“Een schrijver is iemand die moeite heeft met woorden, die woordpijn heeft, pijn aan zijn woorden. Zo zouden schrijvers in de taal staan. De taal is niet hun thuis, hun verblijfplaats. Neen, een schrijver zoékt zijn woorden. Hij is degene die zijn taal onophoudelijk opnieuw leert.”
“Zijn we niet allen palimpsesten? Sporen van uitgewiste woorden die ooit werden uitgesproken – of versmoord – door ouders, broers, kwaadsprekers, verguisden? Door woorden waarop vervolgens gevarieerd werd? Zijn we niet zelf boeken die onophoudend de achterliggende teksten waaruit ze zijn gescheven, uitwissen?”