Jezus noemt het hart, de ziel, het verstand en de kracht als uitingen van de liefde tot God (Mk. 12:30). T. werkt deze veelvormigheid uit in maar liefst negen vorm van geloof. Volgens hem heb je naturalisten, gevoelsmensen, traditionalisten, asceten, activisten, zorgverleners, enthousiastelingen, contemplatieven en intellectuelen. Hoe hij aan deze indeling komt is niet helemaal duidelijk. Het doel is evenwel om eenzijdigheid tegen te gaan. Stille tijd en op zondag naar de kerk gaan zijn doorgaans de traditionele imperatieven om tot spirituele groei te komen. Niets mis mee, maar er zijn ook andere mogelijkheden zonder buiten de spelregels van de kerk te vallen. De uitwerking van T. is qua werkwijze vergelijkbaar met die van Isabel Briggs Myers die samen met haar moeder een veelgebruikte persoonlijkheidstest ontwikkelde. Het gaat dan om de volgende onderdelen: wat zijn de kenmerken, zijn er voorbeeldfiguren en hoe zit het met sterke en zwakke kanten? Het is niet per se (natuur)wetenschappelijk, maar wel behulpzaam om, onder andere, in het protestantse pastoraat oog te krijgen voor vormen van geloof die minder gestoeld zijn op articulatie en intellect.