De West-Indische Compagnie heerst over de Afrikaanse Goudkust. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan schreeuwen de plantages om goedkope arbeidskrachten, maar het aanbod is schaars. Afrikaanse koninkrijken en Europese compagnieën handelen volgens oude verdragen, die zorgvuldig worden nagekomen. Als in november 1687 een dorpje in het Denkyira-rijk door illegale slavenhalers wordt leeggeplukt, zijn daarom de rapen gaar. Hollanders, Zeeuwen, Brandenburgers en andere Europeanen vechten om de buit, terwijl lokale stammen proberen wapens te bemachtigen om zo hun invloed uit te breiden. Het resultaat: een moeras van intriges, corruptie en geweld. In die agressieve wereld leeft blank en zwart wantrouwend naast elkaar, verbonden door hebzucht en geteisterd door hitte, ziekte en armoede. Aldemar Burghoutsz, schipper van de Griffioen, probeert zijn ruimen vol te krijgen. Slaven brengen geld op. Zij zijn vee. Kroesvee. Kroesvee is een roman, met fictieve personen en gebeurtenissen. De grote lijnen zijn echter historisch en de (politieke/sociale/militaire) context is zo waarheidsgetrouw mogelijk geschetst. Decor, landschappen, forten en nederzettingen zijn authentiek en zo veel mogelijk gebaseerd op oude reisverslagen.
De naar het lijkt eeuwige Zwarte Pieten-discussie was voor John Meilink, in het dagelijkse leven werkzaam in de ICT, de drijfveer om over het slavernijverleden te gaan schrijven. In 2013 begon hij aan zijn debuutroman Kroesvee, dat in 2019 is uitgebracht en het eerste deel is van het vierluik Zonen van Jafhet, waarin de slavernijgeschiedenis van Nederland wordt uitgelicht, met name die van de zeventiende eeuw.
Het is eind 1687 als een dorpje in het binnenland van het koninkrijk Denkyira wordt overvallen door een groep slavenhandelaars. Op een vrouw en baby na – zij weten te vluchten – worden alle bewoners gevangengenomen. met als enige doel hen te verkopen. Daarvoor zijn verschillende gegadigden, zoals de Hollanders, Zeeuwen, maar ook andere Europeanen. Ondanks een bestand bevechten ze elkaar. Aan de andere kant doen enkele inheemse stammen er alles aan om wapens te bemachtigen. Dit heeft niet alleen tot gevolg dat niemand elkaar nog vertrouwt, maar ook dat het geweld toeneemt.
Het Nederlandse slavernijverleden houdt de gemoederen de laatste jaren flink bezig. Niet geheel ten onrechte, want van medio de zeventiende tot begin negentiende eeuw tierde deze mensenhandel welig. Veel auteurs hebben zich door het thema slavernij laten inspireren en in de meeste gevallen is dit gedaan vanuit het perspectief van de slaven, de onderdrukten. Meilink heeft voor een andere invalshoek gekozen en belicht het onderwerp – dat er hoe dan ook niet minder afschuwelijk door wordt – door de ogen van de handelaar. Deze insteek is origineel, vooral omdat de lezer hierdoor een realistisch overkomend beeld krijgt van de barbaarse praktijken van op geld beluste zee- en kooplieden. Desondanks komt het leed waaraan de slaven blootgesteld worden wel degelijk over, de auteur legt hier echter niet de nadruk op.
Kroesvee is volledig fictief, maar wel gebaseerd op waargebeurde en historische feiten. Een aantal in de roman genoemde personages heeft werkelijk bestaan en dat geldt eveneens voor het Afrikaanse gebied waar het verhaal zich voor een groot deel afspeelt. De gebeurtenissen in het boek verlopen overwegend chronologisch, maar er zijn enkele hoofdstukken die teruggaan naar een niet al te lang geleden verleden. Door deze flashbacks komt de lezer niet alleen te weten hoe een paar van de belangrijkste karakters in de zeevaart zijn beland, maar ook waarom ze in de slavenhandel terecht zijn gekomen. Verder wordt ieder hoofdstuk voorafgegaan door korte correspondentiefragmenten of verzen uit de Bijbel of de Koran. Het meest opvallende daarbij is dat in diverse Bijbelboeken al over slavernij wordt gesproken en dat het daarin zelfs goedgekeurd lijkt te worden.
De schrijfstijl van de auteur is over het algemeen toegankelijk en het taalgebruik is voor een groot deel afgestemd op de periode waarin alles plaatsvindt. Hierbij gebruikt Meilink terminologie die destijds gebruikelijk was en daarom is achter in het boek een uitgebreide en verklarende woordenlijst opgenomen. Toch wordt van veel woorden eveneens uitleg gegeven in het verhaal zelf of onderaan een pagina. Deze toelichtingen zijn zonder meer verhelderend, maar de lezer vraagt zich wel af waarom voor beide opties gekozen is. Dit komt enigszins inconsequent over. Natuurlijk is dit boek in de eerste plaats een roman, waarin een paar mooie vergelijkingen als ‘De hemel is schoon gewassen’ gehanteerd worden, maar desondanks bevat het ook verschillende spannende momenten.
Een jaar na verschijnen is Kroesvee opgenomen in de literatuurlijst van de nieuwe Canon van Nederland (venster VOC en WIC) en vanwege de geschiedkundige aard van de roman is dit niet onlogisch. Meilinks debuut, waarin diverse hoofdstukken voorzien zijn van toepasselijke illustraties, boeit en intrigeert van begin tot eind en geeft namelijk op een heldere manier, en zoals gezegd vanuit een ander perspectief, weer hoe een van de zwartste bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis eruitziet.
In de tijd waarin de boekenreeks zich afspeelt werd Jafeth gezien als de stamvader der Europeanen (m.a.w.: de blanken). Het geloof in hun superioriteit ten opzichte van andere rassen werd 'gestaafd' door een verhaal in het Oude Testament (Genesis 9:18-29), waarin Noach dronken en naakt in slaap was gevallen. Jafeths broer Cham had zijn vader in die toestand aangetroffen en bespotte hem tegenover zijn broers. Jafeth en diens andere broer Sem bedekten hun vader met een mantel, zonder naar hun naakte vader te hebben gekeken. Jafeth en Sem werden voor deze daad door Noach gezegend, terwijl Cham en zijn nakomelingen werden vervloekt.
De Hollandse protestanten waren tot en met het begin van de 17e eeuw mordicus tegen slavernij. Toen echter de plantages in de Braziliaanse koloniën (veroverd op de Portugezen) om grote aantallen goedkope arbeidskrachten vroegen ging men probleemloos overstag, en rechtvaardiging in de Bijbel werd snel gevonden.
Deel 1
Auteur:
John Meilink
(1961) debuteerde in 2020 met Kroesvee. In 2022 verscheen In Barbarije, de tweede roman uit de reeks Zonen van Jafeth, een vierluik over de Nederlandse slavernijgeschiedenis.
De term ‘kroesvee’ komt voor in de ladinglijsten van de Middelburgsche Commercie Compagnie (1720-1888), een latere concurrent van de West-Indische Compagnie.
Wijze van lezen:
Boek geleend via de bibliotheek
Uitgeverij: LM Publishing
Genre: historische fictie
Cover:
Op de cover een zwarte man die mij indringend aankijkt. Zijn ogen lijken in mijn ziel te kijken. Zijn handen gebald op zijn wangen zo de rest van zijn gezicht verbergend. Hij steunt op zijn elle bogen.
Deze foto maakt mij nieuwsgierig naar het verhaal.
De spil in het verhaal is Aldemar Burghoutsz, een schipper en slavenhaler uit Enkhuizen, van wie stapje voor stapje het levensverhaal wordt verteld.
"Zijn blik is afstandelijk, zijn gedachten ver weg. Hij lijkt haar niet eens op te merken. Ze wrijft over haar buik, die al dikker begint te worden, maar haar vreugde is getemperd. Ze ziet hem soms zitten, gehurkt op de binnenplaats van de bakkerij, turend in zijn eigen wereld.
‘Word wakker, Aldemar.’
Eindelijk reageert hij. Hij kijkt haar verbaasd aan, alsof hij haar niet heeft verwacht. ‘Waar is Gillis?’ vraagt hij, en ze hoort de paniek in zijn stem."
Een belangrijk historisch karakter in het boek is dat van Nicholaas Sweerts. Hij was directeur-generaal van de WIC van 1684 tot 1690 en had de leiding over alle Hollandse factorijen aan de Goudkust.
"God, denkt Sweerts, nog drie, vier jaar, dan heb ik mijn zakken gevuld. Kan ik eindelijk terug naar Holland en nadenken over een buitenhuisje aan de Vecht. Laten ze dan nóg maar eens zeggen dat ik geen kans had, die hoogmogenden met hun superieure arrogantie, ik ben nu verdomme zelf een regent."
Een andere hoofdrol is weggelegd voor Jean Baptiste Du Casse (1646-1715), een berucht kaper en - vanaf 1686 - Frans marineofficier.
"Zijn bemanning staat in de kuil en op het bakdek, en vanuit het hoofdruim ónder het dek ziet hij de naar boven gerichte gezichten van de Franse musketiers. ‘Nog even geduld’, zegt hij tegen hen, alsof hij kleine kinderen toespreekt. ‘Als we van boord gaan mogen jullie vechten.’ Hij grijnst. Hij heeft een brede, innemende lach waarmee hij snel vrienden maakt. ‘Maar eerst ga ik de kust verkennen. En terwijl ik weg ben poetsen jullie je geweren en je sabels, en je zorgt ervoor dat je bandelieren vol zijn en je kruit droog. En daarna zullen we eindelijk die Bataven verdrijven.’"
Het verhaal:
1687. De West-Indische Compagnie heerst over de Afrikaanse Goudkust. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan schreeuwen de plantages om goedkope arbeidskrachten, maar het aanbod is schaars. Als in de binnenlanden van het Denkyira koninkrijk de voltallige bevolking van een dorp gevangen wordt genomen zijn de rapen gaar. Hollanders, Zeeuwen, Brandenburgers en andere Europeanen vechten om de buit, terwijl inheemse stammen hun invloed trachten te vergroten en alles doen om moderne wapens in handen te krijgen. Het resultaat: een moeras van intriges, corruptie en geweld. In die agressieve wereld leven wit en zwart wantrouwend naast elkaar, verbonden door hebzucht en geteisterd door hitte, ziekte en armoede. Aldemar Burghoutsz, schipper van de Griffioen, probeert zijn ruimen vol te krijgen. Slaven brengen geld op. Zij zijn vee. Kroesvee.
Mijn leesbeleving:
De proloog is gelijk intens en zeer beeldend. Gedurende het gehele verhaal voelde het voor mij dat ik overal getuige van was.
Ik voelde de brandende zon op mijn huid, ik hoorde het geschreeuw van de handelaren, diverse geuren die ik niet kende prikkelden mijn neus, ik voelde de diepe angst van het opgejaagd worden, het beklemmende van het onderdrukte in toom gehouden worden, de schaamte van het gereduceerd worden van mens tot “kroesvee”. Afschuwelijk misselijkmakend en mensonterend. Maar haarscherp en zo realistisch beschreven.
Al deze gevoelens die door John Meilink aan de woorden zijn gegeven. Subliem. Gedurende het verhaal volg je als lezer het verleden en heden van diverse personages. En ook hier alsof je naast hen loopt wanneer je hun levens geschiedenis leest. Het verhaal is continu boeiend, fascinerend, rauw, afschuwelijk, hartverscheurend waardoor je door blijft lezen.
Ik vind dat de auteur er meer dan in geslaagd is om mij als lezer een kijkje in de geschiedenis te gunnen. Ik heb veel geleerd van het verhaal. Ik werd getrakteerd op een achtbaan aan emoties. Levendige dialogen tussen de personages. Verwrongen en verachtelijke opvattingen en gedragingen leren kennen.
Veel afschuiven op de bijbel en het geloof. Laat me niet lachen, het geloof als leidraad om datgene wat het daglicht niet kan verdragen recht te praten. En als de spreekwoordelijke zondvloed komt dan ook nog gelijk de Messias het water kunnen trotseren. Terwijl onschuldigen nooit het daglicht meer mochten aanschouwen. Het voelde alsof ik met hen naar de hemel opsteeg weg van folteringen, onrecht en nodeloze pijn. Ook hier die zeer levensechte beschrijvingen die me de adem benamen.
De plot is mooi gedaan. Je kijkt echt terug op wat je nu allemaal gelezen hebt. En wat dat betekent heeft. Op mij maakte het een diepe indruk.
Mijn mening:
Ik geef 5 sterren.
Vanaf de eerste letter gefascineerd en gegrepen door dit zeer beeldende, realistische en filmische verhaal. Sommige scènes deden in de verte denken aan Kunta Kinte uit Roots; trotse, tot in de kern prachtige mensen bewust gebroken en gereduceerd tot niets anders dan handelswaar.
De opbouw is rijk, boeiend en informatief. De diverse personages zijn gedetailleerd uitgewerkt. Je leert ze kennen in hun verleden en heden. Tijden en plaatsen en personages; er wordt op duidelijke wijze tussen geschakeld. De tekeningen in het boek vond ik treffend. Het leven van die tijd wordt vanuit diverse ooggetuigen verteld. Dat fascineert en maakt dat je door leest. Ik bevond mij voortdurend in een andere wereld.
Ondanks rauwe hartverscheurende gebeurtenissen genoot ik van dit verhaal. Een ieder die van geschiedenis houdt zou dit vierluik moeten lezen. John Meilink schrijft zo intens mooi. De plot is mooi. De weg ernaartoe continu interessant en spannend.
Achterin wordt alles prima uitgelegd door de auteur; onder andere over de ontstaansgeschiedenis van dit verhaal, een verklarende woordenlijst en bronvermelding. Voorin een duidelijke landkaart waar in de wereld het verhaal zich afspeelt.
Ik ga zeker verder lezen in deel twee In Barbarije.