Door haar rijke persoonlijkheid en diepe religieuze ervaring, en niet het minst door haar levendige, frisse stijl, weet Teresia elke generatie opnieuw te boeien. In dit eerste deel bieden we de 'Weg van volmaaktheid' aan, hét handboek en kompas van Teresa's spiritualiteit. Geschreven in een tijd van woelige veranderingen en verwarring, blijkt dit boek steeds meer een trefzekere gids op de weg van gebed en evangelisch leven. Teresa schrijft meeslepend en pittig, met een fijne opmerkingsgave; diepzinnig sprekend over God, maar dikwijls met een vleugje humor. Zij vertelt feitelijk haar eigen levensavontuur met God, haar manier van met Hem omgaan. Ze is dan ook zo bemoedigend en levensnabij. In het Hooglied geeft Teresa een heel eigen commentaar op het gelijknamig bijbelboek dat de liefde bezingt tussen twee jonge mensen als ideaalbeeld van Gods liefdevolle relatie met zijn volk. Voor Teresa is het een inspiratiebron om iets te verwoorden van de doorvoelde liefde voor God die enkel met beelden en peëzie kan gesuggereerd worden.
Eerste deel van een nieuwe vertaling in 4 dln. (de vorige dateert van 30 jr. geleden) van het werk van de spaanse heilige, mystica en kloosterhervormster (1515-1582). Na een korte inleiding en voorzien van enkele noten volgen in doorzichtige vertaling hier haar beide belangrijkste spirituele geschriften. "Weg van volmaaktheid" beschrijft de praktijk van de inkeer, gebaseerd op haar eigen ervaringen. "Hooglied" is geen exegese van het bijbelboek, maar een uitwerking van enkele citaten daaruit over de liefde tussen God en mens. Na alle oosters geinspireerde mystieke geschriften hier een uitnemend voorbeeld uit de rijke christelijke traditie, voor een breed publiek.
Saint Teresa of Jesús, also called Saint Teresa of Ávila, was a prominent Spanish mystic, Carmelite nun, and writer of the Counter Reformation. She was a reformer of the Carmelite Order and is considered to be, along with John of the Cross, a founder of the Discalced Carmelites. In 1970 she was named a Doctor of the Church by Pope Paul VI.
Teresa Sánchez de Cepeda Dávila y Ahumada Borned in Ávila, Spain, on March 28, 1515, St. Teresa was the daughter of a Toledo merchant and his second wife, who died when Teresa was 15, one of ten children. Shortly after this event, Teresa was entrusted to the care of the Augustinian nuns. After reading the letters of St. Jerome, Teresa resolved to enter a religious life. In 1535, she joined the Carmelite Order. She spent a number of relatively average years in the convent, punctuated by a severe illness that left her legs paralyzed for three years, but then experienced a vision of "the sorely wounded Christ" that changed her life forever.
From this point forward, Teresa moved into a period of increasingly ecstatic experiences in which she came to focus more and more sharply on Christ's passion. With these visions as her impetus, she set herself to the reformation of her order, beginning with her attempt to master herself and her adherence to the rule. Gathering a group of supporters, Teresa endeavored to create a more primitive type of Carmelite. From 1560 until her death, Teresa struggled to establish and broaden the movement of Discalced or shoeless Carmelites. During the mid-1560s, she wrote the Way of Perfection and the Meditations on the Canticle. In 1567, she met St. John of the Cross, who she enlisted to extend her reform into the male side of the Carmelite Order. Teresa died in 1582.
St. Teresa left to posterity many new convents, which she continued founding up to the year of her death. She also left a significant legacy of writings, which represent important benchmarks in the history of Christian mysticism. These works include the Way of Perfection and the Interior Castle. She also left an autobiography, the Life of St. Teresa of Ávila.