« La Chine n’est plus communiste » : la rumeur s’est répandue, comme une évidence. Mais ne serait-ce pas le plus grand malentendu de notre époque ?Malgré l’ouverture économique de 1978, les mesures d’internationalisation des entreprises d’État, l’établissement de relations diplomatiques avec les puissances occidentales, la Chine demeure fidèle à ses racines rouges. « Le communisme est un idéal vers lequel nous devons tous tendre » affirment aujourd’hui encore les cadres du Parti.Renforcé par l’arrivée au pouvoir de Xi Jinping en 2013, le Parti communiste chinois s’infiltre au quotidien dans toutes les strates de la société : politique et économique, bien sûr, mais aussi culturelle, artistique, éducative, sociale ou religieuse, et ambitionne d’étendre cette influence à l’international.Il fallait bien sept années d’observation et plus de 400 entretiens menés par Alice Ekman auprès de hauts cadres du Parti et fonctionnaires, diplomates, représentants d’entreprises, chercheurs et étudiants pour parvenir à comprendre la Chine contemporaine, son fonctionnement, ses évolutions récentes et sa stratégie de puissance, dans un contexte périlleux de tensions avec les États-Unis et de rapprochement avec la Russie. Car, alors que l’idéal libéral est de plus en plus contesté, la Chine cherche désormais à s’imposer comme une puissance de référence, une « solution » pour le monde, selon les propres mots de Xi Jinping, pour un jour parvenir à la « disparition ultime du capitalisme et la victoire finale du socialisme ».
Is China vandaag socialistisch? Het is interessant om het ja-antwoord hierop voor de verandering niet te krijgen van een Losurdo, die er al het obligatoire jargon over de "ontwikkeling van de productiekrachten" bijhaalt, maar van een eloquente tegenstander van het Chinese systeem.
Het boek valt ruwweg uiteen in twee delen. Het eerste deel is een reeks van tien "vaststellingen" over het politieke bestel in China sinds de aantreding van Xi Jinping. Alice Ekman besteedt daarbij aandacht aan o.a. de blijvende rol van het marxisme-leninisme in het discours van de Chinese Communistische Partij, de vaak onderschatte greep die de partij nog altijd heeft op de Chinese economie, maar ook de verregaande politieke centralisatie en de manier waarop de CCP media, universiteiten, denktanks en technologieën boetseert tot instrumenten om haar visie te verspreiden.
Het tweede deel gaat over de impact van deze blijvende, zelfs groeiende socialistische insteek op China's binnen- en buitenlandse politiek. Hieruit blijkt dat China denkt in termen van een strategie op lange termijn om het socialisme, of haar eigen versie daarvan, meer en meer het globale overwicht te doen krijgen op het kapitalisme, een proces dat (aldus de CCP) minstens vele decennia zal duren. Via de projecten van de Nieuwe Zijderoute probeert China zich ook als politiek en economisch model te profileren voor landen in het Zuiden.
In een van de latere hoofdstukken stipt Ekman aan dat de rigide centralisatie van de Chinese diplomatie tegelijk een zegen en een vloek is. Een zegen, want China kan haar visie uiterst efficiënt uitdragen. Een vloek, want de rigiditeit maakt haar aanpak doorzichtig en star - als een raderwerkje dat steeds in dezelfde cirkels draait. Elke Chinese diplomaat moet zich beperken tot het herhalen van dezelfde slogans en sleutelwoorden. Het gevolg is een verzwakte overtuigingskracht, want het statische karakter van de boodschap spat er vanaf, en een vermoeide houding onder de diplomaten zelf, die het beu zijn om voorgekauwde debatfiches af te rammelen.
De CCP schiet dan ook soms haar eigen belangen in de knie, ondanks haar tactische talenten. Ekman geeft het voorbeeld van het lange en moeizame lobbywerk dat China deed om voet aan de grond te krijgen in Interpol. Die behendige diplomatie wierp vruchten af: de politicus Meng Hongwei werd in 2016 de eerste Chinese voorzitter van Interpol. Maar twee jaar later arresteerde China Meng op grond van zijn gebrekkige partijdiscipline. Zo verknalde de CCP in één klap al het minutieuze werk dat ze had geleverd om aan de top te komen van de machtigste politieorganisatie ter wereld, ironisch genoeg om geen andere reden dan dolgedraaide controledrang.
Je kunt ook denken aan de invloed die repressie heeft op het enthousiasme van de Chinese bevolking voor de CCP. Ekman heeft het ergens over een academicus die een scriptie wou schrijven over prerevolutionaire Chinese poëzie. Maar hij werd plotseling verplicht om in de plaats daarvan te schrijven over het bestuur van "culturele megapolen", een officieel gepromoot prestigeproject in de regio waar zijn universiteit gevestigd was. Door onderzoek en kunst te beperken die geen rechtstreeks "nut" hebben voor de regering, creëert China een nog veel extremere versie van de erosie van onnuttig geachte studiedomeinen die we onder het kapitalisme zien, zoals het verdwijnen van opleidingen slavistiek een paar jaar terug. Versterkt dat het geloof van de Chinezen in het socialisme en wat dat hen kan bieden?
Ik ben mij ervan bewust dat "democratische vrijheden" op dat vlak minder doorwegen dan economische welvaart. Dat geldt a forteriori in een ontwikkelingsland, wat China ondanks alles nog steeds is. De ongeziene armoedereductie van de laatste decennia betekent een kolossale sprong voorwaarts (hihi) en zorgt er logischerwijze voor dat Chinezen positiever tegenover hun eigen regering staan dan Amerikanen of Belgen. Ik wil niet meegaan in de uitvergrote rol die westerlingen soms toekennen aan het universele belang van democratie.
Maar ik weiger evengoed om in de tegengestelde val te trappen: het idee dat mensen in China, puur omdat ze er economisch op vooruitgaan, geen nood zouden voelen om hun eigen land te bevragen, zich cultureel te ontplooien, een mate van privacy of religieuze vrijheid te behouden, of toegang te hebben tot journalistiek met een ander uitgangspunt dan citaten van Xi Jinping. Als er iets is dat marxisten van oudsher erkend hebben, is het wel dat de noden van mensen niet dezelfde zijn als die van productie- en consumptierobotten. En als China tegen 2049 niet alleen hoopt te domineren qua industriële slagkracht, maar ook op cultureel en intellectueel vlak, dan maakt dat de culturele vrijheid van haar bevolking des te pertinenter.
Er valt een bredere discussie te voeren over de "autoritaire" manier waarop China haar interne orde handhaaft. Voorzover de CCP haar repressieve macht aanwendt tegen miljardairs en multinationals, om te vermijden dat die buiten de lijntjes van hun getolereerde rol kleuren, zie ik niet zo'n probleem met haar autoritarisme. Dat ondernemers in het vizier worden genomen, is een essentieel tegengewicht voor de klassemacht die ze accumuleren. Het lijkt mij ook ronduit een lovenswaardigere houding om tegenover het grootkapitaal aan te nemen dan het gepamper dat we in het Westen kennen.
Maar het probleem is dat het daar niet stopt. Tenzij je moedwillig wegkijkt, kun je er niet omheen dat surveillance, censuur en loyaliteitsproeven (zoals de app Xuexi Qiangguo die je kennis over Xi Jinpings visies toetst) een realiteit vormen voor de hele Chinese bevolking, van de onbenulligste klerk tot de mondigste diplomaat. En je mag dan stellen dat al die repressie in dienst van "het socialisme" staat, en over de waarde van die rechtvaardiging kan gediscussieerd worden (ik ben zelf niet overtuigd dat het droogleggen van elk maatschappelijk debat helpt om je systeem te legitimeren), maar dát de repressie bestaat, daar hoeft ook pro-Chinees links geen doekjes om te winden.
Kan socialisme en centrale planning bestaan zonder een minimum aan repressie? Vast niet: bottomline moet je vermijden dat voormalige of opkomende elites zich organiseren om het systeem omver te werpen en de staatsmacht te heroveren. Maar waar ligt de grens? De moeilijkheid ligt erin dat, als één enkele instantie (zoals de CCP) een totale vrijgeleide heeft om daarover te beslissen, die instantie altijd het zekere voor het onzekere zal nemen. Ze gaat geen "evenwichtsoefening" aangaan tussen haar eigen belang en de politieke vrijheden van gemiddelde arbeiders; al helemaal niet als ze zichzelf wijsmaakt dat die vrijheden eigenlijk tegen het objectieve klassebelang van diezelfde arbeiders indruisen.
De hamvraag is dus hoe je enerzijds een centrale actor de economie kunt laten plannen - het ideaal van een Verenigd Front, waarbij alle machtsgroepen akkoordgaan met het socialisme als vertrekpunt - en anderzijds een soort checks & balances hebben die vermijdt dat dat instituut zelfs de constructiefste criticaster onderdrukt. Hoe kun je één partij, één instantie een "gidsende rol" toebedelen zonder dat het ontaardt tot het soort burleske schijndemocratie dat China is? En zonder dat zo'n partij ook zichzelf pootjelapt door haar verkrampte reflexen (cf. de Interpol-situatie, maar denk ook aan de USSR die haar capabelste generaals fusilleert aan de vooravond van de Duitse invasie)? Een simpel antwoord op al die kwesties is er niet. Het spreekt alleszins in Alice Ekmans voordeel dat ze die vragen doet rijzen door het scherpe en ontnuchterende beeld dat ze schetst van de Chinese politiek.
Je ne sais pas si ça se fait de noter un essai, un document, une analyse géopolitique quand on y connaît que peu de choses... mais bon. Essai passionnant sur la Chine et ses objectifs dans le monde... sa politique, ses erreurs, ses ambitions. Un ouvrage qui fait froid dans le dos mais qui gagne à être connu.
Lecture intéressante, qui se découpe en deux parties : - La première explique, en dix points, en quoi la Chine est toujours un pays communiste, bien que ce communisme soit spécifique au pays (idéologie, propagande, marxisme, notion d'auto-critique et auto-évaluation...) - La seconde évalue ses conséquences sur le monde politique et celui des affaires.
Si j'ai bien aimé la première partie, qui m'a aussi appris pas mal de choses et en lesquelles j'ai reconnu des héritages dans mon entreprise, qui est un groupe chinois ("on passe tellement de temps à s'auto-évaluer qu'on n'a plus le temps de produire de nouvelles réflexions"), la seconde partie m'a semblé un peu trop théorique et j'aurais aimé plus d'aspects pratiques dans les conséquences économiques notamment. Il est une chose que de savoir que la Chine est toujours "communiste" et son histoire depuis Mai et surtout le libéralisme avec Dengxiaoping, mais c'est autre chose que d'en évaluer l'impact sur les entreprises et le monde des affaires aujourd'hui.
A partir d'une question "la Chine est-elle encore communiste?", l'autrice nous entraîne dans la société contemporaine chinoise et démontre l'omniprésence du parti communiste à tous les niveaux. C'est passionnant, facile à lire et éclairant. Je n'y connaissais pas grand chose au système politique chinois, je sors de ma lecture un peu plus informée sur les intentions nationales et internationales de la deuxième puissance économique mondiale.
Le titre m'ayant plus toute suite, après j'avais peur de ce que j'allais trouver dans le livre mais je suis très franchement agréablement surpris. La Chine cette grande nation, comment la connaître elle et ses rouages, elle et les fameuse route de la soie, la Chine et le Parti Communiste Chinois. Ce livre est fais pour la comprendre et apprendre d'avantage.