Vorige week herlas ik “Max Havelaar of de koffieveilingen der Nederlandse Handels-maatschappij.” (1860)
Volgens mijn docent moderne Nederlandse literatuur -lang geleden dus- was de roman een startpunt voor een paar tradities in de romankunst van de Lage Landen.
“Max Havelaar” was maatschappelijk en politiek engagement in literaire vorm. Het wrede lot van de Javaan onder het Nederlandse bewind wordt aangrijpend en ingenieus onder de aandacht gebracht. Het is niet moeilijk om er een voorafbeelding in te zien van een geweten schoppende Louis Paul Boon.
Het is een experimentele roman: een raamverhaal met daarin verschillende verhaaltechnieken, literaire vormen en genres door mekaar: verhalend proza, gedichten in verschillende talen, brieven, een korte toneeltekst, een toespraak (tot de inheemse “hoofden” van Lebak), een fabel (de buffels van Saidjah en Adinda), een overzicht van de stukken die Havelaar geschreven heeft die doet denken aan de inhoudstafel van de essays van Montaigne. Reflecties van de verteller over de aard en de effecten van de tekst die hij aan het schrijven is en waarom hij bepaalde literaire keuzes maakt. Het merkwaardige literaire einde ook, waar de schrijver Multatuli zijn verteller aan de kant schuift en zelf het woord neemt voor een aanklacht tegen het koloniale bewind en de rechtstreekse aanspreking van de Nederlandse koning. “Modern” is het boek zeker.
Het is ook een psychologische roman. Er zijn al een resem doctorale proefschriften en academische artikels gewijd aan de verhouding tussen de echte Edward Douwes Dekker, de schrijver Multatuli, Max Havelaar en de “stemmen” die in het boek aan het woord komen. Er zijn twee vertellende “ikken”: Stern, de jonge idealistische stagiair en Batavus Droogstoppel, de mercantiele makelaar in koffie, die beiden putten uit “het pak van Sjaalman”, een stapel geschriften van de hand van Max Havelaar, die in het bezit zijn van Droogstoppel. In geciteerde gedichten en brieven horen we dan ook nog eens Max Havelaar zelf. En zoals gezegd ook Multatuli zelf, helemaal op het eind.
Ik heb “Multatuli” altijd een minder goed gekozen “nom de plume” gevonden. “Ik heb veel gedragen”. Daar zit iets te veel zelfverheerlijking en zelfbeklag in. Stel dat Douwes Dekker gewoon zijn wedervaren, conflicten en persoonlijke nederlaag op Java in de ik-vorm had verteld het zou een beetje hetzelfde zijn als Jezus Christus die haarfijn uitlegt hoe zijn morele superioriteit en de daaruit voortvloeiende houding en handelen tot zijn kruisdood hebben geleid. Schipperen tussen eigen heldendom en ethische verhevenheid. De perfecte mens. Tikje saai.
Geen wonder dat hij daar een schrijver (Multatuli), een verteller (Stern) en een alter ego (Max Havelaar) tussen steekt. Laat anderen maar vertellen hoe nobel ik ben. Het is misschien wat kort door de bocht, maar het is evident dat al die echte en literaire personae in mekaar overvloeien en niet altijd even scherp van mekaar te onderscheiden zijn.
Dè verhaaltechnische vondst is vanzelfsprekend Batavus Droogstoppel. Via hem smokkelt Multatuli humor de roman in, hoewel Droogstoppel zelf -net als Max Havelaar, trouwens- een volstrekt humorloze figuur is.
Uit “het pak van Sjaalman” wil Droogstoppel een soort Public Relations verhandeling puren over de koffiehandel. Droogstoppel is zo verwaand dat hij zijn oude schoolmakker Max niet eens bij zijn echte naam noemt, maar hem herdoopt tot Sjaalman, omdat hij zich in berooide staat met een sjaal tegen de kou beschermt. Hij geeft die schrijfopdracht voor de verhandeling over de koffiehandel aan Stern, een jonge Duitser die stage loopt in zijn koffiehuis, omdat Droogstoppel zo hoopt de bestellingen van zijn vader lopende te houden. Maar tot afgrijzen van Droogstoppel, komt Stern week na week op de proppen met flappen tekst die het lot van de uitgebuite Javanen aanklagen en het relaas brengen van de nobele maar vruchteloze strijd van Havelaar tegen de mistoestanden. Niets, nul heldere inzichten over het product koffie dat Droogstoppel zo graag verkoopt.
Dus geeft Droogstoppel zelf in een aantal hoofdstukken zijn visie weer: die van de Calvinist met oogkleppen in een wereld waar iedereen krijgt wat hij verdient. En die zo van zichzelf een karikatuur maakt.
Ik las Max Havelaar, dertig jaar geleden, en nu dus opnieuw. Het werkt nog. Het engagement, het effect van de toenmalige politieke constellatie op de Nederlander en de Javaan. Het is nog steeds een roman die meesleept. Weliswaar kan men met een frons naar man/vrouw verhouding en etnische machtsrelaties kijken, maar dat is de projectie van eigentijdse normen in het verleden.
Voorts is het boek een feest voor wie in verteltechnieken geïnteresseerd is, of voor de geschiedenis van de Vlaamse en Nederlandse roman. Multatuli is een schrijvers’ schrijver. Zonder Droogstoppel geen Laarmans bij Elsschot, durf ik zeggen.
Maar wie het boek leest vanuit het perspectief van de hedendaagse discussies over kolonisatie heeft er ook een vette kluif aan.