Alicja Gescinska verraste met haar kandidatuur op de Europese lijst van de Vlaamse liberalen. Op internet volgde een stortvloed aan reacties: lovende en lasterlijke. Niet enkel de keuze van de partij en het Europese project werden druk besproken, vooral ook wie aan politiek behoort te doen - en wie dus aan de zijlijn moet blijven - bleek stof voor discussie. Wat is de plaats van een filosoof in de samenleving? Zijn politiek en filosofie onverenigbare disciplines? En wat doe je wanneer uit het hart van de Europese politiek het verzoek komt om uit je pen te kruipen? Politiek is meer dan dat wat politici doen. Politiek is alles en iedereen. In het gebrek van de wereld weerklinkt volgens Gescinska een moreel appel dat op ons allen wordt gedaan. Intussen komen mensen om is een glashelder essay over de persoonlijke worsteling met politieke betrokkenheid en intellectuele verantwoordelijkheid.
Alicja Gescinska (Warschau, 1981) is schrijver en filosoof. Haar filosofische debuut De verovering van de vrijheid (2011) oogstte alom lof. Met haar debuutroman Een soort van liefde (2016) won ze de Debuutprijs 2017 en werd ze genomineerd voor de Confituur Boekhandelsprijs. Haar essay Thuis in muziek. Een oefening in menselijkheid (2018) stond op de shortlist voor de Socratesbeker. Intussen komen mensen om (2019) werd bekroond met de Liberales-boekenprijs 2019. In 2020 schreef ze het essay voor de Maand van de Filosofie: Kinderen van Apate. Over leugens en waarachtigheid . In 2021 debuteerde ze als dichter met de bundel Trojaanse gedachten. Haar theatermonoloog Apate spreekt verscheen in het voorjaar van 2022, waarin zij spreekt over de leugen als deugd.
Om eerlijk te zijn: het thema van dit boekje is allesbehalve origineel, “wat is of kan of moet de rol zijn van intellectuelen in een westerse democratie?” Maar filosofe Alicja Gescinska heeft er een mooie mijmering van gemaakt, naar aanleiding van eigen, half-bittere ervaringen; ze werd immers in 2019 gevraagd op de Europese lijst van Open-VLD (de Vlaamse liberale partij) te staan. Gescinska schetst haar worsteling met de keuze tussen aan de zijlijn blijven en als publieke intellectueel bijdragen aan een gezond debat over de democratie, of de handen vuil maken en verantwoordelijkheid nemen. Ze bekijkt die bijna existentiële vraag vanuit verschillende hoeken. Het zal wellicht niet verwonderen dat denkers als Hannah Arendt, een voor mij onbekende Jeanne Hersch, Raymond Aron, Vaclav Havel en de Poolse ex-marxist Leszek Kolakowski, haar over de streep trokken. “Kinderen van onze tijd”, een pregnant gedicht van Wislawa Szymborska, vat het allemaal samen: alles is politiek, je mag en kan gewoon niet aan de zijlijn blijven.
Op zich biedt Gescinska niet echt veel nieuws in dit debat over intellectuelen en politiek, en uiteraard is dit kleine boekje ook een apologie, een verdediging van haar keuze om het te wagen (en te mislukken, ze raakte nipt niet verkozen). Maar haar presentatie is wel fijnzinnig en relevant. Zoals ze op het einde terecht schrijft: onze maatschappij heeft nood aan een herwaardering van de publieke ruimte en van concepten zoals persoonlijke verantwoordelijkheid, maar ook aan waakzaamheid over de kwaliteit van het publieke debat. Ik twijfel er niet aan dat ze daar ook van aan de zijlijn toe zal blijven bijdragen.
'Intussen komen mensen om' is de prachtige titel van het helder essay van Alicja Gescinska dat zopas verscheen bij uitgeverij De Bezige Bij. Deze woorden vormen ook een van de laatste versregels van het gedicht 'Kinderen van onze tijd' van de onovertroffen Poolse dichteres Wisława Szymborska. Het gedicht is integraal opgenomen op de eerste bladzijdes van het boek. Na lezing ervan is meteen duidelijk waarover dit werk zal gaan.
Dit essay leest als een pleidooi voor meer politieke betrokkenheid en minder cynisme of doorgedreven relativisme. Politiek is niet alleen dat wat politici doen. Alles en iedereen, of je dit nu wil of niet, maakt deel uit van het politieke. Wat kan de rol van de intellectueel (zoals de schrijver of filosoof) zijn in het politieke debat en in de politiek? Velen zijn van mening dat hun rol zich vooral aan de zijlijn dient af te spelen. Maar is dat de beste positie? "De weg van de minste weerstand is zelden de juiste weg." (p.26) Dus volstaan nadenken, contempleren & schrijven of dien je te handelen, aan politiek te doen, wanneer er een appel op jou gedaan wordt? Het zijn vragen waarmee Gescinska duidelijk flink heeft geworsteld.
Het essay is duidelijk opgebouwd en bevat talloze prachtige zinnen die tot nadenken stemmen. Het hoofdstuk 'Onmacht en cynisme' zou verplicht leesvoer moeten zijn voor iedereen die niet meer in de democratie gelooft, of die zich gewoonweg niet meer interesseert voor het politieke. En dat politieke, dat is in feite de wereld. Ook Hannah Arendt schreef in 'De menselijke conditie' over het gevaar van mensen die zich onttrekken aan de werkelijkheid, mensen die hun rug keren naar de wereld. Gescinska verwijst meermaals naar Arendt, maar ook naar vele andere vermaarde filosofen en schrijvers die ooit ook de stap naar de politiek zetten, vanuit een diepe betrokkenheid met de mens.
Dit boek is een heel persoonlijk relaas dat raakt, ontroert, prikkelt. Gescinska bewijst nogmaals dat ze niet alleen een fantastisch schrijfster is, ze is ook belezen, diepgaand en betrokken. "Een 'bescheiden wereldverbeteraar', zoals Popper het uitdrukte" (p.124).
Vond het een interessant boek (zoals al haar boeken ;)) maar de manier waarop was niet helemaal mijn ding. Het was vanuit een persoonlijke hoek geschreven, wat ik op zich snap en over het algemeen niks op tegen heb, maar misschien net iets te veel.
Dit was echt vooral op het begin, en naarmate het einde toe minderde dit en vond ik het fijner om te lezen!
(Ik denk dat dit wel echt heel subjectief is en dat deze schrijfstijl voor veel andere mensen wel fijn kan zijn!)
Alicja Gescinska kwam als zevenjarige met haar ouders via ‘t Klein Kasteeltje vanuit het toen onvrije Polen naar het democratische België. Ze is filosofe en schrijfster. Bijna was ze ook politica.
Toen Guy Verhofstadt haar een verkiesbare derde plek aanbood op de liberale Europese lijst, twijfelde ze eerst omdat ze vreesde voor haar integriteit als intellectueel, als bekroond schrijfster en als mens. Ze twijfelde ook omdat ze niet wist of actief politiek bedrijven wel haar ding zou zijn. Maar uiteindelijk ging ze op het voorstel in. Om de medemens te helpen en hem van dienst te zijn.
Met 33.000 stemmen greep ze naast een zitje. Maar dit was meteen ook de aanleiding om een boek te schrijven over haar kandidatuur, de campagne en de naweeën van de verkiezingen: Intussen komen mensen om. Op die manier kon ze de soms ongefundeerde opvattingen van criticasters allerhande weerleggen.
Want van zodra ze zich in de politiek engageerde, vielen collega-denkers, kennissen, vreemden en sommige vrienden haar aan: dat ze geen goed intellectueel meer zou kunnen zijn als politica, want niet meer onafhankelijk, dat ze te slim voor de politiek zou zijn of besmet zou raken met de politiek als leugenachtige stiel enz. Het gevolg was een tumultueuze periode op professioneel, politiek en persoonlijk gebied.
Toch vond ze het als opiniemaker haar plicht om niet alleen langs de zijlijn te staan, maar zich ook te engageren. Volgens Gescinska mag de intellectueel niet louter waarnemer zijn, maar moet hij of zij een concreet maatschappelijk én politiek engagement aangaan.
Uit dit boek blijkt dat haar eigen politiek engagement voor Europa oprecht was. Ze betreurt dat de media veel te weinig aandacht besteden aan de Europese instellingen en veel te weinig berichten over wat er in het Europese Parlement gaande is. Zonder Europa lukt het niet meer. Europa moet derhalve gered worden van de krachten die het willen vernietigen, in het bijzonder van het rechts-nationalistische populisme. En daarvoor is kennis en inzicht nodig: zo zijn filosofie en politiek onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dixit Gescinska.
De auteur pleit voor een intelligente, liberale politiek. Kan je als politicus van waarheid en van menselijkheid je professioneel kompas maken? Kan een intellectueel een politiek mandaat opnemen zonder zijn/haar integriteit te verliezen? Hoe gaan liberalen best om met het wild om zich heen grijpende cynisme van een maatschappij waarin voor intellectuele en zelfs menselijke verfijning geen plaats meer lijkt te zijn? En wat met die vaak aangehaalde tegenstelling tussen de elite en het gewone volk?
Er is meer openheid van geest nodig voor mensen met een andere mening. Ook haar pleidooi voor nuance - wat ze de kroon op de beschaving noemt - is veelzeggend.
Vanwaar de titel van dit boek? ’Intussen komen mensen om’ is een regel uit een gedicht van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska waarin deze stelt dat alles een kwestie is van politiek, zowel de belangrijke als de triviale zaken, zowel het persoonlijke als het algemene. Terwijl mensen alsmaar debatteren en discussiëren, zowel over de grootste staatszaken als over de grootste stompzinnigheden, komen mensen om. Zo gaat het altijd.
Intussen komen mensen om is een must read voor iedereen die met idealen en uit liefde voor de publieke zaak overweegt de stap naar voren te doen om het mandaat van kiezers te winnen – of het nu is in gemeente, provincie, land of Europa.
En voor alle anderen is het een boek dat een inkijk geeft op hoe het politieke forum idealiter zou kunnen worden ingericht.
Het blijft echt zuur dat een geëngageerde en interessante persoon als Alicja Gescinska het niet haalde en drie nitwits van Vlaams Belang nu wel zetelen in het Europees Parlement, terwijl die daar echt niets te zoeken hebben. Vier sterren maar omdat ze geen antwoord kon geven op de prangende vraag: "Hoeveel curryworsten moet een politicus eten om te tonen dat hij dicht genoeg bij het 'gewone volk' staat?"
Filosofie voor gewone mensen. Prachtig! Een fijne manier om mijn dag af te sluiten en voor het slapengaan nog even te vertoeven in de gedachtenstroom van deze schrijfster. Na thuis in muziek, weer een voltreffer!
"Intussen Komen Mensen Om - Over Politieke Betrokkenheid" is a very enlightening and enjoyable essay on political involvement by the clearly erudite philosopher Alicja Gescinska. The main theme of the book regards the matter of the position that intellectuals could and/or should take in the political landscape. In particular, Gescinska gives her insights and opinions on the position of the philosopher within society, after which she broadens her arguments and makes a moral appeal to all members of society to think and participate in politics, since politics is done for and by 'the people' (and populism is not the answer).
I would advise this book to annyone who is interested in this topic. And I would especially urge those who are cynical about national and European politics to read this exquisite work.
[5 Stars]
P.S.: Since there are too many good quotes that I could list, I will refrain from doing so. Just read the entire essay.
Persoonlijk had ik moeite met dit boek. Het eerste deel van het boek lijkt een rechtvaardiging van haar persoonlijke keuze om in de politiek te gaan. Dit rechtvaardigende karakter van dit deel is moeilijk te verzoenen met de vrije intellectueel zoals ze zichzelf noemt in de loop van het boek. Het tweede deel is dan weer vooral een aanval op mensen die momenteel politiek actief zijn en duidelijk de problemen in de wereld zien die Alicja ook ziet. Het stoort haar dat deze mensen niet met concrete oplossingen komen, maar zelf brengt zij ook geen concrete oplossingen naar voor. Ik had vooral het gevoel dat hier meer in zat...
“Om een democratie te ontmantelen is het handig als de meeste mensen er toch al niet meer in geloven”. Uit het essay van Alicja Gescinska onthou ik hoe fragiel onze democratie wel niet is. Hoe er wordt neergekeken op politiek engagement. En bovenal: ik leerde een gedicht van Wislawa Szymborska kennen: Kinderen van onze tijd. Enfin, een filosofisch boek waar ik van heb genoten.