Een meesterwerk over de rauwe realiteit van het boerenleven in het Ierland van de eerste helft van de vorige eeuw. Hoofdpersoon van deze gedichtencylclus in veertien canto's is Patrick Maguire. Hij is ongetrouwd, want in het Ierland van die dagen heerste het 'familiarisme', wat wil zeggen dat een man die boer wilde worden pas kon trouwen als zijn ouders waren overleden en hij eigenaar van de boerderij kon worden.
Maguire leeft met zijn zus en heerszuchtige moeder. Hij verlangt naar een vrouw, maar dat verlangen kent alleen een uitweg door masturbatie. Dat Patrick Kavanagh hier zo openlijk over schreef, was in de tijd (1941) ongehoord. Maar de scenes tonen overtuigend de diepe eenzaamheid van de hoofdpersoon.
Maguire (van wie wordt gedacht dat Kavanagh zichzelf in hem portretteerde; hij was zelf lange tijd boer) is een gevangene van de klei die hij dagelijks bewerkt. Het gedicht toont zijn leven op de akker, zijn kerkgang en de bijbehorende verstikkende moraal, de armoede. Het landschap biedt hem soms glimpen van God, maar is tegelijk ruw en vaak donker en dreigend.
In het gedicht voert Kavanagh de hoofdpresonen vaak sprekend op. Dat was betrekkelijk nieuw in die dagen. Eliot deed dat ook al in zijn 'The Wasteland', dat overigens net zo'n hopeloosheid ademt. Je zou 'The Great Hunger' de Ierse 'Waste Land' kunnen noemen.
Ik moest bij het lezen vaak denken aan de schilderijen en tekeningen van Van Gogh in zijn Brabantse jaren. Het gedicht roept als vanzelf de associaties op van een grauw landschap waarin mensen zich door het leven ploeteren.
Met dit gedicht keert Kavanagh zich fel tegen de zogenaamde Irish Literary Revival, waarvan Yeats de belangrijkste exponent was. Deze beweging romantiseerde het platteland van Ierland en het boerenleven. Kavanagh, die dit leven dus vanuit eigen ervaring kende, maakte er gehakt van. Uit het leven van Maguire sijpelt gaandeweg alle hoop weg. 'He will hardly remember that life happened to him' luidt een zin uit de laatste canto.
De titel 'The Great Hunger' slaat trouwens niet, zoals velen geneigd zijn te denken, op een hongersnood, maar op het seksuele verlangen.