Het leven van Lidewij, ‘Lied’ voor intimi, is sterk bepaald door de verhouding tot haar vader. Hij is een beroemd dirigent, die zijn dochter alleen ziet ‘als er iets te vieren valt’. Wanneer Lied reageert op een advertentie van iemand die zijn imaginary best friend ter overname aanbiedt, treft ze in de aanbieder een zielsverwant. Hun relatie groeit, en langzaam koerst Lied af op een confrontatie met haar vader.
Interessant, dat wel. En regelmatig erg grappig en sprekend. Maar ik kon weinig verbintenis voelen met de personages. (en eigenlijk was ik er tegen het einde van het boek nog steeds van overtuigd dat de ik-persoon een meisje was, tot ik er aan herinnert werd dat het een jongensnaam, Tobias, droeg).