Een hilarische potpourri met een tragische afloop.
Al dertig jaar slijpt de verteller van 'Zo zie je alles' in een Ikea dagelijks drieduizend potloodjes. Nu hij voor zijn pensioen staat bouwt hij als afscheidsgeschenk voor zijn collega's een maquette van de vestiging in Groningen. Een kolfje naar zijn hand. In de deel van zijn Friese boerderij heeft hij immers in zijn vrije tijd alles op schaal gevangen: historiestukken, mythische taferelen, alledaagse voorvallen, treinromantiek, operascènes. 'Zo zie je alles' toont een zondag uit het leven van de potloodslijper. Een zondag zoals alle zondagen voor hem de afgelopen dertig jaar zijn verstreken, met zijn tangetjes, pincet en lijmpot achter de werktafel. En 's avonds op de dijk uitkijkend over de Waddenzee. De volgende ochtend brengt de Ikea in miniatuur hem echter op het spoor van een mogelijke aanslag. Werkelijkheid? De 1:87-fantasie van een modelbouwer? Paniek op dwergformaat of reële dreiging? Zijn we zelf zetstukken in een modellandschap geworden?
'Zo zie je alles' is net welke schaal je kiest een bagatelle of een spookverhaal.
Van Donald Niedekker verscheen in 2014 de roman Als een tijger, als een slak, geschreven vanuit het perspectief van een gedicht. Zijn ontwrichtende ballet Oksana, stond in 2017 op de shortlist van de Fintro Literatuurprijs (de voormalige Gouden Uil). In 2018 verscheen de reisroman Wolken &c., in 2019 gevolgd door het baldadige Zo zie je alles, die op de longlist van de Boekenbon Literatuurprijs stond. Niedekker ontving in 2021 de Brusselse VUB Luc Bucquoye Prijs voor eigenzinnige literatuur. Zijn meest recente roman Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost werd bekroond met de F. Bordewijk-prijs en stond op de shortlist van de Boekenbon Literatuurprijs, de Libris Literatuur Prijs 2023 en de Confituur Boekhandelsprijs.
,,Het verleden, dat vanaf een bepaalde leeftijd, als je minder boterhammen bij het ontbijt gaat eten, meer en meer je geest in beslag neemt, is een boek waarvoor, terwijl je dacht het vol te hebben, sporadisch, maar geregeld nieuwe in te plakken plaatjes opduiken."
Hier heb ik maanden (niet) in gelezen. Alles wat de man die de potloodjes van de IKEA sleep, met pensioen ging en zijn collega's op een mini-warenhuis wilde trakteren ondernam, vond ik aanvankelijk de moeite. Maar gaandeweg verdwaalde ik in zijn maquettes. Er was te veel om te zien en ik wist niet wat van formaat was en wat op schaal 1:87 was. Bijna een catalogus later, eenmaal terug in het universum van Donald Niedekker en de potloodslijper was ik andermaal verkocht. Om de vondsten (van hoe het echte leven te proportioneren, en dat geel stoepkrijt als, zeg, eigeel, zou kunnen dienen, en shag als onkruid) en het zuivere taalgebruik. Dit kleine boek is veel meer dan dat die idiote als geestige 'ingang' van het miniatuurbouwen, zoveel bewijzen de ontroerende, Mathijs Deen-achtige zinnen over de vader van de nuchtere verteller met oog voor... detail.
Mensen zijn poppetjes in een ingewikkelde wereld en het hoofdpersonage is een beetje god in zijn kleine universum. Als hij geen potloden slijpt bij IKEA (met hoofdletters) bouwt hij modellandschappen waarin hij de (mini)mens plaatst, verplaatst, kleurt en bijkleurt, tot hij is waar hij moet zijn, op de rand van iets dat te gebeuren staat.
Aan de vooravond van zijn pensioen, na vele jaren lang 3000 potloodpunten per dag te hebben gescherpt, kijkt de kleine god terug op zijn leven. Dat gaat gepaard met ingehouden vreugde, maar ook met diepe melancholie. Want had er niet méér ingezeten dan wat er is bereikt?
Niedekker laat zijn taal kleppen, luiden, beieren, galmen. Zijn zinnen zijn muzikaal, zijn aanspreking amicaal: alsof een schuchtere kennis je zijn leven vertelt, aarzelend, weifelend, af en toe verdwalend in een uitweiding, maar vastberaden, soms zelfs hoogdravend als het zijn - afgebakende - terrein betreft.
Het is een klein boekje. Het leest een beetje als een luie zondag. Het is een minutieus uitgewerkt miniatuurtje voor tussendoor.
Vroeger zou ik vrijgeviger geweest zijn met het aantal sterren. Dit boek leest als een stijloefening, een studie, een vertelsel: zeer mooi geschreven, maar met weinig dat de lezer zal bijblijven. Mooi tijdverdrijf, graag gelezen, maar misschien net niet ... opmerkelijk genoeg.
Zeer origineel. Maquettes en modelbouw als allegorie voor het kleine leven. En in een potloodscherpe poëtische taal geschreven. Genoten van de hilarische scene met de roofvogelwerkgroep!
De verteller werkt al 30 jaar als potloodslijper bij Ikea. In zijn vrije tijd bouwt hij maquettes en nu dat hij met pensioen gaat bouwt hij, als afscheidscadeau voor zijn werk, een maquette van de Ikea winkel in Groningen. (Wie verzint nou zoiets absurds? Donald Niedekker!)
Het verhaal begint vrolijk en zoet. De wereld van de verteller lijkt even op ‘Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain’: Heerlijk naïef, als een sprookje. In de loop van het verhaal krijgen we steeds meer inzicht in zijn leven. Hij vertelt over zijn ouders. Zijn jeugd klinkt sober en somber. Liefde was te vinden in het genieten van de vlierbessenjam van moeder en de zekerheid die vaste routines verschaften. Het bouwen van maquettes gaf hem toen al grip op de wereld. Zo kon hij er letterlijk naar kijken. Als kind liep hij al rond in de buurt met zijn zelfgemaakte kijkdozen. Op een dag werd een vrouw steeds nieuwsgieriger naar zijn kijkdoos: ‘De jongen tilt het deksel op, pakt de kleine doos uit de iets grotere doos en nu buigt de vrouw nog dieper, tot het niveau waarop mensen in Rusland aan een loket een formulier mogen invullen of een pannenkoekje bestellen’ (p.125). Ze schrikt van wat ze ziet.
Het bouwen van maquettes is voor de verteller geen hobby. Het overkomt hem: ‘In deze onvoorspelbaarheid, deze overgave aan iets wat groter is, wat ik zelf heb opgeroepen maar dat eenmaal tot een zekere rijpheid of zelfstandigheid gekomen macht over mij krijgt, ligt de magie van het maquettes bouwen. Het gebeurt. Anders kan ik het niet zeggen. Het gebeurt.’ (p.119). Je vermoedt het al: Het loopt niet goed met hem af.
Het verhaal dat zo vrolijk begon wordt steeds grimmiger. Je wordt meegesleurd richting de afgrond van de verteller. Je blijft aan het einde sprakeloos achter.
Nu even bijkomen…
Ik weet het nu al: Wat het horen van (kerk-)klokken met me doet is voorgoed veranderd.
Moeilijk om sterren te geven. Het gegeven vind ik fantastisch, de uitwerking is mooi bij momenten, ontroerend, en zeer beeldend, met soms wat teveel vergelijkingen en teveel moeilijkdoenerij en geheimdoenerij. Maar zeker de moeite waard om te lezen, alleen maar om de liefde voor kijkdozen weer te doen oplaaien.
Citaat : Ik ging geschiedenis studeren, maar ik wilde de geschiedenis vangen gestold in een van alle details verzadigd moment, als zou de dichtheid daarvan het vluchtige , voorbijgaande van de tijd kunnen vastpinnen, en dus stortte ik me na het overlijden van mijn vader en moeder op de maquettes, eerst de historische taferelen, de mythische gebeurtenissen, toen de persoonlijke voorvallen en tenslotte alledaagse momentopnamen, drie dimensionale snapshots. Review : Dichter en schrijver Donald B. Niedekker publiceerde met fotograaf Harold Naaijer een aantal reisboeken. Hierna publiceerde hij romans, novellen en dichtbundels. Zijn romandebuut is Hier ben ik uit 2002. Hoofdonderwerpen zijn de familie Bruynzeel en liefdevolle herinneringen aan zijn grootvader. In 2008 schreef Niedekker onder het pseudoniem Ellen Wenkelbach het boek Het moet wel beschaafd blijven waarin hij het leven van de hoofdpersoon Carla beschrijft. Deze roman gaat over eenzaamheid en over de onbelangrijkheid van luxe. Zijn roman Oksana werd in 2017 genomineerd voor de Fintro literatuurprijs. In Hier ben ik wordt het ik-personage in beschonken staat half over een tafel gedrapeerd wakker. Zijn tafelgenoten zijn spoorloos en zijn geliefde Zjan wacht aan de telefoon. In een monoloog, zijn Hooglied, vertelt hij haar over zijn verheven gevoelens voor haar. Donald Niedekker weet poëzie te leggen in elk gebaar van zijn geliefde zelfs als ze spinazie morst tijden het eten. In een ongelooflijk knap proza dat niet kabbelt maar haast in een hiphoptempo voortijlt, maakt hij een blauwdruk van zijn geliefde waarin we met de kleinste details van het lichaam en de geest van Zjan geconfronteerd worden. Ook van hun intiemste momenten doet hij uitvoerig en met veel zin voor humor verslag om zo de voyeur in ieder van ons tevreden te stellen. Tussen de liefdesverklaringen en de gretige verslagen over hun seksueel leven door laat hij ons ook nog weten dat hij literair erg beslagen is, we hadden trouwens niet anders verwacht, haalt hij herinneringen op aan zijn grootvader, komen we alles te weten over het reilen en zeilen van het familiebedrijf (meubels Bruynzeel), leidt hij ons rond doorheen de wereld van kleuren en hoe je die moet vermengen en nog veel meer fraais. Met andere woorden, het is een orgie van woorden en zinnen en citaten uit gedichten waarmee hij zijn geliefde wil strelen, ophitsen en haar naar de zevende hemel van het genot wil sturen. In Zo zie je alles, een beetje verwant aan Hier ben ik, volgen we het verhaal van een man die al gedurende dertig jaar 3000 potloden per dag slijpt in de IKEA afdeling van Groningen. Nu hij voor zijn pensioen staat wil hij voor zijn collega’s als afscheidscadeau een maquette van die afdeling in Groningen maken. Naast het potloodslijpen is het maquette bouwen gebaseerd op meesterwerken uit literatuur en muziek zijn grote passie. Tijdens het maken van deze maquette vertelt het hoofdpersonage zijn levensverhaal, waarin het boerenleven, de natuur, en maquettes maken een heel belangrijke rol spelen. De auteur laat dit mooie verhaal op een fenomenale manier weergeven door het hoofdpersonage die als alleen levende man wel zijn draai in het leven kan vinden maar door zich door zijn overgrote dosis fantasie soms iets te veel op sleeptouw laat nemen!
Verslag leesgroepavond 23 september 2020 Zo zie je alles (2019) / Donald Niedekker
Over een 25ste verjaardag en een boek om traag tot jou te nemen
25 jaar leesgroep, dus was een feestelijk moment vereist. Aan de leesgroeptafel, aangevuld met een paar oudgedienden, bibliotheek-verantwoordelijken en een schepen, zat de sfeer er meteen in. Discussies over de waarde van een leesgroep, het binnenhalen van jonge leden en het belang van lezen bij jongeren, wisselden elkaar af met vergelijkingen tussen vroeger en nu, herinneringen van wat eens was en plannen voor wat ooit zal komen. Toegegeven, de verjaardag lag al wat maanden achter de rug en de bijeenkomst was eerder ‘en petit comité’, maar geen mens die zich daar aan stoorde.
En dan moest de leesgroepbijeenkomst over Zo zie je alles van Donald Niedekker nog komen. 120 verrassende pagina’s van een onbekende Nederlander uit het Noord-Hollanse Heiloo over een puntenslijper bij IKEA, maar bovenal een zonderlinge, eenzame man (wie schrijft ooit eens boek over een zonderlinge, eenzame vrouw?). Wat nu zou moeten volgen is een tirade aan loftuitingen in de meest verschillende gradaties. Ik beperk me tot een kleine greep. “Wat een schitterend boek! Dat krijg je wanneer elk woord zijn juiste plaats krijgt”. Of “ … en op elke pagina vind je wonderlijke zinnen die je moet herlezen en die je toch nog op het verkeerde been zetten. Dit is vooral iets om traag tot jou te nemen”. En dan was er nog deze: “Wanneer je schrijft over iemand die dagelijks potloden scherpt, dan kan het niet anders dat ook je geest wordt gescherpt”. Naast alle pluimen en complimenten was er onder meer nog het uitzoeken of de ik-verteller met een autisme spectrum stoornis zat, de vraag of de plot niet beter was geschrapt en de discussie wat Niedekker nu eindelijk met ‘de vlam’ bedoelde (straks even Heiloo bellen). Om maar te zeggen dat Zo zie je alles voor heel wat animo zorgde en het nog maar eens een gesmaakte avond was (misschien zorgden daar ook wel de broodjes voor 😊).
Verrassend boek dat doet denken aan de stijl van A. Alberts: sober en droog. Af en toe humoristisch, soms net iets te. Het gegeven is mooi gevonden: een man die leeft in een fantasiewereld van maquettes in de HO schaal 1:87. Hij houdt van mensen die hij goed observeert en hij is vooral briljant als hij de verstilde momenten beschrijft, het soort ‘moments decisifs’ van de fotograaf Henri Cartier-Bresson. In zijn wereld zijn de mensen het meest authentiek en doen ze niemand kwaad. Hij is een God, niet alleen in het diepst van zijn gedachten maar vooral in de praktijk van zijn werkplaats. Levende mensen heeft hij dan ook niet nodig. Hij voorziet in zijn levensonderhoud als slijper van die kleine potloodjes bij Ikea. De wereld van Ikea komt ook veelvuldig langs.
Het verhaal van een man die al 30 jaar de potloodpunten in een Ikea slijpt. Minutieus gaat hij te werk, niet alleen tijdens zijn werk maar ook tijdens zijn vrije tijd. Dan bouwt hij geduldig aan zijn modelbouw. Elk detail wordt uitgewerkt, de nagebouwde scènes nodigen de kijker uit om alles niet alleen te zien maar ook om te voelen en hun eigen verhaal te verzinnen. Dit doet het boek ook met de aandachtige lezer. Je wordt uitgenodigd om na te denken, te voelen en mee te leven met de herinneringen van het hoofdpersonage. Het boek staat vol mooie zinnen en citaten . Het lijkt wel poëzie . Vol lof dus over de schrijfkunst van Donald Niedekker . Toch blijf ik een beetje op mijn honger zitten na het einde van de roman. Ik vind het allemaal te mooi , te gepolijst.