlezen om te zien hoe de bundel dan werkt.
Profile Image for sam.
78 reviews
April 27, 2025
'Mijn leven – d.w.z. de catalogus waaraan ik ben toegevoegd – / bestaat in een serie. Een zin tast de kamer aan waarin we lezen, / het bezit waaraan ik ben toegevoegd, d.w.z. / deze kamers voor mijzelf.'
Profile Image for Bodhi Verboon.
48 reviews
February 26, 2024
Mijn leven - d.w.z de catalogus waaraan ik ben toegevoegd - / bestaat in een serie. Een zin tast de kamer aan waarin we lezen, / het bezit waar ik aan ben toegevoegd, d.w.z / deze kamers voor mijzelf.
Profile Image for Lars Meijer.
429 reviews52 followers
January 26, 2020
’In deze regels neem ik afscheid van wat vroeger karakter heette.’
62 reviews4 followers
February 2, 2020
De wereld is een paradijs maar dan is daar het trauma. Je probeert er greep op te krijgen met een artefact, zoiets als een contract. Maar je wereld en wereldbeeld is in stukken gevallen en dat verwoord je vervolgens.

Met bovenstaande zinnen probeer ik niet de geweldige bundel van Maarten van der Graaff te reduceren tot een eenduidige, vlakke lezing. Maar wellicht helpt het lezers die wat minder vertrouwd zijn met zijn poëzie om 'in de bundel te komen'. En te blijven. Het hielp in ieder geval één iemand.
Profile Image for Elianne van Elderen.
Author 2 books82 followers
February 17, 2022
“Alles bestaat om ons uit elkaar te houden.”

"Glitchen met je middenklassenlichaam!"
Profile Image for Alex Hulst.
Author 7 books22 followers
June 23, 2020
Alsof er keien worden beschilderd, zo wordt poëzie gelegd op vreselijke ambtenarentaal. Het gaat er enorm van schuren. Beklemmend.
Profile Image for Jonathan Van der horst.
184 reviews16 followers
July 14, 2022
3.5. Veel rake vondsten, maar ook vooral erg veel. Schiet raak als hagel. Hard en uitgespreid.
Displaying 1 - 13 of 13 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.