Slapeloosheid is een hulpeloze en hopeloze toestand, waaruit Maarten Asscher zich tracht te bevrijden door zichzelf ’s nachts terug te brengen naar het vroegere huis van zijn grootouders in Londen. Zodra hij in gedachten door het huis loopt waar hij als kind jaarlijks logeerde, komt het verleden vanzelf tevoorschijn. Behalve de dierbare herinneringen aan de heerlijke zomers die hij daar doorbracht, verschijnen ook onvertelde verhalen over vroeger. Hoe waren zijn grootouders met hun drie kinderen de oorlog doorgekomen, nota bene na een verblijf in Westerbork? En waarom zijn ze ná de oorlog plotseling naar Engeland vertrokken? ’s Nachts zwervend door het dierbare huis en overdag speurend in de overgebleven brieven, dagboeken en officiële stukken, reconstrueert Asscher in Een huis in Engeland het levensverhaal van zijn grootouders. Het resultaat is een indrukwekkende autobiografische roman, met een knappe afwisseling tussen zwaar en licht, tussen intimiteit en geschiedenis, tussen het persoonlijke en het universeel-menselijke.
Maarten Asscher is schrijver, jurist en directeur van de Athenaeum Boekhandel in Amsterdam Hij werkte verder als uitgever, kunstambtenaar, recensent en columnist o.a. voor Vrij Nederland en het tv-programma Buitenhof. Eerder publiceerde hij onder meer een roman Het uur en de dag (2005) en een boek over Nederland H2Olland. Op zoek naar de bronnen van Nederland (2009).
Maarten Asscher trained as a lawyer, then became a writer and a publisher before turning to bookselling as director of the Athenaeum Bookshop in Amsterdam. He has published a collection of poetry Night Fodder (2002), a novel called The Hour and the Day (2005) and a book about the Netherlands and its water H2Olland (2009). Five of his books have appeared in German translation. He also translates poetry and has contributed columns to various newspapers.
4.5 sterren De schrijver deelt de enigszins weemoedige herinneringen aan zijn zomervakanties in het huis van zijn grootouders dat in Kew, Engeland staat. Hij heeft het huis heel beeldend beschreven, ik heb het idee dat ik er ook op bezoek ben geweest. Ik loop af en toe op die manier ook in gedachten door mijn ouderlijk huis, het staat nog zo scherp op mijn netvlies. Ik wou dat ik het zo kon beschrijven als Maarten Asscher heeft gedaan.
Ik zat te twijfelen tussen 3 en 4 sterren. Ik vind het een aardig boek maar af en toe verzandt het in beschrijvingen van het huis zonder dat het echt veel toevoegt. Ik had gehoopt op een wat meer diepgravend verhaal. Wel de moeite waard om te lezen en het boek bevat een aantal hele mooie beschrijvingen, maar er had meer in gezeten.
Liefdevol verhaal van de auteur over zijn grootouders en de vakanties die hij tijdens zijn jeugd bij hen doorbracht in hun huis in Kew, Londen op een steenworp afstand van de Royal Botanic Gardens. Extra indrukwekkend wordt het door het duistere randje dat het oorlogsverleden van zijn grootouders aan het boek meegeeft.
Maarten Asscher (1957) heeft een nieuwe roman uit. Of dat is toch hoe Een huis in Engeland wordt benoemd. Zijn carrière beslaat al zestien boeken in allerlei genres en in 2019 ontving hij de J.H. Donnerprijs voor zijn bijzondere verdiensten voor het Nederlandse boekenvak. Dit boek past – zonder dat deze boekverkoper, ex-uitgever en kunstambtenaar het kon weten toen hij dit boek schreef – perfect in de huidige tijden: het toont namelijk aan hoe men op kunstige wijze een beschrijving van slechts één huis breed kan uitsmeren over 256 pagina’s. Als een reisgids als het ware, waarin je kunt meereizen door de herinneringen van Asscher die hij heeft aan het huis van zijn grootouders aan vaderskant in Kew, Londen.
Die herinneringen aan het huis op 34, Pensford Avenue en zijn grootouders komen Asscher tegemoet als hij wordt geconfronteerd met zijn slapeloosheid en in zijn bed ligt te woelen en te piekeren. Dit adres springt om de andere pagina op als een soort irritant duiveltje uit een doosje: een herhaling die niet iedereen per se genegen is. In zijn bed liggend en de slaap vermijdend – want dit zou de beste manier zijn om uiteindelijk de slaap te vatten – besteedt hij zijn tijd dan maar aan het proberen op te halen van herinneringen aan de gelukkige zomers die hij als kind doorbracht bij zijn oma Roosje en ‘Oa’, aanspreeknaam voor zijn opa.
Tegelijkertijd graaft hij het verleden op van zijn joodse grootouders, en hoe zij hun leven hebben geleid sinds ze de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt en Kamp Westerbork hebben overleefd. Daar komen emoties door aan het licht die meer aanspreken, en de betrokkenheid met de lezer kunnen vergroten. Tussen de regels door kun je ook lezen dat Asschers grootouders een getroebleerde relatie hadden met zijn ouders. Maar daarover spreekt de auteur zich niet nadrukkelijk uit, en houdt hij zich als een objectieve waarnemer op de vlakte. Deze tweede verhaallijn over de oorlog beslaat echter nog geen 10% van zijn boek.
‘Mijn grootouders waren de twee zijden van de menselijke medaille: hij wist zich te verhouden tot de dingen, zij tot de mensen.’
Voor het merendeel gaat de aandacht in dit boek dus uit naar het huis in Engeland en de heel ‘stiff upper lip’-aandoende zomervakanties, die wel heel liefdevol en weemoedig overkomen, maar ook de langdradigheid uitdrukken zoals in de romans De avonden van Gerard Reve of Elias of Het gevecht met de nachtegalen van Maurice Gilliams, weliswaar op minder sublieme wijze. Dit boek van Asscher behandelt daarom meer onroerend dan ontroerend goed. De boekenkast in Oa’s studeerkamer zal menig lezer wel doen likkebaarden:
‘Als ik deze studeerkamer door de hoge deuropening betreed, zie ik meteen rechts om de hoek tegen de wand de grootste boekenkast ter wereld, met onderin dichte kasten en zes lagen boekenplanken met deuren ervoor die van geslepen glazen ruiten zijn voorzien. In feite zijn het meerdere boekenkasten naast elkaar, als één geheel gemaakt, alsof het een ondiep houten landhuis is.’
De zinnen van de auteur zijn echter te gehakkeld. Veel beeldspraak en metaforen komen er niet aan te pas. En waarom duikt ineens de Nederlandse schrijfwijze Theems in plaats van het Engelse Thames op terwijl er elders in het boek meer dan voldoende andere Engelse termen en korte zinnen opgenomen zijn?
De allitererende ‘zenachtige zinnen’ die in een handleiding staan van een Japans apparaatje om te helpen inslapen, zouden door een snel lezende ironische geest tot ‘zenuwachtige zinnen’ verbouwd kunnen worden. (Echt gebeurd!) Dat Japans apparaatje zou overigens niet echt nodig zijn als je dit boek voor je hebt. Dit boek van Asscher boeit niet voldoende en is ook niet erg interessant op literair vlak, het is in geen enkel opzicht een hoogvlieger.
Maarten wrote a fascinating story, where fiction and facts merges naturally. Facts: his grandparents an their children were deported to Westerbork in 1943. In 1947 they immigrated to England. More accurate: to 34 Pensford Avenue. Although Maarten suffers insomnia, in his dreams the house, his grandparents where he and his brother spent their holidays came alive. He slowly unravels the shocking family secrets. Fiction: did he remember while dreaming all those details? Is a human being, a young boy, able to recognize what happened more than forty years ago? Will it change the image he had of 34 Pensford Avenue and it’s inhabitans?
As I said, fascinating story, in such a style in which you recognize a great writer.
Nou vooruit. Moeizaam begin, naar het einde toe iets beter. Door de langdradige beschrijvingen verliest het verhaal aan kracht. 2 sterren afgerond naar boven....
Gemengde gevoelens over dit boek. Hij weet heel beeldend het huis in Engeland van zijn grootouders te beschrijven. Als je je ogen dicht doet en visualiseert dan dwaal je met hem mee door het huis heen. Maar er zijn ook hele stukken in het boek die ik totaal niet interessant vind. Hij verteld bijvoorbeeld zijn dromen en hij heeft geen idee wat ze betekenen. Ik dus ook niet. Verder een hoop gefilosofeer waar ik echt vermaakt door ben. Als laatste vind ik de manier waarop hij zijn grootvader verafgood erg overdreven. Ik twijfelde tussen twee en drie sterren (wanneer kunnen we nu eindelijk eens halve sterren geven?). Hij kreeg het voordeel van deze twijfel.
"Slaan doen mijn oma's handen niet, wel afwassen, koken, sinaasappels uitpersen, brood roosteren, eigenhandig kroketten en pindakaas maken en elke ochtend forse klonten boter verspreiden over een veelheid aan Keulse potjes en deze vervolgens zo glad tot de rand dichtsmeren dat iedereen aan de keukentafel een eigen gevuld boterpotje heeft staan: 'I believe in butter', zo luidt een van de vele huishoudelijke motto's van Oma."
Wat viel dit boek tegen. Meer een handleiding voor een interieurarchitect. Veel te detaillistisch in zijn beschrijvende herinnering van het huis van zijn opa en oma en te weinig een verhaal over zijn band met zijn grootouders en dan vooral de emotionele band. Het oorlogsverleden van zijn grootouders beslaat welgeteld tien pagina’s, niet echt een onderdeel om te noemen terwijl het wel op de achterflap staat. Jammer, had veel meer ingezeten.
Een heel mooi document voor de familieleden, maar als buitenstaander verlies ik snel mijn interesse. Hoewel de beschrijvingen goed zijn, merk ik dat de exacte weergave van een huis me niet voldoende kan boeien om geïnteresseerd door te lezen. Ook had ik op veel meer diepgang en beschrijving van de geschiedenis van de grootouders gehoopt. Not my cup of tea, helaas.
"Daar, in Engeland, staat een huis waar ik altijd welkom ben, waar ik nooit ouder word, en waar ik ieder hoekje, elke kamer, alle muren, schilderijen en meubels, zo goed ken als de vier hoeken van mijn eigen bed. (...) Ik weet geen betere, geen vertrouwdere plek, waar alles wat ik was en wie ik ben geworden zozeer in zijn oorsprong samenkomt en in elkaar past."
Het begon als een liefdevolle zeer gedetailleerde verteling van het huis en leven van zijn opa en oma en, met wat kleine zijstapjes, bleef het voor mij dat. Kocht het boek in de museumwinkel van Westerbork en had meer over het verleden van Oa en oma Roosje verwacht. Rond bladzijde 185 ben ik gestopt. Teveel opsommingen.
Las dit omdat ik zo'n fan ban van Engeland. Leuk om beschrijvingen te lezen van het land maar gaat vooral over het huis van de grootouders van de auteur dat in Kew staat, zijn relatie met hen (en hun relatie met elkaar) en de familiegeschiedenis (ook tav de Holocaust). Wist me niet heel erg te pakken maar wel goed geschreven.
Een mooie herinnering en liefdevolle beschrijving. Toch kon het boek me niet bekoren. Pas na de helft begon ik er in te komen, maar in het begin vond ik het erg stacato en weinig insprirerend qua schrijfstijl.
Een heel apart boek, wel interessant maar meer een herinnerings mijmering van een kleinkind dan een beeld van zijn familie in de oorlog. Je krijgt er niet helemaal grip op.
Gewoon zo onsamenhangend, verloren gaan in een overvloed van bijvoeglijkheden. De intentie van het verhaal verschijnt na 5 hoofdstukken nog steeds niet. Ik hou het helaas voor bekeken
Ik heb niet veel met het uitgangspunt van dit boek: het probleem van slapeloosheid te lijf gaan met het het stap voor stap rondgaan in een vertrouwde ruimte, in dit geval 34 Pensford Avenue in Londen. Dit adres wordt zo vaak nadrukkelijk herhaald dat de ongeinspireerdheid van deze onderneming pijnlijk wordt. Uiteraard zit hier wel een boeiend verhaal achter van het leven van zijn grootouders voor en tijdens WOII maar gaandeweg begon me de figuur van grootvader, die Oa genoemd wenst te worden (!), op te vallen. Zo lief, aardig en menselijk grootmoeder Roosje wordt getekend, zo rigide, tiranniek en egoïstisch komt Oa uit de verf. Deze man heeft uiterst vernuftig zijn eigen universum geschapen waarin hij heer en meester is en iedereen zijn wetten dient te volgen. Wat een hork. Ook de rol die de man heeft gespeeld in de familiegeschiedenis is ontluisterend. Zeer groot is mijn verbazing als Maarten en zijn broer aan het slot een bankje laten plaatsen in Kew Gardens als een eerbetoon aan beide grootouders. Is de loyaliteit die kinderen voelen ten aanzien van de naaste familie zo sterk dat ze niet herkennen dat hun respect ingegeven is door angst en niet door warme liefde? Zijn vader waarschuwde hem van deze geschiedenis af te blijven. Hij had mijn inziens beter naar hem geluisterd.
This entire review has been hidden because of spoilers.