Ieder mens verlangt naar een zinvol en waardevol leven. We geven daar op eigen manier vorm aan in onze seculiere samenleving. Maar waar komt dat verlangen naar zin en waarde vandaan? Hoe kunnen we erover met elkaar in gesprek gaan? Kunnen levensbeschouwelijke tradities ons zoeken naar zin nog verrijken?
Het verlangen naar zin biedt een nieuwe visie op zingeving en levensbeschouwing. De nadruk ligt op het aandachtig en verbeeldingsvol onderzoeken wat de wereld te bieden heeft. Een zinvol bestaan wordt mogelijk waar we afstemmen op de unieke waarde van wat ons omringt. Met voorbeelden uit de kunst, literatuur en filosofie maakt Hans Alma duidelijk hoe we dat kunnen doen.
Uit het voorwoord van Edel Maex, psychiater en zenleraar: ‘Hans Alma gaat op zoek naar wat bestaan zinvol kan maken. Ze gaat niet op zoek naar oude of nieuwe systemen maar naar het gewone, naar datgene wat mensen altijd al gedaan hebben. En ze gaat op zoek naar woorden, vaak dagelijkse woorden, herkenbare woorden.
Gastprofessor hedendaags humanisme aan de Uni van Brussel Hans Alma vindt dat er veel wijsheid schuilt in (religieuze) levensbeschouwingen, maar heeft een afkeer van de verstarring en disciplinering die deze teweeg hebben gebracht. Haar boek is geen zelfhulpboek: “Mijn visie op zin is geworteld in cultuurkritiek.” Ze stelt dat onze blik is gekleurd door economisch denken met een instrumentele manier van waarnemen: wat kunnen we gebruiken, waaraan kunnen we verdienen.
Verlangen naar zin komt uit onze prilste jeugd: een baby ervaart lust in aangename temperatuur, zachte stof en strelingen, prettige geluiden, en onlust in koude, harde materialen, pijn en lawaai. Veel later in onze levens ervaren we momenten van “intensivering van een alledaagse ervaring”. “Kenmerkend is dat we even uit onze zelfbeslotenheid getild worden en ons deel voelen uitmaken van een geheel dat groter is dan wijzelf: (...) transcendentie.”
Tot zover is het betoog van Alma nog wel te volgen. Wat volgt is een stroom associaties en anekdotes die op mij zo persoonlijk overkomen dat ik de rode draad en de algemene geldigheid mis. Mevrouw Alma gebruikt voor mij te vaak het woord ‘ik’ in formuleringen als: “Ik bedoel met...”, “Ik noem dat...”, “Op mijn zoektocht stuitte ik op het begrip...” etc. Het geheel komt op mij meer over als de behoefte van een vrouw om zich voor een (lezer)publiek te uiten dan als een poging tot een betoog. Ik citeer Alma: “Charles Taylor stelt dat we een subtiele taal nodig hebben om iets tot uitdrukking te brengen van wat waar voor ons voelt nadat we vanzelfsprekende patronen doorbroken hebben. (...) Dat hoeft niet per se in verbale vorm te gebeuren. (...) Waar we toch voor taal kiezen, zijn poëzie of een verhaal vaak meer geschikt dan een theoretisch betoog.” Klinkt als een wijs man, die Taylor...
Voor mij weinig vernieuwend helaas, maar dat zal te maken hebben met hoeveel ik al van Alma gelezen heb. Helaas ook niet zo bruikbaar voor m’n thesis als ik hoopte. Wel een aanrader voor mensen die het begrip resonantie niet kennen want ik heb het daar vrij vaak over volgens mij en dat komt van Hans Alma.
“Wat brengt deze vorm, deze kleur, deze verfstreek in mij teweeg? Tussen mij en het schilderij komt iets in beweging, er komt een proces op gang waarin het kunstwerk met eigen stem tot mij ‘spreekt’. Kan ik daarnaar luisteren of dring ik mijn eigen betekenissen op? Wat zie ik dat mij tot een bepaalde interpretatie doet komen? Kan ik die verankeren in iets wat ook voor anderen waarneembaar is? Kan ik steeds weer teruggaan naar wat ik zie om de eigen rijkdom daarvan te ondergaan? Kan ik steeds meer ontdekken, ook wanneer ik denk dat ik uitgekeken ben?17 Deze manier van kijken tilt me uit mezelf: het schilderij verschijnt als ‘ander’ die me iets te zeggen heeft. Het verbeeldingsvolle proces is op gang gekomen. Ik zet een volgende stap in mijn poging het te begrijpen
Hoezeer we ons ook openen voor de ander, we nemen nooit geheel onbevangen waar. We brengen altijd onze eigen bagage mee in hoe we kijken of luisteren en daar betekenis aan toekennen. We putten hierbij uit verschillende bronnen. Een belangrijke bron is onze levenservaring. Alles wat we hebben meegemaakt werkt door in hoe we de huidige situatie waarnemen.”
"Richting geven aan ons leven lijkt waarschijnlijk meer op een ambacht waarin het proces van vormgeving centraal staat, dan op de rationele planning van een bouwwerk dat exact moet voldoen aan een abstract voorontwerp." "Liefde herinnert ons eraan dat we in onze kwetsbaarheid werkelijk iets voor elkaar kunnen betekenen, wanneer we onze verbeelding durven inzetten voor het nastreven van dat ongrijpbare, onbepaalde goede, waarvan we soms - onverwacht, altijd anders dan we dachten - een glimp van kunnen opvangen."
Hans Alma’s dappere poging om een holistisch en toch persoonlijk kader te bieden voor wat zin is en hoe een alternatieve benadering er uit zou kunnen zien, startte sterk maar mondde wat mij betreft uit in persoonlijke associaties en abstracties die ver van mij af staan. Hoewel er zeker elementen in het boek waren die me aan het denken zetten, miste ik toch af en toe de concreetheid om mijn eigen zoektocht naar zin te verrijken. Dat neemt niet weg dat het boek relevant is in een tijd waarin zin vooral vanuit economisch perspectief lijkt te worden beschouwd.
Na 45% heb ik het weggelegd. Ik weet niet steeds niet precies waar het boek nou over ging. Omdat het leven te kort is om dingen te doen die je niet leuk vindt en je ook nog eens niks opleveren, vond ik dat ik het boek nu wel weg mocht leggen.