Het zijn vreemde tijden, met veel zorgwekkende ontwikkelingen op politiek, cultureel, maatschappelijk en ecologisch gebied. Daardoor kijkt Joris Luyendijk voor het eerst in zijn leven niet met onvoorwaardelijk vertrouwen naar de toekomst. Tegelijk weet hij dat er ongekend veel goed gaat in de wereld. Het probleem is alleen dat dit lang niet altijd goed zichtbaar is. Daarom vroeg Luyendijk aan 100 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars: "Hoe hou jij hoop?' Gerard 't Hooft (Nobelprijswinnaar Natuurkunde), Louise Vet (hoogleraar Ecologie), Bibian Mentel (atleet), Stine Jensen (filosoof), Micha Wertheim (cabaretier), Griet Op de Beeck (schrijver), Merlijn Twaalfhoven (componist), Jeroen Smit (journalist), Dick Swaab (hersenwetenschapper), Kim Putters (directeur Sociaal en Cultureel Planbureau), Lavinia Meijer (harpist) en 89 andere experts geven in dit boek hun antwoord. Het resultaat is een verzameling verrassende inzichten die duidelijke vooruitgang laten zien. Kortom: honderd keer hoop.
Ik werd in 1971 geboren in Amsterdam, maar groeide vanaf mijn vijfde op in Hilversum, een dorp onder de rook van de hoofdstad. In 1990 kreeg ik de kans om een jaar in Amerika te gaan studeren en ik dacht met mijn Hollandse kop: als ik nou een universiteit kies in het midden van het land, zit ik lekker centraal. Zo kwam ik terecht in Kansas, en ik denk niet dat ik ooit nog zo geïsoleerd zal wonen. Mensen daar zijn al trots als ze op de kaart kunnen aanwijzen dat Europa boven Afrika ligt. Na een heerlijk jaar tussen optimistische mensen ging ik in Amsterdam studeren, wat uitmondde in een zwerftocht van politicologie, via geschiedenis, naar Arabische en religieuze antropologie. In 1995 deed ik een jaar onderzoek onder Egyptische leeftijdsgenoten, en dat leverde in 1998 naast een doctoraal ook een boek op, Een goede man slaat soms zijn vrouw.
Dat boek was weer reden voor de Volkskrant en het Radio 1 Journaal om me als correspondent Arabische Wereld te vragen. Ik bleef in het Midden-Oosten tot april 2003, waarvan de laatste drie jaar voor NRC Handelsblad en de NOS. Over deze meeslepende en verwarrende tijd gaat mijn derde boek, Het zijn net mensen. In 2001 heb ik ook nog Een tipje van de sluier geschreven, over de islam, maar dat is gedateerd en dus niet langer leverbaar. Vanaf 2003 tot 2011 woonde ik weer in Nederland. Ik deed een paar series interviews voor de televisie en bedacht samen met de Litouwse bioloog Raoul H. het programma Heerlijk eerlijk Heertje.
Toen stortte ik mij een tijdje op duurzaamheid en de elektrische auto, met als hoogtepunt de instelling van de Elektrische scriptieprijs 2010 en 2011. In september 2010 werd ik gevraagd om een maand mee te lopen op het Binnenhof in Den Haag. Dat leverde Je hebt het niet van mij, maar… op, waar sommige collega’s nogal boos over werden. Dat was wel grappig om te zien. Kort na verschijning vroeg The Guardian mij om voor ze te komen werken in Londen, en dat is dus wat ik tegenwoordig doe. Ik heb daar een blog waarvoor ik vanuit antropologisch perspectief de financiële wereld beschrijf. Het is erg leuk om te doen, en flink wennen om in het Engels te schrijven. Londen is een geweldige stad, het New York van Europa, en ik hoop er nog wel even te blijven.
In dit boek geven 100 mensen inzicht in wat hen hoop geeft. Sommige inzichten verrasten me positief en belichtten duidelijke vooruitgang/hoop. Het is leuk om te zien uit welke variatie aan onderwerpen deze mensen hoop putten. Toch vind ik dat andere inzichten alweer outdated zijn, ondanks dat het boek vijf jaar geleden is uitgebracht. Prima collectie van inzichten.
Ik lees af en toe een stukje "Hoop" en de kwaliteit van de inzendingen is zo wisselend dat ik er niet meer dan twee sterren voor kan geven. Jammer van de pareltjes die er ook tussen zitten, het merendeel lijken reclamepraatjes voor de initiatieven van de auteurs.
Hoop - 100 vrolijkmakers Jim Stolze, Jeroen Smit, Thomas Rau, Bas van Afas, Steven Schuit, wie kent ze niet en waardeert hun mening niet? Ik wel! Het zijn zomaar 6 van de 100 mensen die bijdroegen aan alweer de vijfde editie van Nederland in ideeën, een serie die ik óók erg waardeer. Deze uitgave gaat over Hoop en is samengesteld door Joris Luyendijk, die ik óók erg waardeer. Dat kan dus bijna niet fout gaan, dit boek.
Inderdaad leverde dit boek mij veel plezier en ook inspiratie op! Zo wist ik niet dat men al voedsel kan verbouwen dat precies past bij de behoeften van jouw DNA. Jim Stolze is hoopvol dat met zo’n datagedreven landbouw we straks op een duurzame manier 9 miljard mensen kunnen voeden. Jeroen Smit vertelt over het bedrijf Inkless, dat printers maakt die letter branden, niet printen. Hij hoopt dat daarmee zijn grootste hobby, lezen, veel duurzamer kan. Thomas Rau is hoopvol dat door het Materiaalpaspoort en het Madaster verplicht te stellen, wij steeds circulairder naar de wereld kijken. Bas van der Veldt, CEO van softwarebedrijf AFAS, pleit vrij onverwacht voor minder mobiel en vluchtig nieuws, en meer aandacht en achtergronden. Mooi! Steven Schuit, Corporate Governance guru, vindt de toenemende aandacht voor duurzaamheid bij bedrijven hoopvol.
Maar ook bij de 94 andere, en voor mij minder bekende, schrijvers van de korte hoopvolle hoofdstukjes is veel te halen. Natuurkundige Frans Saris komt met een methode om CO2 met behulp van waterstof te recyclen tot kerosine. Nederland zou wereldleider kunnen worden met deze technologie. Zou dat niet geweldig zijn? Chazia Mourali gooit het over een heel andere boeg met haar betoog over de charity shops èn looft en passant een koper die een echte designer-tas, waar ze maar een habbekrats voor had betaald, terugbracht. Daar kon de charity shop véél meer voor vragen! Hoopvol, zulke oprechtheid. Stefan van der Stigchel prikt een paar onderzoeksresultaten uit de cognitieve psychologie door, waaronder de mythe dat je vrolijk wordt door een potlood tussen je tanden te stoppen, zo een glimlach simulerend. Veel onderzoeken blijken bij herhaling niet te kloppen, maar hij vindt deze replicatiecrisis juist vooruitgang: van fouten leer je en worden de onderzoeken steeds beter.
Er is voor ieder wat wils in dit gevarieerde boek: kunst en cultuur, natuur, muziek, politiek. Doordat er zoveel verschillende mensen met verschillende achtergronden aan hebben bijgedragen is elk hoofdstuk weer een verrassing. Joris Luyendijk heeft er een uitstekend leesbaar geheel van gemaakt.
Van een potlood tussen je tanden word je niet vrolijk, van dit hoopvolle boek zeker wèl.
Elly Stroo Cloeck is projectmanager en auteur bij ESCIA. Ze schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken, verzorgt managementboek-gebaseerde permanente educatie èn is jurylid voor ‘Managementboek van het jaar 2020’.
Heerlijk boek en heel inspirerend! 100 Korte verhalen (2 à 3 A4) over wat mensen hoop geeft en werkelijk álle verhalen zijn goed, leuk, aanstekelijk geschreven, geen een uitgezonderd. Bij de een spat de hoop er wat meer vanaf dan bij de ander, waar de hoop er heel soms moet worden bijgesleept. Ik las elke avond voor het slapen gaan een of meerdere verhalen, heel prettig voor de nachtrust!
In ‘Dit kan niet waar zijn: onder bankiers’ schetste Joris Luyendijk de situatie van de financiële sector met de conclusie dat de instellingen die ervoor moeten zorgen dat de economie functioneert de wereld in de afgrond kunnen doen storten. Dat boek is al uit 2015 en gezien de latere geschiedenis (de crisis) kunnen we wel stellen dat deze sector nog al voor problemen heeft gezorgd. Maar we zijn 2019 en Joris Luyendijk was blijkbaar wel benieuwd of er ook nog hoop bestaat in deze wereld. In zijn nieuwste boek, genaamd ‘Hoop’, geeft hij 100 personen het woord die uit verschillende facetten van de bevolking komen zoals: wetenschappers, kunstenaars en ondernemers.
Ik weet niet hoe het zit met de rest van Nederland, maar hier zeggen we wel eens: Hopen? Hopen doe je maar op de wc. Oftewel je moet niet zitten te hopen op verbeteringen, maar er zelf actief iets mee doen. Allemaal leuk en aardig natuurlijk, maar je kunt er niet altijd zelf iets aan doen. Sommige zaken overstijgen het individu en worden beheerst door de kracht van de maatschappij. Dus ben je een anders denkende dan kan de maatschappelijke druk behoorlijk op je inwerken. Was je 100 jaar geleden een lesbienne of een meisje in een jongenslichaam dan zat je wel met een ernstig probleem. En trouwde je toch maar met die ene man of werd je toch de man die je zelf niet wilde zijn. Want anders had je geen leven in de plaats waar je woonde (je kon misschien wel verhuizen naar de grote stad, maar dat was ook niet altijd een oplossing). En alleen maar omdat de rest van de maatschappij er niets van wilde weten dat je je anders gedroeg. In de huidige tijd is er wel iets veranderd. Al is er voor velen nog een lange weg te gaan. Maar ik merk bij de jeugd, die ik tegenkom, dat er flink wat aan het veranderen is. De meeste staan er veel meer voor open. En lijken in dat opzichte een stuk wereldwijzer te zijn dan de jeugd in de tijd dat ik die leeftijd had (mij inclusief). Onze wereld was dan ook een stuk kleiner. Het internet bestond nog niet. Onze wereld was het dorp en misschien enkele dorpen in de directe omgeving (en de dichtstbijzijnde stad). De enige kleurling was een geadopteerd kind. Als iemand homoseksueel was dan merkte je dat niet. Het woord transgender was bij ons ook niet bekent. Een meisje was een meisje, een jongen was een jongen. Pas toen ik zelf volwassen was hoorde ik dat een oud klasgenoot van de Havo nu als vrouw door het leven ging. Dat had ik nooit verwacht en was dan ook zeer bijzonder. Ik zal eerlijk zijn, toen kwam het over als iets onnatuurlijks, maar over de jaren heb ik steeds meer respect gekregen voor deze vrouw om de transformatie toch te doorlopen. Tegenwoordig gaat dat al stukken makkelijker. Al op jonge leeftijd beginnen sommige kinderen al aan hun transformatie. Zodra ze volwassen zijn zie je amper of ze wel of niet datgene zijn wat ze zijn. Zag je vroeger nog bij de vrouw een adamsappel, door het vroeg gebruiken van hormonen zie je dat nu niet meer. Voor dit soort personen natuurlijk een prachtig geschenk. Als ik zelf zo in elkaar had gezeten dan weet ik wel hoe blij ik zou zijn geweest. Maar voor mij als heteroman is het wel lastig. Dit is echter onbelangrijk. Dat heeft de vergroting van de wereld door internet mij wel geleerd. En ik merk aan de jeugd dat zij dat grotendeels ook zo oppakken. Je merkt het bijvoorbeeld op social media platvormen. En dan vooral als je meegaat in de nieuwere vormen van social media. De oudere platvormen worden vooral gebruikt door de oudere generatie en hoe nieuwer het platform hoe meer jeugd erop zit. Het is een verademing om te zien hoe de jeugd daar met elkaar (maar ook met de oudere) omgaat. Zitten er op de oudere platvormen nog veel haters, die anderen voor alles en nog wat uitmaken. Worden deze op de nieuwere platvormen een stuk minder getolereerd. Er straalt meer liefde en mededogen vanaf. Ik benoem expliciet niet de namen van die platvormen, want ik hoop werkelijk dat deze haters gewoon compleet verdwijnen en geen nieuwe plek vinden. Een ander gebied waar je merkt dat er veranderingen spelen is de literatuur. De laatste jaren komen er steeds meer LGBT boeken op de markt. Er is vraag naar, dus het aanbod volgt. Ik lees ze zelf ook wel eens. Puur uit interesse. Want het is een manier om een beeld te krijgen van hun wereld. Hun gevoelens en de muren waar ze tegenoplopen. Gelukkig wordt dit genre steeds beter (van Gerard Reve zijn oeuvre blijf ik na het lezen van De vierde man, liever af). Tot nog toe blijft het bij LGBT, maar ik gok dat het genre gaat groeien tot LGBTQIAP. Nee, ik ga deze afkorting niet uitschrijven, google het voor kennis vergaring maar eens zelf. Al met al zet ik mijn hoop dus op de jeugd. Een groep die nu al een stuk wereldwijzer is dan dat wij waren in onze jeugd. Ik hoop alleen dat ze zich niet laten corrumperen door de oudere groep. De Grieken en Romeinen waren al zeer vrij denkend en dat wereld denken is op een gegeven moment ook uitgestorven. Laten we de hoop houden dat we in dit tijdperk er slimmer mee om weten te gaan en het ook weten te behouden.
Als je het voorgaande hebt gelezen en je gaat ‘Hoop‘ van Joris Luyendijk lezen, dan heb je het antwoord van 101 personen op de vraag: ‘Hoe hou jij hoop?’. En hopelijk zet dit jezelf ook aan om je hoop uit te spreken en hoop door te geven. In ‘Hoop’ vind je nog veel betere schrijfsels dan dit, van mensen die veel wijzer zijn dan ik, maar ze zijn allemaal zo rond de 2 á 3 pagina’s lang. Makkelijk voor als je zo nu en dan eens een paar pagina’s wilt lezen. Daarnaast zijn de verschillende antwoorden op thema gesorteerd. Dus als je wat langere sessies wilt lezen dan kun je ook een serie van antwoorden achter elkaar lezen met hetzelfde thema. De meeste antwoorden lezen makkelijk weg en zijn interessant om te lezen. Al zal het ene antwoord beter bij je vallen dan de andere. Gelukkig zijn ze kort genoeg om je er niet aan te hoeven ergeren (mocht dit überhaupt gebeuren). Maar blijf vooral hopen, al is het maar op de wc.
Ik heb het idee dat de antwoorden niet in de eigen woorden van de schrijver werden gezet(wat wel beter zou zijn). Ik ken die Bnr's niet, dus voor mij was de impact alleen de woorden en de titel van de persoon. Steeds wisselen van persoon merkte ik dat een ander toon werd gezet, begrijpelijk, maar had toch liever een eigen samenvatting.
Ik heb tot blz 210 gelezen, maar kostte veel moeite. Sorry 1 ster van mij. Leuk idee maar kon beter samengevat worden.
Verbazingwekkend hoe weinig je kan vertellen in 100 mini-essays. Twee pagina's die samen waarschijnlijk nog geen A4 vormen zijn simpelweg niet genoeg voor een goed verhaal over hoop, dat heb ik van dit boek geleerd. De essays die me aan het denken hebben gezet zijn op één hand te tellen. Er waren verder best aardige stukjes, maar niets écht interessants.
Een halve ster bonus voor de stagiair die dit boek hoogstwaarschijnlijk mogelijk heeft gemaakt.