Hoewel dit handboek oorspronkelijk geschreven is voor studenten Geschiedenis, Criminologie en TEW, vind ik het een erg toegankelijke cursus die ook voor ‘leken’ goed leesbaar is. Het enige wat mij structureel stoort, is de wat vage indeling binnen de hoofdstukken. De twaalf hoofdstukken zijn genummerd, maar binnen elk hoofdstuk ontbreekt een verdere nummering. Er wordt enkel gewerkt met cursieve en niet-cursieve tussentitels, die naar mijn mening onvoldoende houvast bieden om de leerstof tijdens het lezen en studeren overzichtelijk te structureren. Tegelijk vormde dit voor mij als student net een kans om de cursus tijdens het studeren beter te doorgronden. Door zelf structuur aan te brengen en te bepalen welke onderdelen onder welke titels thuishoren, leer je immers al heel wat en bouw je bovendien metakennis op.
Verder waardeer ik dat elk hoofdstuk begint met een aantal waargebeurde anekdotes die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken lijken te hebben, maar die doorheen het hoofdstuk allemaal verband blijken te houden met het centrale thema. Zo opent het hoofdstuk over leren en conditionering met de paternoster van Johan Museeuw, een gokverslaving en de training van APOPO-ratten om landmijnen en tbc-patiënten op te sporen. Naarmate je het hoofdstuk doorneemt, worden deze ogenschijnlijk uiteenlopende verhalen op een erg verhelderende manier verklaard aan de hand van psychologische studies over menselijk leergedrag.
Een andere troef van de cursus is het onderdeel ‘Om te onthouden’, waarmee elk hoofdstuk wordt afgesloten. Hierin worden de belangrijkste bevindingen nog eens overzichtelijk op een rij gezet, zodat de lezer de meest fundamentele inzichten zeker onthoudt.
Een boek om zomaar in je vrije tijd te lezen is het dus zeker niet. Toch lijkt het me als niet-student absoluut de moeite waard om de cursus eens door te nemen.