Wat is er nodig om onze economie veilig door de 21e eeuw te loodsen? Hoe dichten we de kloof tussen elite en bevolking? En wat is er nodig om het klimaatprobleem echt aan te pakken? Veel mensen hebben het vertrouwen in de traditionele politiek verloren. Uit angst, onmacht of woede zoeken ze de uiteinden van het spectrum op.
Hoe wordt de overheid weer betrouwbaar en herwinnen de grote bedrijven respect? In een spannende briefwisseling discussiëren twee kritische denkers uit verschillende generaties over urgente oplossingen voor de grote vragen van deze tijd. Kees van Lede speelde decennialang een sleutelrol in het internationale deel van het Nederlandse bedrijfsleven. De dertig jaar jongere Joris Luyendijk, die zich als schrijver en journalist regelmatig kritisch uitliet over overheid en bankwezen, dient hem van repliek.
Scherpzinnige brieven over het bedrijfsleven, de bonus-gekte, de Brexit, over macht, moraal en over nieuwe manieren om een eerlijker samenleving te krijgen. Pessimisme is voor losers is een bij vlagen verontrustend, en ten slotte toch optimistisch boek, waarin de ervaringen en visies van Van Lede en Luyendijk elkaar aanvullen en de lezer inspireren.
Ik werd in 1971 geboren in Amsterdam, maar groeide vanaf mijn vijfde op in Hilversum, een dorp onder de rook van de hoofdstad. In 1990 kreeg ik de kans om een jaar in Amerika te gaan studeren en ik dacht met mijn Hollandse kop: als ik nou een universiteit kies in het midden van het land, zit ik lekker centraal. Zo kwam ik terecht in Kansas, en ik denk niet dat ik ooit nog zo geïsoleerd zal wonen. Mensen daar zijn al trots als ze op de kaart kunnen aanwijzen dat Europa boven Afrika ligt. Na een heerlijk jaar tussen optimistische mensen ging ik in Amsterdam studeren, wat uitmondde in een zwerftocht van politicologie, via geschiedenis, naar Arabische en religieuze antropologie. In 1995 deed ik een jaar onderzoek onder Egyptische leeftijdsgenoten, en dat leverde in 1998 naast een doctoraal ook een boek op, Een goede man slaat soms zijn vrouw.
Dat boek was weer reden voor de Volkskrant en het Radio 1 Journaal om me als correspondent Arabische Wereld te vragen. Ik bleef in het Midden-Oosten tot april 2003, waarvan de laatste drie jaar voor NRC Handelsblad en de NOS. Over deze meeslepende en verwarrende tijd gaat mijn derde boek, Het zijn net mensen. In 2001 heb ik ook nog Een tipje van de sluier geschreven, over de islam, maar dat is gedateerd en dus niet langer leverbaar. Vanaf 2003 tot 2011 woonde ik weer in Nederland. Ik deed een paar series interviews voor de televisie en bedacht samen met de Litouwse bioloog Raoul H. het programma Heerlijk eerlijk Heertje.
Toen stortte ik mij een tijdje op duurzaamheid en de elektrische auto, met als hoogtepunt de instelling van de Elektrische scriptieprijs 2010 en 2011. In september 2010 werd ik gevraagd om een maand mee te lopen op het Binnenhof in Den Haag. Dat leverde Je hebt het niet van mij, maar… op, waar sommige collega’s nogal boos over werden. Dat was wel grappig om te zien. Kort na verschijning vroeg The Guardian mij om voor ze te komen werken in Londen, en dat is dus wat ik tegenwoordig doe. Ik heb daar een blog waarvoor ik vanuit antropologisch perspectief de financiële wereld beschrijf. Het is erg leuk om te doen, en flink wennen om in het Engels te schrijven. Londen is een geweldige stad, het New York van Europa, en ik hoop er nog wel even te blijven.
Vlotgeschreven analyse van dit tijdsgewricht met aanzetten tot oplossingen. Dat de auteurs allebei wit, geprivilegieerd en middelbaar zijn, zien ze zelf ook als een tekortkoming.
Wat is dit een slecht boek. Twee oude mannen die in briefvorm tegen elkaar praten over.... ja waar hebben ze het eigenlijk over. Beiden beschrijven ze bepaalde problemen of meningen die ze over het aandeelhouderskapitalisme hebben. Door de briefvorm als format te gebruiken krijg je dat ze beiden niet echt op elkaar reageren en vooral hun eigen verhaal blijven vertellen. Het voelt vooral als eenzijdige monologen die gesproken worden met een whiskey rond het haardvuur. Er is geen research gedaan voor dit boek en verder heb ik ook helemaal niks nieuws geleerd (misschien enkel dat ik het angelsaksisch systeem heb moeten opzoeken op wikipedia) of me niet aan het denken gezet. Dst vind ik eigenlijk wel een must voor een non-fictie boek. Een interview in een podcast of een discussiepanel (met een discussieleider) was veel interessanter geweest. Het boek duurde ook veel langer dan nodig en bepaalde punten/onderwerpen werden eindeloos herhaald. Slechtste boek dat ik van Joris Luyendijk heb gelezen.
Interessant essay over ons huidige economisch systeem. Geschreven in de vorm van een briefwisseling tussen een top journalist (Luyendijk) en een voormalige CEO (van Lede). Interessante en complementaire visies over hoe sommige aspecten van de maatschappij zouden moeten werken. De analyses vond ik goed beargumenteerd en gebalanceerd, en daarboven op leerde ik nog wat over de geschiedenis van Nederland. Hoewel er minder oplossingen aan bord komen dan wat men zou kunnen verwachten, zou ik dit aan iedereen aanraden.
Leuke afwisseling tussen Luyendijk en van Lede, al vermoed ik dat geen van beiden het achterste van de tong laten zien. Her en der krijg je het gevoel dat de interviews wat scherper hadden gekund.
Dit boek spreekt me wat minder aan. Het is een interessant gesprek tussen twee mannen uit verschillende werelden. De vorm van de briefwisseling spreekt me denk ik gewoon iets minder aan!
Twee wijze mannen met ieder een verschillende professie, perspectief en denkwijze. Het boek is opgebouwd uit brieven die beide heren aan elkaar schrijven waarin alle daagse zaken worden besproken zoals, het klimaat, brexit, aandeelhouders kapitalisme, journalistiek. Ze zijn kritisch, realistisch en het pessimisme maakt langzaam plaats voor het optimisme. Aan het einde van het boek komen beide heren ook met ideeën om de ‘nieuwe tijd’ in te kunnen leiden. Ieder op zijn eigen vakgebied. Interessant en leerzaam.
Joris stelt zoals we dat van hem gewend zijn de juiste vragen maar ze worden jammergenoeg vakkundig ontweken. Brieven schrijven is misschien niet de beste manier om echt door te duwen over een belangrijk thema