Een heel bijzonder boek waar ik niet zomaar veel over weet te vertellen. Er zal zeker veel door de schrijver bedoeld zijn, dat ik er niet wist uit te halen. In een interview van Erwin Mortier uit 2006 in De Standaard met Norbert Gstrein en de vertaalster Els Snick antwoord de auteur op de vraag waarover dit boek gaat "over de taal".
De taal en de stijl zijn in elk geval zeer bijzonder.
Ik heb lang over dit boek nagedacht, nadat ik het uit las. Het maakte een grote indruk op me maar ik kon er niet goed de vinger opleggen waarom.
De verteltijd van de roman bedraagt maar één dag. Het wordt verteld door een alwetende verteller of beter alwetende vertellers "wij".
Het boek vangt aan op het ogenblik dat de politie op weg is om Jakob op te halen en eindigt nadat hij effectief is meegenomen. Tijdens het verslag van die dag vernemen we ook meer over het dorp, gelegen in een toeristisch gebied in de Oostenrijkse bergen, en over het verleden van Jakob. Hij is altijd anders geweest dan de andere inwoners van het dorp, waar iedereen leeft voor en ten dienste staat van de toeristen (en het geld dat zij spenderen).
Jakob is volgens zijn vader van geen enkel nut in het familiehotel. Zijn moeder meent hem van kleins af aan met harde hand te moeten opvoeden en zijn huilbuien als baby er uit te moeten slaan. Jakob leest graag. De middelbare school volgt hij in de stad, als interne leerling. Door zijn medescholieren wordt hij op zeer wrede wijze gepest. Hij geeft de school dan ook op en keert terug naar het dorp waar hij er zomaar wat doelloos bijhangt, vooral in de plaatselijke kroegen waar hij zich laveloos drinkt. Hij praat nauwelijks met iemand en verwaarloost zichzelf.
Waar Jakob door de politie van beschuldigd wordt is niet duidelijk. Er is sprake van bloedvlekken ergens in het dorp maar meer weet je niet.
Het boek greep me aan, zowel omwille van de schrijfstijl als om het harde leven van Jakob.
De originele titel van deze roman, die in 1988 in het Duits verscheen, is "Einer". Ik zou dit eerder vertalen als "iemand". Dat lijkt me ook een betere titel. Ik las dat de vertaalster, Els Snick, ook niet zo blij was met de Nederlandstalige boektitel.
De Einer/iemand is Jakob. "Wij", die vertellen, zijn de inwoners van het dorp en zijn familie.
Jakob is diegene die overal buiten staat of er buiten valt. Overal vind je mensen in dergelijke positie. Zij tellen niet mee. Ze worden in het beste geval geduld, en de meerderheid dd van d ee anderen, "wij" heeft daar geen problemen mee. Er is weinig tot geen empathie en in het geval van Jakob zelfs niet van zijn eigen ouders en zijn broers.
Dat is hard en dat raakte me, zoals het me ook raakte dat een dergelijk boek, waarvan de Nederlandse vertaling in 2006 verscheen, enkel nog hier en daar tweedehands te verkrijgen is. Het is afgeschreven net zoals de in 2005 vertaalde roman van Norbert Gstrein "Een wrede zomer".
Voor wie het interesseert: het op 1 december 2006 in De Standaard verschenen interview met de auteur en de vertaalster, afgenomen door Erwin Mortier, en waarnaar ik hierboven al verwees, kan ik zeer aanbevelen.