‘We weten maar één ding zeker in ons leven en dat is dat we op een dag dood zullen gaan. Dat weet je al zodra je als kind oud genoeg bent, omstreeks het vijfde levensjaar, om te snappen wat dood betekent. Maar als we ergens een hekel aan hebben, is het wel nadenken over onze sterfelijkheid. We stoppen de gedachte hieraan zo ver mogelijk weg en wanen ons onsterfelijk. Totdat de ook voor de deur staat. Dan moeten we er halsoverkop, tijdens het sterfproces, mee leren omgaan.’
Dit is een boek over sterven, maar het is geen triest boek, wel een boek dat je doet nadenken over hoe je zelf wil sterven, als het ooit zo ver moet komen (en dan gaat het niet over een plots overlijden, maar over doodgaan na een ziekbed). Hoe pak je dat aan, voor jezelf, maar ook naar je naasten toe?
Barbara van Beukering spreekt uit eigen ervaring, gebaseerd op de verliezen die ze zelf al meemaakte. Ook laat ze partners/kinderen/vrienden van Bekende Nederlanders al het woord, over hoe zij hun geliefde verloren zijn. Dit laatste is misschien een marketingtruc, want een boek gebaseerd op bekende personen verkoopt misschien net iets beter, maar het hadden net zo goed onbekende personen kunnen zijn, die over hun verlieservaring spreken. Het gaat er tenslotte om wat je eruit kunt halen.
Ook haalt ze er de mening van vele specialisten bij, wat wél een toegevoegde waarde heeft, omdat het een bepaald kader schept.
Een natuurlijke dood, euthanasie, palliatieve sedatie, het komt allemaal aan bod, met verschillende verhalen en verschillende meningen.
Een goed boek om stil te staan bij sterven, wat we inderdaad veel te weinig doen, en vaak pas op het moment dat het zo ver is.