Danjuma woont met zijn moeder in het noorden van Nigeria. Steeds meer geruchten bereiken hem dat christenen in dit deel van Nigeria hun leven niet zeker zijn. Als islamitische Boko Haram-strijders hun dorpje aanvallen, hebben zij maar een doel: zoveel mogelijk christenen doden. Ook Danjuma ontkomt niet aan het gruwelijke geweld en wordt voor dood achtergelaten.
Abdul voelt zich superieur. Iedereen siddert voor Boko Haram en Allah is met hem als hij met zijn medestrijders christenen doodt. Hij probeert de leegte in zijn hart te vullen als hij een ontvoerd christenmeisje toegewezen krijgt om aan zijn pleziertjes te voldoen. Hij is onder de indruk van haar, en niet alleen omdat ze mooi is. Wat heeft ze dat hij mist? Waarom komt de stralende blik van Danjuma hem steeds voor ogen?
Johan is een hardwerkende Nederlander die het goed voor elkaar heeft: een leuke vrouw, lieve kinderen en mooie vakanties in Zuid-Frankrijk. Daar op de camping hebben ze leuke vrienden, net zo kerkelijk meelevend als hij. Verhalen over de vervolgde kerk zetten hem stil. En een ingrijpende ervaring heeft veel impact, vooral na een indrukwekkende preek over de gelijkenis van de vijgenboom. Deze roman is gebaseerd op waargebeurde verhalen en laat het aangrijpende contrast zien tussen de geloofsbeleving van vervolgde christenen en van kerkelijk meelevenden in ons comfortabele vaderland.
Ik vind het lastig om mijn oordeel over Een zeker man had een vijgenboom in woorden te vangen.
Aan de ene kant is het een aangrijpend verhaal, dat aanzet tot nadenken over geloven in het algemeen en je eigen geloof. Het contrast tussen de levens en de geloofservaring van Danjuma, Abdul en Johan is groot.
Aan de andere kant is het verhaal allereerst vrij simplistisch geschreven, taalkundig gezien. Elke zin is exact hetzelfde opgebouwd, waardoor het niet vloeiend leest. Ook is de schrijfstijl erg beschrijvend, het is meer 'tell' dan 'show', zoals het wel eens uitgedrukt wordt.
Daarnaast is vooral het verhaal van Johan erg stereotype, wat het niet zo uitdagend maakt om te lezen. Maar ik denk dat dit ook de bedoeling van de auteur, want het is zeker een beeld dat we allemaal herkennen, hetzij bij onszelf, of anders in onze omgeving.
In potentie zijn er wat aanknopingspunten voor een goed verhaal, maar dit is ontstellend slecht geschreven. Ik vraag me af of er überhaupt redactionele sturing is geweest in de ontwikkeling van de verhaallijnen en karakters, want een van de drie hoofdpersonages kan gerust helemaal worden geschrapt zonder dat het plot een iota verandert. Maar ook taalkundig lijdt het werk aan de overbekende beginnersvalkuilen die teksten langdradig of oninteressant maken. Zo zijn er de eindeloze bijvoeglijke naamwoorden, worden alle emoties en dialogen volledig uitgeschreven, in plaats van de verbeelding van de lezer te prikkelen, vertoont de chronologie onvolkomenheden (die nog eens extra oplichten doordat elk hoofdstuk nauwkeurig ergens in de tijd is gesitueerd), etc. Kortom, de uitgever heeft abusievelijk ‘roman’ op de cover laten zetten, het is veeleer een langgerekte preek in reclamestijl voor een zeer beperkte doelgroep.
Johan blijft jammer, matig verteld, veel invulling vanuit de schrijfster: twee sterren. Je wilt hem ook niet zijn daardoor. Stijlfiguur? Goed, drie sterren. De vier sterren zijn voor Danjuma (Dandzjoema), voor zijn ogen, en voor Abdul, die ze niet kon beschadigen.
Een heel ingrijpend verhaal vanuit drie boeiende perspectieven. De manier van schrijven was niet bepaald hoogstaand, maar het verhaal was boeiend en heeft echt een indruk achtergelaten.