Sinds 2006 investeren Nederlandse organisaties in online communityplatformen, een plek voor klanten, medewerkers en belanghebbenden om met elkaar en de organisatie in contact te komen en te blijven. De opkomst van online (social) media en communityplatformen brengt nieuw gedrag met zich mee. Van organisaties vergt dit een nieuwe visie op communicatie en een grotere flexibiliteit en creativiteit. Kennis over dit vakgebied is schaars. Alhoewel de meest succesvolle communities vaak zijn opgestart door vrijwilligers, bieden ze juist voor organisaties een interessante kans om digitaal te transformeren. Voor de totstandkoming van dit boek hebben de auteurs tientallen organisaties zoals KPN, RTL, Rijkswaterstaat en meerdere gemeentes en ministeries geïnterviewd om de theorie zo goed mogelijk te kunnen vertalen naar de praktijk. Het boek neemt de lezer in twaalf hoofdstukken mee in het hoe en waarom van communities waarin theoretische modellen, quotes, praktische tips en een toekomstvisie voor de rol van communities voor bedrijven elkaar afwisselen.µ
Peter Staal helpt organisaties bij het implementeren van online communities en community management. Zijn hart gaat sneller kloppen van organisaties die efficiënter samen willen werken en beter kennis willen delen door gebruik van online communities.
Na haar studie psychologie, startte Kirsten Wagenaar in 2008 als een van de eerste communitymanagers van Nederland. Na enkele jaren als zelfstandig ondernemer diverse organisatie zoals Consumentenbond, PGGM, Eneco en diverse gemeentes te hebben ondersteund bij het positioneren, ontwikkelen en beheren van (online) communities, richtte zij begin 2017, samen met Peter Staal, het community consultancy bureau Bind op. Kirsten geeft sinds 2012 regelmatig trainingen, inspiratiesessies en lezingen. Ook vlogt zij over communitymanagement.
Kirsten en Peter starten hun boek met de hamvraag: wat is een community? Waar de term klassiek vooral een verbondenheid uitdrukte tussen mensen omwille van een gedeelde locatie (‘de dorpsgemeenschap’) of ook omwille van gedeelde identiteit op basis van bijvoorbeeld een beroep (bvb. de gildes), maakte het internet al van bij z’n aanvang met systemen als BBS, Usenet, ... en alles wat daarna volgde, het mogelijk om voorbij de grenzen van een bepaald gebied met anderen te verbinden op een virtuele manier.
Virtuele communities worden door de auteurs, verwijzend naar andere literatuur, gelijk getrokken met een zogenaamde ‘derde plek’. Als je kijkt naar waar mensen hun tijd zoal doorbrengen dan is dat in de eerste plaats hun huis en vervolgens hun werk. Waar de derde plek, de plaats waar mensen samenkomen naast hun werk en thuis, vroeger bvb een café was, zal je zien dat mensen vandaag ook tijd doorbrengen op online plekken. Pas wel op om alles wat bvb op social media gebeurt te zien als een community!
“Een community is een groep mensen met gemeenschappelijke eigenschappen, zoals achtergrond, ambitie of interesses, die ergens fysiek of virtueel bij elkaar komen om met elkaar te praten of samen dingen te ondernemen.” Kenmerkend verder is de verbondenheid en de vaak altruïstische kijk op wat je doet of deelt met anderen; geen quid-pro-quo maar een pay-it-forward mentaliteit. En alles wat gebeurt, staat in het teken van een gemeenschappelijk doel en een overkoepelend, gezamenlijk belang.
Een groot deel van het boek behandelt hoe bedrijven communities kunnen inzetten in hun organisatie. Dit is een trend die al even gaande is en er passeren heel wat voorbeelden de revue: PGGM (pensioenfonds), Spotify, ING, Daimler, … en – zo lijkt het alvast – een persoonlijke favoriet bij de auteurs: Haier. Hoe kan je zoals deze voorlopers communities introduceren en er effectief verbeteringen door zien ontstaan? Een community heeft tijd, geduld en aandacht nodig. Denk aan lange termijn, aan empowerment, aan investeren (1 FTE budgetteren als community manager!). Een bijkomende waarschuwing van de auteurs: creëer communities over afdelingen heen om te vermijden dat eventueel bestaande silo’s alleen maar hoger ommuurd raken wanneer je communities daarbinnen organiseert.
Het aspect ‘aandacht’ dat al werd opgesomd, betekent dat je als organisatie heel bewust moet omspringen met communities. Wees expliciet over de plaats die ze innemen in de organisatiestructuur en over de rol die ze daarin vervullen. Zorg ook voor draagvlak en maak duidelijk over wat de community autoriteit heeft zodat er geen wrijving ontstaat met bestaande structuren. Heel belangrijk hierbij ook is de veiligheid te waarborgen waar de communities op kunnen rekenen als ze met initiatieven of ideeën naar buiten komen. Het hanteren van een open communicatie moet helpen om wederzijdse verwachtingen duidelijk te houden, met de expliciete caveat van Kirsten en Peter dat ‘de richting van een community niet van bovenaf kan afgedwongen worden’. De ruimte geven om zaken te proberen (en te falen!) is in een klassieke organisatie tenslotte niet vanzelfsprekend. Als je dat niet kunt bieden aan je interne communities is de kans klein dat ze veel zullen betekenen voor de organisatie of lang zullen leven.
Er van uitgaande dat je als organisatie intussen aanvoelt dat deze community werking iets voor jou is en dat je bereid bent om er het nodige werk in te stoppen, dan neemt het boek je ook mee op pad bij enkele vragen die je daarbij kan hebben: hoe modereer je een community, hoe vind je ambassadeurs of een community manager, hoe zorg je voor de nodige motivatie .. en misschien vooral: hoe start je er in hemelsnaam mee? Bij die laatste vraag wordt heel fijn aangegeven dat er iets van een contradictio in terminis in ‘een community opstarten’ zit. Het hele idee achter een community is immers dat mensen die bvb. een interesse delen elkaar vinden en dat de community spontaan ontstaat en groeit en evolueert. Hoe matcht dat met het actief, bewust en doelgericht opzetten van communities? Kan je die community ook verantwoording laten afleggen terwijl het voor een groot stuk ook een verhaal van loslaten is?
Het komt er volgens de auteurs vooral op aan dat je zorgt dat de randvoorwaarden vervuld zijn die al eerder werden vermeld. Zaadjes die je dan plant (of eender welk idee doorheen de organisatie) zal dan een veel hogere kans hebben om tot groei te komen. Is die vruchtbare bodem er, dan kan je bvb. op zoek gaan naar specifieke doelen van de organisatie en of er binnen het bedrijf mensen te vinden zijn die op een individueel niveau of al in een vorm van community doelstellingen hebben die daar mee matchen. Zie je de mogelijkheid om samen impact te hebben op een bepaald aspect van de organisatie waarmee je een cross-section bereikt van de medewerkers die voldoende groot is, dan wordt het zaak van als een goede tuinier voor dat zaadje te gaan zorgen. Laat niet na van hier strategisch mee om te springen. Het kan contra-intuïtief klinken maar ook communities kan je volgens een vooraf bepaald plan vormen en laten groeien, al zal het zoals altijd bij mensenwerk (en zoals bij dat ontkiemde zaadje) met heel veel gevoel moeten gebeuren. Werk je als bedrijf bijvoorbeeld met KPI’s dan kan je eventueel doelen opstellen samen met de community die je ook meet en opvolgt maar die van een andere aard zijn dan ‘new business per sales person ligt op minimaal 100’. De gesprekken die je hierover hebt met de community, bij aanvang maar zeker ook frequent herhaald op latere tijdstippen, zullen hierbij van onschatbare waarde zijn.
Er valt nog veel meer te leren in het boek ‘Organiseren van communities’: welke types van communities er zijn, hoe je ook met je klanten een community kan oprichten, hoe je met een kalender wat meer structuur kan aanbrengen, welke technologische uitdagingen je eventueel ervaart en hoe er mee omgaan, … Alles samen ervaar ik het als een boek vol met interessante ideeën en weetjes over communities in allerlei maten en vormen over de hele wereld. Het viel me iets moeilijker om er in één stuk door in te lezen, al ligt dat misschien eerder aan de hoeveelheid aan ideeën en een iets minder vloeiende structuur doorheen de hoofdstukken dan aan de schrijfstijl van de auteurs. Het verdient zeker een plekje op de boekenplank, als naslagwerk dat ik wellicht nog wel enkele keren zal openslaan en dat van waarde kan zijn voor vele profielen in de bedrijfswereld. Dat Peter en Kirsten hun uitgebreide kennis over dat thema via dit boek delen is niets minder dan een tribute aan het community denken.