In deze openhartige en energiek geschreven teksten deelt ze haar genietingen met de lezer. Portnoy wendt haar eruditie aan als middel om het plezier te verhogen, nooit als een maniertje om de lezer te imponeren. De genegenheid die ze haar onderwerpen toedraagt komt voort uit de warmte die ze voor het leven zelf voelt. In Genietingen schrijft ze over het luisteren naar muziek, het lezen van boeken, het kijken naar mannen, reizen, het dragen van mooie kleding en in de ban raken van een schilderij...
Ethel Portnoy komt uit een Russisch-Joodse familie die naar de Verenigde Staten is geëmigreerd. Ze groeide op in de Bronx te New York. Portnoy studeerde Frans en Spaans en haalde op haar twintigste haar doctoraal Frans. In 1950 vertrok ze naar Europa en ontving een beurs voor de Universiteit van Lyon. In die periode ontmoette ze onder andere Rudy Kousbroek en Simon Vinkenoog. Ze kwam in aanraking met het werk van de Vijftigers.
Portnoy werkte voor de Unesco, maar besloot in 1962 zich geheel te wijden aan het schrijven. Ze publiceerde in weekbladen als Haagse Post en Vrij Nederland en ook in NRC Handelsblad. Veel van haar verhalen spelen zich af in de Bronx en gaan over multiculturisme en integratie.
Samen met Hanneke van Buuren en Hannemieke Postma richtte Portnoy het literair-feministische tijdschrift Chrysallis op. Ze publiceerde veel over vrouwelijke auteurs.
Niet alle teksten in dit boek vond ik even interessant, maar al met al was het wel weer een prettige leeservaring. Met name het laatste verhaal, Het groene paradijs, over haar tuin in Den Haag, is prachtig.
Grotendeels nog steeds lezenswaardige essays over zaken die het leven de moeite waard maken zoals het luisteren naar muziek, (voor Ethel Portnoy), het kijken naar mannen, gefascineerd zijn door een schilderij en natuurlijk het lezen van boeken.