Marjoleine de Vos wandelt elke dag een rondje vanuit haar huis in het Noord-Groningse Zeerijp. Onder een strakblauwe hemel, een grijs wolkendek of genadeloze regen, ze zijn er altijd: de akkers in bloei of kaal, de kraaien, de bomen in alle stadia van blad of niet blad, het kerkje van Eenum. Soms uien op het land, soms dollende hazen – alles is altijd hetzelfde en altijd anders, dat is de kracht van de herhaling. Er is niets te zien, en tegelijk heel veel.
Wie wandelt is verhevigd in de wereld en er tegelijkertijd helemaal uit. Je benen lopen, het zonlicht kijkt je ogen in of de regen maakt je aan het lachen onder je capuchon en je hoeft even nergens anders te zijn. Maar vaak zijn de gedachten maar al te druk bezig, alsof je helemaal niet door een landschap loopt maar uitsluitend door je eigen bange, drukke hoofd. Kijk om je heen, moet je dan tegen jezelf zeggen. Niet de tijd in, maar over het land. Je keek te ver. Dat wat je zoekt is hier.
Marjoleine de Vos (1957) is redacteur kunst bij NRC Handelsblad. Ze schrijft over kunst, literatuur en koken, en heeft een tweewekelijkse column op de opiniepagina. Een selectie uit deze columns werd gebundeld in Nu en altijd: bespiegelingen (2000). In 2000 verscheen haar eerste poëziebundel Zeehond graag, in 2003 gevolgd door Kat van sneeuw. Beide bundels werden zeer goed ontvangen;Zeehond graag werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2002. In 2008 verscheen de eveneens goed besproken bundel Het Waait. In januari 2013 is haar recentste bundel Uitzicht genoeg verschenen.
Ik las deze korte beschouwing in drie zitten: een op landgoed Oosterhouw in Leens, een in mijn eigen achtertuin, en een in een rubberbootje op een meertje in Ellertshaar. Drie perfecte settingen om de liefde die uit dit boekje spreekt voor het Groningse en Drentse platteland te ervaren, om te doen waar De Vos haar lezers toe aanspoort: echt kijken, echt leven in het nu. De volgende perfecte setting is uiteraard voor een ander weekend: een lange wandeling door Noord-Groningen. Wat houd ik toch van de plek waar ik woon.
Wat een fijn boekje! Ik luisterde het tijdens een ochtendwandeling langs de IJssel en dacht terug aan mijn wandelingen door het Groninger land. Zeerijp, de kerkjes op de wierden, ik ben er allemaal langs gelopen. Je gedachten gaan vaak met je op de loop, tijdens zo'n wandeling. Ik betrapte mezelf er ook op tijdens het luisteren van dit boek. Probeer stil te staan bij waar je bent, kijk om je heen, zie het landschap. De uitspraak 'Je keek te ver. Dat wat je zoekt is hier.' is zo waar.
Het gedicht van Willem van Toorn dat de schrijfster in het boek citeert (Tussen wolken en aarde de tekens) maakte indruk, dat ga ik opzoeken.
Ik leende dit kleinood bij de lokale bibliotheek en neig tot kopen heel mooi van een landschap leren lezen tot het zoeken naar zin en betekenis het zijn en bestaan en de onmogelijkheid van taal en hoe dat zo veel verscheidenheid biedt over wandelen, afscheid, over rouw en zoeken heel mooi, te savoureren en regelmatig open te slaan
Elke dag wandelt Marjoleine de Vos vanuit haar woonplaats Zeerijp. Anders dan ik, de toerist, kent ze de omgeving. Ze ziet in het Groningse landschap sporen van mensen die er eeuwen geleden woonden. Je ziet dit alleen als je weet waar je naar moet kijken.
In 'Je keek te ver' filosofeert ze over wandelen en het leven. Ik vind het een fijn boekje.
Het platteland leeft, dat moge duidelijk zijn. Misschien kan 'kijken' de Kloof overbruggen. 'Doe je best', de essaybundel van De Vos van twee jaar geleden was al verrijkend maar hier en daar te hoog gegrepen voor me. Deze wandeling over het echte leven is prachtig: met je poten in de modder, neus in de lucht en hoofd in de boekenkast.
Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 1957) schrijft over kunst, literatuur en koken en heeft een tweewekelijkse, beschouwelijke column over zingeving op de opiniepagina van de NRC. Een selectie van deze columns werd gebundeld in Nu en altijd: bespiegelingen (2000), Het is zo vandaag als altijd (2011) en Doe je best (2018). In 2000 verscheen haar eerste poëziebundel Zeehond graag (genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2002), gevolgd door Kat van sneeuw (2003) en Het waait (2008). In haar laatste bundel Uitzicht genoeg (2013) vinden we dit gedicht:
Ruimtevrees
Achter weilanden weiden, daar weer achter dijken, zee en Zweden. Waar zou je heen? De blik verliest je met zichzelf in de ruimte waar aankomst ver en ver is te zoeken. Niet voor de woerd die plotseling en onbedaarlijk groen het zonlicht en je oog in zwemt. Kijk bij je voet, maant hij, waar speenkruid bloeit, de lucht gespiegeld blauw is in het diep. Voel warmte op je neus, zie 't vroege blad van vlier. Je keek te ver. Dat wat je zoekt is hier.
In Je keek te ver werkt ze die gedachte verder uit, in wat je zou kunnen noemen: een persoonlijk doorleefd, poëtisch essay.
Groningen
Marjoleine de Vos woont in het Noord-Groningse Zeerijp. Elke dag maakt ze een wandeling vanuit haar huis, ongeacht het weer of het seizoen. Bezoekers van elders begrijpen niet wat er zo bijzonder is aan het grootschalige landschap met de wijkende einder. Maar Marjoleine stelt: er is niets te zien, en tegelijk heel veel. Voor wie daar moeite voor doet en er voor open wil staan. En daarom neemt ze ons mee op haar wandelingen en in haar mijmeringen. Ze spreekt ons aan en ook zichzelf. Verwacht geen routebeschrijving, geen chronologie. Associatief leidt ze ons door het landschap, langs dichters en filosofen, door de geschiedenis en in de richting van de toekomst. Maar ze staat vooral stil bij het hier en nu.
Lezen van het landschap
In het eerste hoofdstuk leert ze ons het landschap te lezen aan de hand van de geschiedenis. Wie daar weet van heeft, ziet veel meer. Er valt altijd iets te ontdekken, je kunt je ergens pas over verwonderen als je de historie ervan kent. Bovendien is het landschap nooit hetzelfde, al lijkt dat zo. Een andere lichtval, een ander jaargetijde, volle of gerooide akkers, bomen in lentetooi of met herfstbladeren. Wie wandelt maakt deel uit van het landschap en beleeft het directer. Als je drukke hoofd vol gedachten dat tenminste niet dwarsboomt.
Niet dat ze geen oog heeft voor het te grootschalige landschap met rechtgetrokken waterlopen en enorme boerderijen. Maar erover mopperen heeft geen zin, je moet kijken naar wat nog herkenbaar is van vroeger, zoals kerkjes en wierden, en naar de simpele dingen in de natuur.
"Maar zoals gezegd: zien moet je leren. Zoals voor wie niets weet van het verleden, het Drentse essenlandschap als het ware niet bestaat, zo bestaat ook middeleeuws Groningen niet voor wie niet weet dat er zoiets was als middeleeuws Groningen. Je moet de sporen ervan leren herkennen, anders zijn er eenvoudigweg geen sporen."
Wie zo kijkt, weet beter wat het behouden waard is. Maar ook wat nooit meer terug zal komen. Voorgoed, missen: het zijn woorden om over te filosoferen, om dichters te citeren. En tot de conclusie te komen:
"Kun je ook te ver in het verleden kijken? In ieder geval wel te veel. Misschien is alles wat uit verlangen bestaat wel "te". Je moet niet verlangen. The art of losing bestaat uit niet-verlangen maar zijn. Er is ook nu: een hoogte, een smalle, kleine kerk, een schitterend uitzicht, schapen op de ijsbaan, stilte. Groningerlandstilte."
Het echte leven
Voor stadsbewoners die op bezoek komen speelt het werkelijke leven zich toch af in de stad, beweren ze. Marjoleine de Vos geeft voorbeelden van wat zij onder het echte leven verstaat. De subtiele verandering in de natuur in de loop van de seizoenen, het oogsten en zaaien, de weidsheid van de luchten, de geringe beschutting tegen de elementen en de vriendelijkheid in de winkels, de praatjes op straat en de tafeltjes met de oogst van de moestuintjes langs de kant van de weg. De rust, de ruimte, de stilte van het platteland.
Al filosoferend en dichters en schrijvers citerend wandelt ze steeds opnieuw door haar Groninger landschap. Denkt na over de onveranderlijkheid van sterke gevoelens door eeuwen heen, over de ontoereikendheid van woorden om uit te leggen wat je voelt, over de tekortkomingen van herinneringen en over de zin van het bestaan. Een vol druk hoofd, dat maar blijft nadenken en dat alleen tot zwijgen gebracht kan worden door te wandelen en te zien.
"Het is alsof je, buiten lopend, je leven weer terug krijgt. Ik sta op de Eenumerhoogte - een wierde die in de derde eeuw al bewoond was, nu naast het eigenlijke dorp gelegen dat op een eigen wierde staat. Ze hebben de kaak van een bruine beer in de bodem gevonden - ongelooflijk toch, hier tussen de suizende akkers. Het moet hier zo anders geweest zijn, zonder aardappels en puntige kerktoren. Met beren. Maar enfin, als je daar staat en uitkijkt dan is het of je ook van binnen ruimer wordt. En zolang je op doortocht bent, niet aangekomen, zonder haast, zolang is het leven eigenlijk wel uit te houden."
Een bijzonder boekje dat je al mijmerend en filosoferend meeneemt op pad door het Groninger landschap en alle aspecten van het leven.
An uncle I hadn't seen in years gave me this little book last week, because it made him think of teenage me. I wholly agree with the Trouw review: Om te huilen zo mooi. A lovely, meandering work about walking, the lost art of reading landscapes, and our tendency to overanalyze everything. I know it isn't the point — it may actually be the opposite of the point De Vos was trying to make — but I want to see the little church of Eenum now!
"Het duurt altijd zo'n poos voordat je een landschap écht ziet. Eén keer wandelen ergens is als geen keer wandelen, je hebt een indruk, maar je weet nog niet waar het altijd zompig is in de herfst, waar je zo'n mooi doorkijkje hebt, waar je 's ochtends even in de zon kunt zitten, of vanuit welke hoek je het beste ziet dat de toren van Eenum zo idioot scheef staat. Je moet het landschap een beetje wórden, door herhaling."
Snoezig klein boekje dat je herinnert dat je de zin van het leven niet zo ver moet gaan zoeken, maar eigenlijk vlak aan je popelvoetjes ligt. Gelezen voor een open haard op het Franse platteland, afgewisseld met wandelingen. Het leven lacht toe vandaag :)
Ik zou graag eens met Marjoleine de Vos een lange wandeling maken en over het leven en alles wat daar bij komt kijken keuvelen. Met haar creatieve kronkels, haar erudiete en prettig meanderende overpeinzingen en optimistische levenshouding zou ze mij nog een hoop kunnen leren. Wonderlijk en wondermooi boekje, dit.
Veel irritatie voelde ik in eerste instantie bij het lezen van dit essay. Ik zie in oranje luchten vooral lichtvervuiling en in de wierden met zilveren spiegel vooral dode, uitgeputte gronden zonder enige diversiteit. Verder lezend begrijp ik wel wat ze bedoelt; het gaat om ervaren, voelen. Ik begreep de titel ook verkeerd. Hoezo Je keek te ver? Dat is toch precies wat landschapslezen is? Landschapslezen, het woord alleen is al zo mooi. Zo ook het boekje wanneer je de tijd ervoor neemt om het te doorgronden, er wordt zoveel in gezegd. Ik leende het als e-boek bij de bib maar wil het zo terug herlezen en heb ondertussen deze paperback samen met nog een ander boek van haar besteld bij de boekhandel.
Een mooie ode aan het wandelende mijmeren. Een boekje dat je letterlijk in je broekzak overal mee naartoe zou willen nemen en dat figuurlijk ook in de broekzak van het leven hoort te zitten om vaak naar terug te kunnen grijpen zodat je met de voetjes terug op de grond wordt gezet (& ook meteen gestimuleerd wordt te gaan wandelen!).
Geleend van Lottie (dankje!!) in de mooie Franse Champagne-streek waar we toepasselijk: heerlijk wandelend gemijmerd hebben xxxxx
persoonlijke rating denk ik een 3,5 ⭐️ maar het voelt een beetje oneerlijk omdat ik dit boekje in één ruk heb uitgelezen en liever wat meer tijd had genomen om alle filosofische overpeinzingen op me in te laten werken.
wilde al langer een boekje uit de ‘terloops’ serie lezen en deze werd aangeraden door een collega die mij haar exemplaar leende ❤️
🍃algemene info:[genre] non-fictie filosofisch reis-/wandelessay [taal] nederlands [jaar van uitgave] 2020 [serie] maakt deel uit van de ‘terloops’ serie 🍃 samenvatting in 1 zin: marjoleine de vos wandelt in noord-groningen en deelt haar filosofische overpeinzingen over thema’s zoals landschapslezen, in het moment leven en stilstaan bij de dingen om je heen. 🍃setting: het noord-groningse zeerijp en vooral ook marjoleine de vos’ brein. 🍃perspectief: ik-persoon (marjoleine de vos zelf).
🥾 kortom: [top] mooi verwoorde opvattingen [tip] had iets meer gehoopt op informatie over de wandeling zelf/observaties tijdens de wandeling i.p.v. wat algemenere filosofische gedachten - ook al waren er veel interessante gedachten. 🥾 mooie zinnen/gedachten: “Gemis is niet dat er niemand is tegen wie je iets kunt zeggen, maar dat je niet langer door een specifieke ene begrepen kunt worden zoals je het liefst begrepen wil worden. En dat je ook niet meer van tijd tot tijd op jouw beurt het ideale glas bent waarin hij zijn woorden schenkt.”
“Eén keer wandelen ergens is als geen keer wandelen, je hebt een indruk, maar je weet nog niet waar het altijd zompig is in de herfst, waar je zo’n mooi doorkijkje hebt, waar je ‘s ochtends even in de zon kan zitten, of vanuit welke hoek je het beste ziet dat de toren van Eenum zo idioot scheef staat. Je moet het landschap een beetje wórden, door herhaling.”
Marjoleine De Vos wandelt elke dag in het Noord-Groningse Zeerijp. Langsheen het kerkje van Eenum, nadenkend over de verschillen tussen leven in de stad of op het platteland, waar de wind doorheen de velden raast. Waar de vogels zich klaarmaken voor het foerageren als de trek terug aanvangt en de herfst overgaat in een kille dorre winter.
Marjolein ziet hoe vooruitgang verantwoordelijk is voor het verdwijnen van natuurgebieden, hoe men de ene vogel van een andere niet meer onderscheiden kan en zoekt antwoorden in de literatuur: het Gilgamesj-verhaal, poëzie maar ook in de wereld rondom haar.
Het enige probleem echter is dat ik, als lezer, helemaal niet mee was met de gedachtenkronkels die Marjolein in deze wandeling maakte. Noch gaat het veel over de wandeling zelf, mijmert ze erop los maar dan zonder enige samenhang en worden gedichten en het Gilgamesj-epos zomaar rondgestrooid zonder echt een haak om zich aan vast te haken.
Tot nu toe las ik al een aantal van deze wandelingen maar deze vind ik een tijdverlies. Het is ook het minst memorabele van de reeks tot nu toe en noopt niet naar meer van deze auteur te lezen, eerlijk gezegd.
De enige positieve punten die ik er toch graag aan wil toevoegen is dat dit een ode is aan het Groningse landschap en de voorbode van de Waddeneilanden nabij. De illustraties van de cover en de kaart in het boekje zijn ook terug van een hoge kwaliteit (en daarom alleen al past deze mooi bij de reeks). 'Je keek te ver' is een van de eerste boekjes uit deze reeks die in 2020 verscheen, toen wandelen het enige was dat heel populair was tijdens een periode waar alles en iedereen vast zat en opgesloten was in zijn eigen kleine wereld.
‘(..) en hoewel iedereen inclusief jijzelf zegt dat er geen natuur meer is in Nederland en de vogels dus niet weten dat zijn geen natuur meer zijn, zie je die zeer natuurlijk in de weer met wormen en takjes en ‘s avonds en ‘s ochtends zingen ze hevig om te laten weten: het is voorjaar, wij zijn in leven, we zetten het voort, het zingen het voort.’
Boek over wandelen, het landschap leren kennen, je hoofd leegmaken en over de belangrijkste dingen in het leven, opgaan in en verbinding voelen met je omgeving, elkaar begrijpen en het verlies daarvan. Mooi geschreven, beeldende taal met poëtische elementen, associaties en gevoelens, gedachten, herkenning en opnieuw leren kennen en nog veel meer.
Prachtig boekje over wandelen in de provincie Groningen. Het beschrijft wat wandelen met je doet. Welke gedachten het bij de schrijfster oproept. Het is een aanzet om beter om je heen te kijken, en meer te genieten van het hier en nu.
“Ruimte is toch ook een waarde, draagt ook bij tot het geluk en welbevinden van de mensen? Maar naar mensen die zulke dingen zeggen wordt bij voorkeur niet geluisterd, die zijn zo makkelijk weg te wuiven, die zijn zo weinig realistisch, die kunnen zeker niet rekenen, die denken zeker dat geld aan de bomen groeit. Nee. Maar het geluk wel. Het geluk in de vorm van witte bloesems tegen een knalblauwe lucht, van narcissen onder fruitbomen, van mezen die roepen alsof ze knikkers tegen elkaar stoten. En dan praat je nog niet over ver kunnen kijken, roepende scholeksters, de geur van een pas bemest veld, het geronk van een trekker over de weg, de eerste groene sprieten op het land. Waarom klinkt dit tóch nostalgisch? Ik weet het niet. Indoctrinatie.”
Las een fijn boekje van Marjolein de Vos, Je keek te ver, uit de nieuwe wandelreeks Terloops van Van Oorschot. Terwijl ze tijdens een wandeling nadenkt over een lezing over ‘duurzame spiritualiteit’ die ze moet geven, komt ze een oude boer tegen en vraagt hem spontaan wat het leven de moeite waard maakt.
‘De oude boer lachte een beetje. “Nou,” zei hij, “dat is wel een héél gemakkelijke vraag. […] Het gaat erom voldoening te hebben in wat je doet en in harmonie te leven met je omgeving. Maar daar kun je vast ook een heel lange lezing over houden.”’
Vanzelfsprekend.
En kijk uit dat je het wonder dat zich voor je ogen voltrekt niet ziet! door te veel drukte in je kop of zo.
Een boekje voor in je rugzak, om uitrustend op een bankje bij een dromerig ven een pagina te herlezen en weer voortstappend te kauwen op de diepe gedachten die je aangereikt krijgt en waarmee je het risico loopt toch weer als ‘denkend hoofd dat door je lichaam door de wereld wordt gedragen’ je weg te vervolgen. Voor één keer is dat niet erg, de stilte kan wachten.
Hoe vol schone woorden, zinnen en denksels staat dit kleine boekje. En al die wijsheid over dingen en mensen die verdwijnen en hoe je daarmee om kan gaan. Ik ga dan nu wandelen, ok?
Mooi, fijnzinnig boekje over de verpozing en stilstand die wandelen biedt. Bevat rake observaties en flarden poëzie over verlies, het accepteren van de dingen, rust in je hoofd.
Groningen heeft veel magische plekjes. De vervallen boomgaard van Abelstok, het kerkje op de terp bij Fransum, de begraafplaats bij groot Maarslag. Magie die er is, maar die je moet zien. Op deze manier schrijft Majoleine ook over het Groninger landschap. Ze weet voor mij mooi te beschrijven wat de essentie is en wat het landschap je probeert te vertellen. Als je maar wilt luisteren. En dat wandelen hiervoor de katalysator is. Iets wat je eigenlijk zelf moet doen en wat niet uit te leggen is. Wel te herkennen. En dit maakt een paar mooie filosofische beschouwingen bij haar los. Een genot om te lezen waarbij vanzelf de mijmeringen los klotsen uit de oevers van mijn bewustzijn. Dat gezegd hebbende, stoorde mij wel dat ze zonodig moet koketteren met al haar citaten. Alsof ze indruk wil maken met haar belezenheid terwijl dit helemaal niet nodig is. Het doet voor mij af aan de beleving. Daarom maar vier sterren in plaats van vijf.
Viel niet mee, na veelbelovend begin. Van wandelen en kijken komt niet heel veel in dit fraaie Terloopsboekje, wel van geredeneer (waar dan weinig zegen op rust). Eerste bladzijden nodigden me ahw uit om de weg naar Groningen in te slaan, om de kerktorens en wierden met eigen ogen te zien, om de stilte te beleven enz. -, maar al snel ontwikkelt de wandeling zich in gepeins en een gesprek met gedichten en in nogal zweverig Nederlands (over leven in het nu, over het lichaam). Misschien toch maar naar Zeerijp en Eenum reizen om zelf meer te zien. Voor de na-wandelaar is de vraag van belang of er onderweg horeca is. Die vraag wordt in het boekje niet gesteld, laat staan beantwoord.
Een prachtig kleinood. Op een bepaalde manier deed het me denken aan 'Dagboek van een fotograaf' van Stephan Vanfleteren. De taal, het ritme van de taal en ook het landschap is anders bij Vanfleteren, maar wat Marjoleine de Vos en StephanVanFleteren allebei heel goed kunnen is kijken. Gedetailleerd kijken, stap voor stap en dat in een heel mooi en geduldig Nederlands opschrijven.