Het wordt zo vaak herhaald dat bijna iedereen het intussen gelooft: onze democratie bevindt zich in een diepe crisis. Ze is chronisch vermoeid, werkt veel te traag en lijdt aan hoge electorale koorts. Daarom wordt er vaak op afgegeven en zoeken sommigen het zelfs in alternatieven als deliberatie en loting, ter vervanging van of aanvulling op de klassieke verkiezingen.
Journalist Joël De Ceulaer begon zich steeds meer te ergeren aan dit crisisgevoel en verdiepte zich in de historische wortels en politiek-filosofische eigenschappen van ons systeem. De échte crisis van de democratie, schrijft hij, is misschien wel dat zoveel intellectuelen er niet meer in geloven. Mede aan de hand van interviews met een groot aantal experts probeert De Ceulaer ons vertrouwen in de representatieve democratie te herstellen, door de fundamentele gebreken ervan - zes, om precies te zijn - messcherp te analyseren en toe te lichten.
Dit boek is een verhelderende zoektocht naar de grondslagen van onze vertegenwoordigende democratie en een verfrissend geluid in de aanzwellende kakofonie van doemdenkers. Het belicht ook uitgebreid de actuele discussie over mensenrechten en doet concrete aanbevelingen voor wie ons systeem genegen is.
Ik was in feite niet van plan om dit boek te lezen. Ik had een aantal intervies met Joël De Ceulaer gezien, en daaruit bleek dat zijn visie grotendeels met de mijne overeenkwam en dat hij auteurs citeerde die ik wel al had gelezen - en waarom zou ik een boek kopen waar ik alleen maar "groot gelijk Joël" bij zou denken? Maar goed, ik heb het boek dus cadeau gekregen, en heb me eraan gezet - en hoe verder ik in het boek vorderde, hoe beter ik het vond. Uiteindelijk blijkt het als lectuur zeer de moeite waard, zelf al leer je geen spectaculair nieuwe denken. Ten eerste, ik denk dat De Ceulaer hier een broodnodig tegengewicht biedt aan het doemdenken over de status van onze democratie. Je hoeft het daarom niet met hem eens te zijn, maar in een medialandschap waar negativiteit altijd meer aandacht krijgt, is dit zeer welkom. Ten tweede, De Ceulaer schrijft zeker geen naïef tractaat - hij is geen Panglos van de democratie. Integendeel, zijn boek is opgebouwd rond een aantal problemen met de democratie als politiek systeem, en hij onderwerpt elk probleem aan een nuchtere analyse. In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, leidt dit nooit tot een "hoera" verhaal, maar eerder tot het Churchiliaans punt: "wat er ook problematisch aan de democratie, met de alternatieven is het veel slechter gesteld". Ten derde (en dat gaat samen met het voorgaande punt), De Ceulaer beperkt zich niet tot het citeren van auteurs die zijn punt bevestigen. Integendeel, hij laat uitgebreid denkers aan het woord die helemaal anders denken, en evalueert elk individueel argument op zichzelf. In een wereld van confirmation bias en stropopargumenten is dat een heel belangrijke verdienste. Ten vierde, als econoom hou ik altijd mijn adem in wanneer niet-economen over mijn vakgebied beginnen. Maar ik denk dat De Ceulaer's weergave van het denken van Schumpeter en Arrow behoorlijk accuraat is - alleen al daarom verdient hij al een mooie pluim.
Samengevat. Op zichzelf staan er geen baanbrekende inzichten in dit werk - maar ik denk niet dat dit de bedoeling is. De Ceulaer slaagt erin om een heel breed spectrum aan ideeën op een toegannkelijke manier aan bod te laten komen, en biedt daardoor een belangrijke input in het publiek debat. En, oh ja, ik heb hierdoor zin gekregen om De Tocqueville en Schumpeter nog eens te lezen. Nog 15 jaar en ik mag op pensioen, dus dat zal wel ooit eens lukken.
Tegen al het populaire doemdenken in, zowel in het dorpscafé als in de commentaren van professionele opiniemakers, probeert Joël De Ceulaer ons te overtuigen van Churchills befaamde uitspraak. Waar het vaak gebruikt wordt om een discussie te sluiten, wil hij het gebruiken om een discussie te openen, zegt hij. Aan de hand van uitgebreide parafrasering en citatie, van antieke filosofen tot hedendaagse politieke wetenschappers, wordt elk hoofdstuk een onvolmaaktheid van de democratie besproken waarvan hij uitlegt waarom het er nu eenmaal bij hoort. Hij vraagt ons de onvolmaaktheden te omarmen, want pas dan kunnen we weten hoe democratie echt te verbeteren. Houd wat goed is, verander wat slecht is. Alternatieven zoals loting en technocratie worden ontkracht en kritiek wordt in perspectief gezet.
Het belangrijkste argument dat me het beste bij blijft is absoluut: Als democratie zo slecht is, hoe kan het dan dat we de afgelopen twee eeuwen meer vooruitgang hebben geboekt dan ooit tevoren? De feiten en levensstandaard verdedigen democratie. De verdienste van democratie is dat we vredig kunnen samenleven in verschillen. Democratie is het kader waarin ideeën van het humanisme, de wetenschap en de economie kunnen botsen, paren en vooruitgang brengen. Dat moeten we niet vergeten wanneer we democratie bekritiseren, want "vooruitgang heeft de neiging haar sporen te wissen".
Ik vind het moeilijk dit boek een score te geven. Stilistisch verdient het 4 of 5 sterren: het is namelijk fantastisch goed geschreven, erg toegankelijk, niet slecht gestructureerd, en behoorlijk onderbouwd. En in zekere zin verdedigt het inderdaad ook de democratie, aan de hand van een aantal kenmerken die op het eerste zicht verontrustend lijken, maar bij verdere evaluatie onontbeerlijk blijken te zijn.
Alleen: De Ceulaer ontwijkt alle écht fundamentele problemen, trapt een aantal open deuren in, en durft enkel straw men aan te vallen - de allerzwakste, jammere uitspraken of argumenten van de tegenstanders (met name Van Reybrouck en Claeys).
Om te beginnen verdedigt dit boek voor een groot stuk de 'democratie' an sich, en laat De Ceulaer deze democratie grotendeels samenvallen met verkiezingen (p. 68). Zoals Van Reybrouck duidelijk maakt, hoeft dat niet, laat staan met onze particratie met beroepspolitici, waarin het de facto onmogelijk is om een nieuwe partij op te richten. Het gaat er in een democratie enkel om dat 'het volk', of een representatie daarvan, (mee) 'heerst'.
Hoewel De Ceulaer toegeeft dat de democratie tijd nodig heeft (p. 46, 250), vindt hij dit gegeven blijkbaar niet belangrijk genoeg om meer dan twee zinnen aan te wijden. Terwijl precies dit gegeven alléén al voldoende is om het huidige systeem in de prullenmand te werpen. De afgelopen 200 jaar heeft de democratie behoorlijk gewerkt; akkoord. Hoewel het niet de democratie was die wereldproblemen aangepakt heeft en grote (morele of technologische) omwentelingen heeft voortgebracht (afschaffing slavernij, gelijke rechten, verzachten dierenleed,...), heeft ze ze op de lange termijn ook niet tegengehouden. Dat het een tiental jaar langer duurde eer slavernij afgeschaft werd, bijvoorbeeld, was sneu voor die slaven gedurende die tien jaar. Maar daar zat geen deadline op. Stemde de meerderheid nog 10 of 20 jaar langer voor het behoud van die slavernij, dan was dat maar zo. Nu zitten we echter voor het eerst sinds het ontstaan van de democratie wél met strikte deadlines en 'thresholds' met een mondiale impact (heus niet alleen de klimaatopwarming). De enige keer dat dit eerder het geval was, was dat met het gat in de ozonlaag, veroorzaakt door CFK's; maar daar kon bezwaarlijk iemand tegen zijn. Dat kon doeltreffend, technocratisch aangepakt worden: de alternatieven waren voor handen, niemand moest er wat voor inleveren. Dat is nu wel even anders. Hoe moet onze trage particratie, waarbij de regering in het beste geval er decennia over doet om een draagvlak te creëren (hoewel het m.i. nooit regeringen zijn die het draagvlak creëren, maar burgers via sociale media, activisten, middenveld, artiesten, film- en documentairemakers, intellectuelen - draagvlak komt eerder *ondanks* de particratie), op tijd de nodige veranderingen verkocht krijgen; zo lang het volledig legitiem is dat partijen (of presidentskandidaten...) kiezers wijsmaken dat het allemaal wel goed komt? Hoe kan je verwachten dat een ongeïnformeerde massa die volstrekt in eigenbelang kiest, snel genoeg de collectieve intelligentie en verantwoordelijkheid vindt om te stemmen op die leiders die de realistische boodschap brengen; namelijk dat we allemaal gaan moeten inleveren? Dat had ik graag van hem gehoord.
Dat raakt aan een tweede systemische fout waar De Ceulaer niet op ingaat, hoewel hij maar al te goed weet dat het een probleem is (p. 32, 77): dat het in onze particratie volledig toegestaan is om leugens te vertellen om kiezers te lokken, en onevenredig veel gewicht toe te kennen aan non-problemen waarvan we weten dat ze, gezien onze evolutionaire psychologie, intuïtief angst opwekken (bv. angst voor vreemdelingen, criminelen, onrechtvaardigheid, inspelen op wij-zij-denken). Er is geen natuurwet die stelt dat links en rechts evenveel van dergelijke populistische munitie ter beschikking hebben. Zo lang een grote, ongeïnformeerde massa een keuze voorgeschoteld krijgt die haar primitieve intuïties prikkelt, zal ze ervoor stemmen. Nu zou je opnieuw kunnen zeggen: hadden we nog 30 jaar dan zou de oude, minder goed opgeleide generatie; alsook de trotse babyboom-generatie die blijft geloven in de eeuwige groei waar zijzelf mee opgegroeid zijn; er op termijn wel uit gaan. Maar die tijd hebben we dus niet meer. Ik had opnieuw erg graag gehoord hoe De Ceulaer dat gegeven ontkracht.
Ook had ik gehoopt dat zijn argumenten tegen deliberatie en participatie wat sterker zouden zijn. Hij haalt weliswaar een aantal argumenten van politieke wetenschappers Tali Mendelberg, John Hibbing en Elizabeth Theiss-Morse aan die hier kritisch over zijn, maar dat is in het beste geval niet erg indrukwekkend, in het slechtste geval erg kortzichtig. Zo schrijft hij op p. 236 dat, terecht, niet veel mensen tijd en zin hebben om participatietrajecten te ondersteunen. Maar één: wie zegt dat ze dit onbezoldigd zouden moeten doen? Met de miljoenen die partijkassen nu aan campagnes, lonen en ontslagpremies uitgeven, kunnen we wel wat burgers bezoldigen - en twéé: wie zegt dat er geen combinatie kan gebeuren van loting, selectie en zelfselectie, zodat zij die er geen zin in hebben, ook niet moeten meedoen? Iedereen krijgt ten minste een eerlijke kans; dáár gaat het hem in de kern om - dat heeft De Ceulaer ofwel niet begrepen, ofwel kiest hij er opnieuw voor om dit te verzwijgen. Of nog: een 'kiezer' zou een 'technocratische' regering niet kunnen afstraffen door ze 'weg te stemmen' (p. 223). Maar dat móét in die context ook helemaal niet meer, want dergelijke regeringen zouden samengesteld worden door burgers en experts met een expliciet tijdelijk mandaat! (In eerste instantie zouden gelote burgers natuurlijk ook niet de *regering* uitmaken maar enkel wetgevende macht hebben - misschien moet het zelfs nooit verder gaan.) Trouwens, op diezelfde pagina nog een kemel van formaat: kiezers zouden steeds kiezen voor de besten; "het tegendeel zou belachelijk zijn". Excuseer? In welk werelddeel kiezen kiezers op 'de besten'? Hij schrijft het trouwens elders: mensen stemmen op wie ze kennen, op wat vertrouwd is - mensen die ze bij wijze van spreke op café zouden willen tegenkomen. Op degene die hun intuïtieve mening verkondigt. Op wie hun geweten het beste kan sussen. Of op iemand 'die het moeras eens gaat droogleggen', bijvoorbeeld.
Om af te sluiten met een positieve noot: over één systeemfout van onze Belgisch particratie is De Ceulaer het met mij eens dat die best zo snel mogelijk aangepakt wordt: de kiesdrempel (die in Nederland niet blijkt te bestaan); en de exuberante partijdotaties, die er momenteel in België voor zorgen dat het systeem het wel erg gemakkelijk heeft om zichzelf in stand te houden; om kritisch nieuw bloed en dus broodnodige verandering te weren. Die veranderingsbereidheid is cruciaal voor elk systeem, biologisch of maatschappelijk, om te kunnen evolueren, zich aan te passen aan de veranderende realiteit, en dus overleven. Met irrelevante dinosaurussen van partijen als CD&V of SP.A in België redden we het niet meer. En dat weten ze zelf maar al te goed: ze hebben er alle belang bij om zichzelf in stand te houden, en dus vooral dat nieuwe zuurstof (en de daaraan vast hangende media-tijd) te weren.
De Ceulaer beweerde in het 'debat' met Karel Van Eetvelt op De Afspraak (al was het de naam 'debat' niet waardig - wat een gemiste kans voor de deliberatieve democratie - je zou haast gaan geloven dat het in scène gezet was in een poging de geloofwaardigheid ervan aan te vallen) dat dit boek diegenen die hun geloof in onze democratie verloren hebben zou kunnen geruststellen. Daarom gaf ik het ook een kans. Helaas kom ik tot de constatatie dat het dat absoluut niet doet. Als dit boek de ultieme verdediging van onze democratie is, vrees ik dat haar laatste uren inderdaad geslagen zijn.
Het wordt zo vaak herhaald dat bijna iedereen het intussen gelooft: onze democratie bevindt zich in een diepe crisis. Ze is chronisch vermoeid, werkt veel te traag en lijdt aan hoge electorale koorts. De échte crisis van de democratie, schrijft Joël De Ceulaer, is misschien wel dat zoveel intellectuelen er niet meer in geloven. Hij probeert ons vertrouwen in de representatieve democratie te herstellen door de zes fundamentele gebreken ervan messcherp te analyseren en toe te lichten. Dit boek is een verfrissend geluid in de aanzwellende kakofonie van doemdenkers. Het boek doet een aantal heel concrete aanbevelingen voor wie ons systeem - de representatieve democratie - genegen is.
Dit boek een kritische literatuurstudie noemen, zou het eigenlijk te weinig eer aan doen. Maar wat een indrukwekkende lijst haalt Joel De Ceulaer toch aan om zijn betoog te ondersteunen. Stuk voor stuk vat hij elk idee beknopt en naar mijn aanvoelen accuraat samen. Uiteraard worden de punten die zijn stelling ondersteunen meer benadrukt dan de werken waar hij zich niet in herkent, maar de auteur lijkt zich daar ook van bewust. Wat je zeker moet nageven is dat dit een onderbouwd werk is, gestoeld op zowel studie als eigen ervaringen en interpretatie. Als ik dit boek aan enkele mensen zou mogen/moeten aanraden, verschijnt er al een hele waslijst voor me. Bij deze dus, een aanrader voor iedereen!
Een boek dat je doen nadenken. Joel De Ceulaer plaatst je voor een aantal interessante feiten over democratie waaraan we ons wel eens ergeren, maar die een fundamentele eigenschap van de democratie zijn. Heel interessant boek.
Een interessant boek als overzicht van een hele reeks politieke denkers maar fundamenteel erg zwak. Zijn redeneringen zijn vaak cirkelredeneringen (in essentie: onze democratie in haar huidige vorm is goed omdat ze al lang op deze manier bestaat, en omdat ze al lang op deze manier bestaat kan niet anders betekenen dan dat ze goed is - que??), hij verdraait zaken (bvb. dat men in het oude Athene populaire burgers kon verbannen - dit klopt in zekere zin maar is geen correcte weergave van het ostracisme) en Joël is ziende blind: alle aandacht voor de ‘polarisatie’ in de V.S. vind hij maar overdreven (want au fond drijft democratie net op (geweldloos) conflict, dus de democratie is toch erg gezond?). Alsof we niet met een enorm probleem zitten als Trump morgen aan de macht komt. En de EU vindt Joël niet heel democratisch maar hij heeft hier niet meer over te zeggen dan dat dit ‘wel een debat verdient’… Sorry, maar schrijf dan gewoon geen boek. Nee, alle sympathie voor Joël maar dit is kauwgomballenfilosofie. Hij kijkt naar een zwalpend schip en doet alsof dit zwalpen net een toonbeeld van flexibiliteit is. Investeer je tijd in het lezen van de originele filosofen, Popper, Rawls of Simone Weil bvb. Je hoeft het dan nog niet met hen eens te zijn, maar op zijn minst kan je dan van hun heldere redeneringen genieten. Eén ster dus voor de moeite (een tweede ster had ik gegeven indien ik ergens moedige of originele stellingen en redeneringen had gevonden maar dat was helaas niet het geval).
JDC doet wat hij best doet: een grondige analyse maken over een heet hangijzer in het publieke debat. Het lijkt op een eigen pleidooi - en dat is het ook - maar de grote waarde van dit boek ligt in het ontbloten van de verhoudingen en ramificaties tussen de heersende ideologieën. Op die manier gaan antieke, moderne en hedendaagse zwaargewichten met elkaar in debat. Op een heldere, soms iets te simplistische manier. Op zijn minst komt de lezer wel te weten wat er achter de retoriek beweegt, wat echt op het spel staat als het over democratie en mensenrechten gaat. Dit alles op een zeer toegankelijke manier. Academici zullen dit te dun vinden. Ik geniet van schrijvers die moeilijke materie op verteerbare wijze kunnen presenteren. Met alle valkuilen vandien.
Je hoeft niet met de stellingnames van JDC eens te zijn om te kunnen genieten van dit boek.
Ik las dit boek omdat ik zn boodschap graag wilde geloven en mezelf ook voel afglijden richting cynisme over de (staat van de) democratie. Hij brengt een aantal goede kritieken op het politiek doemdenken naar voor en geeft een zeer beknopt overzicht van hedendaagse denkers met point en counterpoint. Helaas is hij nooit overtuigend in zn betoog dat de democratie de beste der mogelijke werelden is. Die boodschap tot in den treure herhalen wint daardoor niet aan waarheidswaarde. Zijn kritieken op de anti democratiedenkers hebben verder heel weinig om het lijf. Ik had een scherper en overtuigender boek verwacht van De Ceulaer gezien zijn artikels. Ik zit vaker in overeenstemming te knikken bij zn uiteenzetting van denkers waar hij het niet mee eens is dan bij zijn mager betoog. Jammer...
Bewonderenswaardig boek. JDC spaart kosten noch moeite om een onderbouwd pleidooi te houden voor de democratie. Hij geeft critici vaak het woord en weerlegt overtuigend. Los van de inhoud doet hij dat met zijn kenmerkend rijke schrijfstijl die vlot en aangenaam leest. Minput: kritiek op de EU vormt een (onbewuste?) rode draad doorheen het boek. Helaas heeft JDC hier minder onderzoek naar verricht, zijn eenzijdige belichting is soms tenenkrullend. Grosso modo: een warme aanrader voor éénieder die zijn mening over onze bestuursvorm wil uitdagen én onderbouwen.
Een knap en overzichtelijk pleidooi voor de representatieve liberale democratie. Enorm veel goede punten en aanknopingspunten bij diverse auteurs en denkers. Vlot geschreven (meneer De Ceulaer is wel duidelijk fan van de uitdrukking 'gave des onderscheids').
Goed geschreven herhalingsles liberale democratie. De pijlers democratie en liberale rechtstaat en de onvermijdelijke spanning tussen die twee. Gebreken en voordelen gelijk geanalyseerd door iemand die niet wollig praat.
Hoera! De democratie is niet perfect is een klepper om het jaar mee te starten, maar nog steeds brandend actueel. Joël De Ceulaer behandelt in 6 hoofdstukken hoe het vergaat met onze representatieve democratie en legt ons uit waarom we helemaal niet moeten doemdenken over de staat van onze democratie. Het werkt, want ook ik moet mijn pessimisme over de democratie toch bijstellen. Dat komt omdat De Ceulaer in detail, met kennis van zaken, en volledig genuanceerd duidt dat er inderdaad gebreken zijn aan ons systeem, maar dat het ook moeilijk beter kan. De Ceulaer past zijn analyses steeds toe op de democratische gebreken in de Europese Unie of zelfs hier in ons eigen taalgebied. Het boek geeft daarbij een breedvoerig literatuuroverzicht omtrent alles wat rond democratie is geschreven. Denk aan Alexis De Tocqueville, David Van Reybrouck, Francis Fukuyama en Luuk van Middelaar bijvoorbeeld. Maar ook - voor mij nieuwe inzichten-Jason Brennan en Christopher H. Achen om er twee te noemen, komen aan bod. Knap staaltje! Tot de volgende verkiezingen.
De Ceulaer verdedigt met vuur en stevig onderbouwd wat we allemaal vaak horen maar zo moeilijk geloven: de liberale democratie is de beste weg naar vrede, voorspoed en vooruitgang.
De Ceulaer heeft me enorm geholpen om het spanningsveld tussen de soevereiniteit van het volk en de soevereiniteit van het individu te doorgronden. De Ceulaer neemt een bescheiden eigen positie in, maar geeft vooral de handvaten aan de lezer om een eigen mening te vormen.
Ik verkies alvast gelijk welke lidstaat van de Europese Unie boven Singapore, maar dat doet er natuurlijk niet toe :-)
Sowieso al fan van het werk van De Ceulaer, maar dit is ook echt een interessant boek. In een heldere en vlotte schrijfstijl (en goed onderbouwd) toont hij aan dat de democratie helemaal niet door een crisis gaat zoals velen beweren. Het boek geeft een andere kijk op de dingen en doet nadenken. Een aanrader.
Heel graag gelezen! Op een erg gestructureerde manier sabelt hij alle vaak gehoorde kritieken over de democratie neer. Hij doet dat aan de hand van heel wat bronnen, verwijzingen en voorbeelden. Een boek met wetenschappelijke insteek en optimistische ondertoon. En natuurlijk zorgt de gekende stijl van de Joel ervoor dat het echt aangenaam vertoeven is tussen de concepten en politieke denkers!
Een goed geschreven, deftig onderzochte en warm onderbouwde verdediging van onze representatieve democratie. Een uitnodiging ook om andere boeken te lezen over dit onderwerp. Niet onbelangrijk voor mezelf: een gedeelde herinnering aan de bijzondere filosofielessen van S. Ijseling in Leuven.
Het boek doet je zeker nadenken, is duidelijk gestaafd en is natuurlijk brandend actueel. Vooral het betoog voor de rechtstaat en de natuurlijke elementen van de democratie blijven me in eerste instantie bij.
Een boek dat eerst alle problemen van de democratie opsomt en onderbouwt. Daarna een evaluatie van alternatieven geeft. Zeer inspirerend en geruststellende lectuur