Een nobele wilde uit het verre Montenegro sterft voor zijn simpele, heldere (en vrij socialistisch getinte) idealen, zo zou je dit boek kunnen samenvatten. Wolf Crnojevitsj is geboren in een boerengezin ergens in het land achter Gods rug, maar wordt dankzij het zwoegen van zijn ouders uiteindelijk ingenieur. In het verre Italië ontmoet hij een vrouw, leert hij de beschaving kennen, durft hij te dromen, en dan komt hij terug naar Montenegro om een spectaculaire, sierlijke brug te bouwen over de kloof van de Tararivier.
Die hij vervolgens kort daarna zelf opblaast om te verhinderen dat de binnenvallende Italiaanse legers het land veroveren.
Den Doolaard is een verteller die de clichés niet schuwt, vol van een behoorlijk gedateerd oriëntalisme en het bezingen van de volksaard van de stugge Montenegrijn doet lachwekkend aan. Ook is de opbouw van het verhaal wat al te schematisch en komt hij daar net iets te nadrukkelijk op terug (de hoofdpersoon moet in sleutelscènes steeds terugdenken aan andere sleutelscènes). Maar vertellen kan Den Doolaard wel, en als je het leuk vindt om wat van de geschiedenis van de Balkan mee te pakken bij het lezen is dit zeker een aanrader.