Jump to ratings and reviews
Rate this book

Nevelbok en andere jachtvertellingen

Rate this book
Nevelbok en andere jachtvertellingen bevat een mix van meeslepende, onderhoudende, ontroerende, maar ook vaak humorvolle verhalen over de jacht op klein- en grofwild, in binnen- en buitenland. Jachtvertellingen die getuigen van kennis en ervaring, van verantwoordelijkheid, maar vooral van bescheidenheid en respect voor dier en natuur. Nevelbok en andere jachtvertellingen gaat over leed en plezier, over verdriet en vreugde, het hele spectrum van die diepmenselijke activiteit: de jacht.
Hans Mulder (Arnhem, 1947) is vanaf jonge leeftijd hartstochtelijk jager. Het bracht hem naast Nederland vaak naar zijn favoriete land Schotland, maar ook Duitsland, Rusland en Namibië. Zijn eigenhandig geïllustreerde verhalen verschenen eerder in De Nederlandse Jager en in het toonaangevende Duitse jachtblad Wild und Hund.

239 pages, Hardcover

Published November 1, 2018

4 people want to read

About the author

Hans Mulder

13 books2 followers

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
1 (25%)
4 stars
2 (50%)
3 stars
0 (0%)
2 stars
0 (0%)
1 star
1 (25%)
Displaying 1 of 1 review
Profile Image for Erik B.K.K..
783 reviews54 followers
April 17, 2024
Ik heb lang nagedacht of ik dit boek wel zou recenseren. Als ik dat zou doen, zou ik het boek zelf handmatig op Goodreads moeten invoeren, en zou ik dus zelf reclame maken voor dit boek. Bovendien, dat dit boek na 8 maanden nog steeds niet te vinden was op de website, betekent dat het weinig lezers zal hebben, en dat ik misschien de enige of één van de weinige recensisten zal zijn. En dat mijn uiterst negatieve recensie dus pontificaal op de pagina prijkt. Ik ben zelf schrijver, dus ik weet hoe moeilijk een negatieve recensie is. Maar toen dacht ik: de kleine doelgroep, de lezers die dit boek lezen, zitten waarschijnlijk toch niet op Goodreads. Die lezen de recensie in de krant of zien het boek in de bieb en misschien vinden ze het nog een aardig boekje, omdat de meeste mensen toch niet ver doordenken en het verhaal voor hen stopt als het boek dicht is.

Ik kan dat niet. Dat komt omdat, zoals mijn vrienden en familie weten, ik een gruwelijke, absolute, hartstochtelijke en smartelijke afkeer heb van jagers. Zeg maar gerust haat. Ik haat jagers. Ik haat alles waar ze voor staan, alle leugens die ze verspreiden, alle lulkoek waarmee ze de jacht omspekken om het Hoger, adellijker en nobeler te doen lijken dan de brute moord wat het is. Ik haat hoe ze Staatsbosbeheer en het Rijk om hun vingertje winden en dat hun enige andere hobby naast jagen lobbyen voor meer afschot, meer bijvoeren in winter en meer groot wild uitzetten is. In niet per se respectievelijke volgorde. Hoe ze dieren minutenlang kunnen laten lijden en toch uitroepen 'dat is een mooi bladschot!'. En hoe ze liegen. Liegen dat groot wild in zulke grote getale natuurlijk is. Daarna liegen dat de arme hertjes massaal zullen doodgaan wanneer ze niet worden bijgevoerd in de winter. En daarna, wanneer de herten zo'n beetje uit het woud en de heide barsten en de natuur onder hun gewicht instort, daarna pleiten ze voor afschot. Meer, meer afschot! En passant liegen ze nog even dat het wild gevaarlijk is voor de landbouw, waarbij ze gretig samenwerken met boeren die ook alleen maar meer (geld) willen, of gevaarlijk voor de auto's op de snelwegen, dus ze moeten het liefst zo snel mogelijk dood. Waarna het Rijk weer zwicht en ze 300 herten mogen afschieten en 100 zwijnen, waarbij ze niet kijken naar de samenstelling van de groep, maar mikken op de jonge, mooie, volle, goedverkopende exemplaren. Want ze weten, als we de jonge dieren doodschieten komen er de volgende lente weer meer! En dan mogen wij de volgende winter nog meer afschieten! Wat een sport.

Maar Berber, waarom lees je dit boek dan? Nou, omdat ik toch dacht, wat heb ik weer een klassiek zwart-witte mening. Misschien is niet elke jager slecht. Misschien moet ik me niet afsluiten, maar begrip proberen te kweken. Dit boek als een nuance zien. Het heeft een prachtige titel. En er staan mooie plaatjes in. Een dier in het wild heeft een beter leven dan een dier in de bio-industrie. En heel misschien sterft het ook een minder gruwelijke dood.

Het antwoord is nee op alles. Dit boek is een bevestiging dat sportjagen (ik maak uiteraard een verschil tussen jagen voor voedsel (jagerssamenlevingen) en sportjagen (smerige veel te dikke kutmannetjes op een 3-meter hoge jeep die met een geweer met superzoom van 10 kilometer afstand een leeuw doodschieten en dan poseren naast het arme dier met een rode bietenkop en een hart dat op ontploffen staat, waarna Ricky Gervais ze op twitter namet en shamet - love you Ricky!)) - dat sportjagen net zo'n gruwelijk dierenleed is als de bio-industrie. Het is de Hel met het vagevuur vergelijken. En het is zo walgelijk dat ik daarom toch besloot deze recensie te schrijven, omdat elke harteloze jager de haat en kritiek hoort te krijgen die hij toekomt. Omdat ze het zelf niet inzien en dat ook nooit zullen kunnen, zelfs niet wanneer jagen in Nederland al lang verboden zal zijn. Maar het wordt nooit verboden, want daar is de jager te machtig voor.

Ik zal een paar voorbeelden noemen die in dit boek voorkomen.

Ten eerste gebruikt de jager een weerzinwekkend eufemistisch jargon om de jacht te beschrijven. Bloed is geen bloed, maar zweet. Als een dier uitvoerig wordt gecheckt of ie mooi en vet genoeg is, en dus geld in het laatje brengt, noemt de jager dit 'aanspreken', alsof het om een gezellige conversatie in het park gaat. Een dier dat een jager spot en zijn soortgenoten waarschuwt, roept niet, maar scheldt. Schelden vinden jagers niet fijn. Het liefste hebben ze een bladschot, dat is een schot waarbij het dier in zijn hartstreek wordt geraakt. Bij een laag bladschot zijn de longen geraakt, en stikt het dier in zijn eigen bloed. Een gebied waar bijvoorbeeld reeën worden gelokt en gevoerd, maar waar geen andere dieren mogen komen zoals een zwijn (terwijl ze hier met het voeren uiteraard stiekem op hopen), is geen val, maar een nulterrein. Een hertenbok die net een jaar oud is en dus nog maar net begint heet een jaarling (dat klinkt wat minder erg). De ergste term, die nog eens laat zien hoe godvergeten weinig jagers respect hebben voor de natuur of evolutie, en hoezeer jagen gewoon een ordinaire geldbusiness is, wordt gebruikt om reeën of herten aan te wijzen die door evolutie mooie, scherpe geweien hebben waarmee ze hun paringrivalen kunnen doden en die dus in een natuurlijke omgeving lang blijven leven en veel nakomelingen krijgen Deze herten zijn niet gewoon sterke herten, maar 'Moordenaars'. Sorry, ik wist niet dat een dier (een planteneter nota bene) dat alleen maar wil overleven en zich wil voortplanten (lees neuken) een moordenaar is. De enige moordenaar is de man (of vrouw) met het geweer.

Ten tweede wordt totaal niet gelet op het welzijn van het dier, dat het niet mag lijden of dat het schot zuiver en meteen dodelijk is. Dit zeggen jagers wel altijd, maar in dit boek komt het heel vaak voor dat een dier nog bijna 50 of zelfs 150 meter (blz. 59 en 134, wat een mooie plotselinge dood) doorrent voordat hij pas sterft. Een gans vliegt nog over een heel veld voor het neerstort. Dieren gillen, schoppen, stuiptrekken op de grond. Een jachtregel is dat je pas schiet als het blad (schouderblad) goed in zicht is. Meerdere keren wordt toch geschoten terwijl het dier te snel beweegt, of er geen zekerheid is van een bladschot. Jagers nemen het met hun eigen regels niet nauw.

Jagers maken ook heel gretig gebruiken van vallen en misleiding. De meesten hebben zo'n leuk fluitje waarvan het geluid precies lijkt op een bronstige hinde, waarmee ze nietsvermoedende herten zo in de val lokken. Een net zo plezierig trucje van de jager is om de dieren met één groep in de klauwen van de andere groep op te jagen. Velden in eigen beheer worden volgeplant met maïs om elk dier wat maar in de wijde omgeving leeft te lokken. Jagers zijn gemakzuchtig. Ze gaan in een hoogzit zitten (een hoog bedekt hutje) om op hun luie reet herten af te schieten. Of ze stoppen fretten in konijnenholen en leggen hun geweer voor de uitgangen. Ik herhaal, wat een sport.

De persoon in het boek (een alter ego van Hans Mulder, die zelf als grote hobby heeft om te jagen - vooral in Namibië, als de witte man die het land voor het eerst koloniseerde, maar die blijkbaar niet durft om zijn eigen naam te gebruiken) wordt meerdere keren 'hebberig' als hij weerloze dieren in het veld spot. Leuke eigenschap, hebberig worden van levende, bezielde dieren! Ik word hebberig van boeken. Als alter ego vindt Hans Mulder het in dit boek ook heel leuk om mensen te bespotten die van dieren houden en de rare, psychopathische hersenkronkel die ervoor zorgt dat ze zich niet kunnen inleven met dieren missen die jagers wel hebben. Ik citeer:

"...vervielen de eigendomsrechten (van het natuurgebied) aan een Groene Stichting die bestuurd werd door een azijnen clubje ongehuwde, gescheiden, rancuneuze grachtengordelliaanse poezenmevrouwen."

Wow. Arme Hans Mulder, heeft zo'n ongehuwde/gescheiden (welke is het nou?) poezenmevrouwtje op uw kleine lid getrapt? God verhoede dat iemand het voor de dieren zou opnemen. Ben je bang dat wij rancuneuze dametjes je hobby afnemen? Ik hoop het van harte. Het is jammer dat ik geen invloedrijk Twitter-account heb. Of überhaupt een Twitter-account. Gelukkig hebt u nauwelijks lezers. Ja, de abonnees van het jachttijdschrift waar u grappige columns voor schrijft. Ik stel me zo voor dat die zwetende, mollige pensionado's met veel plezier gniffelen om uw kekke stukjes en u amicaal op de rug kloppen bij de jachtclub, zo van, dat heb je weer goed gedaan, Hansje! Knor knor.

Nog zo'n fijne schat: Ergens in het boek gaat het over bosbrandgevaar en een "algeheel" verbod voor mensen (en voor, ik citeer: "de NGO's uit de grachtengordel en omstreken") in het gebied waar het gevaar dreigt, waarbij partijleden van een niet nader genoemde dierenpartij volkomen terecht op het feit wijzen dat de jagers er nog steeds mogen jagen, terwijl dit natuurlijk ook gevaarlijk is met de droogte. Hier kun je niet omheen, dus wat doet Mulder? Hij weerlegt niets. Hij wordt persoonlijk. Hij noemt de partijleden "die meisjes van de Dierenpartij". Wat heb je met meisjes, Mulder? Ik hoop dat je geen dochter(s) hebt. Arm kind dan.

Tot slot, jagers geven niet om dieren, denken niet om hun gevoelens en levens. Cru is het wanneer Terwildt (Hans Mulder) eindelijk een hertenbok afslacht dat al minstens acht jaar is. Ach, dat is niet erg, denkt/schrijft hij: binnenkort is er toch wel weer een nieuwe bok in het gebied. "Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En dat was het ook".
Nee Mulder, jagen is niet normaal. Dit dier had een vol leven verdiend, totdat hij oud genoeg was en de andere bok sterk genoeg was om de rollen om te draaien.
Terwildt/Mulder denkt dat de Auerhanen hier in Nederland zijn uitgestorven doordat de heide is verdwenen. Mulder, je loopt, zo schat ik na het lezen van dit boek, minstens 1 x per maand rond op de Veluwse heide. Maar waar zijn de Auerhanen? Uitgemoord door jagers, kneus.
Ergens in het boek gaat een groepje jagers op konijnen jagen. Ze schieten in totaal 20 konijnen op 1 dag, Terwildt 5. Blijkbaar hebben ze reuzenhonger. Waarom zo veel? Wat een sport.
En meerdere keren worden dierenfamilies uit elkaar gerukt. De hinde van twee kalveren wordt geschoten, of het ouder kalf van een andere hinde, of de alfabeer van een zwijnenfamilie, het leidhert van een harem. Wat een wildbeheer.

Ik zou nog uren kunnen doorgaan, maar de toon is hier wel gezet lijkt mij, en ik heb hoop ik voldoende voorbeelden uit het boek genomen om de paar mensen die misschien toch op deze pagina komen ervan te weerhouden dit boek te kopen en te lezen. Als je dan toch nieuwsgierig bent, leen hem dan bij de bibliotheek. Overigens is het boek ook gewoon niet zo goed. De helft van de jachttermen wordt niet achterin verklaard, en de schrijfstijl is op z'n best onaf en anekdotisch. Rest mij nog te zeggen dat, dat jagen slecht is, zowel voor de dieren als de natuur, niet slechts mijn mening is, maar een feit. Er zijn talloze studies gedaan en er worden steeds meer gepubliceerd, waaruit blijkt dat jagen van slechte invloed is op het bestand en evenwicht van de natuur. Ik ben een groot fan van boswachter en natuurkenner Peter Wohlleben, die ook tegen sportjagen/"wildbeheer" is. Zijn boeken lopen over van bronnen. Mijn recensie niet. Dat hoeft ook niet, want Google bestaat, en ik denk sowieso dat iedereen met een goed hart en een beetje verstand wel doorheeft wat jagen aanricht. Zoals de slager zijn eigen vlees keurt, zo keurt de jager zijn hobby goed. Je kan het ze eigenlijk ook niet kwalijk nemen. Sommige moordenaars zijn gewoon ziek.
Displaying 1 of 1 review

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.