De reus Jaak en de halfbloed Michel vertrekken naar Las Vegas. Ze kennen elkaar uit café De Eenhoorn in Gent, maar daar is ook ongeveer alles mee gezegd. Zij zijn ¿spelers¿, spelers met geld, met emoties, met mensenlevens. De reis naar de neonplaneet Amerika is voor Jaak een vlucht uit het ontredderde leven met zijn desolate vrouw en tragische dochter. Meegesleept door de sluwe Michel wordt de reis voor Jaak een onderdompeling in de hel.
Hugo Maurice Julien Claus was een Vlaams schrijver. Hij was een veelzijdig kunstenaar: romancier, dichter, toneelschrijver, schilder en filmregisseur. Toen hij opteerde voor euthanasie (legaal in België) veroorzaakte dit veel deining.
Hugo Maurice Julien Claus was a leading Belgian author, writing primarily in Dutch. He was prominent as a novelist, poet, playwright, painter and film director. His death by euthanasia, which is legal in Belgium, led to considerable controversy.
“Een mens went aan alles, behalve aan rust en geluk. Ook niet aan het verlangen. (…) Mijn verlangen is een boksmatch die alle dagen herbegint, tegen alleen zijn, tegen alleen gelaten worden, tegen de weergaloze vermoeidheid zoals nu, tegen de verveling, zoals nu.”
“Het ongeluk is gebeurd - de numero van de tram doet er niet meer toe.”
“In affaires is hij ook een Hollander, dat wil zeggen, als hij u niet bedrogen heeft, is het een teken dat hij het vergeten is.”
Dieser Roman ist ein albernes Road-Movie. Ungefähr so lustig, wie die Witze aus den Bud Spencer und Terrence Hill Filmen und ohne den subtilen Humor, die stilistischen Innovationen und die Handlungstiefe, die ich bei Hugo Claus sonst so schätze.
Het oeuvre van deze kolos van de Vlaamse literatuur is mij (te?) weinig bekend. Ooit begonnen in Het Verdriet van België (misschien toch nog eens bij mijn ouders uit de boekenkast halen?), Het Jaar van de Kreeft gelezen maar daar weet ik niets meer van (gingen ze daarin niet ook naar de VS?), van zijn gedichten geen enkele regel gelezen.
Dit is een eenvoudig instappertje dat je op een paar dagen makkelijk uit hebt. De plot kon mij matig boeien, ik voelde mij niet echt verbonden met het verhaal of de personages, maar de stijl kon me wel behagen: vleselijk, levensecht, zweterig. Dit verhaal over gokkers speelt zich grotendeels in de VS af en Claus moet daar zelf ook rondgehangen hebben, want het geheel ademt en trilt als een goedkope biefstuk op de barbecue (als die nog ademt heb je een dik probleem, maar ik blijf bij mijn punt).
De tragiek ontspint zich filmisch, zijn taal zit als gegoten voor dit verhaal. De combinatie van half-vertaald Engels en dialect/spreektaal is een huzarenstuk dat nergens geforceerd overkomt.
A bunch of fat, drunken gamblers who hold office in café The Unicorn in Ghent act like friends but have lots of secrets to hide from each other. The mutual suspicion sometimes leads to a bar fight. All are obsessed with three things: women, gambling and not being gay.
The half-breed Michel and the naive Jaak travel to America to go and lose money in Vegas. Because of Michel's constant scheming and Jaak's impulsive violence, they often get into trouble.
The chracterization and dialogue are okay, but the whole story is just an enumeration of sadness, misery, frustration and self-delusion. At the end, it left me with unanswered questions. - What is so important about the discovery that "it had been little Mark!" - How did little Mark cause Jaak's daughter to go completely bonkers? - Why did Michel want to go to Vegas in the first place? - Why introduce so many interesting characters from the bar in the first chapter and then dump them all for the remainder of the book because only two of them go on the trip? - And finally: why have I read this?
"Het Verlangen" is het eerste boek van Hugo Claus dat ik lees. Het is een kort verhaal over twee Vlamingen, Jaak en Michel, die besluiten naar Las Vegas te reizen om daar het fortuin te zoeken in de casino's. Het verhaal begint heel vlot en grappig in café De Eenhoorn. Het is heel volks en Vlaams verteld, met uitdrukkingen waar ik toch wat aan moest wennen zoals lijk of dat ge. Die "ge" en "gij"-vorm is alom tegenwoordig maar stoort eigenlijk niet. De humor werkt ook wel, tenminste tot halverwege het boek.
De vertelstijl wisselt regelmatig. Het boek begint met een anonieme verteller, een caféganger die ons als lezer rechtstreeks aanspreekt lijk of dat we effectief het café zijn binnengewandeld. Later verschuift het perspectief dicht naar de twee reizigers, die heel vaak tegen zichzelf praten. Die tekst staat dan ook met aanhalingstekens maar wel tussen haakjes). De anonieme verteller sluit het boek ook af.
Zodra de twee mannen in Los Angeles aankomen en de bus nemen naar Vegas, slaat de stijl helemaal om. Pas op dat moment merk je hoe racistisch en seksistisch deze personages eigenlijk zijn. Het boek is oorspronkelijk gepubliceerd in 1978, een heel andere tijd dan die waarin we nu leven, en dat merk je wel aan het taalgebruik. Ik weet niet of dit boek echt nog van deze tijd is.
Wat ook verwarrend is, is het constant wisselen tussen het Vlaams en het Engels. Sommige dingen worden vertaald, andere termen blijven staan, en je weet nooit of de personages nu écht Nederlands spreken of niet, en wie onze Vlamingen verstaat of niet.
Er zijn ook verschillende rare stukken waarin de personages ofwel dronken zijn ofwel dromen, of misschien zelfs allebei. Er gebeuren rare dingen die ook niet gemakkelijk lezen. Één van de mannen lijkt de geest van een overleden kameraad te zien en er zelfs mee te praten. Voor de rest is het wel duidelijk dat Claus goed kan schrijven, ik had eigenlijk gedacht dat het veel intellectueler zou zijn maar dit is zo simpel als het maar kan zijn - uitgezonderd die rare stukken daar, waar je toch even je gedachten moet bijhouden.
novela complejona a la gombrowicz y otros europa central, una metáfora plástica llevada lejos en su polismemia, que no termina de cuajar como paris texas wim wenderiano roadtrip por el usa para que salga a flote lo que se dejó en europ
empieza como una de esas estúpidas zopencas novelas de familiarización donde se quiere crear una atemporalidad, personajes sin ser presentados, actos como repetibles: como en lasp elis cuando ponen un track y el pasa pero no pasa,,, aquí con los parroiquianos brobonderos de un café unicronio "tan entrañables en papel que no hace falta desarrollarlos" un bluff idiota que no compras tan fácil, la poética de los trainspotters? meh, esas narrativas dolidas de borrachos de bar poetiqueros no son lo mío,
va mucho a hacer divertimentos con mugueres cosificadas para decir señoridades de política y rendirlas absurdas, si la vida sexxxual del abusador no tiene orden por qué el mundo lo tendría? su elemento de azar manspreadero,
hasta ahí la lectura por encima, con una ambientación simenon a ratos (se me ocurrió en mis limitadísimas referencias) y de jeanpierre melville de europa en lel 78, los vidrios están en la fábrica para observar tu auto estacionasdo"
ok, pero en el roadtrip desmonta los mecanismos de deeo macheril "ya no tienes que actuar conmigo", aunque a la vez sí, cuál es la dinamica del stag party?
y aquí empieza un rabbit hole alegórico que no terminé de comprar, narrador y personajes racistas, pero quién hace su mente sobre la ideología? jacob y esaú? lo aryans con el true nazi? son unos flop turistas por mirar platboy y penthouseen vez del mohave? mark el gay que hizó daño a didi? los estranguladores blancos? la lucha con el ángel? rachel? rikkebot?
no me encantó esta mirada de la usa profunda,mucha alegoría, pocas gratificaciones, una narración eso sí virtuosa y polisemiquísima da para mil debatelords
Het Clausiaans proza is altijd dubbel: de bovenlaag is sprankelend, burlesk en virtuoos, met onnavolgbaar levendige (theatrale) dialogen; de onderlaag is seksueel, vlezig en duister. In een andere recensie noemde ik de boeken van Claus “gevaarlijk”. Zo is ook “Het Verlangen”. Er gaat een soort macht van uit die geworteld is in de woorden zelf, in Claus’ beheersing van de taal, en die macht pulseert door het boek als een donkere elektriciteit. Ik geloof niet dat een andere Nederlandstalige schrijver hiertoe in staat is.
Dit boek is ook een waardevol tijdsdocument: het toont met veel oog voor detail het Las Vegas in de jaren ‘70 en het Vlaamse leven onder de kerktoren, dat herkenbaar is voor wie, net als ik, nog een handvol jeugdherinneringen heeft uit de late jaren ‘90, waar de geest van die tijd haar laatste adem uitblies.
Ik heb genoten van de Jungiaanse karakterstudie van de getormenteerde Michel en de naïef-pientere Jaak, en vanuit technisch perspectief is het vertelperspectief (met stream of consciousness, alwetende elementen én een mysterieuze, observerende ik-verteller die ons soms vanuit café de Eenhoorn toespreekt) echt om op te kicken.
(Noot: het boek springt complexloos om met het n-woord. Afro-Amerikanen worden vaak nogal “expressionistisch” beschreven. Dit past echter wel in het wereldbeeld van de dorpse Vlaming die plots in de USA belandt en bovendien is Michel zelf een halfbloed die trekjes vertoont van zelfhaat.)
Wat een geweldige sfeertekening, dit Vlaamse kroegverhaal. In een ruk uitgelezen, volgens een aantekening in mijn exemplaar was de vorige keer dat ik ‘t las in juli 2001. Stel je voor!
This book is hard to like as a woman. There is no love. The women are most of the time nothing more than useful for sex. There Is one kind of love in this book and That love is broken. Just depressing. There are a lot of quotes That are racistisch. One of the main character kills a gay man because he looked at him. The World Hugo Claus writes about is the real World but thousand times worse. I expected better from Someone who is often called the best Belgian writer. He is just a shame for our country.
Wel heel goed geschreven, maar het verhaal was deprimerend, grimmig, bitter en blijkbaar totaal niets voor mij. Ik denk dat het geen goed teken is als je opgelucht bent dat een boek eindelijk uit is.