Na de dood van zijn moeder Elsie reist de achttienjarige Maxwell naar Suriname, het paradijs waar hij zijn eerste kinderjaren doorbracht. Zodra hij aankomt bij de rivier de Marowijne aan de grens met Frans-Guyana herinnert hij zich de dramatische overtocht die hij een paar jaar daarvoor samen met zijn ouders maakte. Het brengt hem verder terug in zijn herinneringen. Als het gezin eind jaren zestig terug naar Nederland komt vinden ze onderdak in een donker jachthuis op een koninklijk domein. De volwassen zoon van de rentmeester heeft een ongezonde fixatie op Maxwell, die begint te vermoeden dat hij de zoon van de prins is en niet van zijn vader Jim. Wanneer Maxwell twaalf is, wordt Jim opnieuw overgeplaatst naar Suriname. Getergd door de Lockheed-affaire heeft de prins behoefte aan aandacht van Elsie. Wanneer hij langskomt, lijkt de harmonie in het jachthuis hersteld, maar als hij weg is voelt Maxwell zich ten opzichte van Jim schuldig een geheim kind te zijn. Het is de redding voor Maxwell dat hij contact maakt met de nieuwe buren, een kinderloos koppel met een collectie hedendaagse kunst, die hem opvangen als hun eigen kind.
Oscar van den Boogaard (1964) groeide op in Suriname en Nederland. Hij studeerde rechten en Franse taal- en letterkunde in Montpellier, Amsterdam en Brussel. Na korte tijd op een advocatenkantoor gewerkt te hebben koos hij voor het fulltime schrijverschap. Hij maakte zijn debuut met de roman Dentz die in 1990 verscheen bij Athenaeum - Polak & Van Gennep: op dat moment was hij de enige levende schrijver van die uitgeverij.
Daarop volgden Fremdkörper (roman, 1991), Bruno's optimisme (proloog op het Oceanisch verlangen, roman, 1993), De heerlijkheid van Julia (roman, 1995, nominaties voor de Libris Literatuurprijs en De Gouden Uil), Liefdesdood (roman, 1999), Sensaties (dagboek, 2000), Een bed vol schuim (roman, 2002) en Inspiration Point (dagboek, 2004).
Na zijn overstap naar De Bezige Bij verschenen de romans Het verticale strand (2005), een boek over hoe je door het kantelen van je wereldbeeld een bevrijding van jezelf kunt bewerkstelligen, en Magic Man (2007), een vervolg op de eerdere roman Bruno's optimisme. In 2010 kwam zijn roman Meer dan een minnaar (2010) uit. Februari 2013 verscheen de roman De tedere onverschilligen. Zijn werk werd veelvuldig genomineerd voor de grote literaire prijzen, vertaald en verfilmd. De Standaard riep hem uit tot de belangrijkste schrijver van zijn generatie. In 2018 verscheen de grootste roman Kindsoldaat. In deze hedendaagse Buddenbrooks wordt de geschiedenis van twee voorname Nederlandse families geschetst, door de ogen van de laatste telg, die vermoedens heeft dat hij een zoon is van prins Bernhard. In februari 2020 verscheen Jachthuis. In deze roman kruipt Oscar van de Boogaard in de huid van zijn alter ego, de achttienjarige Maxwell. Van den Boogaard woont afwisselend in Berlijn, Antwerpen en Sint Martens Latem, een residentieel kunstenaarsdorp vlakbij Gent.
Om weergaloze wijze beschrijft Van Den Boogaard een vrouw die moeder is, maar dat niet kan/wil zijn. Zij is het centrum van de/haar wereld. Heerlijk boek.
Sterke roman, meer nog inhoudelijk een ontwrichtende roman waarbij het schijnbaar vlotte relaas van de gebeurtenissen in schril contrast staat met de haast mishandelde kindertijd waarvan Van den Boogaard relaas doet. Het verhaal primeert, de opbouw is sterk, de gelaagdheid voortreffelijk. Zijn spitse en scherpe taalgebruik uit zijn eerste romans blijft soms een beetje achterwege al zijn er genoeg quotes en formuleringen die typisch Van den Boogaard zijn. Blijft een favoriet !
In Jachthuis neemt Oscar van den Boogaard ons aan de hand naar zijn kindertijd en jeugd, tot zijn afstuderen aan het gymnasium en tot zijn fysieke afscheid van zijn moeder bij haar dood. Dat het geen psychisch afscheid is, blijkt de rode draad in deze roman. Echt heerlijk vertoeven is het in het gezelschap van Elsie, Oscars moeder of zijn alter-ego in deze roman Maxwell, duidelijk niet. Ik mag hopen dat van den Boogaard de tragiek van zijn moeder als personage literair extra in de verf heeft gezet maar ik vrees voor het ergste. Bij momenten had ik het wel gehad dat zowel zijn moeder als grootmoeder er de hoogste pret in hadden om mensen te fileren en te vernederen. Mooie adel is me dat! De discussie over het verschil tussen taartjes en gebak mag dan voor Vlamingen niet zo pertinent zijn, in Nederland is ze dat duidelijk wel. Veel ethiek is er aan deze oude adellijke generatie niet verloren gegaan. Wat zowel de schrijver als de uitgever ook mogen beweren, ik ben er na lectuur van Jachthuis wel degelijk van overtuigd dat voorafgaande lectuur van 'Kindsoldaat' de betekenis van deze roman een dieper gelaagdheid geeft. Zo nam ik de stamboom uit Kindsoldaat graag ter hand om nog eens te verglijden naar kasteel Metternich en zijn exuberante bewoners, naar de grandeur en naar het verval. De betekenis van 'servies' vindt daar voor mij zijn oorsprong, servies waar de Nazi's nog uit gegeten hebben. De tragiek van de personages, van Elsie en haar moeder Nora, vindt ook daar zijn oorsprong. Alle lof voor Oscar van den Boogaard die er als mens prachtig is uitgekomen en daadwerkelijk als schrijver 'in zijn kracht staat' en enkel zo met zijn pen zijn persoonlijke verhaal kon neerschrijven. Niet zomaar een pen. Nog steeds mis ik zijn columns in De Standaard, ik mis zijn zienswijze, zijn meesterlijke observatiekunst, zijn universele wijsheden en inzichten. Jachthuis was mij net iets teveel 'verwerken van die persoonlijke moeder-zoon-vader-relatie' om vijf sterren te krijgen. Maar oh, wat kijk ik uit naar zijn volgende vrucht!
De roman blijkt min of meer een vervolg te zijn op Kindsoldaat. De eerste helft las ik dan ook bijzonder graag. Naar het einde toe kwam het relaas té anekdotisch en gehaast over. Ik wilde graag blijven kijken naar de beschrijving van Elsie, ook al gedroeg ze zich toen minder onvoorspelbaar en 'normaler'. Hoe die switch psychologisch tot stand kwam, lijkt me even interessant.
Tragisch. Het leven van een kind, beschadigd door zijn decadente omgeving. Een boek dat de lezer achterlaat met verdriet en nog meer met boosheid. Ik las zonet dat er een derde deel is waarin dit kind zich als volwassene toch weet te plaatsen. Ga ik dus zeker lezen.
Dit was een heel bijzonder boek. Toevallig had ik nog niet zo lang geleden via podcast een 'Touché' beluisterd met Oscar van den Boogaard, gelukkig maar, want dat gaf toch een beetje 'guidance' bij het lezen. Het is blijkbaar de opvolger van 'Kindsoldaat', die ik (nog) niet gelezen heb. Het was een mooi boek om te lezen, maar wel echte literatuur. Ik denk dat er in dit boek tussen de regels minstens even veel te lezen valt als in de mooie zinnen, er wordt veel gesuggereerd. Dus de schrijfstijl vond ik niet zo gemakkelijk, maar wel om van te genieten, een keer als ik het gewoon was. Het verhaal zelf is hartverscheurend maar ook heel bevreemdend door de setting waarin het zich afspeelt. Ik zal Elsie en haar zoon niet gauw vergeten.
Na zijn studie rechten en Frans werkte Oscar van den Boogaard voor een korte tijd als advocaat en terwijl hij nog voor een advocatenkantoor werkzaam was, schreef hij het manuscript voor een roman die hij De onsterfelijken had genoemd. Dit werd geen succes, maar in 1990, hij had zijn baan inmiddels opgezegd, debuteerde hij met Dentz. In 2018 verscheen Kindsoldaat, dat een autobiografisch tintje heeft. Twee jaar later kwam Jachthuis uit, eveneens een roman die op zijn eigen jeugd gebaseerd is.
Jim is beroepsmilitair en overgeplaatst naar Suriname. Zijn zoon, de vijftienjarige Maxwell en zijn vrouw Elsie hebben hem al een paar jaar niet gezien als ze besluiten bij hem op bezoek te gaan. Niet lang na hun aankomst verdwijnt Elsie in het tropisch regenwoud. Na een paar dagen is er nog geen enkel levensteken en de kans dat ze gevonden wordt, wordt daarom steeds kleiner. Ondertussen worstelt Maxwell steeds meer met de relatie die zijn moeder met hem heeft, maar ook met haar liefdesleven.
In zijn vorige roman Kindsoldaat beweert Van den Boogaard dat hij de onwettige zoon van Prins Bernhard is en beschrijft hij tevens de familiegeschiedenis van zijn moeder. Het is daarom eigenlijk ook een vanzelfsprekendheid dat in Jachthuis enkele personages voorkomen die in het voorgaande boek ook hun opwachting maakten. Zijn laatste roman is echter geen vervolg, het verhaal staat op zichzelf en nergens is een verwijzing naar het vorige te bespeuren. De enige reden om Kindsoldaat eerder te gaan lezen, is om te weten te komen hoe Elsie’s familie in elkaar steekt. Niets meer, niets minder.
Jachthuis heeft in ieder geval een drietal delen en twee verhaallijnen. De eerste begin in 1979 wanneer Maxwell en Elsie weer in Suriname zijn om Jim te bezoeken. De andere begint met een flashback naar 1968, Maxwell is dan vier jaar oud, wanneer het gezin op last van Prins Bernhard terug naar Nederland wordt gestuurd. Vanaf dat moment lijkt dit subplot in chronologie en geleidelijk in jaren op te lopen, maar dat is niet aldoor even duidelijk. Een verwijzing naar het jaar waarin een hoofdstuk zich afspeelt zou soms geen overbodige luxe zijn geweest. Afgezien daarvan is het absoluut niet moeilijk het verhaal te volgen. In een prettige schrijfstijl weet de auteur de lezer van begin tot eind te boeien en door de verdwijning van Elsie creëert hij ook nog eens de nodige spanning.
Het verhaal waar de lezer in belandt, is bijzonder realistisch. Deels komt dit door de beeldende schrijfwijze van de auteur, maar vooral doordat hij er werkelijk bestaande personen (denk hierbij aan de in Suriname zeer bekende Tante Jacqueline) en ware gebeurtenissen (zoals bijvoorbeeld de Lockheed affaire) in laat voorkomen. Wat echter wel voor vraagtekens zorgt, is de zeer merkwaardige en ongebruikelijke relatie tussen de diverse familieleden, maar ook het gedrag van Maxwell. Dat past niet altijd bij zijn leeftijd. Als hij nog erg jong is, is zijn taalgebruik alsof hij minstens vijftien jaar ouder is. Zoiets komt nogal onnatuurlijk over. Aan de andere kant maakt hij een wat breekbare indruk, hij is vrij machteloos en vaak niet in staat de meeste personages, en in het bijzonder Elsie, iets te weigeren. Dit alles maakt hem toch een intrigerend personage, iets dat overigens ook voor de anderen opgaat.
Vanaf het begin is al heel goed te merken dat Van den Boogaard een deel van zijn eigen herinneringen in het verhaal heeft verwerkt. Dat is af te leiden uit het feit dat sommige situaties en dingen eigenlijk niet verzonnen kunnen zijn. Door die autobiografische elementen te combineren met fictie is Jachthuis in intrigerende, interessante en boeiende roman geworden.
Het boek Jachthuis las ik eerst. Daarna kwam ik erachter dat er ook nog een deel 1 was: Kindsoldaat. Deze leesvolgorde beviel mij wel. Want ik werd in dit boek wel nieuwsgierig naar de voorgeschiedenis van Elsie. De moeder van hoofdpersoon Maxwell. Elsie kun je er goed bijhebben als er gelachen en veel gedronken wordt. Ze is vrijgevochten, heeft lak aan alles, ze doet schaamteloos wat ze wil en kijkt hautain neer op anderen. Ze is een adelijke paradijsvogel, met haar is het leven nooit saai. Iedere week gaat ze naar haar moeder Nora in het grote huis in Utrecht. Dan slaapt ze samen met Maxwell bij Nora in bed. Of oom Maxime ligt er ook nog bij. Deze familie doet niet zo aan social distancing.
“Wat ben jij slecht!” zegt Elsie tegen haar moeder. Maar slecht zijn voelt goed, ook voor Elsie. Lacque à tout ! Lak aan alles ! roepen moeder en dochter regelmatig in koor. Cac à tout! Schijt aan alles! Wat kleine Maxwell verstaat als Kakatoe.
Dit boek wordt verteld door Maxwell, tussen z'n 4e jaar en z'n 18e. Ik had als lezer ontzettend met hem te doen. Want Elsie is als moeder niet zo'n succes. Eén keer neemt Nora het woord Borderline in de mond als het over haar dochter Elsie gaat. Als lezer had je die diagnose ook al overwogen. En toch is niemand alleen maar goed of alleen maar slecht. Ook Elsie en Nora niet. Op een bepaald moment voel je ook weer sympathie. Knap gedaan door deze schrijver!
Ik was na Jachthuis benieuwd naar de voorgeschiedenis van Nora en Elsie en las die in Kindsoldaat. Geweldig! Een heerlijke geschiedenis met kastelen en adel en prinsen en kostschool bij de nonnen. Maar allesbehalve een muffe kasteelroman want de personages waren ad rem, hedendaags en soms cynisch. Ik kreeg begrip voor Nora en haar dochter Elsie. Niet alles wordt expliciet verteld, je moet als lezer soms raden wat er precies gebeurd is. Zowel in Jachthuis als in Kindsoldaat.
Maxwell is een intrigerend jongetje met een krankzinnig-maar-ook-vertederende moeder, Elsie, en twee vaderfiguren die elk op hun manier uitblinken in afwezigheid. Een ervaring uit Maxwell's kindertijd in Suriname blijkt een voorafspiegeling van zijn moeders noodlot. In de eerste helft van het boek worden bepaalde passages soms ontkracht door een laatste zinnetje waarvan de lezer denkt "dàt had ik nu ook begrepen", of door inzichten die niet lijken te passen in het hoofd van een tienjarige. De roman is op zijn sterkst wanneer de geheimen of de inzichten onbenoemd blijven - zoals de mysterieuze vriendschap tussen Maxwell en Tony. Het boek gaat echter langzaam groeien, de vele anekdotes blijven binnenkomen, laag na laag, zodat je het langzaamaan gaat "voelen". Ik ging steeds sneller en gulziger lezen. Het boek hield mij ook een soort spiegel voor: wat ging er werkelijk om in mijn hoofd, in mijn tienerjaren? Ben ik ook bereid om af te dalen? Wie is dat werkelijk.
Deze roman bracht me in een tweespalt. Ik had een paar keer de neiging om het weg te leggen. Het verhaal over de 15-jarige Maxwell en zijn claimerige, getroebleerde moeder is nogal uitgesponnen. Wat mij betreft had er meer vaart in mogen zitten. Nou ben ik misschien niet de meest geduldige lezer, maar dat terzijde. 😉 Aanvankelijk vond ik het verhaal ook een beetje over de top. Maxwell zou de zoon zijn van Prins Bernhard, in het boek PB genoemd. Ja hoor.
Totdat ik al googlend ontdekte dat Oscar van den Boogaard zelf claimt een buitenechtelijk kind te zijn van Prins Bernhard. Gek dat dat dan maakt dat je met een andere blik leest. Ik was ineens nieuwsgierig naar het vervolg van het verhaal en heb het redelijk snel uitgelezen. Al met al vond ik ‘Jachthuis’ toch wel een plezierige leeservaring. Het boek is goed geschreven en bevat mooie, soms grappige dialogen. Maar ik blijf erbij dat het korter had gekund.
Heel mooi boek vol prachtige verhalen van een bizarre familie of meer een vreemd gezin waarin niemand is wie hij lijkt te zijn. Een puberale moeder, een ‘alsof’ vader, een rare oma, een Prins, een hele gevoelige jongen die zich voor iedereen verantwoordelijk voelt. Ontroerend en onthutsend. En ook grappig. Prachtig hoofdpersonage.
Kort na het verschijnen van Oscar van den Boogaards zeer goed ontvangen 'omfloerst autobiografische' Kindsoldaat (2018) presenteert de auteur opvolger Jachthuis, waarin we de achttienjarige Maxwell volgen in een verrukkelijke coming-of-age roman, die prima te volgen is zonder het eerste deel gelezen te hebben.
Dat Maxwell niet Oscar heet, is een detail in dit lijvige boek van Van den Boogaard (1964). De overeenkomsten tussen het hoofdpersonage en de auteur zijn evident. Beiden groeiden deels op in Suriname en Nederland en zijn naar eigen zeggen een buitenechtelijke zoon van Prins Bernhard. Dit schokkende feit heeft de auteur al uit de doeken gedaan in Kindsoldaat en hij focust zich in deze roman op zijn moeder, die minstens zo interessant is als zijn vader. Met veel smaak haalt de achttienjarige Maxwell herinneringen op over zijn jeugd met moeder Elsie, die getrouwd is met de soldaat Jim maar met hart en hoofd is bij minnaar PB (Prins Bernhard, ook wel Pruisisch Blauw genoemd in geheime brieven naar elkaar toe). We volgen het gezin vanaf het moment dat ze eind jaren zestig vanuit Suriname verhuizen naar een voormalig jachthuis in Utrecht. Aan de hand van allerlei anekdotes, waarvan het als lezer een hels karwei is om de chronologie helder te krijgen, krijgen we een beeld van het gezin. Moeder Elsie wordt neergezet als een wispelturige, manipulerende diva die de goeiige maar ook apathische Jim kleineert en Maxwells ontwikkeling in de weg staat. Zo zegt ze op sommige dagen dat Maxwell niet naar school mag en bij haar in bed moet komen liggen of jaagt ze zijn (weinige) vriendjes de stuipen op het lijf met haar wisselvallige gedrag. De hoogbegaafde Maxwell legt al moeizaam sociale contacten en doordat hij zijn moeder altijd moet pleasen lukt het hem niet zijn grenzen aan te geven of om te ontluiken. De verhoudingen in het gezin staan volledig op hun kop. Als Elsie weer eens kuren heeft als het gezin in Suriname verblijft en ze plotseling van de radar verdwijnt, beschrijft Maxwell haar als volgt aan de rechercheur: 'dat [Elsie] een wezen is dat tegen zichzelf vecht. Zo dualistisch dat ze in haar eigen staart bijt. Tegelijk oprecht en oneerlijk, openhartig en gesloten, complimenteus en beledigend, gelukkig en wanhopig. Haar sterke animale driften worden onderdrukt door haar beschaafd gedrag.' En daarin schuilt de tragiek van dit verhaal. Je ziet Elsie niet alleen langzaam ten onder gaan, maar ze neemt haar zoon Maxwell erin mee door hem steeds het gevoel te geven dat ze nog te redden valt. Op sommige momenten haat je haar en op andere momenten is ze die opgewekte dame die alle bouwvakkers uit de buurt op de koffie uitnodigt. Alhoewel, weinig ruimte om 'nee' te zeggen geeft ze ook de bouwvakkers niet. Ondanks alle ellende behoud je een luchtig gevoel tijdens het lezen. Meermaals ontschiet je een lach bij de zoveelste kolderieke situatie waarin Maxwell belandt, hoe dramatischer, hoe komischer opgeschreven. Met soepel proza word je achteloos geleid langs een thema als seksueel misbruik waarbij je bijna vergeet hoe heftig de gebeurtenissen zijn. Boogaard toont zich meester van het understatement en doet met zijn droge beschrijvingen van in- en intrieste situaties soms Grunbergiaans aan. Pas aan het eind van deze roman verandert de toon van de verteller. Maxwell vat zijn jeugd met Elsie samen op een manier die je met een brok in de keel achterlaat: 'Ik heb geprobeerd haar te motiveren en haar leven zin te geven. Het is niet de taak van een zoon om zoiets te doen.'