Qua idee, vorm en stijl: geniaal. Als je La Superba hebt gelezen en dat erg goed vond, is Brieven uit Genua een must-read. Het vormt als het ware een schil om La Suberba heen. In zijn brief aan het Nederlands Letterenfonds schrijft hij over Brieven uit Genua met betrekking tot de vorm:
“Hij biedt mij de gelegenheid om per afzonderlijke brief een afgerond geheel te maken rond een aantal verwante thema’s van het uiteenlopendste materiaal zoals observaties, herinneringen, beschrijvingen, bespiegelingen, voorvallen, dromen en angsten. Elke afzonderlijke brief moet zijn als een avontuurlijke achtbaan die de lezer na enkele onnavolgbare loopings weer afzet op het punt van vertrek.”
[…]
“Het project behelst niet alleen de realisatie van mijn oerboek, het is ook in zekere zin het ultieme vervolg van een zoektocht, die al met mijn debuut is begonnen, naar de verhouding tussen fantasie en werkelijkheid, fictie en feit, wens en waarheid, schrijven en leven en naar de manier waarop die domeinen in elkaar overvloeien.”
[…]
“Zonder dat ik uw oordeel, dat wat mij betreft in het verleden boven elke twijfel verheven is geweest en dat ik ook nu met het grootst mogelijke vertrouwen tegemoet zie, op enigerlei wijze zou willen beïnvloeden met deze slotoverweging, moet ik toegeven dat de gedachte in mij opkomt om ook deze brief aan u deel te laten uitmaken van de roman.”
Dit citaat uit een van de brieven geeft goed weer wat je kunt verwachten! Inderdaad ook in dit boek is het een spel van fictie en feit. De brief over Don, de man uit het eerste intermezzo in La Suberba, is daar een geweldig voorbeeld van. En aardig is ook dat er ondanks de vorm toch nog een plot is.
Verder laat ik Ilja Leonard Pfeijffer, een groot schrijver, drinker en roker, het liefst voor zichzelf spreken. Daarom nog 10 citaten:
P24 “Volgens Aristoteles heeft elk van de drie staatsvormen een positieve en een negatieve pendant. Het intreden van de negatieve vorm is een symptoom van een crisis en de aankondiging van een omwenteling. Een monarchie kan ontaarden in een tirannie, een aristocratie kan verworden tot een oligarchie en de negatieve pendant van de democratie noemt hij ‘ochlocratie’, wat betekent dat het gemene volk aan de macht komt, de dictatuur van het plebs.”
P113 “De liefde is een keuze. Het is een besluit waarvan je je voorneemt om er heel hardnekkig in te blijven geloven. Het klinkt misschien niet zo romantisch om het zo te zeggen, maar als je er goed over nadenkt, is het eigenlijk veel romantischer dan het gangbare model van twee hulpeloze individuen die door het noodlot in elkaars armen worden gedreven als botsende protonen in een deeltjesversneller. Het besluit om van iemand te houden en moeite te doen om te bouwen en een gemeenschappelijk verhaal te maken van de wederzijdse toewijding, dat zo rijk wordt dat je het als het enige ware gaat beschouwen, dat is mooi, menselijk en heldhaftig. Dat ontroert. Toeval ontroert niet.”
P289 “En mocht zij mij ooit verlaten, dan mag zij mij nooit vergeten en moet zij, vele jaren na dato, prachtig oud en grijs geworden in haar Parijse appartement, met tranen in haar ogen schitterende dingen over mij vertellen tegen mijn biograaf terwijl zij haar sigaret afklopt in de bakelieten asbak op zijn schoot. ‘Ilja was een groot roker’, moet zij dan hoestend verzuchten tussen haar tranen door. ‘Een van de grootste van zijn generatie.’ Omdat zij weet dat ik dat grappig had gevonden.”
P294 “Tegen gevoelens valt niet op te redeneren. Ze zijn autonoom en woekeren in een andere dimensie, waar argumenten illegaal zijn. Als iemand tegen je zegt: ‘Maar ik voel dat gewoon zo’, dan kun je wel inpakken. Daarmee is de discussie beslecht en het gesprek afgelopen. Je hebt verloren, want de ander heeft de joker ingezet. Game over. En als je het spel meespeelt en zegt dat je dat zelf gewoon anders voelt, dan helpt dat niet, want verschillende gevoelens communiceren niet met elkaar. Ze wisselen geen argumenten uit. Ze staan stompzinnig tegenover elkaar als oermensen die de taal nog niet hebben uitgevonden.”
P490 “Dat lege hoofd zonder enige bijgedachten dat volledig openstaat voor alles wat er op het moment gebeurt, heeft de staat bereikt van mushin. De enige manier om op alles te zijn voorbereid, is niets te willen.
[…]
“Het is een les die ik nog steeds toepas in situaties waarin ik sociale druk ervaar. Een goed voorbeeld is een interview op televisie. Dat hele sfeertje daar is enorm opgefokt, iedereen doet zijn best om je te laten beseffen dat het een groot voorrecht voor je is dat ze een gesprekje van acht minuten met je gaan voeren voor honderdduizenden kijkers, en voor je het weet word je nog zenuwachtig ook. Ik benader zo’n interview met mushin. Ik wil niets. Ik ben aanwezig en aandachtig en ik zie wel wat er gebeurt.”
P496 “Als je iets verwacht, zijn er twee mogelijkheden: ofwel het gebeurt, maar dan ben je niet speciaal blij, want je had het verwacht, ofwel het gebeurt niet en dan ben je teleurgesteld en gefrustreerd. Je hoeft maar in het spitsuur in een trein te gaan zitten om te zien wat een regime dat is gebaseerd op targets en winstverwachtingen doet met de werk- en levensvreugde van mensen.”
P556 “Wat is het geheim van een roman die je bij de lurven grijpt en niet meer loslaat? Ik weet het nu. Ik zal het je zeggen. Het is decor.
Dat geldt overigens niet alleen voor romans. Bij speelfilms, een genre dat zeer aan de roman verwant is, gaat het grootste gedeelte van het miljoenenbudget op aan decor.
[…] ”De beste romans die ik heb gelezen, hebben gemeen dat zij een wereld oproepen waarnaar ik telkens wilde terugkeren. Alle Russische romans zijn zo. Al die honderden graven, maarschalken en generaals met al hun lange, onuitspreekbare namen in Oorlog en vrede zijn slechts interessant in zo verre dat zij deel uitmaken van een magnifiek decor dat totaal betovert.
[…] “Als ik er goed over nadenk, zijn er veel boeken die ik heb gelezen waarvan ik mij de personages en het precieze verhaaltje niet meer helemaal voor de geest kan halen, maar die mij zijn bijgebleven als een vakantieherinnering. Dat zijn de beste boeken. Het decor is de kern.”
[…] “Maar de onlangs door mij ontdekte predominantie van het decor is ook een van de vele redenen waarom ik mij zorgen maak over het boek dat ik aan het maken ben van deze brieven aan jou en anderen. Genua komt erin voor, evenals Rijswijk, Leiden en andere plaatsen, maar hoewel ik af en toe moeite doe om wat extra couleur locale aan te brengen door jou te vertellen over de derby, de overstroming en mooie en droeve avonden tussen de verweerde muren van de oude stad, gaat Brieven uit Genua geen boek worden om lekker in rond te dwalen als op een fijne vakantie met een leuke groepsreis onder leiding van een enthousiaste gids. Het wordt geen lekker leesboek. Het zal niet beklijven als een vakantieherinnering. Daarvoor is het te eerlijk en ik heb te veel gedachten. Het decor van dit boek is het werkelijke uitzicht dat ik heb als ik mijn ogen sluit.”
P583 “Je moet leren wie je werkelijk bent. Wijsheid is om jezelf te ontdoen van de ballast van gedachten en zorgen over verleden en toekomst en om uitsluitend oog te hebben voor het hier en nu. Dan ben je als een spelend kind en dat moet je weer leren te worden. Alle franjes waarmee je in de loop van de jaren je ego hebt opgetuigd, leiden alleen maar af van inzicht in wie je werkelijk bent. Je kunt pas weer jezelf zijn als je leert om je er geen zorgen over te maken dat je iemand moet zijn. Je moet niet iemand zijn, maar zijn. Dan ben je als een kind dat in de wereld is en dat de wereld kan zien zoals ze werkelijk is omdat het zicht hem niet wordt ontnomen door gedachten over zichzelf en de wereld.”
P595 uit de brief aan zijn uitgever: “Laten we een deadline afspreken in november, als jou dat schikt. Want ik heb nog wel even tijd nodig om het te voltooien. Er zitten een paar gaten in. Ik heb hier en daar wat gebeurtenissen overgeslagen die misschien toch belangrijk zijn. Die lacunes moet ik opvullen met een aantal brieven die ik zal antedateren. Maar het belangrijkste wat er nog aan ontbreekt, is een slot. Mijn instinct en mijn literaire timmermansoog zeggen mij dat het boek tegen het einde een wending nodig heeft. Maar het probleem is dat ik niets mag verzinnen.”
P634 Over de subjectieve beleving van de tijd bestaan veel misverstanden. Mensen denken dat de tijd langer duurt dan hij duurt wanneer er niets gebeurt. Het zijn de saaie uren die aanvoelen als etmalen, en de tergende dagen die zich voortslepen als weken. Zo denkt men. En als je je amuseert, vliegt de tijd. Maar dat is niet waar. Het is omgekeerd, zoals Thomas Mann op een superieure wijze laat zien in Der Zauberberg. Wanneer alles nieuw is, is elk moment een moment dat je meemaakt. Dan is een dag zo rijk als een jaar. Wanneer je je voegt naar je dagelijkse routine en ontwaakt met je voorgeprogrammeerde wekker om de gebruikelijke trein te halen naar je gebruikelijke werk, zijn zeven jaren vervlogen voordat je met je ogen hebt geknipperd.”